Maandag 25 oktober 2021

Gerechtshof: Kansspelbelasting niet in strijdt met EU-recht

Gerechtshof: Kansspelbelasting niet in strijdt met EU-recht

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de Kansspelbelasting (Ksb) niet in strijd is met het EU-recht. Het deed de uitspraak in een Hoger Beroep aangespannen door een in Duitsland gevestigde verhuurder van speelautomaten. Deze ondernemer was het niet eens met een naheffingsaanslag van €321.066 voor het niet betalen van Ksb in 2013 en 2014.

Een Duitse ondernemer, in de uitspraak geanonimiseerd als [X] GmbH te [Z], Duitsland, kreeg in 2013 een vergunning van de Kansspelautoriteit om kansspelautomaten in Nederland te exploiteren. Dit deed de ondernemer bij uiteindelijk meer dan 40 horecalocaties.

De ondernemer vulde iedere maand het kansspelbelastingformulier in, maar gaf hierin aan uit te komen op een betaling van €0. De ondernemer meende dat zij geen Ksb hoefde te betalen, omdat zij in Duitsland al omzetbelasting over de bruto huur moest betalen en daar de Ksb niet van mocht aftrekken. De ondernemer was van inzicht dat als ze ook nog Ksb zou betalen, dat deze dubbele heffing in strijd was met het EU-recht (PDF, 978 kB).

De belastinginspecteur ging niet mee in deze gedachtegang en stelde een onderzoek in. Uit dat onderzoek bleek dat de ondernemer in 2013 €160.820 had gereserveerd voor Ksb en in 2014 €160.246. De inspecteur oordeelde dat er in totaal €321.066 verschuldigd was.

Tegelijkertijd met het onderzoek van de belastinginspecteur deed de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) op 2 december 2015 een inval op diverse bedrijfslocaties van de ondernemer. De bestuursleden werden gearresteerd en zaten drie dagen vast.

De ondernemer stapte daarop naar de rechter. De rechtszaak diende in 2018. De rechtbank Overijssel oordeelde dat de kansspelbelasting betaald moest worden en ging niet mee in de redenering dat die in strijd was met het EU-recht. Wel sprak het de bestuurders vrij van strafbare gedragingen.

De ondernemer ging tegen de uitspraak in hoger beroep en eiste bovendien een schadevergoeding. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft dit beroep nu ongegrond verklaard. Bovendien wijst de rechter de schadevergoeding van de hand, zoals eerst opgemerkt door TaxLive.nl.

De ondernemer kan cassatie instellen tegen deze uitspraak bij de Hoge Raad. De Hoge Raad der Nederlanden is de hoogste rechtsprekende instantie in Nederland en beoordeelt of het gerechtshof correct heeft gehandeld in haar interpretatie van een wet.

Foto Paleis van Justitie Leeuwarden via FaceMePLS/Wikimedia.

Laat een reactie achter