De rechtbank Zeeland-West Brabant heeft in twee afzonderlijke rechtszaken het ontslag op staande voet van medewerkers van Fair Play Casino vernietigd. De werknemers werden door de werkgever beschuldigd van het misbruiken van achtergelaten credits in het cashless-systeem. Volgens de rechter was het beleid rondom het boeken van deze credits onvoldoende duidelijk, waardoor de ontslagen niet rechtsgeldig waren.
Sinds 2024 zijn alle vestigingen van Fair Play volledig cashless. Spelers laden tegoed op een Magic Pay Card en gebruiken dit om te spelen. Credits die na het spelen op een automaat blijven staan, worden volgens het interne beleid als “gevonden geld” geregistreerd. Het personeel werkt met een persoonlijke staffcard voor reguliere handelingen, terwijl een aparte GSO-pas extra bevoegdheden geeft voor het verwerken van geldstromen.
In maart 2025 ontsloeg Fair Play meerdere medewerkers op staande voet. De werknemers zouden de GSO-pas hebben gebruikt om achtergebleven credits van een gokkast over te zetten naar een nieuwe kaart en deze vervolgens uit te betalen. Fair Play beschouwde dit als verduistering en beëindigde het dienstverband per direct. De medewerkers stapten toen naar de kantonrechter.
Tegenstrijdige verklaringen
Bij allebei de rechtszaken oordeelde de rechtbank dat Fair Play niet was geslaagd in de aan haar opgelegde bewijsopdracht. De werkgever leverde schriftelijke verklaringen van vijf medewerkers over de instructies en het beleid, maar deze verklaringen waren tegenstrijdig en maakten niet concreet wanneer en hoe de uitleg aan de betrokken werknemers was gegeven. Ook de aanwezigheid van de medewerkers bij de instructies kon niet overtuigend worden vastgesteld.
De rechtbank achtte het bovendien mogelijk dat het beleid rond achtergelaten credits die door klanten als fooi werden aangemerkt tot 7 februari 2025 onvoldoende duidelijk was. Hoewel op die datum een gewijzigde beslisboom werd verspreid, slaagde Fair Play er niet in aan te tonen dat de betrokken werknemers toen daadwerkelijk van deze verduidelijkte instructies op de hoogte waren.
Hierdoor was het ontslag op staande voet ongeldig en kon het niet worden gerechtvaardigd. De rechtbank achtte het handelen van Fair Play ernstig verwijtbaar.
Fair Play moet vergoeding uitbetalen
Beide medewerkers ontvangen daarom de wettelijke transitievergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding. In de eerste zaak ging het om onder andere om een transitievergoeding van € 2.633,58 bruto, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 3.448,19 bruto en een billijke vergoeding van € 6.500,00 bruto, inclusief rente en met de verplichte specificaties.
In de tweede zaak ging het onder meer om een transitievergoeding van € 7.674,24 bruto, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 3.954,50 bruto en een billijke vergoeding van € 5.000,00 bruto, eveneens inclusief rente en met de verplichte specificaties. Daarnaast moet Fair Play in de tweede zaak een eerder ingehouden gefixeerde schadevergoeding van € 1.708,34 bruto plus wettelijke verhoging en rente terugbetalen.
Het verschil in vergoedingen tussen de twee zaken is grotendeels te verklaren door verschillen in dienstjaren, opzegtermijn, specifieke looncomponenten, en de rol van het non-concurrentiebeding. Proceskosten komen in beide zaken voor rekening van Fair Play.
Eerdere rechtszaken omtrent fooienbeleid Fair Play
De uitspraken sluiten aan bij eerdere rechtszaken tegen Fair Play, waarin het ontslag van medewerkers wegens vermeende verduistering van fooien werd teruggedraaid. Ook toen oordeelde de rechter dat het beleid omtrent fooien en het gebruik van de GSO-pas onvoldoende duidelijk was, waardoor de werkgever niet kon aantonen dat de medewerkers zich schuldig hadden gemaakt aan verduistering.

CasinoNieuws.nl WhatsApp-kanaal
Altijd het laatste nieuws over de Nederlandse kansspelindustrie direct op je telefoon of WhatsApp op je computer? Volg het CasinoNieuws.nl WhatsApp-kanaal en mis niets meer!