In een zaak tussen een W00-verzoeker en de Kansspelautoriteit heeft de rechtbank geoordeeld dat de toezichthouder correct heeft gehandeld bij het openbaar maken van informatie over het kansspelbeleid. De eisende partij had op basis van de Wet open overheid (Woo) verzocht om documenten te ontvangen over de regelgeving en handhaving van de Kansspelautoriteit, maar was ontevreden over de verstrekte informatie. Dit leidde tot een conflict dat uiteindelijk in april 2024 voor de rechter in Amsterdam verscheen.
De zaak draaide om de vraag of de Kansspelautoriteit (Ksa) voldoende documenten had vrijgegeven naar aanleiding van het Woo-verzoek van de eisende partij. Dit verzoek richtte zich specifiek op documenten die te maken hebben met het kansspelbeleid en de handhaving daarvan.
De Kansspelautoriteit beschuldigde de verzoeker eerder van misbruik door te proberen informatie te verkrijgen voor een lopende rechtszaak tegen de Ksa. Het verzoek werd toen afgewezen omdat het volgens de gokwaakhond bedoeld was om de werkzaamheden van overheidsinstanties te frustreren, wat niet strookte met de Wet openbaarheid van bestuur, de voorloper van de Wet open overheid.
Uiteindelijk kwam de Kansspelautoriteit hierop terug en maakte het op 5 oktober 2022 toch een aantal documenten openbaar middels vier verschillende deelbesluiten. Wel bleef een deel afgeschermd, onder meer vanwege privacybescherming. De eisende partij was van mening dat de Kansspelautoriteit belangrijke informatie achterhield. Ook vond zij dat het proces onnodig lang had geduurd, deels doordat de toezichthouder volgens de eisende partij een onvolledige zoekactie had uitgevoerd en verwees naar personeelstekorten en moeilijk doorzoekbare systemen.
Kansspelautoriteit ging zorgvuldig te werk
De rechtbank moest beoordelen of de Kansspelautoriteit zorgvuldig had gehandeld bij het zoeken naar de documenten en het nemen van besluiten over wat wel en niet openbaar gemaakt mocht worden. In haar oordeel stelde de rechtbank vast dat het Woo-verzoek van de eiseres omvangrijk was en dat het tijd kostte om door diverse archieven, e-mailboxen, en systemen te zoeken. Daarbij was de informatie die de eisende partij aanleverde volgens de rechtbank van zodanige algemene aard, dat het zoekproces extra lastig werd. Dit zorgde allemaal voor extra vertraging, wat niet de schuld van de Kansspelautoriteit was, aldus de rechter.
De rechtbank concludeerde uiteindelijk dat de Kansspelautoriteit zorgvuldig te werk was gegaan en alle relevante documenten had onderzocht. De passages die waren afgeschermd vanwege privacywetgeving, zoals persoonlijke gegevens, waren terecht onleesbaar gemaakt. Wat betreft de beslissing om de informatie in deelbesluiten te verstrekken, oordeelde de rechtbank dat de Kansspelautoriteit dit in overleg met de eisende partij had moeten doen, maar er werden geen verdere consequenties aan verbonden.
Het beroep van de eisende partij tegen een eerdere beslissing op bezwaar uit oktober 2022 kreeg het predicaat niet-ontvankelijk, vanwege de deelbesluiten. Daarnaast werden ook de bezwaren tegen de vier deelbesluiten van 2023 en 2024 afgewezen. Wel moet de Kansspelautoriteit de eisende partij voorzien in het griffierecht van € 184, omdat het haar eigen beslissing op 5 oktober 2022 had herzien.

CasinoNieuws.nl WhatsApp-kanaal
Altijd het laatste nieuws over de Nederlandse kansspelindustrie direct op je telefoon of WhatsApp op je computer? Volg het CasinoNieuws.nl WhatsApp-kanaal en mis niets meer!
Lead-foto Rechtbank Amsterdam door Jeffrey Noeken via CasinoNieuws.nl