Tariefdifferentiatie toepassen op de kansspelbelasting is geen goed idee. Dit heeft staatssecretaris Heijnen geantwoord op de vraag van Inge van Dijk (CDA). Bij de vliegbelasting is dit wel mogelijk, omdat dit minder complex is dan de kansspelbelasting. Heijnen liet weten dat de gevolgen voor goede doelen en de sport goed worden gemonitord. De Tweede Kamer wordt in het tweede kwartaal van 2026 verder geïnformeerd over de gevolgen van de verhoging van de kansspelbelasting.
Tijdens de tweede sessie van het wetgevingsoverleg kreeg staatssecretaris Eugène Heijnen, van Fiscaliteit, Belastingdienst, en Douane de tijd om te reageren op enkele vraagstukken uit de sessie van afgelopen maandag. Een deel van de vragen was eerder al schriftelijk beantwoord door Heijnen, zoals het voorstel van Henk-Jan Oosterhuis om het tarief van de kansspelbelasting te bevriezen.
De vragen die CDA-Kamerlid Inge van Dijk stelde over de kansspelbelasting werd echter niet schriftelijk beantwoord. Van Dijk vond het opmerkelijk dat haar voorstellen uit 2023 en 2024 om tariefdifferentiatie toe te passen op de kansspelbelasting, waren afgewezen terwijl dit nu wel wordt toegepast op de vliegbelasting. Het CDA-Kamerlid wilde daarom weten waarom dit nu wel mogelijk was, terwijl zij eerder hoorde dat het technisch onmogelijk was.
Heijnen herhaalde allereerst dat de tariefdifferentiatie in de kansspelbelasting uitvoerend is onderzocht. De uitkomst van dit onderzoek is niet veranderd, zo benadrukt de staatssecretaris:
“Het conclusie van dat onderzoek is en blijft dat tariefdifferentiatie geen goed idee is.”
Eugène Heijnen, staatssecretaris
De redenen om geen tariefdifferentiatie toe te passen blijven ook ongewijzigd, aldus Heijnen. Zo zou tariefdifferentiatie niet in lijn zijn met het kansspelbeleid en zou dit het belastingstelsel ingewikkelder maken in plaats van eenvoudiger, zoals beoogd is.
Gevolgen worden gemonitord
Daarnaast zou tariefdifferentiatie niet gegarandeerd leiden tot hogere afdrachten aan goede doelen. Dit laatste zou volgens Heijnen ook op een andere manier nagestreefd kunnen worden, bijvoorbeeld door subsidies te verstrekken.
Tot slot verwees Heijnen in zijn antwoord naar het lange proces dat doorlopen moet worden om tariefdifferentiatie toe te passen. In de tussentijd een handmatige oplossing doorvoeren, zoals Van Dijk voorstelde, zou in het geval de kansspelbelasting geen optie zijn:
“Handmatige verwerking is bij de kansspelbelasting veel moeilijker dan bij de vliegbelasting. Kort gezegd komt het erop neer dat er bij de kansspelbelasting veel meer belastingplichtigen zijn en de materie ook complexer is. ”
Eugène Heijnen
De staatssecretaris benadrukte wel dat de gevolgen van de kansspelbelastingverhoging voor goede doelen en de sportsector goed worden gemonitord. De Tweede Kamer zal hierover in het tweede kwartaal van 2026 verder worden geïnformeerd, zo beloofde Heijnen.