Vrijdag 12 augustus 2022

Björn Fuchs: spoiler alert

Lees ik het nou goed? Ja, het staat er toch echt: “…frequent gokken zorgt voor financiële problemen en een negatieve spiraal van steeds ongezonder leven…”. De vandaag aangenomen motie van Kamerleden Grinwis en Alkaya maakt in haar tekstuele aanloop gebruik van een stevige uitspraak. Een forse definitie die meteen in het oog springt.

Hoewel ik een relatief groentje ben, heb ik sinds september 2020 een heleboel mogen leren over de Nederlandse kansspelbranche. Ik heb kennelijk het hoofdstuk gemist, waarin frequent (bijvoorbeeld 3x per week) bewust gokken met een vooraf vastgesteld bedrag per definitie leidt tot “…financiële problemen en een negatieve spiraal van steeds ongezonder leven…”. Bij het gros van de gokkers/spelers lijkt het immers goed te gaan. Als de frequentie meer een drang is dan een bewuste keuze, is er zeer waarschijnlijk sprake van een kansspelverslaving.

Ik heb kennelijk het hoofdstuk gemist, waarin frequent bewust gokken met een vooraf vastgesteld bedrag per definitie leidt tot “…financiële problemen en een negatieve spiraal van steeds ongezonder leven…”.

Tot en met 2015 publiceerde de Stichting Informatie Voorziening Zorg jaarlijks kerncijfers van de verslavingszorg, waaronder de hulpvraag voor gokken. Hulpvragen zijn natuurlijk bij lange na niet alle probleem- en/of risicospelers, maar de LADIS cijfers gaven wel een concreet inzicht waarmee kon worden geëxtrapoleerd hoe de totale werkelijkheid eruit zag.

Jellinek refereert op haar website naar het onderzoek van onderzoeksbureau Intraval uit 2016: “…Naar schatting zijn er 8.435.000 recreatieve spelers. Verder zijn er naar schatting 95.700 risicospelers en 79.000 probleemspelers die zeer waarschijnlijk gok- of kansspelverslaafd zijn…”. Als we alle soorten spelers bij elkaar op tellen, was toen naar schatting dus 2% een risico- of probleemspeler. Spelen recreatieve spelers alleen incidentieel en dus nooit frequent?

Het recente onderzoek van Breuer & Intraval uit september 2021 kwam tot de conclusie dat van de 8.400.000 Nederlanders die kansspelen zouden consumeren, 98% ‘geen, laag of een matig risico’ zou hebben op een kansspelverslaving. Omdat hierin ook loterijen zaten verwerkt, was die 98% minder relevant. Voor casinospelen, speelautomaten en kansspelen op afstand was dat respectievelijk 80%, 83% en 87% (NB: dus niet van die 8,4 miljoen, maar van het relatief kleine gedeelte dat deze specifieke kansspelen consumeerden).

Doen deze cijfers iets af aan de terechte zorgen en wensen om te voorkomen dat jongeren, minderjarigen en jongvolwassenen het slachtoffer worden van een kansspelverslaving? Nee.

Is een reclameverbod voor online kansspelen de ultieme redding? Nee. Het laatste onderzoek toonde immers aan dat er zelfs zonder heftig zichtbare reclamevolumes al legio Nederlanders online gokten in 2021 bij buitenlandse aanbieders. Kanalisatie blijft daarom continue een essentiële doelstelling.

Zijn de inhoud van commercials en het reclamevolume dan het gedroomde middel? Ten dele. Kamerlid Nijboer had in de aanloop naar deze motie wat mij betreft de grootste “spoiler alert”, door terecht te stellen dat het ook gaat om de speellimieten.

Reclame is het voorgerecht. De platformen van de aanbieders en diens (pro)actieve zorgplicht zijn het hoofdgerecht. Daar moeten jongeren en minderjarigen worden geweerd. Daar moeten jongvolwassen extra in de gaten worden gehouden en extra worden beschermd middels speellimieten. Een meeuw, kroon of weetje minder doet daar nix aan af.

Bon appetit.

Dit is een bijdrage door Björn Fuchs, de Chief Digital Officer van de Janshen-Hahnraths Group, het bedrijf achter Fair Play Online. Het stuk verscheen oorspronkelijk op LinkedIn en is met toestemming integraal overgenomen op CasinoNieuws. Pull-quotes keuze door CasinoNieuws.

Laat een reactie achter