18+

Minister: Meer jongeren gokken sinds 2021, maar effect op bijstand onbekend

Sinds de legalisering van online kansspelen in 2021 zijn meer jongeren gaan gokken, schrijft minister Aartsen in antwoord op Kamervragen. Hij noemt die ontwikkeling zorgelijk, maar zegt niet te weten of online gokken ertoe leidt dat jongeren vaker in de bijstand terechtkomen. Wel kunnen gokschulden volgens de minister onderdeel zijn van een combinatie van problemen die uiteindelijk tot bijstandsafhankelijkheid leidt.

Jeffrey Noeken (kansspel expert CasinoNieuws.nl)
Senior Redacteur
Tweede Kamer der Staten-Generaal Nieuws Poort (foto door CasinoNieuws.nl)

Naar aanleiding van een artikel in het NRC stelde PRO-Kamerlid Wimar Bolhuis Kamervragen over het stijgende aantal jongeren in de bijstand. Het Kamerlid wilde van minister Thierry Aartsen, van Werk en Participatie, weten hoe het komt dat het aantal jongeren in de bijstand blijft stijgen en of hier aanvullend onderzoek naar kon worden gedaan.

Aartsen bevestigt in zijn antwoorden dat het aantal jongeren tot 27 jaar met een bijstandsuitkering al langere tijd blijft stijgen. Begin 2026 waren er 42.000 jongeren onder de 27 jaar met een bijstandsuitkering. Het totale beroep op de bijstand is ook toegenomen, maar in mindere mate dan onder jongeren. Er is volgens Aartsen simpelweg meer instroom dan uitstroom binnen deze groep, met name onder mensen met een buiten-Europese herkomst.

Hij laat weten dat hij gaat inzetten op de ‘Aanpak Werk en Meedoen Nieuwkomers’ om ervoor te zorgen dat statushouders zo veel mogelijk aan het werk kunnen komen, juist omdat bij deze groep ‘veel arbeidspotentieel’ zit, aldus Aartsen.

Online gokken en Buy Now Pay Later-diensten

In de Kamervragen was ook aandacht voor de online gokmarkt. Volgens Bolhuis komen jongeren steeds vaker in de schulden en daardoor in de bijstand, mede door online gokken en het gebruik van Buy Now Pay Later (BPNL)-diensten. Bolhuis vroeg of Aartsen dit beeld herkende, maar de minister is voorzichtiger in zijn antwoord.

Volgens Aartsen is het zorgelijk dat er meer jongeren online zijn gaan gokken sinds de invoering van de Wet Kansspelen op afstand. Het is echter niet bekend of jongeren door online gokken of het gebruik van BPNL-diensten vaker in de bijstand terechtkomen. De minister stelt wel dat het aannemelijk is dat een combinatie van problemen, zoals oplopende schulden of mentale gezondheidsklachten, uiteindelijk leiden tot meer instroom in de bijstand.

Hij benadrukt dan ook dat het kabinet zich volop inzet om Nederlanders te beschermen tegen ‘financiële verleidingen’. Aartsen verwijst hierbij naar de nieuwe wet voor online kansspelen, waar staatssecretaris Van Bruggen de Kamer deze zomer over informeerde. Daarnaast moet een vernieuwde Europese richtlijn ervoor zorgen dat consumenten beter beschermd worden als zij kiezen voor achteraf betalen.

Tot slot laat Aartsen weten dat de betrokken ministers en staatssecretarissen veel met elkaar samenwerken en dat dit belangrijk is, omdat de verschillende dossiers bij verschillende ministeries liggen.

2026Z16985

(ingezonden 18 augustus 2026)

Vragen van het lid Bolhuis (PRO) aan de minister van Werk en Participatie over het stijgende aantal jongeren in de bijstand zonder duidelijke verklaringen of inzicht in oorzaken

  1. Kent u het bericht van NRC Handelsblad ‘Hoe kan het toch dat het aantal jongeren in de bijstand toeneemt?

Ja, daar heb ik kennis van genomen.

2. Hoe beoordeelt u het feit dat de stijging van jongeren in de Participatiewet sterker is dan van andere leeftijdsgroepen en al dertien kwartalen op rij aanhoudt?

3. Hoe ontwikkelde de instroom van jongeren in de bijstand volgens u in de afgelopen vijf jaar, waar mogelijk uitgesplitst naar leeftijd, achtergrond, kwetsbare positie, voorgaande betrekking, bijstandsduur, en reden van instroom?

Deze ontwikkeling heeft mijn aandacht. Ik vind het voor jongeren zelf, die hun loopbaan nog voor hen hebben, én voor de maatschappij belangrijk dat zij onderwijs volgen of werken en als zij een beroep doen op de bijstand als laatste vangnet, dit van zo kort mogelijke duur is.

Begin 2026 ontvingen ongeveer 42 duizend jongeren tot 27 jaar een bijstandsuitkering. Het totale beroep op de bijstand is recent ook toegenomen, maar relatief gezien minder dan onder jongeren. Wel is het aandeel jongeren op een totaal van ca. 410 duizend mensen die begin 2026 een bijstandsuitkering ontvingen nog steeds relatief klein (iets meer dan 10%) en schommelt historisch gezien het aandeel jongeren in de bijstand al langer rond de 10%. Ook is bij jongeren sprake van veel dynamiek; het merendeel van de jongeren heeft een kortlopende uitkering. Er is dus ook steeds sprake van uitstroom.

De belangrijkste cijfermatige ontwikkelingen worden periodiek geschetst in de Factsheet Participatiewet.[1] Hieruit kwam al eerder naar voren dat de grootste relatieve toename van het beroep op de bijstand momenteel onder jongeren plaatsvindt. Dit komt omdat er de afgelopen tijd onder jongeren ten opzichte van andere leeftijdsgroepen verhoudingsgewijs meer instroom in de bijstand dan uitstroom uit de bijstand is te zien.

In onderstaande tabellen wordt de ontwikkeling van jongeren uitgesplitst naar herkomstland[2] en bijstandsduur[3] weergeven. De andere gevraagde uitsplitsingen zijn op basis van beschikbare CBS-data niet te maken. Uit de cijfers blijkt dat de toename vooral zit in de groep met een Buiten-Europese herkomst, waaronder statushouders. Het is simpelweg onwenselijk dat juist deze groep, waar veel arbeidspotentieel in schuilt, in de bijstand belandt. Dat is een verlies voor henzelf, voor werkgevers en voor onze economie. Daarom zet ik komende tijd in op de Aanpak Werk en Meedoen Nieuwkomers (zie ook het antwoord op vraag 4).

Dit kabinet heeft immers een heldere boodschap: meedoen wordt de norm. We willen dat iedereen, ook nieuwkomers, actief deelnemen en bijdragen aan de samenleving. 

HerkomstlandTotaalNederlandEuropa (exclusief Nederland)Buiten Europa
Periodenaantalaantalaantalaantal
2021 december3528016260194017070
2022 december3469015400176017530
2023 december3789016000186020030
2024 december4051016330197022210
2025 december4225016820207023360
Duur van de uitkeringssituatieUitkeringsduur, totaal0 tot 6 maanden6 tot 12 maanden1 tot 2 jaar2 tot 3 jaar3 tot 4 jaar4 tot 5 jaar>5 jaar
Periodenaantalaantalaantalaantalaantalaantalaantalaantal
2021 Q4352808500618096705050281017101350
2022 Q4346909390578089704880269015201460
2023 Q43789010330716098104790263015601610
2024 Q440510107407840111405310256014001520
2025 Q442250111807730118105950287013801330

4. Deelt u de constatering van de onderzoekers in het artikel dat er geen eenduidige verklaring bestaat en wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken ontbreekt?

De voornaamste oorzaak van de recente stijging is te vinden in de groep met een Buiten-Europese herkomst, waaronder statushouders. Wetenschappelijk onderzoek naar verdere oorzaken ontbreekt. Wel wordt de ontwikkeling van jongeren in een uitkering door gemeenten doorlopend gemonitord[4] en onderzoeken onder andere UWV en de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) de situatie van jonggehandicapten.[5]

Uit bovenstaande cijfers blijkt dat er meer jongeren met een Buiten-Europese herkomst zijn ingestroomd. Dit betreft met name jongeren die zijn geboren buiten Nederland, waarvan een groot deel statushouder. Daarom wil ik de komende vier jaar in het kader van de Aanpak Werk en Meedoen Nieuwkomers 75.000 meer statushouders en kansrijke asielzoekers die hier mogen blijven aan het werk helpen. Zij zitten nu nog te vaak stil in de opvang. Zodra ze een verblijfsstatus krijgen, stromen ze vaak eerst de bijstand in. Terwijl bedrijven staan te springen om personeel. Het kabinet wil dat werk ook voor hen de norm wordt. Zodat ze geen uitkering nodig hebben of deze snel kunnen inruilen voor een baan.

Daarbij gaat voor jonge statushouders initieel voltijdsonderwijs voor op werk (zie ook het antwoord op vraag 11). Bij recht op studiefinanciering komt deze vervolgens in de plaats van een bijstandsuitkering.

Over verdere mogelijke verklaringen is uw Kamer vorig jaar al geïnformeerd.[6] Deze verklaringen betreffen onder andere de verscherpte toegangscriteria van de Wajong sinds de invoering van de Participatiewet in 2015, een lichte afkoeling van de economie de afgelopen periode en toenemende mentale gezondheidsproblematiek onder jongeren.

5. Heeft de regering onderzoek gedaan of laten doen naar de oorzaken van de structurele stijging van het aantal jongeren in de Participatiewet? Zo nee, bent u bereid dit te laten doen?

Er is op dit moment geen apart onderzoek voorzien. In 2027 zal het bijstands- en participatiebeleid in brede zin geëvalueerd worden, conform de verplichte periodieke rapportage. In deze periodieke rapportage zal specifiek aandacht besteed worden aan wat er in de literatuur bekend is over een stijging van jongeren in de bijstand. Uw Kamer heeft inmiddels een Harbers-brief ontvangen met een conceptonderzoeksopzet voor deze periodieke rapportage.

6. Aangezien werkende jongeren relatief vaak een flexibel contract hebben en hierdoor bij tegenslag vaak als eerste hun baan verliezen, welke maatregelen neemt u om het aandeel vaste contracten onder jongeren te verhogen?

Het aantal flexwerkers (waaronder jongeren) in Nederland is hoog. Dit is onwenselijk en daarom wordt de wet meer zekerheid flexwerkers (inwerkingtreding per 1 januari 2028) ingevoerd, waardoor werknemers meer zekerheid van inkomen krijgen. Met deze wet wordt het nulurencontract afgeschaft en vervangen door het bandbreedtecontract (dat zorgt voor meer zekerheid van inkomen). Ook wordt de ketenregeling aangescherpt om draaideurconstructies met tijdelijke contracten te voorkomen en het perspectief op een vast contact te vergroten.

Voor bepaalde jongeren is het belangrijk dat deze maatregelen niet gaan gelden. Minderjarigen, scholieren of studenten met een bijbaan (die gemiddeld 16 uur per week werken) kunnen straks bijvoorbeeld nog wel op basis van een nulurencontract blijven werken. Ook zal voor hen de aanscherping in de ketenregeling niet gelden. Dit is wenselijk om de toegang tot de arbeidsmarkt voor deze groepen niet te beperken; de bijbaan kan dienen als opstap richting de arbeidsmarkt. Bovendien is voor hen niet werk, maar initieel onderwijs de hoofdactiviteit. Jongeren met een contract van gemiddeld meer dan 16 uur per week hebben recht op meer zekerheid en voor hen zullen de nieuwe maatregelen dus wel gelden. Met de wet meer zekerheid flexwerkers zet ik dus in op meer zekerheid van inkomen uit werk voor werknemers met een flexibel contract, ook onder jongeren.  

7. Hoeveel jongeren, die door een kort arbeidsverleden alleen recht hebben op de minimale WW-duur van drie maanden, stromen jaarlijks na afloop van deze WW-duur door naar de bijstand? Hoe verhoudt zich dit tot andere leeftijdsgroepen?

Slechts een klein deel van de mensen die uitstroomt uit de WW ontvangt na de WW een bijstandsuitkering (3,7% van de WW-uitstroom; ruim 9.250 mensen in 2024).[7] Bij jongeren tot 25 jaar lag dit aandeel in 2024 wat hoger met ca. 5,6%. UWV draagt hiervoor enkele redenen aan. Bijvoorbeeld het feit dat jongere werklozen minder vaak een eigen vermogen of een partner met inkomen of vermogen hebben, waardoor er recht op een bijstandsuitkering ontstaat.

8. Herkent u dat met de stijging van het aantal jongeren in de bijstand ook het aantal dakloze jongeren toeneemt, en kunt u hier de meest actuele cijfers over verstrekken? Biedt de Participatiewet dienstverlening aan instromende jongeren om hun huurwoning te behouden of om een huurwoning te bemachtigen?

In onderstaande tabel worden de meest recente CBS-cijfers over dakloze mensen, uitgesplitst naar 18 tot 27 jaar, weergegeven.[8]

OnderwerpDakloze mensenDakloze mensen
PersoonskenmerkenTotaal personenLeeftijd: 18 tot 27 jaar
Periodenx 1 000x 1 000
2022*26,65
2023*30,66,2
2024*336,2

In de CBS-cijfers zitten niet alle groepen dak- en thuisloze mensen. Daarom wordt jaarlijks een telling gedaan in een aantal regio’s. De resultaten van de meest recente ETHOS telling uit 2025 lieten zien dat ongeveer 20% van de getelde dak- en thuislozen tussen de 18 en 27 jaar is[9]. In december 2026 volgen de resultaten van de ETHOS-telling van dit jaar.

De situatie op de woningmarkt is moeilijk, voor jongeren in het algemeen en zeker voor jongeren met weinig inkomen. Gemeenten kunnen voor jongeren tot 21 jaar als de situatie daarom vraagt gebruik maken van de geharmoniseerde jongerennorm, die tot de bijstandsnorm vanaf 21 jaar en ouder opgehoogd kan worden via artikel 18. Gemeenten kunnen ook gebruik maken van de woonkostentoeslag als een jongere te maken krijgt met een daling in het inkomen en dreigt de huur niet meer te kunnen betalen. In de handreiking Maatwerk Participatiewet voor de ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie, staan diverse mogelijkheden voor gemeenten om maatwerk te leveren en dakloosheid bij jongeren te voorkomen.

9. Herkent u dat jongeren kort na hun achttiende relatief vaak en steeds vaker in problematische schulden raken, mede door online gokken of ‘buy now pay later’- diensten, en dit bijdraagt aan bijstandsinstroom? Welke bewindspersoon draagt de beleidsverantwoordelijkheid voor de samenhang tussen online kansspelen, consumentenkrediet, schuldenbeleid en de bijstandsinstroom van jongeren?

Het is zorgelijk wanneer financiële verleidingen, zoals online gokken of het gebruik van ‘buy‑now‑pay‑later’-diensten (hierna BNPL-diensten), bijdragen aan financiële problemen, zeker bij jongvolwassenen met een beperkte financiële buffer. Jongvolwassenen – en in sommige gevallen ook minderjarigen – behoren tot een kwetsbare groep die extra gevoelig is voor dit soort financiële verleidingen.[10] Sinds de legalisering van online gokken in 2021 gokken meer jongeren, wat zorgelijk is. Het is niet bekend of jongeren door het gebruik van BNPL-diensten of gokken vaker in de bijstand instromen. Wel is aannemelijk dat een combinatie van problemen – zoals oplopende schulden, mentale gezondheidsproblemen en verlies van werk of schooluitval – kan leiden tot bijstand.

Het kabinet zet zich in om mensen, waaronder jongeren, beter te beschermen tegen financiële verleidingen. In de visie op het kansspelbeleid staat de bescherming van mensen, in het bijzonder jongeren, tegen schade door gokken centraal.[11] Momenteel wordt gewerkt aan herziening van de wetgeving voor online gokken, waarover de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid uw Kamer op 12 juni jl.[12] heeft geïnformeerd. Gelijktijdig is de meerjarenagenda bescherming tegen gokschade gedeeld, waarin wordt ingezet op voorlichting, het tegengaan van normalisering van gokken onder jongeren, tijdige signalering bij problemen en doorgeleiding naar hulp en ondersteuning.

Daarnaast wordt de consumentenbescherming bij achteraf betalen versterkt door implementatie van de herziene Europese Richtlijn consumentenkrediet (CCDII). Hierdoor vallen BNPL-diensten onder het wettelijke kader voor consumentenkrediet, met verplichte kredietwaardigheidstoets, betere informatievoorziening, reclamebeperkingen, raadpleging van het kredietregister en kostenregulering. Het voorstel bevat ook een verbod op uitstel van betaling aan minderjarigen en verplichte leeftijdsverificatie.[13]

De beleidsverantwoordelijkheid voor de samenhang tussen online kansspelen, consumentenkrediet, schuldenbeleid en bijstandsinstroom van jongeren ligt onder andere vanwege de complexiteit van het ontstaan en de gevolgen van problematische schulden bij meerdere bewindspersonen. De verantwoordelijkheid voor het kansspelbeleid en de Wet op het financieel toezicht (Wft) valt onder de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De implementatie van de herziene Europese richtlijn consumentenkrediet (CCDII) is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de minister van Financiën en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De coördinatie van het armoede- en schuldenbeleid valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is hier ook nauw bij betrokken. Tot slot, als minister van Werk en Participatie ben ik verantwoordelijk voor de Participatiewet en daarmee voor het bijstandsbeleid.

Ik werk nauw samen met bovengenoemde bewindspersonen om de beleidsterreinen op elkaar af te stemmen en integrale preventie te realiseren. Het voorkomen van financiële problemen en schulden vereist een integrale aanpak, met aandacht voor risicovolle financiële producten en de kwetsbaarheid van jongeren. Er zijn reeds diverse initiatieven om geldzorgen bij jongeren te voorkomen en vroegtijdig aan te pakken. De Kamer zal over dit laatste punt binnenkort nader worden geïnformeerd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede naar aanleiding van aangenomen moties.

10. Hoe weegt u de samenhang tussen de mentale gezondheid van jongeren en hun arbeidsmarkt- en bijstandspositie, wetende dat onderzoek van het RIVM en GGD GHOR laat zien dat bijna de helft van de jongeren de eigen mentale gezondheid als niet goed (matig of slecht) beoordeelt? Hoe wordt interdepartementale samenwerking op dit thema vormgegeven en welke resultaten levert dit op?

Psychische problematiek staat niet op zichzelf. Het heeft een negatieve invloed op zowel schoolprestaties als arbeidsmarktkansen. Gemeenten geven aan vooral een toename te zien aan mentale gezondheidsproblematiek bij jongeren in de bijstand. Ook lezen we in vrijwel alle regionale programma’s ‘van school naar duurzaam werk’ terug dat het aantal jongeren met multi-problematiek en de zwaarte van de problematiek toeneemt, vaak als gevolg van een toename van mentale en psychosociale klachten. Tevens laten recente cijfers van het UWV zien dat steeds meer twintigers na twee jaar ziekte langdurig arbeidsongeschikt zijn en een WIA-uitkering aanvragen. Het is de snelst groeiende leeftijdsgroep en de stijging wordt vooral veroorzaakt door mentale problemen.

Het recente IBO ‘mentale gezondheid en ggz’ bevestigt deze dynamiek. Psychische problemen beginnen bij meer dan driekwart van degenen die erdoor worden getroffen voordat zij 25 jaar zijn en de problematiek onder jongeren neemt de afgelopen tien jaar toe. Vooral onder jongeren en jongvolwassenen (16 tot en met 25 jaar) is een duidelijke stijging te zien in angst- en depressiegevoelens: van 38% in 2014 naar 52% in 2024. Het zijn ook met name de jongere generaties die relatief veel gebruik maken van geestelijke gezondheidszorg (ggz) en verwante medicijnen. Het gebruik van specialistische ggz groeit bij de groep jongvolwassenen het hardst.

Een vroegtijdige en integrale aanpak is noodzakelijk. Daarom werken de ministeries van SZW en VWS samen om het zorgdomein en het arbeidsmarktdomein en de actoren daarbinnen te verbinden, ook specifiek voor jongeren. Zo willen we het gebruik door gemeenten van de IPS-regeling en -methode voor jongeren vergroten. Dit is een bewezen effectieve re-integratiemethode om mensen met psychische aandoeningen die ggz-hulp ontvangen gelijktijdig, in plaats van volgtijdelijk, te ondersteunen naar betaald werk (‘werk als medicijn’). Ook willen we beproeven of een dergelijke methode vroegtijdiger en bij lichtere vormen van psychische problematiek ingezet kan worden om jongeren te behouden voor werk en instroom in de ggz te voorkomen.

Tevens zijn binnen het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord afspraken opgenomen rondom laagdrempelige inloopvoorzieningen in de wijk, sociaal verwijzen, mentaal gezonde school en de mentale gezondheidsnetwerken die gemeenten kunnen gebruiken in hun plannen en aanpakken om mentale gezondheidsproblematiek te voorkomen. VWS betrekt hierbij SZW ook bij de uitwerking en implementatie van de basisfunctionaliteit sociaal verwijzen. Stress als gevolg van geldzorgen en (beginnende) schulden kan leiden tot gezondheidsklachten. Door zorgprofessionals te trainen in het tijdig signaleren, het gesprek aangaan en te verwijzen naar laagdrempelige financiële dienstverlening, kunnen geldproblemen zo vroeg mogelijk worden aangepakt en kunnen mentale gezondheidsproblemen als gevolg daarvan worden voorkomen. 

11. Welke maatregelen neemt de regering om de dertien kwartalen aanhoudende stijging van jongeren in de bijstand te keren? Hoe gaat u de Kamer periodiek informeren over de voortgang en de resultaten van het beleid?

Als het gaat om NEET-jongeren (Not in Education, Employment or Training), oftewel jongeren die geen onderwijs volgen en niet werken waaronder jongeren in de bijstand, hecht ik er aan om aan te geven dat Nederland internationaal gezien goed scoort. Deze groep is in Nederland erg klein, te weten 5%. Tegenover 13% in de EU gemiddeld (cijfers 2024). Er is sprake van een gezamenlijke, domeinoverstijgende samenwerking voor kwetsbare jongeren, die erop gericht is hen op zo jong mogelijke leeftijd een duurzame start op de arbeidsmarkt te geven.

Met de nieuwe wet- en regelgeving van school naar duurzaam werk van de ministeries van OCW en SZW, die 1 januari 2026 in werking is getreden, is de basis gelegd voor het vroegtijdig/preventief en tot het 27e jaar ondersteunen van jongeren in een kwetsbare positie bij het afronden van een opleiding en het vinden van werk. De focus ligt op jongeren met een structurele achterstand op de arbeidsmarkt; die vaker (langdurig) werkloos zijn, vaker een uitkering hebben, minder baanzekerheid hebben (flexibel contract, niet economisch zelfstandig) en bij wie meervoudige problematiek vaker voorkomt. Dit zijn voornamelijk jongeren die voortijdig zonder startkwalificatie[14] het onderwijs verlaten. Met de nieuwe wetgeving bouwen we voort op het beleid van OCW om voortijdige schooluitval en eraan voorafgaand zorgwekkend verzuim te voorkomen. We organiseren vangnet op vangnet om duurzame uitstroom naar werk op jonge leeftijd te bevorderen en zo (hernieuwde) instroom in de bijstand te voorkomen.

Met de nieuwe wet zijn de taken van scholen, gemeenten en het gemeentelijk Doorstroompunt en de spelregels voor de onderlinge samenwerking gewijzigd. Scholen uit het praktijkonderwijs (pro), voortgezet speciaal onderwijs (vso) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo) hebben de taak gekregen om jongeren al tijdens de schoolperiode te ondersteunen richting werk als vervolgonderwijs niet mogelijk is, tot een jaar (voor mbo) dan wel twee jaar (voor pro/vso) na verlaten van het onderwijs. Zij kunnen hierbij een beroep doen op de expertise van de gemeente of jongeren doorgeleiden naar de gemeente als meer nodig is voor arbeidsinschakeling dan zij kunnen bieden.

Tevens is de opdracht voor gemeenten voor de arbeidsinschakeling van jongeren tot 27 jaar op grond van de Participatiewet gewijzigd. Deze is getrapt met meer accent op ontwikkeling als basis voor duurzame arbeidsinschakeling en daarmee anders dan de gemeentelijke opdracht voor 27-plussers.

De gemeente moet allereerst beoordelen of initieel voltijdsonderwijs of ondersteuning naar werk de meest passende route is voor jongeren.[15] Daarbij geldt initieel voltijdsonderwijs als voorliggende voorziening. Is terugkeer naar het initieel voltijdsonderwijs niet mogelijk of passend, omdat de jongere bijvoorbeeld al een startkwalificatie heeft, komt ondersteuning naar werk in beeld. Hierbij heeft voor jongeren zonder startkwalificatie het combineren van werken met leren op een leerbaan voorrang op toeleiding naar alleen werk. Onder werk wordt ook verstaan ‘beschut werk’ als dat de beste passende invulling van werk voor een jongere is. Is werk geen optie, dan resteert maatschappelijke participatie. De regels voor het ondersteunen van jongeren moeten gemeenten vastleggen in een verordening. Daarbij wordt voor jongeren die zich melden voor een bijstandsuitkering ook een beroep gedaan op hun zelfredzaamheid. In principe moeten zij zelf vier weken actief zoeken naar een opleiding of werk alvorens zij een aanvraag kunnen doen. De gemeente mag hier in individuele gevallen wel van afwijken.

Tot slot  is de doelgroep van het gemeentelijk Doorstroompunt uitgebreid. Zij monitort jongeren die voortijdig zonder startkwalificatie[16] het onderwijs verlaten tot 27 jaar (was 23 jaar) en begeleidt hen terug naar school of naar werk als zij geen onderwijs volgen, niet werken en geen ondersteuning krijgen van de school of de gemeente of UWV. Het Doorstroompunt vormt zo het laatste vangnet voor ondersteuning bij participatie. Ook het Doorstroompunt kan hierbij samenwerken met de gemeente of jongeren doorgeleiden naar de gemeente als meer nodig is voor arbeidsinschakeling dan zij kunnen bieden.

De samenwerking tussen voornoemde partners is niet vrijblijvend. Scholen, Doorstroompunten en gemeenten moeten de onderlinge afspraken vastleggen in een regionaal programma. Die afspraken gaan enerzijds over de samenwerking bij de uitoefening van hun wettelijke taken en betreffen anderzijds een aantal specifieke onderwerpen belangrijk voor het realiseren van de doelen van de wet. Zoals het bieden van laagdrempelige ondersteuning aan jongeren met meervoudige problematiek en de samenwerking daarbij met het zorgdomein. Ook hebben zij in aanvulling op de financiële middelen voor de uitoefening van hun wettelijke taken een regionaal ontschot budget gekregen om samen voor de meest kwetsbare jongeren aanvullende maatregelen te treffen. Deze maatregelen moeten passen bij hun regionale analyse en bijdragen aan het behalen van hun regionale streefcijfers over het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters en NEET-jongeren (Not in Education, Employment or Training, oftewel jongeren die geen onderwijs volgen en niet werken waaronder jongeren in de bijstand, waar in EU-verband op wordt gestuurd).

Elk jaar moeten de regio’s een effectrapportage indienen. Op deze manier houdt de regio zicht op de voortgang van het beleid alsook de ministeries voor de regio’s gezamenlijk. In aanvulling hierop wordt dit jaar de opdracht gegeven voor een invoeringstoets en de evaluatie van de nieuwe wetgeving, waarvan de rapportage in 2028 wordt opgeleverd.

Dit om tijdige bijsturing van wet- en regelgeving, ook middels een nieuwe tranche regionale programma’s, mogelijk te maken. Ik zal uw Kamer samen met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de uitkomsten informeren.

In aanvulling op de basis die met deze nieuwe wet- en regelgeving is gerealiseerd en de focus op jonge statushouders als onderdeel van de Aanpak Werk en Meedoen Nieuwkomers, besteed ik nog specifiek aandacht aan:

(a) de toenemende psychische problematiek onder jongeren en de daarvoor benodigde samenwerking met VWS (zie het antwoord op vraag 10);

(b) het vergroten van de mogelijkheden voor jongeren om zich stapsgewijs te ontwikkelen en uit te stromen naar werk via zogenaamde ontwikkel- & voorschakeltrajecten, in het bijzonder voor jongeren van wie de aanvraag voor een Wajong-uitkering is afgewezen omdat UWV ontwikkeling van arbeidsvermogen niet uitsluit, waarvoor vanaf 2027 structureel middelen aan gemeenten beschikbaar worden gesteld;

(c) de aanpak van jongerendakloosheid, waarbij wonen, inkomen, schulden, onderwijs en werk in samenhang worden bezien en met de recent aangenomen Participatiewet in balans kan worden bijgedragen aan passende ondersteuning op inkomen;

(d) het voorkomen van geldzorgen en de inzet op hulproutes in gemeenten, zoals het Jongeren Perspectief Fonds, om jongeren schuldenvrij te maken en uit de bijstand te helpen, waarover uw Kamer eind september meer informatie ontvangt naar aanleiding van diverse moties.

1) NRC Handelsblad, 14 augustus 2026, ‘Hoe kan het toch dat het aantal jongeren in de bijstand toeneemt?’, www.nrc.nl/nieuws/2026/08/14/hoe-kan-het-toch-dat-het-aantal-jongeren-in-de-bijstand-toeneemt-a4933341

2) RIVM, 21 januari 2025, ‘Blijvende zorgen over mentale gezondheid jongvolwassenen ondanks lichte verbetering’, www.rivm.nl/nieuws/blijvende-zorgen-over-mentale-gezondheid-jongvolwassenen-ondanks-lichte-verbetering


[1] Factsheet Participatiewet – November 2025

[2] StatLine – Personen met een uitkering; kenmerken uitkeringsontvangers

[3] StatLine – Personen met bijstand;duur van de lopende uitkeringssituatie

[4] Zie bijvoorbeeld: Aantal jongeren in de bijstand stijgt | Divosa & Voortgangsrapportage Werk en Participatie | Gemeente Den Haag.

[5] Zie: Arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking daalt licht | UWV  & Op papier arbeidsvermogen, in de praktijk geen reële kans op werk | Nederlandse Arbeidsinspectie.

[6] Kamerstukken II 2025/26, 34 352, nr. 343.

[7] Doorstroom vanuit WW naar werk en bijstand stabiel | UWV.

[8] StatLine – Dakloze mensen 18 tot 65 jaar, persoonskenmerken. Voor een methodologische toelichting, zie:
33 duizend mensen dakloos begin 2024 | CBS.

[9] Resultaten ETHOS-telling dak- en thuisloosheid – Kansfonds

[10] Financiele gezondheid van jongeren begrijpen en versterken – Rosanne Oomkens (HU, juni 2026)

[11] Kamerstukken II, 2025/26, 24557, nr. 245

[12] Kamerstukken II, 2025/26, 24557, nr. 282

[13] Het implementatiewetsvoorstel is op 2 april jl. aangeboden; wetsbehandeling vindt op 28 september as. plaats, met implementatie beoogd per 20 november 2026.

[14] Een startkwalificatie heb je met een havo-/vwo-diploma of een afgeronde opleiding vanaf mbo-niveau 2. Jongeren zonder startkwalificatie worden ook wel voortijdig schoolverlaters genoemd. Hieronder vallen jongeren die zijn uitgestroomd uit het pro, het vso, de mbo-entreeopleiding/niveau 1 of die zijn gestopt met hun opleiding.

[15] Dit geldt niet voor jongeren die zijn doorgeleid door de school of het Doorstroompunt, waar deze beoordeling al door hen gedaan is.

[16] Een startkwalificatie heb je met een havo-/vwo-diploma of een afgeronde opleiding vanaf mbo-niveau 2. Jongeren zonder startkwalificatie worden ook wel voortijdig schoolverlaters genoemd. Hieronder vallen jongeren die zijn uitgestroomd uit het pro, het vso of de mbo-entree/niveau 1 of die zijn gestopt met hun opleiding.

Partners

Login om een reactie te geven

Lees meer nieuws over Politiek, kamervragen, en antwoorden
Minister: Meer jongeren gokken sinds 2021, maar effect op bijstand onbekend

Minister: Meer jongeren gokken sinds 2021, maar effect op bijstand onbekend

D66 en JA21 stellen Kamervragen over ontbrekende nulmeting in evaluatie Wet Koa

D66 en JA21 stellen Kamervragen over ontbrekende nulmeting in evaluatie Wet Koa

Commissiedebat kansspelen: brede steun voor aanpak illegaliteit, verdeeldheid over bescherming spelers

Commissiedebat kansspelen: brede steun voor aanpak illegaliteit, verdeeldheid over bescherming spelers

Liveblog | Commissiedebat Kansspelen

Liveblog | Commissiedebat Kansspelen

Geen debat over documenten communicatie goklobby: debat komen te vervallen

Geen debat over documenten communicatie goklobby: debat komen te vervallen

JA21 stelt Kamervragen over Cruks-item PowNed

JA21 stelt Kamervragen over Cruks-item PowNed

Verslavingsdeskundigen pleiten voor strengere regels tegen gokschade

Verslavingsdeskundigen pleiten voor strengere regels tegen gokschade

Kamervragen over jongeren in de bijstand: Gokken en BNPL-diensten mogelijke oorzaak

Kamervragen over jongeren in de bijstand: Gokken en BNPL-diensten mogelijke oorzaak

Staatssecretaris acht impactanalyse reclameverbod niet noodzakelijk

Staatssecretaris acht impactanalyse reclameverbod niet noodzakelijk

Minister: DUO kan niet zomaar ingrijpen bij vergokken studiefinanciering

Minister: DUO kan niet zomaar ingrijpen bij vergokken studiefinanciering

Jeffrey Noeken (kansspel expert CasinoNieuws.nl)

Senior Redacteur