Apollonia Rendorp was in 1728 één van de allereerste winnaars ooit van de Generaliteitsloterij. Ze hoorde bij de rijkste families van Nederland. Toch wist de kinderloze Apollonia raad met haar prijs. Hier konden haar achternichtjes, én een weeskind, over meepraten.
Lange tijd bleef Apollonia Rendorp vrijgezel. Ze woonde alleen met haar vader, haar moeder overleed toen ze achttien jaar was. Vrijgezel en lid van een rijke familie. De heren moeten zich hebben staan verdringen, zou je denken.
Apollonia werd op 5 augustus 1682 geboren. De Rendorps waren zelf niet van adel, maar ze hadden als regentengeslacht veel aanzien. Ze vormden een van de families die in de Republiek der Zeven Nederlanden de dienst uitmaakten.
Als vrouw had Apollonia geen officiële functie, maar de juiste partner zou het aanzien en de invloed van haar familie verder vergroten. Apollonia kon niet zomaar met iedereen trouwen. Misschien dat het daarom zo lang duurde voor zij in het huwelijk trad.
Haar grootvader Joachim Rendorp bekleedde meerdere vooraanstaande functies. Zo was hij als schepen lid van het stadsbestuur van Amsterdam. Verder had hij een invloedrijke positie in de textielhandel. Als bewindhebber van de Noordse Compagnie verdiende hij veel geld aan de walvisvaart en visserij op het hoge noorden. Zijn vermogen werd in 1674 geschat op 120.000 gulden. Hij hoorde bij de rijke bovenlaag van Amsterdam.
Apollonia’s vader Herman volgde diens spoor. Ook haar moeder kwam uit een welvarende familie. Zij heette Maria Loten, en het vermogen van haar vader Johannes Loten werd zelfs geschat op 400.000 gulden.
In Apollonia’s geboortejaar kochten haar ouders het landgoed Schoonenberg bij Velsen, zo blijkt uit de archieven. De mooie hofstede met een grote lap grond kostte 9.000 gulden, ook een kapitaal.
Vader en moeder Rendorp zouden vier kinderen krijgen. Apollonia was de oudste. Twee broertjes stierven jong. Daarna volgde nog een zusje, Brechje. Zij zou in 1702 op 22-jarige leeftijd met een predikant trouwen, met wie zij naar Den Bosch zou verhuizen. Als oudste dochter moest Apollonia wachten op een goede partij, zo lijkt het.
In 1720 was het zover. Apollonia, intussen 38 jaar, trouwde met Balthasar Boreel, toen 47 jaar oud. Het was voor beiden hun eerste huwelijk. Hij stamde uit het adellijke geslacht Boreel, een familie die haar wortels had in Italië en, via de Zuidelijke Nederlanden, sinds de zeventiende eeuw tot de bestuurlijke elite van de Republiek der Nederlanden behoorde.
In 1727, ze was acht jaar getrouwd, besloot Apollonia om mee te doen aan de Generaliteitsloterij. Ze verwierf lotnummer 26505. De trekking zou plaats vinden op het Binnenhof in Den Haag, in de zaal die iedereen vandaag de dag kent als de ‘Ridderzaal’.
De Boreels bekleedden functies in de stedelijke overheid, in handelscompagnieën en in de waterschappen; de drie pijlers waarop de macht en welvaart toen rustten. Balthasar was sinds 1709 bewindhebber bij de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), in die jaren nog een van de machtigste ondernemingen van de wereld. Daarnaast was hij sinds 1723 actief in het bestuur van de Beemster, de beroemde droogmakerij.
Door zijn huwelijk met Apollonia verstevigde Balthasar zijn aanzien. Hun huwelijk was meer dan een persoonlijke verbintenis. Het was een verbond tussen de twee regentenfamilies. Samen versterkten ze hun positie in het bestuur en de samenleving. Beiden hadden stemrecht in het bestuur van de Beemster. De dijken, de molens en het waterpeil waren hun verantwoordelijkheid in het laaggelegen Holland.
Ook Apollonia had als vrouw invloed. Ze hield toezicht op het personeel en was waarschijnlijk betrokken bij financiële beslissingen, bijvoorbeeld bij een huwelijk of een erfenis. De echtgenotes waren toen de stille spil in het systeem dat de macht van de regenten in stand hield.
Het was een klein kring van machtige families die de macht binnen de Republiek verdeelde. En Apollonia en haar Balthasar hoorden daarbij. De gouden eeuw hadden ze zelf niet meer meegemaakt, maar ze teerden voort op de nalatenschap van hun voorouders. De rijkdom die zij in Azië en op zee hadden verdiend, vloeide in de achttiende eeuw terug naar hun polder, hun buitenplaatsen en hun statige grachtenpanden.
Balthasar en Apollonia woonden aan de Herengracht in Amsterdam. Hun huis stond tussen de Wolvenstraat en Huidenstraat, vandaag de dag onderdeel van de populaire ‘Negen Straatjes’. Als je daar nu een huis wilt kopen, ben je rond de 5 miljoen euro kwijt, of meer. Ook toen behoorden de woningen tot de duurste van het land.
In 1727, ze was acht jaar getrouwd, besloot Apollonia om mee te doen aan de Generaliteitsloterij. Ze verwierf lotnummer 26505. De trekking zou plaats vinden op het Binnenhof in Den Haag, in de zaal die iedereen vandaag de dag kent als de ‘Ridderzaal’. Toen heette de ruimte nog de ‘Grote Zaal’ en die werd voor van alles en nog wat gebruikt.
Sinds 1700 werden er ook geregeld trekkingen gehouden voor de voorlopers van wat de Generaliteitsloterij zou worden, en wat nu alom bekend is als de Staatsloterij. De zaal heette daarom ook wel de Loterijzaal. Pas veel later, ergens in de negentiende eeuw, toen er geen trekkingen meer werden gehouden, werd het de Ridderzaal. De allereerste Generaliteitsloterij werd in 1726 georganiseerd als antwoord op de loterijleningen die de overheid tot dan toe met enige regelmatig opzette.
Aan het einde van de gouden eeuw worstelde het bestuur van de Republiek der Verenigde Nederlanden voortdurend met geldgebrek – in tegenstelling tot de families van Apollonia Rendorp en Balthasar Boreel. Vooral het leger kostte veel geld. Het land was intussen wereldmacht af, maar bleef betrokken in verschillende oorlogen, onder meer tegen de Fransen en Spanjaarden.
De tweede Generaliteitsloterij werd in 1727 anders aangepakt. Er kwamen meer prijzen. Bovendien werden er klassen ingevoerd, wat betekende dat er iedere zes weken een nieuwe trekking was, met telkens opnieuw kans op winst.
Bij een loterijlening kochten burgers obligaties, en maakten zo kans op hoge uitkeringen of een verhoogde rente. De oorlogen hielden aan, maar de aflossingen van de leningen bleven uit. Het landsbestuur van de Republiek raakte in een negatieve spiraal. De overheid moest telkens nieuwe leningen uitschrijven om oude verplichtingen te betalen, waardoor de schuldenberg groeide. De rentelasten namen toe, het vertrouwen daalde, de financiële constructies raakten verstrengeld.
Op 8 januari 1726 besloten de Staten Generaal om de loterijleningen te verbieden. Plannen voor alternatieve vormen ontstonden. De Staten Generaal riepen op 4 april 1726 een nieuwe, nationale loterij: de Generaliteitsloterij. Maar het kansspel trok weinig spelers. De winst was beperkt, 36.000 gulden.
De tweede Generaliteitsloterij werd in 1727 anders aangepakt. Er kwamen meer prijzen. Bovendien werden er klassen ingevoerd, wat betekende dat er iedere zes weken een nieuwe trekking was, met telkens opnieuw kans op winst. Meer mensen kochten een lot, onder wie Apollonia.
De verkoop en de trekkingen duurden in die tijd nogal lang. De tweede trekking van de tweede Generaliteitsloterij begon in mei 1728. Misschien kreeg Apollonia het lot van Balthasar voor haar verjaardag, of als cadeau voor de feestdagen. Misschien kocht ze het wel gewoon zelf.
Het lot werd in ieder geval verkregen bij collecteur Van Eyl in Amsterdam. Hij runde een koffiehuis annex drukkerij en boekwinkel, bekend onder de naam De Roode Leeuw. Hier werd Apollonia’s naam op het lot gezet.
Het is evenmin duidelijk hoe zij vernam dat zij de tweede prijs had gewonnen à 20.000 gulden. Hoe zal ze hebben gereageerd? Met al het kapitaal dat haar familie beheerde, maakte de hoeveelheid misschien minder indruk.
Anderzijds, het landgoed dat haar vader bij Velsen had gekocht, was bijvoorbeeld voor 9000 gulden van de hand gegaan. Zelfs in de kringen van Apollonia moet 20.000 gulden toch een indrukwekkend bedrag zijn geweest. Waar zou een welgestelde dame als Apollonia haar geld aan hebben besteed?
Balthasar zou op 28 juni 1744 overlijden, 71 jaar oud. Apollonia stierf in 1757, op 75-jarige leeftijd, een gezegende leeftijd voor die tijd. Samen zouden ze in een familiegraf komen in de Oude Kerk in Amsterdam. De grafsteen is er nog altijd te vinden. Apollonia liet een erfenis na ter waarde van 254.200 gulden.
Na haar overlijden werd een boedelbeschrijving opgemaakt door de notaris, en die is nog altijd na te lezen in het archief van Amsterdam. Het kan best zijn dat ze de spullen die daar instaan, heeft betaald met het geld van de Generaliteitsloterij.
Er ging ook een bedrag van Apollonia’s grote loterijprijs van 20.000 gulden naar een weeskind.
De nieuwe damasten gordijnen bijvoorbeeld, waarvoor ze een paar honderd gulden
neertelde.
Of de zilveren theepot; 81,10 gulden.
Een nagelvijl met houder; 20,60 gulden.
Twee ronde gebloemde bordjes; 52,40 gulden.
Een kast met spiegels en lampjes; 443,11 gulden.
Een paar stoelen met fluweel; 206,15
Haar kleding en sierraden liet Apollonia na aan haar achternichtjes van haar moederskant: Agatha, Duijfje en Eva Anna. Hierbij had hun oudtante een duidelijke voorwaarde. De meisje moesten de sieraden verplicht dragen anders kregen ze niets.
Er ging ook een bedrag van Apollonia’s grote loterijprijs van 20.000 gulden naar een weeskind. Het was in die tijd gebruikelijk om kinderen die in een weeshuis woonden te vragen voor de trekkingen. Tijdens de plechtigheid zaten de bestuurders van de Generaliteitsloterij achter lange tafels in de grote zaal, versierd met wapenschilden en vlaggen. Een kind gold als onpartijdig en zuiver. En het kind dat het winnende lot trok, kreeg veelal een bedrag van de winnaar, of soms een sieraad bijvoorbeeld.
Van de eerste directeur van de Generaliteitsloterij, Martin Copius, hoorde Apollonia dat haar lot was getrokken door een weesjongen die Hendrick Mesker heette. Het moet gezegd: ze had geld zat, eigenlijk had ze de prijs niet nodig gehad. Aan Hendrick schonk ze 45 gulden.
Dit artikel maakt deel uit van een reeks historische verhalen over Staatsloterij en haar voorlopers. De reeks is opgesteld ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan van Staatsloterij.
De verhalen zijn gebaseerd op onderzoek van verschillende historici en wetenschappers en zijn geschreven door loterijdeskundige Arjan van ’t Veer.
CasinoNieuws publiceert deze verhalen in samenwerking met Staatsloterij. De teksten worden integraal gepubliceerd onder de naam van de auteur. Voor deze publicatie ontvangt CasinoNieuws geen financiële vergoeding.