Vrijdag 10 april 2026

Speel bewust

Nieuw BOS-rapport maakt kanttekening bij gangbaar narratief over probleemgokken in Zweden

Peter-Paul de Goeij column CasinoNieuws.nl

Tijdens een lunchseminar georganiseerd door de Zweedse branchevereniging BOS in Stockholm heeft econoom Ola Nevander dinsdag een nieuw rapport gepresenteerd over de ontwikkeling van probleemgokken in Zweden. Het gaat om het tweede deel in een tweeluik van een onderzoek uitgevoerd in opdracht van BOS.

Dit is een bijdrage van Peter-Paul de Goeij. De Goeij is eigenaar van Quod Bonum Consulting, voormalig directeur van branchevereniging NOGA, en mede-naamgever van Feitmans & PeePee, een podcast die hij samen maakt met ervaringsdeskundige Feite Hofman, tevens een columnist voor CasinoNieuws.nl.

Over het eerste deel berichtte Casinonieuws in november vorig jaar al dat probleemgokken in Zweden over langere tijd juist is afgenomen, ondanks de sterke groei van online gokken, het spelaanbod, de reclame-uitgaven en de technische toegankelijkheid van de markt.

De presentatie van dit tweede deel komt op een moment waarop probleemgokken, kanalisatie en de houdbaarheid van de Zweedse regulering opnieuw hoog op de agenda staan. Eerder deze maand sprak ook minister van Financiële Markten Niklas Wykman op een ander BOS-seminar over de Zweedse spelpolitiek. Daarbij stonden kansspelbelasting en kanalisatie nadrukkelijk centraal. Op een vraag uit het publiek antwoordde Wykman dat de Zweedse regering de kansspelbelasting voor nu niet zal verhogen, vooral niet vanwege de te verwachten negatieve effecten op de kanalisatie.

Ongemakkelijk

De kern van Nevanders nieuwe rapport is opnieuw ongemakkelijk voor wie ervan uitgaat dat online groei, meer reclame en een breder spelaanbod vanzelf tot meer probleemgokken leiden. Volgens het rapport getiteld ‘The Development of Problem Gambling in the Swedish Gambling Market’ is het aandeel probleemspelers in Zweden juist gedaald, van 2,2% in 2008/2009 naar 1,3% in 2021. BOS benadrukt daarbij dat de Zweedse overheid inmiddels dringend nieuw prevalentieonderzoek zou moeten laten uitvoeren, omdat de laatste Swelogs-meting alweer uit 2021 dateert. 

Dat is relevant, omdat dit rapport nadrukkelijk voortbouwt op de eerdere BOS-studie waar CasinoNieuws al over berichtte in het artikel ‘Probleemgokken in Zweden daalt, ondanks online groei’. Ook toen was de boodschap dat de ontwikkeling van probleemgokken in Zweden niet het beeld bevestigt dat in het publieke debat vaak wordt geschetst. De nieuwe follow-up werkt die analyse verder uit en verbindt die explicieter aan marktstructuur, regulering en preventie.

Volgens het rapport is de daling niet alleen relatief, maar ook absoluut. Het geschatte aantal probleemspelers zou tussen 2008/2009 en 2021 met ongeveer 57.000 zijn afgenomen. Ook de bredere groep spelers met enig risico op gokproblemen is volgens Nevander fors kleiner geworden. Tegelijk bleef de zwaarste categorie probleemspelers over de jaren heen klein en min of meer stabiel. 

Causaliteit ontbreekt

Opvallend is dat het rapport juist géén eenvoudige positieve relatie vindt tussen probleemgokken en drie factoren die in politieke en maatschappelijke discussies vaak als hoofdverdachten worden aangewezen: marketing, productaanbod en toegankelijkheid. De marketinguitgaven van gokbedrijven zijn sinds 2000 sterk gestegen, het online spelaanbod is explosief gegroeid en de technische toegankelijkheid van gokken is door internet en smartphones vrijwel maximaal geworden. Toch laten de Zweedse bevolkingsdata volgens Nevander in diezelfde periode geen stijging van probleemgokken zien, maar juist een daling. 

Daarmee zegt het rapport niet dat reclame, productontwerp of beschikbaarheid onbelangrijk zijn. Wel dat de Zweedse cijfers geen steun geven aan een simpele aanname dat meer aanbod en meer blootstelling automatisch leiden tot meer probleemspelers. Eventuele effecten lijken volgens de onderzoeker eerder selectief, contextafhankelijk en geconcentreerd in specifieke risicogroepen dan lineair zichtbaar op bevolkingsniveau. 

Kanalisatie

Waar het rapport wel veel nadruk op legt, is op kanalisatie. Zolang spelers binnen de vergunde markt blijven, kunnen zorgplicht, zelfuitsluiting, stortingslimieten en datagedreven monitoring daadwerkelijk worden toegepast. Zodra echter online gokkers uitwijken naar onvergunde of illegale aanbieders, verdwijnen die instrumenten vrijwel geheel uit beeld. Dat maakt kanalisatie volgens het rapport niet alleen een marktindicator, maar vooral ook een voorwaarde voor effectieve consumentenbescherming. 

Aantrekkelijkheid

Precies daar raakt het rapport aan de actuele Zweedse beleidsdiscussie. De Zweedse markt, is net als in Nederland de afgelopen jaren steeds strenger gereguleerd, terwijl tegelijk zorgen bestaan over het weglekken naar het onvergunde aanbod. In dat licht is de boodschap van Nevander helder: preventie werkt het best binnen een markt waarin gokkers juist niet worden weggeduwd uit het gereguleerde systeem. Dat geeft extra gewicht aan het debat over kansspelbelasting, bonusrestricties en andere maatregelen die de aantrekkelijkheid van het legale aanbod negatief beïnvloeden. 

Het rapport bevat daarnaast een bredere Noordse vergelijking. Daarin komt Zweden naar voren als het land met de laagste prevalentie van probleemgokken op basis van PGSI 3+, al plaatst de onderzoeker daar zelf de kanttekening bij dat meetjaren, leeftijdsgroepen en methodes niet volledig gelijk lopen. Toch gebruikt BOS die vergelijking nadrukkelijk om te onderstrepen dat een vergunde markt met hoge kanalisatie en goed werkende interventies beter in staat is om gokschade te beperken dan een stelsel waarin veel spelers buiten beeld verdwijnen. 

Onderzoeker Nevander sluit overigens niet af met een pleidooi voor versoepeling van de regels, maar juist met een pleidooi voor beter onderbouwd beleid. In het rapport worden onder meer zelfuitsluiting, pre-commitment (zoals het instellen van limieten), risicomodellen op basis van data en psychologische behandelmethoden zoals cognitieve gedragstherapie besproken als instrumenten die, mits goed ingebed en op elkaar afgestemd, kunnen bijdragen aan schadebeperking. De algemene boodschap is daarmee niet dat probleemgokken geen probleem is, maar dat effectief beleid begint bij een juiste diagnose van het probleem.

Reacties

Na de presentatie van de resultaten gaven psycholoog Jakob Jonsson en Immense-directeur Jesper Kärrbrink hun reactie op het onderzoek. Zij bespraken welke maatregelen volgens hen noodzakelijk zijn om probleemgokken terug te dringen tot een minimaal niveau. Kärrbrink gaf aan dat, hoewel de cijfers relatief laag zijn, nog altijd honderdduizenden Zweden met gokproblematiek kampen. Hij pleitte voor een aantrekkelijker gereguleerde markt en wees op het effect van welkomstbonussen, die momenteel veel Zweden naar illegale aanbieders laten overstappen. Het kanalisatiecijfer is veel te laag en dient volgens hem weer te stijgen naar ten minste 90%. Tevens benadrukte hij het belang van het onderzoeken en vergelijken van zoveel mogelijk identieke datasets; alleen door nauwkeurige en consistente metingen kan inzicht worden verkregen in de daadwerkelijke kanalisatie.

Jonsson herkende de situatie die in het onderzoek werd beschreven en sluit zich aan bij de analyse van Kärrbrink. Hij gaf aan dat het nodig is om het totale spelgedrag van klanten te volgen, niet alleen per bedrijf. Een centraal systeem zou bijdragen aan een betere monitoring van dergelijke spelers, en daaraan zouden maandelijkse limieten moeten worden gekoppeld. Volgens Jonsson moet er bovendien meer aandacht worden besteed aan preventieve maatregelen, met een speciale focus op jongere klanten.

Relevant buiten Zweden?

De BOS-follow-up is zeker ook relevant buiten Zweden, aangezien in Nederland hetzelfde debat speelt over de effecten van reclame, het belang van kanalisatie en de mogelijke gevolgen van strengere maatregelen. Uit deze Zweedse vervolgstudie blijkt in ieder geval dat beleid gebaseerd op impuls iets heel anders is dan beleid gebaseerd op data en onderzoek.

Lead-foto Peter-Paul de Goeij via Gaming in Holland.

Laat een reactie achter

Peter-Paul de Goeij NOGA

Peter-Paul de Goeij

Managing Consultant Quod Bonum Consulting
Peter-Paul de Goeij is de voormalige directeur van branchevereniging NOGA. Tegenwoordig is De Goeij woonachtig in Zweden en werkzaam als onafhankelijk consultant met zijn bedrijf Quod Bonum Consulting en maakt hij samen met Feite Hofman onregelmatig de podcast Feitmans & PeePee, over gokken enzo.