In steeds meer landen wordt matchfixing expliciet aangepakt via gespecialiseerde nationale sportintegriteitssystemen. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Britse overheid waarin internationale voorbeelden zijn onderzocht. Nederland komt zijdelings aan bod: het beschikt nog niet over een centrale instantie, maar verkent wel de oprichting van een nationale aanpak waarin ook wedstrijdmanipulatie een rol krijgt. Daarmee loopt Nederland achter op diverse buurlanden die hun systemen al wél structureel hebben ingericht.
Het rapport werd opgesteld in opdracht van het Britse ministerie voor Digital, Culture, Media & Sport (DCMS). Een van de onderzoekers is de Nederlandse oud-Olympiër Chiel Warners, voormalig voorzitter van het Nationaal Platform Matchfixing. Samen met prof. Mike McNamee analyseerde hij hoe andere landen hun integriteitssystemen hebben ingericht en welke rol de bestrijding van matchfixing daarin speelt.
Matchfixing structureel onderdeel van nationale integriteitsaanpak
In veel van de onderzochte landen (Australië, Denemarken, Canada, Finland, en Zwitserland) is matchfixing een expliciet aandachtsgebied binnen het nationale sportintegriteitsbeleid.
In de meeste gevallen is er sprake van één onafhankelijke instantie die zich bezighoudt met meerdere integriteitsonderwerpen, zoals doping, misbruik, corruptie, én wedstrijdmanipulatie. In sommige landen ligt de aanpak van matchfixing gedeeltelijk bij andere instanties, maar nergens wordt het thema genegeerd.
Bijna alle betrokken landen zijn toegetreden tot het Macolin-verdrag, een verdrag van de Raad van Europa dat specifiek gericht is op de bestrijding van matchfixing in de sport. Alleen Canada, Nieuw-Zeeland en Japan ontbreken op die lijst. Het rapport noemt toetreding tot dit verdrag een belangrijke stap richting een samenhangend internationaal beleid tegen sportgerelateerde manipulatie.
Nederland nog zonder centrale instantie
Nederland is niet als casus in het hoofdonderzoek opgenomen, omdat er nog geen onafhankelijke nationale integriteitsautoriteit bestaat in ons land. Volgens de onderzoekers behoort Nederland tot de landen die momenteel de mogelijkheid van een dergelijke instantie onderzoeken.
Die verkennende houding contrasteert met de concrete en veelal al operationele modellen in een groot aantal andere landen, waaronder buurlanden als Denemarken en Zwitserland.
Sportminister Conny Helder kondigde in 2023 aan te willen komen tot één centrale organisatie waar meldingen over grensoverschrijdend gedrag, doping en matchfixing samenkomen. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar het Australische model nadat Helder in 2023 Sport Integrity Australia bezocht in dit kader. Het voornemen is om alle integriteitsdomeinen inclusief matchfixing onder één dak te organiseren. Ook het Centrum Veilige Sport Nederland ( 3,1 MB) zou op termijn in deze structuur kunnen opgaan.
Internationale trend richting centrale aanpak
Volgens het rapport is er wereldwijd een duidelijke trend zichtbaar: landen kiezen steeds vaker voor een gecentraliseerde en wettelijk verankerde aanpak van sportintegriteit, met matchfixing als vast onderdeel van het mandaat. In veel gevallen is zo'n stap ingegeven door eerdere misstanden of schandalen.
Het succes van deze aanpak hangt volgens de onderzoekers sterk af van wettelijke bevoegdheden, onafhankelijkheid en voldoende budget en capaciteit.
Voor Nederland biedt het rapport aanknopingspunten voor de verdere inrichting van beleid rond wedstrijdmanipulatie. De huidige aanpak is gefragmenteerd, met betrokkenheid van onder andere het Openbaar Ministerie, sportbonden en Kansspelautoriteit, maar zonder centrale coördinatie of regie. In vergelijking met andere landen is er daarmee nog sprake van een achterlopende structuur.
In juni van dit jaar werd bekend dat het Openbaar Ministerie juist stopt met de actieve opsporing van matchfixing. Sinds 2013 werden er slechts twee strafzaken in dit kader gevoerd. De Rijksuniversiteit Groningen publiceerde een dag later een rapport waaruit bleek dat er geen wetswijziging hoeft doorgevoerd te worden om matchfixing strafbaar te maken. Volgens de onderzoekers kan dat momenteel al binnen de bestaande wetgeving.