Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft een exploitant van kansspelautomaten in hoger beroep ongelijk gegeven in een zaak over naheffingsaanslagen kansspelbelasting. Ook de opgelegde verzuimboeten blijven in stand. Hiermee neemt het Gerechtshof de eerdere uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant over.
De zaak draait om een exploitant van kansspelautomaten die naheffingsaanslagen kansspelbelasting ontving over de periode september 2012 tot en met juli 2013. Naast de aanslagen legde de Belastingdienst ook verzuimboeten op, omdat de exploitant de belasting niet of niet tijdig had voldaan. In totaal ging het om een belastingbedrag van € 715.658 en boetes van € 20.651.
In hoger beroep voerde de exploitant verschillende argumenten aan. Zij stelde dat de kansspelbelasting in strijd was met Europese regelgeving, waaronder artikel 401 van de BTW-richtlijn. Volgens haar had de belasting kenmerken van een omzetbelasting en mocht deze daarom niet worden geheven.
Het hof oordeelde op 18 december 2024 echter dat de kansspelbelasting niet als omzetbelasting kwalificeert en dus rechtmatig is. Daarnaast claimde de exploitant dat de belasting onevenredig zwaar was en onvoldoende was gemotiveerd, maar ook dit werd verworpen. Het hof stelde dat de belasting een bewuste keuze van de wetgever is en geen disproportionele last oplevert.
Verder betoogde de belanghebbende dat exploitanten van kermis- en behendigheidsautomaten niet onder de kansspelbelasting vallen en dat hierdoor sprake was van ongelijke behandeling. Het hof oordeelde echter dat exploitanten van kansspelautomaten niet in een vergelijkbare situatie verkeren als exploitanten van kermis- en behendigheidsautomaten, en dat de wetgever een bewuste keuze heeft gemaakt bij de invoering van de kansspelbelasting. Er was daarom geen sprake van ongeoorloofde discriminatie.
Staatssteun
Tot slot betoogde de exploitant dat kansspelautomaten zwaarder werden belast dan andere speelautomaten en dat dit neerkwam op verboden staatssteun. Het hof wees dit argument af en stelde dat, zelfs als er sprake zou zijn van staatssteun, dit niet tot gevolg zou hebben dat de exploitant zijn belastingverplichting zou kunnen ontlopen.
Naast de naheffingsaanslagen blijven ook de verzuimboeten in stand. De exploitant kreeg boetes wegens het niet tijdig betalen van de belasting, maar zij voerde aan dat er sprake was van afwezigheid van schuld. Het hof ging hier niet in mee en oordeelde dat de boetes terecht waren opgelegd. De rechtbank had de boetes al met 20% verlaagd wegens overschrijding van de redelijke termijn, en het hof zag geen reden voor verdere verlaging.

CasinoNieuws.nl WhatsApp-kanaal
Altijd het laatste nieuws over de Nederlandse kansspelindustrie direct op je telefoon of WhatsApp op je computer? Volg het CasinoNieuws.nl WhatsApp-kanaal en mis niets meer!
Lead-foto door Henk Monster via Wikimedia.