Dinsdag 16 juli 2024

Speel bewust

In gesprek met Ipsos I&O over Barometer en WODC onderzoek

Ipsos I&O publiceerde recent twee onderzoeken over kansspelen. Hoewel de onderzoeken verschillende doelstellingen hebben, wordt in beide onderzoeken aandacht besteed aan het aantal ‘nieuwe’ online gokkers. CasinoNieuws.nl sprak met de onderzoekers van Ipsos I&O over de onderzoeksuitkomsten.

In de afgelopen weken verschenen er twee onderzoeken met betrekking tot de online kansspelmarkt:

Het eerste onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van brancheverenigingen NOGA en VNLOK en het tweede onderzoek in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC). Beide onderzoeken werden uitgevoerd door onderzoeksbureau Ipsos I&O.

In beide onderzoeken werd de kansspelmarkt van meerdere kanten belicht. Zowel in het onderzoek van het WODC als in de Barometer werd geschreven over het aantal ‘nieuwe gokkers’. Dit zijn gokkers die pas na de legalisering van online kansspelen op 1 oktober 2021 zijn begonnen met online gokken.

In de Online Kansspel Barometer wordt beschreven dat “42% van de spelers die na 1 oktober hebben gegokt, dat voor 1 oktober niet deed”. In het WODC-onderzoek staat dat 70% van de laatste-jaar-spelers pas na oktober 2021 voor het eerst online heeft gespeeld. CasinoNieuws.nl vroeg aan Sander Nieuwkerk en Charlotte van Miltenburg, beiden senior onderzoeker bij Ipsos I&O, hoe de twee ogenschijnlijk verschillende percentages geïnterpreteerd moeten worden. Nieuwkerk werkte mee aan de Online Kansspel Barometer. Van Miltenburg was een van de onderzoekers van het WODC-onderzoek.

OnderzoekWat is er onderzocht/gevraagd?Uitkomt
Online Kansspel BarometerHoeveel online gokkers die na 1 oktober 2021 hebben gegokt, gokten voor die datum nog niet online?42%
Deelname aan kansspelen in Nederland: meting 2024Hoeveel online gokkers die in de afgelopen twaalf maanden online hebben gegokt, gokten nog niet voor 1 oktober 2021?70%

Vraagstelling

Nieuwkerk en Van Miltenburg lichten toe dat de twee onderzoeken volledig los van elkaar zijn uitgevoerd. De onderzoeken werden namelijk in eerste instantie uitgevoerd door twee verschillende onderzoeksbureaus: Ipsos en I&O Research. Nadat de voorbereidingen van beide onderzoeken waren gestart, nam Ipsos onderzoeksbureau I&O Research over. Sindsdien gaan de organisaties verder onder de gezamenlijke naam Ipsos I&O.

In de twee onderzoeken verschilt de gehanteerde vraagstelling wezenlijk en ook de groep mensen waarover het gaat, verschilt tussen de onderzoeken. Hierdoor zeggen de beide percentages volgens Van Miltenburg twee verschillende dingen:

  • In de Online Kansspel Barometer krijgen alle Nederlanders die na oktober 2021 online hebben gegokt de gesloten vraag ‘Heeft u online gegokt voor 1 oktober 2021?’ Zij konden ja of nee antwoorden. Nieuwkerk benoemt hierbij dat deze vraag al een aantal jaar op deze manier wordt gesteld. Het belang van de vergelijkbaarheid met vorige metingen is een reden om de vraagstelling niet aan te passen.
  • In het WODC-onderzoek werd een vraag gesteld aan Nederlanders die in het afgelopen jaar een online kansspel hadden gespeeld. Zij moesten per type kansspel dat zij hadden gespeeld, invullen in welk jaar zij dat voor het eerst hadden gedaan. Van Miltenburg licht toe dat met een dergelijke vraagstelling meer een beroep wordt gedaan op het geheugen van de ondervraagden.

Het WODC-onderzoek zegt dus iets over mensen die in het laatste jaar een online kansspel hebben gespeeld, terwijl de Barometer uitspraken doet over alle mensen die sinds oktober 2021 online hebben gegokt. Dat het WODC-onderzoek een hoger percentage nieuwe spelers vindt, is volgens van Miltenburg daarom logisch:

“Uit de Monitoringsrapportage van de Kansspelautoriteit blijkt dat het aantal actieve spelers sinds oktober 2021 toeneemt. Er komen steeds nieuwe spelers en accounts bij. In de Barometer staan uitspraken over mensen die grofweg in de afgelopen drie jaar wel eens online hebben gegokt. In het WODC-onderzoek doen we alleen uitspraken over spelers die in het afgelopen jaar online hebben gegokt. Een kortere tijdsspanne dus. Dan is het logisch dat de groep waarover we het hebben in het WODC-onderzoek, vergeleken met de barometer, naar verhouding voor een groter deel bestaat uit nieuwe gokkers.”

Charlotte van Miltenburg

Het verschil tussen de vraagstellingen komt mede voort uit het feit dat de onderzoeken verschillende doelstellingen hadden. Nieuwkerk:

“In essentie verschillen de onderzoeken van elkaar. Het WODC-rapport is een prevalentie-onderzoek, waarbij is gekeken naar de exacte percentages van het aandeel gokkers in Nederland, zowel offline als online. De vraagstelling is hierop toegespitst […] De Barometer gaat in de basis over de perceptie van online gokken, en daar zijn de vragen uit dat onderzoek op gebaseerd. Daarnaast wordt de Barometer al een aantal jaar uitgevoerd, waardoor het voor de trends van belang is om de vraagstelling niet aan te passen.”

Sander Nieuwkerk

Zelfrapportage

In de onderzoeksverantwoording van het WODC-onderzoek wordt beschreven dat er sprake is van zelfrapportage: De ondervraagden moeten zelf aangeven of zij gokken, wanneer zij gegokt hebben, en wanneer zij begonnen zijn. Dat betekent dat de beantwoording van de vragen mede bepaald wordt door de mate waarin de respondenten zich zaken nog (goed) herinneren. Immers wordt gevraagd naar gedrag in het verleden. Er is daarom mogelijk sprake van een mogelijk herinneringseffect. Dat heet ‘recall bias’. Van Miltenburg licht toe dat dit niet alleen geldt bij onderzoek naar gokken, maar bij al het onderzoek waarbij respondenten gevraagd wordt naar hun gedrag:

“Voor prevalentiestudies is het afnemen van een online vragenlijst een heel gangbare manier, maar iedere onderzoeksmethode heeft beperkingen. Bij deze onderzoeken is dat herinneringseffect een van die beperkingen. Maar door voor de specifieke onderzoeksvraag de best passende methode te kiezen en de juiste kaders te scheppen voor de respondenten, zoals een duidelijke instructie en een duidelijke vraagstelling, minimaliseer je de impact ervan.”

Charlotte van Miltenburg

In dit kader bespreekt Casinonieuws.nl met de onderzoekers het percentage spelers van online krasloten. Volgens het WODC-onderzoek heeft 2% van de Nederlandse bevolking in het afgelopen jaar online krasloten gespeeld. Dit percentage ligt even hoog als bijvoorbeeld online gokkasten terwijl online krasloten verboden zijn in Nederland.

Desgevraagd laat Van Miltenburg weten dat ook hierbij vooraf duidelijk is aangegeven wat wordt bedoeld met online krasloten:

“De krasloten die via Krasloten.nl gekocht kunnen worden en worden thuisbezorgd, zijn niet meegerekend als online kansspel, maar worden gezien als fysiek kansspel. Ook hier gaat het om het meegeven van de juiste kaders en uitleg, en, omdat het om iets illegaals gaat, ook om het waarborgen van anonimiteit. Vervolgens beantwoordt 2% van de respondenten de vraag over online krasloten met ‘ja’.”

Charlotte van Miltenburg

Nieuwkerk voegt er nog aan toe dat het iets illegaals is, en daarmee moeilijk om het op een andere manier te kwantificeren. “Dan moeten we ons beroepen op wat respondenten daar zelf op zeggen.”

Evaluatie van de onderzoeken

Ondanks de verschillen tussen de onderzoeken in termen van doel- en vraagstelling, zijn beide onderzoeken wel representatief voor de samenleving volgens de onderzoekers van Ipsos I&O. De ondervraagde groep is representatief en gewogen naar de demografische gegevens van de samenleving.

Er is geen weging toegepast op gokgedrag. Nieuwkerk legt uit dat een weging op gokgedrag niet zinvol is, omdat het gokgedrag juist gemeten wordt met behulp van het onderzoek.

De onderzoekers van Ipsos I&O kunnen op dit moment nog niet zeggen of de onderzoeken, als zij die nog een keer zouden uitvoeren, meer op elkaar worden afgestemd. “We zullen op dat moment, en in overleg met onze opdrachtgevers, bekijken hoe we het beste te werk kunnen gaan”, zegt Van Miltenburg. Hier speelt opnieuw mee dat de onderzoekers verschillende zaken moeten afwegen, zoals het belang van vergelijkbaarheid met een vorige meting. Door de vraagstelling aan te passen in een van de onderzoeken wordt het niet (goed) mogelijk om de gewenste trend in beeld te brengen.

Jongvolwassenen

Tot slot kwam ter sprake dat in de twee onderzoeken van Ipsos verschillende definities voor de groep ‘jongvolwassenen’ werden gebruikt. In het Besluit Werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen wordt bij jongvolwassenen gesproken over mensen van 18 tot en met 23 jaar. In de onderzoeken is de groep ‘jongvolwassenen’ op verschillende manieren afgebakend:

  • In de Online Kansspel Barometer wordt met jongvolwassenen de groep van 18 tot en met 34 jaar bedoeld.
  • In het WODC-onderzoek gaat het om 18 tot en met 24-jarigen.

Voor de Online Kansspel Barometer geldt dat er bij de eerste editie voor gekozen is om 18 tot en met 34 jaar te gebruiken. Om de eerder genoemde trend te onderzoeken is dit in vervolgonderzoeken niet aangepast. Nieuwkerk licht toe dat het wel mogelijk is om de leeftijdsgroepen verder te specificeren. Dat geldt ook voor het andere onderzoek, maar Van Miltenburg legt uit dat 18 tot en met 24 jaar een standaard leeftijdscategorie is die gebruikt wordt in onderzoeken van het bureau. Het beeld over de 18 tot en met 24-jarigen dat naar voren komt uit het onderzoek is volgens Van Miltenburg niet afwijkend van het beeld voor 18 tot en met 23-jarigen.

Partners

CasinoNieuws.nl heeft overeenkomsten met aanbieders van online kansspelen en gebruikt hiervoor affiliate-links. Als u via zo’n link een account aanmaakt, dan krijgen wij daar een commissie voor, zonder extra kosten voor u. Onze partners hebben geen invloed op de redactionele inhoud en reviews van CasinoNieuws.

Jeffrey Noeken CasinoNieuws.nl

Jeffrey Noeken

Senior Redacteur CasinoNieuws.nl
Jeffrey Noeken is senior redacteur bij CasinoNieuws.nl. Hij is een expert op het gebied van de Nederlandse en Curaçaose kansspelwetgeving.

Laat een reactie achter