De rechtbank Midden-Nederland heeft de Kansspelautoriteit gelijk gegeven in de rechtszaken (1, 2, 3) die Marcel Kaatee aanspande tegen de toezichthouder over de geweigerde vergunningen voor kansspelautomaten. De ondernemer strijdt al meer dan 10 jaar tegen de gemeente Amsterdam en de Kansspelautoriteit nadat de benodigde vergunningen voor zijn Amsterdamse gokhallen werden ingetrokken in 2011.
De gemeente Amsterdam wees in 2011 de verlenging van de vergunning van zijn speelautomatenhallen af op grond van de Wet Bibob. Kaatee nam de gokhallen in 2002 over van Willem Endstra en kreeg daarbij een hypotheek van € 4 miljoen van Endstra. Die lening werd een half jaar later, in 2003, overgenomen door vastgoedhandelaar Jan-Dirk Paarlberg.
De vastgoedhandelaar werd genoemd in de zaak van Willem Holleeder en de afpersing van Willem Endstra, maar ontkende betrokkenheid in deze zaak. Wel werd Paarlberg veroordeeld voor witwassen, valsheid in geschrifte, en oplichting. De mogelijke banden met Holleeder, Paarlberg, en Endstra zorgden ervoor dat de gemeente geen vergunning meer wilde verlenen aan Kaatee voor zijn speelautomatenhallen. De gemeente was bang dat de gokhallen werden gefinancierd met crimineel geld.
Vergunning niet binnen een jaar gebruikt
Een vergunning van de Kansspelautoriteit voor het exploiteren van speelautomaten kreeg Kaatee aanvankelijk wel, maar deze kon hij niet gebruiken vanwege het ontbreken van de gemeentelijke vergunning. In 2020 besloot de Kansspelautoriteit de vergunning alsnog in te trekken, mede omdat deze niet binnen een jaar na het verstrekken was gebruikt. Artikel 30L van de Wet op de Kansspelen schrijft voor dat een vergunning wordt ingetrokken als deze niet binnen een jaar is gebruikt.
Nieuwe vergunningsaanvragen werden afgewezen door de toezichthouder op dezelfde gronden als de afwijzingen door de gemeente. Via de rechter probeerde Kaatee het besluit van de Kansspelautoriteit terug te draaien.
Er zou volgens hem sprake zijn van machtsmisbruik en onevenredigheid, omdat hem geen eerlijke kans is geboden. Hij zou niet hebben geweten dat de vergunning van de Kansspelautoriteit binnen een jaar gebruikt moest worden. Daarnaast zou dit hem onmogelijk zijn gemaakt door de gemeente Amsterdam.
Hij ontkent niet dat hij een lening van Paarlberg heeft ontvangen in 2003, maar stelt dat Paarlberg geen enkele invloed heeft op zijn bedrijfsvoering en er geen witwasrisico’s bestaan. De vergunning zou volgens hem daarom niet afgewezen mogen worden vanwege de veroordelingen van Paarlberg of Holleeder.
Rechter geeft Kansspelautoriteit gelijk
De rechter kon zich hier echter niet in vinden en stelde dat het beroep van Kaatee ongegrond was. In drie verschillende uitspraken stelde de rechter de Kansspelautoriteit in het gelijk en dus krijgt Kaatee de speelautomatenvergunning niet terug.
Onder andere het niet gebruiken van de vergunning binnen een jaar gaf de Kansspelautoriteit een wettelijk gegronde reden om de vergunning in te trekken. Ook oordeelde de rechter dat de lening van Paarlberg voldoende reden gaf om te spreken van een indirecte vermogensverschaffing die in verband stond met strafbare feiten.
Naast de juridische procedure tegen de Kansspelautoriteit staat Kaatee in een andere zaak ook nog tegenover de gemeente Amsterdam over de ingetrokken gemeentelijke vergunning. In die zaak loopt momenteel een hogerberoepsprocedure bij de Raad van State.
Lead-foto via PRO SHOTS / Remko Kool.












Login om een reactie te geven
Snel inloggen met social media
Login met e-mailadres
Nog geen account? Meld je hier aan.