Minister Silvania noemt de waarschuwingen van het oppositielid Steven Croes over de kosten van de LOK ‘niets meer dan bangmakerij'. De kosten voor een vergunning vallen onder de nieuwe wet juist lager uit, zo verklaart de minister.
Een week geleden verscheen in het Antilliaans Dagblad een waarschuwing van het Curaçaose oppositielid Steven Croes. Hij vond dat de minister van Financiën, Javier Silvania, ervoor moest waken dat hij de gokbedrijven niet zou afschrikken met de nieuwe gokwet. Volgens Croes zouden onder andere de kosten van een licentie onder de Landsverordening op de Kansspelen (LOK) veel te hoog zijn.
Afgelopen weekend publiceerde minister Silvania zijn officiële reactie onder andere op zijn Facebook-pagina. De minister noemt het teleurstellend dat het oppositielid op een ‘onnauwkeurige manier een zeer complex onderwerp' bespreekt. Silvania vindt het ongepast dat Croes mensen bang maakt voor de nieuwe gokwet van Curaçao.
Kosten vallen lager uit
Allereerst verklaart de minister dat de nieuwe kansspelwet bedoeld is om de hele economie van Curaçao te laten profiteren. In de huidige situatie komt het geld alleen terecht bij enkele grote trustbedrijven, zo stelt hij.
Silvania gaat daarnaast inhoudelijk in op de door Croes geschetste situatie waarbij de kosten voor een licentie aanzienlijk zouden stijgen waardoor gokbedrijven andere landen op gaan zoeken:
“Laat me duidelijk zijn: er is geen sprake van een drastische stijging, er is geen sprake van roofprijzen, er is geen sprake van een onbetaalbaar dure stijging. Zinspelen op iets anders dan dat is niets meer dan bangmakerij.”
Javier Silvania, minister van Financiën
Om zijn uitspraken te onderbouwen, laat Silvania met een rekenvoorbeeld het verschil tussen de oude en nieuwe situatie zien. De huidige masterlicentiehouders betalen op dit moment 120.000 gulden (€ 63.700) per jaar waarmee zij maximaal 40 domeinen kunnen gebruiken. Zoals het er nu naar uit ziet gaan bedrijven onder de LOK een licentievergoeding van 45.000 gulden (€ 23.900) per jaar betalen. Daar bovenop betalen zij een kansspelbijdrage van 48.000 gulden (€ 25.500). Voor iedere extra domeinnaam komen daar nog 500 gulden (€ 265) bovenop. Dit zou de volgende verschillen opleveren volgens Silvania:
| 40 domeinen | 50 domeinen | 100 domeinen | |
|---|---|---|---|
| Huidige prijzen | 120.000 gulden | 240.000 gulden | 360.000 gulden |
| Nieuwe prijzen (LOK) | 113.000 gulden | 118.000 gulden | 143.000 gulden |
Toch denkt de minister dat het Croes niet gaat om de hoogte van de kosten, maar aan wie deze licentiekosten betaald worden. Dit verandert door de Landsverordening op de Kansspelen namelijk ook:
“Het niveau van de vergoedingen is niet de echte kwestie die de heer Croes aan de orde stelt. Het echte probleem is dat zodra de LOK van kracht is, de vergoedingen verschuldigd worden aan de overheid en het publiek – en niet aan de particuliere trustsector. Ik verontschuldig me daar niet voor. Ik zal me nooit verontschuldigen voor het verbeteren van de economie ten behoeve van ieder van ons.”
Javier Silvania
Malta en het eiland Man
Een van de zorgen die Croes uitte, was dat gokbedrijven andere jurisdicties dan Curaçao op zouden gaan zoeken. Hierdoor zou Curaçao moeten gaan concurreren met bijvoorbeeld Malta en het eiland Man. Echter, ook dit zou volgens Silvania niet op waarheid berusten. Volgens de minister concurreert Curaçao al bijna twintig jaar met de genoemde jurisdicties.
Het grote verschil zou zitten in wat Curaçao er al die jaren aan over heeft gehouden. Hierbij verwijst Silvania opnieuw naar het bedrag dat de Malta Gaming Authority vorig jaar aan rechtstreekse vergoedingen kreeg (€ 82 miljoen). Daartegenover staat een schamele € 250.000 die de Gaming Control Board ontving.
Ook zou de economie van Malta, alsmede het eiland Man, erg profiteren van de goksector. Eerder bleek al eens dat gokbedrijven goed waren voor bijna 10% van de gehele economie op Malta. Een situatie waar Curaçao ‘alleen maar van kon dromen'. Al zal de nieuwe kansspelwet werkelijkheid maken van die situatie, zo belooft Silvania.