De voorzieningenrechter heeft het verzoek van Unibet afgewezen om het openbaarmakingsbesluit van de boete van € 4 miljoen te schorsen. Unibet wilde dat de Kansspelautoriteit zou wachten met de publicatie tot het bezwaar van het gokbedrijf was behandeld. De voorzieningenrechter vond dat de argumenten van het online casino onvoldoende zwaarwegend waren om het openbaarmakingsbesluit te schorsen.
Deze week werd het besluit van de voorzieningenrechter gepubliceerd nadat Unibet een voorlopige voorziening aanvroeg om het openbaarmakingsbesluit van de boete van € 4 miljoen uit te stellen. Het gokbedrijf vond dat de Kansspelautoriteit moest wachten met de publicatie tot het bezwaar van Unibet was behandeld. De toezichthouder was echter van mening dat het algemeen belang bij transparantie en preventie zwaarder woog dan het belang van Unibet.
Open normen
Volgens Unibet is de boete die de Kansspelautoriteit oplegde vanwege het overtreden van de zorgplicht, niet terecht. Het legale online casino stelt dat er sprake is van schending van het lex-certa-beginsel: de regels omtrent de zorgplicht zouden onvoldoende duidelijk zijn geweest in de periode waar het over gaat.
Volgens Unibet was er voor 1 oktober 2024 sprake van ‘open normen' en beoordeelde de Kansspelautoriteit het gokbedrijf op de maatstaven van 2025 terwijl de beoordeelde spelersdossiers over de periode 2022-2024 ging. Daarnaast zou er in het boetebesluit onvoldoende rekening zijn gehouden met de eigen verantwoordelijkheid van de spelers.
Tot slot stelde Unibet dat het evenredigheidsbeginsel eveneens werd geschonden, omdat er inmiddels al veel extra maatregelen waren genomen in het kader van de zorgplicht.
Bezwaar tegen openbaarmaking
Naast argumenten om de boete onterecht te verklaren, kwam Unibet met een uitleg waarom de boete niet openbaar zou moeten worden gemaakt. Volgens het gokbedrijf zou een geanonimiseerd boetebesluit en een geanonimiseerd persbericht voldoende zijn voor de Kansspelautoriteit om transparant te zijn. Dit moest eerder dit jaar al eens bij een andere boete die de toezichthouder oplegde.
Ook wees Unibet op de reputatieschade die het zou oplopen door het publiceren van de boete. Door de mogelijke media-aandacht en de politieke en maatschappelijke gevoeligheid van de sector, zou publicatie van de boete grote gevolgen kunnen hebben. Verder was Unibet bang voor een toename van civiele claims van spelers als gevolg van de openbaarmaking van het boetebesluit.
Uiteindelijk besloot de voorzieningenrechter dat de argumenten van Unibet onvoldoende zwaarwegend waren om een voorlopige voorziening uit te spreken. De Kansspelautoriteit mocht de boete dus gewoon publiceren, iets wat inmiddels al is gedaan.
Lead-foto rechtbank Den Haag via rechtspraak.nl.