Maandag 14 juni 2021

Home Wetgeving kansspelen Cooling Down periode Wet Koa

Cooling Down periode Wet Koa

De Wet Kansspelen op afstand (Koa) heeft een zogenaamde Cooling Down ingesteld. Als bestaande illegale aanbieders zich gedurende deze cooling down van twee jaar gedeisd houden, maken zij nog steeds aanspraak op een vergunning zodra de Wet Koa is ingevoerd. Als gokbedrijven na 1 juni 2018 zich nog actief op de Nederlandse consument hebben gericht, moeten ze nog langer op het strafbankje zitten en mogen ze pas later een vergunning aanvragen.

Het overeenstemming bereiken over de Wet Kansspelen op afstand heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Bestaande illegale aanbieders toestaan op de markt, is een punt van discussie geweest. Er moest een maatregel gevonden worden waardoor de nagestreefde kanalisatie bewerkstelligd kon worden, maar tegelijkertijd aanbieders niet zo maar hun gang konden gaan.

De cooling down periode is vanaf het begin van de nieuwe wet een cruciaal onderdeel geweest waar door de verschillende partijen, verschillende inzichten zijn gedeeld. Zolang aanbieders zich gedurende de cooling down periode aan de opgestelde gedoogcriteria zouden houden, konden zij uitkijken naar een vergunning. Uiteraard alleen als ze ook voldoen aan de verdere voorwaarden.

Wij bespreken de geschiedenis van de verschillende moties die te maken hebben met de cooling down periode.

De moties van Van Nispen (SP, links), Bouwmeester (PvdA, midden), en Postema (PvdA, rechts) zijn instrumentaal geweest bij het totstandkomen van de cooling down periode voor de Wet Kansspelen op afstand (Koa)

De Motie Bouwmeester

In de eerste plannen was het een kernonderdeel om illegale aanbieders van online kansspelen geen vergunning te geven, zoals gedetailleerd in de motie Bouwmeester c.s. uit 2011:

QUOTE: overwegende, dat de regering overweegt vergunningen te gaan verstrekken met betrekking tot kansspelen via internet;
– van mening, dat vergunninghouders de doelen van het kansspelbeleid, waaronder het doel van voorkomen van criminaliteit, moeten dienen;
– van mening, dat illegale aanbieders van kansspelen via internet niet de eerstaangewezen partijen zijn om bovengenoemd doel te dienen;
– van mening, dat de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) ook van toepassing moet zijn op de kansspelsector;
– van mening, dat het illegaal aanbieden van kansspelen negatief moet meewegen bij een Bibobtoets;

In juli 2018 gaf Minister van Rechtsbescherming Sander Dekker te kennen dat hij zich nog steeds kan vinden in het grondbeginsel van de motie Bouwmeester, maar dat hij denkt dat volledige uitsluiting van overtreders niet te rijmen valt met de gewenste kanalisatie:

QUOTE: Met de indieners van de motie-Bouwmeester c.s. ben ik van mening dat illegaal aanbod van kansspelen negatief moet meewegen in deze betrouwbaarheidsbeoordeling. Dat betekent naar mijn mening echter niet dat alle aanbieders die in de periode voorafgaand aan de invoering van het voorgestelde vergunningenstelsel zonder vergunning dergelijke kansspelen in Nederland hebben aangeboden, automatisch moeten worden uitgesloten van een vergunning.

De Motie Postema

In februari 2019 werd de motie Postema c.s. onderdeel van de Wet Kansspelen op afstand. De motie Postema schrijft de regering voor om enkel een vergunning te verstrekken aan partijen die in een aaneengesloten periode van twee jaar voor de in werking treding van de wet, de gedoogcriteria niet overtreden hebben:

QUOTE: te bewerkstelligen dat vergunningverlening voor het aanbieden van kansspelen op afstand enkel en alleen geschiedt aan partijen die zich gedurende een aaneengesloten periode van minimaal twee jaar niet onvergund, actief en specifiek op de Nederlandse markt hebben gericht;

De Motie Van Nispen

In december 2019 stemde de Tweede Kamer unaniem voor de motie Van Nispen c.s..

Deze motie dicteert dat aanbieders die zich na het aannemen van de Wet Kansspelen op afstand door de Eerste Kamer (februari 2019) nog steeds hebben gericht op de Nederlandse speler, uitgesloten worden van het verkrijgen van een vergunning:

QUOTE: verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat aanbieders van illegale onlinekansspelen die zich ook na de parlementaire behandeling van de Wet kansspelen op afstand actief zijn blijven richten op de Nederlandse markt, voorlopig geen kans krijgen en dat de eerste vergunningen verstrekt zullen worden aan betrouwbare, bonafide nieuwe aanbieders,

In mei 2020 gaf Minister Sander Dekker antwoord op gestelde vragen aangaande de nieuwe wet.

De ChristenUnie had op 27 maart vraagtekens gezet bij het verdwijnen van het criterium om beboete partijen zonder uitzondering uit te sluiten van een vergunning. De minister antwoorde daarop:

QUOTE: Waar het bij de betrouwbaarheidsbeoordeling door de kansspelautoriteit in wezen om gaat, is dat toekomstige Nederlandse vergunninghouders naar het oordeel van de kansspelautoriteit bereid en in staat moeten zijn om op verantwoorde, betrouwbare en controleerbare wijze kansspelen op afstand aan te bieden en zich te conformeren aan de Nederlandse wet- en regelgeving. Eerdere overtreding van de Nederlandse kansspelwetgeving vormt uiteraard een zeer zware contra-indicatie. De kansspelautoriteit moet daarbij echter ook in aanmerking nemen aspecten als de aard en omvang van die eerdere overtreding, de na beëindiging van de overtreding verstreken tijd en de vraag in hoeverre de betrokken kansspelaanbieder maatregelen heeft getroffen om herhaling te voorkomen.

[…] de kansspelautoriteit [kent] in de overgang naar een gereguleerd stelsel van onlinekansspelen onder bepaalde omstandigheden ook gewicht toe aan het belang van de – voor effectieve bestrijding van illegaal en onveilig onlinekansspelaanbod benodigde – kanalisatie van online kansspelen, voor zover de betrokken aanbieder zich ten minste tweeëneenhalf jaar voorafgaand aan de vergunningaanvraag niet specifiek op Nederlandse consumenten heeft gericht en hij vanaf 1 januari 2020 ook aantoonbaar de leeftijd van spelers bij inschrijving heeft geverifieerd.

De Motie Van Nispen

In juni 2020 werd de motie Van Nispen c.s. aangenomen. In die motie staat dat de cooling down periode – de minimale periode dat sites zich aan de gedoogcriteria gehouden moeten hebben gehouden willen ze kans maken op een vergunning – verlengd wordt met evenveel maanden als eventueel uitstel van invoering van de wet. De wet zou ingevoerd worden op 1 januari 2021, maar uiteindelijk werd dat 1 april 2021.

QUOTE: verzoekt de regering, om bij uitstel van de inwerkingtreding en/of uitstel van de marktopening de afkoelperiode met een evenredige periode te verlengen;