Staatssecretaris Claudia van Bruggen ziet geen aanleiding om aanvullende maatregelen te nemen tegen gokbedrijven die via constructies toegang proberen te krijgen tot de Nederlandse markt. Volgens haar beschikt de Kansspelautoriteit over voldoende instrumenten om vergunningaanvragen te beoordelen en zo nodig handhavend op te treden.
Dit zegt staatssecretaris Van Bruggen in haar antwoorden op Kamervragen die de leden Bikker (ChristenUnie), Dobbe (SP), Tijs van den Brink (CDA), en Diederik van Dijk (SGP) hadden gesteld. De Kamervragen volgden op signalen dat aanbieders die eerder zonder vergunning actief waren, via andere vergunninghouders of juridische constructies opnieuw actief zouden zijn geworden.
Daarbij werd onder meer verwezen naar het merk 888, dat sinds juli 2025 in Nederland actief is onder een vergunning van Godwits LTD, onderdeel van ComeOn Group, ondanks dat het merk 888 van evoke plc is.
Van Bruggen stelt dat zij het onacceptabel vindt als bedrijven via constructies proberen de wettelijke eisen te omzeilen. De staatssecretaris wijst daarbij op de voorwaarden die zijn gesteld bij de invoering van de Wet kansspelen op afstand.
Bij de legalisering van online gokken is ruimte geboden aan aanbieders die voor regulering zonder vergunning actief waren, om alsnog een vergunning aan te vragen. Daarbij gold als uitgangspunt dat deze partijen zich gedurende een periode van twee jaar en negen maanden voorafgaand aan de aanvraag en tijdens de behandeling daarvan moesten hebben onthouden van op Nederland gericht illegaal aanbod.
Voor de beoordeling van vergunningaanvragen en het toezicht verwijst de staatssecretaris naar de Kansspelautoriteit. Deze toezichthouder is verantwoordelijk voor het verlenen van vergunningen, het controleren van naleving en het handhaven waar nodig.
Ze doet geen uitspraken over individuele gevallen, zoals het in de Kamervragen genoemde voorbeeld van 888.
Voldoende instrumenten
Volgens Van Bruggen beschikt de toezichthouder over voldoende instrumenten om op te treden. De Kansspelautoriteit kan met de bestaande instrumenten ingrijpen als daar aanleiding toe is. Dat kan onder meer door het opleggen van nadere verplichtingen, het uitdelen van boetes, of het intrekken van een vergunning.
Bij de beoordeling van een vergunningaanvraag speelt daarnaast de betrouwbaarheid van de aanvragers een centrale rol. Daarbij wordt gekeken naar het gokbedrijf zelf, de beleidsbepalers, en de uiteindelijk belanghebbenden.
Overtredingen van wet- en regelgeving, waaronder het aanbieden van online kansspelen zonder vergunning, worden meegenomen in deze beoordeling en wegen zwaar mee, aldus Van Bruggen. De Kansspelautoriteit betrekt hierbij ook eerdere overtredingen in het buitenland.
Motie Postema
Daarnaast verwijst Van Bruggen naar de beleidsregels die zijn opgesteld naar aanleiding van de zogenoemde motie-Postema. Op basis daarvan moesten aanvragers en betrokken partijen zich gedurende de genoemde afkoelperiode onthouden van illegaal, op Nederland gericht aanbod. In gevallen waarin niet aan deze voorwaarden werd voldaan, zijn vergunningen geweigerd.
De staatssecretaris ziet op dit moment dan ook geen reden om aanvullende maatregelen te treffen. Volgens haar geldt er al een streng stelsel van integriteits- en betrouwbaarheidseisen voor aanbieders van kansspelen op afstand.
AH 1814
2026Z07508
Antwoord van staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 4 mei 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1807
Vraag 1:
Bent u het ermee eens dat het onacceptabel is als een gokbedrijf dat in het verleden zonder vergunning actief was op de Nederlandse markt, via de vergunning van een ander gokbedrijf of andere listige constructies, opnieuw toegang krijgt tot de Nederlandse markt?
Antwoord op vraag 1:
Ja. Ik vind het onacceptabel als via constructies wordt beoogd de wettelijke eisen voor toegang tot de Nederlandse kansspelmarkt te omzeilen. Dit klemt temeer nu bij de totstandkoming van de Wet kansspelen op afstand ruimte is gelaten voor aanbieders die vóór de regulering zonder vergunning kansspelen op afstand hebben aangeboden om alsnog een vergunning te verkrijgen.
Mede naar aanleiding van de motie-Postema is daarbij als uitgangspunt gehanteerd dat een aanvrager en andere relevante (rechts)personen zich gedurende twee jaar en negen maanden voorafgaand aan de aanvraag en tijdens de behandeling daarvan moesten hebben onthouden van onvergund online kansspelaanbod dat actief op Nederland was gericht.1
Vraag 2:
Klopt het dat deze praktijken voorkomen in Nederland, bijvoorbeeld in het geval van 888 dat sinds juli 2025 actief is onder een vergunning van Godwits LTD?
Antwoord op vraag 2:
Het is aan de Kansspelautoriteit (Ksa) als onafhankelijk toezichthouder en zelfstandig bestuursorgaan om vergunningsaanvragen te beoordelen, vergunningen te verlenen, toezicht te houden op de naleving en zo nodig handhavend op te treden.
De Ksa heeft aangegeven over voldoende instrumentarium te beschikken om op te kunnen treden. In dat kader is het ook aan de Ksa om na te gaan en te beoordelen of een vergunninghouder als betrouwbaar kan worden aangemerkt. Ik doe daarom geen uitspraken over individuele gevallen.
Vraag 3:
In hoeverre wegen overtredingen van de relevante wet- en regelgeving, zoals het aanbieden van gokproducten zonder vergunning (voorafgaand aan de legalisatie) mee bij de beoordeling van een vergunningsaanvraag van een gokbedrijf? Kunt u hierbij ook ingaan op de betrouwbaarheidstoets zoals die wordt toegepast bij vergunningverlening onder de Wet kansspelen op afstand?
Antwoord op vraag 3:
Overtredingen van relevante wet- en regelgeving wegen zwaar mee bij de beoordeling van een vergunningsaanvraag. Op grond van artikel 31i van de Wet op de kansspelen moet de betrouwbaarheid van de aanvrager, de betrokken beleidsbepalers en de uiteindelijk belanghebbenden buiten twijfel staan. Daarbij betrekt de Ksa antecedenten, waaronder overtredingen van Nederlandse en buitenlandse kansspelregelgeving. Betrokkenheid bij illegaal online kansspelaanbod weegt daarbij zwaar.
Zoals ik heb aangegeven in mijn antwoord op vraag 1 heeft mede naar aanleiding van de motie-Postema de Ksa beleidsregels vastgesteld op grond waarvan een aanvrager en andere relevante (rechts)personen zich gedurende twee jaar en negen maanden voorafgaand aan de aanvraag en tijdens de behandeling daarvan moesten hebben onthouden van op Nederland gericht onvergund aanbod.2 Het niet voldoen aan die criteria heeft er meerdere keren toe geleid dat een vergunning niet werd verleend.
Vraag 4:
Welke maatregelen bent u bereid te treffen om ervoor te zorgen dat dergelijke bedrijven, al dan niet via listige constructies, niet langer toegang hebben tot de Nederlandse gokmarkt?
Vraag 5:
Kunt u hierbij ook ingaan op de rol van de Kansspelautoriteit?
Antwoord op vragen 4 en 5:
Op dit moment zie ik geen aanleiding voor specifieke aanvullende maatregelen op het gebied van de toetsing van de betrouwbaarheid van bedrijven die een vergunning hebben aangevraagd. Voor het aanbieden van kansspelen op afstand geldt al een streng stelsel van integriteits- en betrouwbaarheidseisen.
De Ksa beoordeelt vergunningaanvragen, relevante wijzigingen en signalen die aanleiding geven tot nader onderzoek. Bij twijfel kan zij binnen het bestaande instrumentarium optreden en een vergunninghouder nadere verplichtingen opleggen, boetes opleggen of zelfs overgaan tot het intrekken van een vergunning. Het is aan de Ksa om die instrumenten in concrete gevallen toe te passen.
1 Kamerstukken I 2018/19, 33 996, nr. L en Artikel 3.8 in beleidsregels vergunningverlening kansspelen op afstand van Kansspelautoriteit, zie Staatscourant 2021, nr. 13407.
2 Daarnaast mocht de aanvrager mocht in die strikt omlijnde afkoelingsperiode geen webpagina met Nederlandse extensie (.nl) hebben gehad, geen reclame hebben gemaakt gericht op Nederland, geen webpagina’s in het Nederlands hebben gehad of webpagina’s zich op Nederland richten en geen betaalmiddelen gebruiken die uitsluitend of grotendeels door Nederlanders worden gebruikt.
Lead-foto via Jeroen Meuwsen / NL Beeld.