Sinds de nieuwe wetgeving in 2020 is er in Berlijn een verplichte minimumafstand van 500 meter tussen gokhallen en wedkantoren. De exploitanten van wedkantoren in Berlijn stapten naar de rechter, maar die heeft besloten dat de wettelijk geregelde minimumafstand juridisch niet bezwaarlijk is.
Op 14 juli 2023 heeft de administratieve rechtbank van Berlijn uitspraak gedaan in een rechtszaak die was aangespannen door de exploitanten van wedkantoren. Zij vochten de wettelijk geregelde minimumafstand van 500 meter tussen wedkantoren en gokhallen aan, die sinds 2020 in de wetgeving van de deelstaat staat.
In 2020 kwam er in de deelstaat Berlijn ter uitvoering van het Staatsverdrag inzake kansspelen een nieuwe regel met betrekking tot de afstanden tussen wedkantoren en gokhallen. Vanaf dat moment gold er een minimumafstand van 500 meter. Het Landesamt für Bürger- und Regelnisse (LABO) kreeg sindsdien tientallen aanvragen van wedkantoren die op bepaalde locaties hun diensten willen aanbieden.
De exploitanten kregen nul op het rekest, omdat op die locaties de wettelijke afstand zou worden overschreden. De aanbieders stapten door de besluiten van de LABO naar de rechter om het aan te vechten:
“Verschillende gokorganisatoren maken hier bezwaar tegen. Enerzijds betwisten ze de vergunningen die op grond van de Wet op de Kansspelhallen en het Staatsverdrag op de Kansspelen aan de betreffende speelautomatenhal zijn verleend. Anderzijds vorderen zij de verplichting van het LABO om de respectieve kansspelmakelaar de gevraagde vergunningen te verlenen. Zij voeren in het bijzonder aan dat de minimumafstanden niet vereist zijn ter bescherming van minderjarigen en gokkers. Zij voeren ook aan dat zij ongrondwettelijk en in strijd met het Europees recht zijn. Tot slot zouden wedkantoren benadeeld worden ten opzichte van gokhallen.”
Uitspraak van de rechtbank in Berlijn
Rechtbank wijst bezwaar wedkantoren af
In de uitspraak valt te lezen dat de vierde kamer van de administratieve rechtbank alle bezwaren van de wedkantoren heeft afgewezen. Zij gaf aan dat de minimumafstand bescherming biedt tegen het gevaar op verslaving, en dat het een geschikte, noodzakelijke, en passende maatregel is om het doel te bereiken.
De aanbieders beweerden ook dat de wetgeving in strijd was met het Europese recht. Dat bezwaar is ook verworpen door de rechtbank, omdat individuele rechtsgebieden zelf hun eigen beleid rondom gokken mogen ontwikkelen.
De rechtbank bevestigde ook nog dat er een aparte regel is, waarin staat dat wedkantoren van dezelfde eigenaar minimaal 2.000 meter van elkaar vandaan moeten staan. Daardoor kunnen lokale monopolies worden voorkomen.
Ondanks de nederlaag bij de administratieve rechtbank, hebben de exploitanten nog wel de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen het besluit bij het Oberverwaltungsgericht Berlijn-Brandenburg.
In juli vorig jaar besloot de kleinste deelstaat van Duitsland Bremen alle wedkantoren in de regio te sluiten, na een grootschalig onderzoek naar witwassen.