Tuinman Jan Westhoff besloot in 1794 zijn geluk te beproeven. Voor een paar weken huurde hij een lot. Huren, dat kon toen nog. Zo werd meespelen ook betaalbaar voor eenvoudige tuinmannen als Jan Westhoff. Op zijn gehuurde loterijbriefje stond een veelbelovende tekst: ‘De gelukkige trekker.’
Jan Westhoff heeft de woorden vast een paar keer opnieuw gelezen. ‘De gelukkige trekker,’ ja, dat wilde hij wel zijn.
In de krant zou dat jaar een artikel staan over iemand die ook zo’n soort tekst op zijn lot had. ‘Die waagt, die wint’ stond er op dat gelukpapiertje. Voor diegene had deze belofte goed uitgepakt met een prijs van maar liefst 12.500 gulden. In andere loterijdeelnemers moet een sprankje hoop zijn ontvlamd.
Het gebruik om leuzen en spreuken op loterijbriefjes te plaatsen, stamde uit de zestiende eeuw. Alle lotnummers werden toen met de hand getrokken en voorgelezen.
Bij een andere trekking in 1794 had een deelnemer een lot met de woorden ‘Wel te vreeden’. Diegene won 25.000 gulden! Het is goed mogelijk dat Jan bij zichzelf zou hebben geglimlacht als hij dat had vernomen. Want, inderdaad met 25.000 gulden ben je natuurlijk méér dan tevreden.
Het gebruik om leuzen en spreuken op loterijbriefjes te plaatsen, stamde uit de zestiende eeuw. Alle lotnummers werden toen met de hand getrokken en voorgelezen.
Om die lange sessies wat vermakelijker te maken, kregen de loten allerlei soorten teksten, ook wel deviezen genoemd. Zo kon je er een grap op lezen, of een politiek statement. Bij de Generaliteitsloterij werden die deviezen in de loop van de achttiende eeuw wat braver. Teksten die vaak opdoken, waren ‘De kans lacht ieder toe’ of ‘Nu eens raak’. Spreuken om de spelers hoop te geven.
Dikke kans dat Jan Westhoff het hoe en waarom van die teksten weinig uitmaakte. ‘De gelukkige trekker’? Klonk goed toch? Jan tekende er vast voor.
Jan Westhoff had in dat voorjaar van 1794 zijn eerste werkdag gehad als tuinman op het landgoed Grote Ruwenberg in Sint-Michielsgestel. Het was een mooie betrekking. Hij mocht aan de slag bij jonkheer meester Willem Quarles van Uffort.
Hij ging op het landgoed 130 gulden per jaar verdienen. Voor hem een mooi salaris, het betekende dat hij niet de eindverantwoordelijke was voor het landgoedbeheer. Hij was meer van de uitvoering. Hij zal de vijvers hebben schoongehouden, de bomen hebben gesnoeid en de perken netjes hebben gemaakt. Altijd weer dat onkruid…
Verder vertellen de archieven weinig over Jan. Het is niet duidelijk wie zijn ouders waren, of hij getrouwd was en of hij kinderen had. Was er iemand van wie hij hield met wie hij een eventuele hoofdprijs wilde delen?
Over Jans nieuwe werkgever is des te meer bekend, want die had een prestigieuze baan in Den Haag. Jonkheer Willem Quarles van Ufford was in 1751 geboren in een adellijke familie die al generatieslang belangrijke posities bekleedde in het bestuur en het leger. Toen jonkheer Willem begin twintig was, begon hij bij de Staten-Generaal als zogenoemde agent. Dat was een lagere functie, die bestond uit eenvoudig administratief werk. Na een paar jaar klom hij op tot ‘commies’. Hij stuurde het opstellen van officiële documenten aan en gaf leiding aan een groep ambtenaren die lager in rang stonden.
Al snel klom Willem Quarles van Ufford op in het centrale bestuur van de Republiek der Zeven Nederlanden. Op het hoogtepunt van zijn carrière werd hij benoemd tot griffier van de Staten-Generaal. Hiermee kreeg hij een sleutelrol in de nationale politiek, omdat hij de leiding kreeg over het ambtelijke apparaat.
Het bleek ook een historische functie. Willem Quarles van Ufford zou de laatste griffier van de Republiek der Zeven Nederlanden worden. Een paar weken na zijn benoeming werd de ruim tweehonderd jaar oude republiek opgeheven. Franse troepen waren ons land binnengevallen, wat leidde tot de Bataafse revolutie en het uitroepen van de Bataafse Republiek. De stadhouder onder wie Willem had gewerkt, vluchtte naar Engeland.
Maar dat was in 1795. Tuinman Jan Westhoff zou dit niet meer meemaken.
De Generaliteitsloterij, zoals de Staatsloterij toen nog heette, voorzag destijds in zogenoemde huurloten. Zo kon iedereen die dat wilde meedoen, omdat de huurprijs lager was dan de prijs voor een heel lot. Ook tuinman Jan. Een trekking duurder meerdere weken. Met een ‘huurlot’ liftte je een tijdje mee. Viel er in de periode dat jij meespeelde een prijs op je lot, dan won je gewoon. Daar hoopte Jan natuurlijk op.
Je kon die huurperiode ook telkens verlengen. Als je het toch nog een paar weken wilde proberen. Want wie weet? Maar of dat nou verstandig was? Soms was het achteraf bezien goedkoper geweest om gewoon een lot te kopen.
Het ‘splitsen’ van de loten gebeurde niet altijd even eerlijk. Het zou daarom midden negentiende eeuw verboden worden.
Voor de collecteurs, degenen die de loten verkochten, was dit verhuren veelal lucratief. Het ‘splitsen’ van de loten gebeurde niet altijd even eerlijk. Het zou daarom midden negentiende eeuw verboden worden.
Zelfs het huren van een lot was voor Jan al best duur. Hij investeerde dan ook niet in een heel lot, maar in een zestiende huurlot. Een heel lot kostte 80 gulden, voor een zestiende telde je 5 gulden neer. Mocht er prijs op zijn nummer vallen, dan zou hij zestiende van de prijs opstrijken.
Het landgoed Groot Ruwenberg waar Jan aan het werk ging, had Willem Quarles van Ufford in 1788 gekocht. Het beheer was veel werk en dus had de familie Quarles van Ufford meerdere mensen in dienst, onder wie een koetsier. Jan kende hem misschien al voordat hij bij het landgoed ging werken? Hoe dan ook, ze vertrouwden elkaar, zo zou blijken.
Het kopen van de buitenplaats bij Sint-Michielsgestel bevestigde de status van jonkheer Willem, die was getrouwd met Maria de Blocq van Kuffeler. Zij kwam ook uit een vooraanstaande regentenfamilie. Het echtpaar kreeg zes kinderen.
Groot Ruwenberg bestond uit een huis, meerdere bijgebouwen, een prachtige oprijlaan en de omringende landbouwgronden. In deze jaren was Noord-Brabant net opgenomen als Generaliteitsland en kwam het onder direct bestuur van de Staten-Generaal. Het bezit van een groot landgoed gaf de familie Quarles van Ufford status in de regio.
Het landgoed bestaat nog altijd. Lange tijd deed het dienst als internaat, gerund door strenge fraters. Vandaag de dag huist er een conferentieoord. Hoe Groot Ruwenberg eruitzag in de tijd dat Jan Westhoff er ging werken, is niet met zekerheid te zeggen. Wel staat vast dat hoge bomen de lange oprijlaan omzoomden. Er was een vijver, een moestuin en een fruitboomgaard.
Hij huurde het lot voor de Generaliteitsloterij niet alleen, maar samen met de koetsier. Ze waren ieder 2,50 gulden kwijt, een weekloon.
Vlak nadat Jan als tuinman was begonnen, besloten hij en de koetsier elkaars lot aan elkaar te verbinden. Hij huurde het lot voor de Generaliteitsloterij niet alleen, maar samen met de koetsier. Ze waren ieder 2,50 gulden kwijt, een weekloon. Van het zestiende deel dat Jan bij winst zou krijgen, zou hij de helft met zijn collega moeten delen.
Jan deed in 1794 mee aan de 84ste Generaliteitsloterij, waarvan de trekking al was begonnen op 24 maart.
‘De gelukkige trekker.’ Hoe vaak zal Jan deze tekst hebben gelezen?
We weten het niet, want dat is het droevige van dit verhaal. Jan Westhoff zou op 29 april 1794 overlijden. In de archieven bevindt zich een lijst van bezittingen die de plaatselijke schout indertijd opstelde. Het is niet bekend wat er met die spullen is gebeurd. Hebben Willem Quarles van Ufford en zijn vrouw die mogelijk verdeeld onder de personeelsleden?
De lijst geeft een inkijk in zijn leven, biedt een staalkaart van zijn bestaan. Een zilveren zakhorloge met ketting; een blauwe wollen jas; een kiel voor tijdens het werken; twee strohoeden om hem op warme dagen te beschermen tegen de zon; twee paar leren handschoenen; twee scheermessen in een koker; een zakmes; een paar oude schoenen; een paar laarzen…
En ja, het huurlot staat ook op de lijst. Onder het kopje ‘diverse bezittingen’. Op 1 mei 1794 zou de tuinman worden begraven. Het is onbekend of zijn collega de koetsier alsnog iets met hun gezamenlijke huurlot heeft gewonnen. Wat wel vaststaat: Jan Westhoff werd geen ‘gelukkige trekker’.
Dit artikel maakt deel uit van een reeks historische verhalen over Staatsloterij en haar voorlopers. De reeks is opgesteld ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan van Staatsloterij.
De verhalen zijn gebaseerd op onderzoek van verschillende historici en wetenschappers en zijn geschreven door loterijdeskundige Arjan van ’t Veer.
CasinoNieuws publiceert deze verhalen in samenwerking met Staatsloterij. De teksten worden integraal gepubliceerd onder de naam van de auteur. Voor deze publicatie ontvangt CasinoNieuws geen financiële vergoeding.
Lead-foto selectie door CasinoNieuws.nl via ruwenberg.nl.