Zondag 24 mei 2026

Speel bewust

Niels Meloen: Bonussen en kansspelbelasting: tijd voor herbezinning?

Niels Meloen Taxand kansspelbelasting interview CasinoNieuws.nl

Bonussen zijn onlosmakelijk verbonden met online kansspelen. Al ver voor de regulering van de online kansspelmarkt vormden bonussen een kerninstrument voor speler retentie, reactivatie en acquisitie. Sinds de inwerkingtreding van de Wet Kansspelen op Afstand (“KOA”) zijn de wettelijke mogelijkheden om bonussen aan te bieden echter aanzienlijk ingeperkt.

Het fiscale kader is daarin niet meegegroeid. Integendeel: de Belastingdienst past op bonussen nog steeds een benadering toe die uitgaat van volledige belastingheffing op basis van een theoretisch bruto spelresultaat. Een methodiek die volledig losstaat van de economische realiteit. Dat wringt zowel economisch als fiscaal.

Bonussen mogen sinds de regulering in oktober 2021 alleen onder strikte voorwaarden worden aangeboden. Zij mogen in elk geval niet worden gericht op jongvolwassenen (jonger dan 24 jaar) en andere kwetsbare groepen, niet tijdens deelname aan een spel worden aangeboden en niet worden afgestemd op individueel speelgedrag. Daarnaast zijn cashback-bonussen verboden. Bovendien gelden transparantie- en instemmingseisen en kan de Kansspelautoriteit voor een bepaalde periode aan kansspelaanbieders bonusrestricties opleggen.

Daarmee is de bonus feitelijk gedegradeerd tot een beperkt inzetbaar loyaliteitsmiddel, enkel binnen een afgebakende doelgroep. Een breed bonusaanbod – zoals “gratis speelgeld voor nieuwe spelers” – is daarmee in de praktijk sterk ingeperkt.

Een breed bonusaanbod – zoals “gratis speelgeld voor nieuwe spelers” – is daarmee in de praktijk sterk ingeperkt.

De waarde van bonussen zit niet in de geldelijke uitkering, maar in de gedragsbeïnvloedende werking. Zij vormen een uitgesteld commitment dat pas waarde krijgt zodra aan vooraf gestelde voorwaarden wordt voldaan. Economisch bezien is de bonus een marketingkost die pas tot besteding leidt na voldoende betrokkenheid door de speler.

Bonussen kunnen bovendien ongebruikt blijven of vervallen. In dat licht is het – vanuit fiscaal en economisch perspectief – opmerkelijk dat de Belastingdienst dergelijke bedragen als volwaardige ‘inzetten’ kwalificeert en uitkeringen daaruit niet onmiddellijk als prijs accepteert.

De huidige fiscale praktijk

Bij vergunde kansspelaanbieders vindt belastingheffing plaats over het verschil tussen ontvangen inzetten en uitgekeerde prijzen – het bruto spelresultaat. Voor fiscale doeleinden wordt momenteel geen onderscheid gemaakt tussen stortingen door spelers en door de aanbieder verstrekte bonussen. Zodra het saldo op de bonus- of spelersrekening staat, geldt elke inzet – ongeacht de bron – als belastbare inzet.

Daartegenover staat dat prijzen pas als zodanig worden erkend zodra zij onvoorwaardelijk zijn toegekend. Dit is bijvoorbeeld het geval als een speler de bonus volledig heeft vrijgespeeld.

Die benadering leidt tot een asymmetrisch systeem waarin bonussen wel bijdragen aan de heffingsgrondslag, maar prijsuitkeringen daaruit pas later – en slechts bij vervulling van (rondspeel)voorwaarden – aftrekbaar zijn. Het gevolg: belastingheffing op fictie, zonder rekening te houden met het feitelijke risico of de realisatie van economische waarde.

Hoewel de Wet op de kansspelbelasting een autonome heffingssystematiek kent – belasting over het bruto spelresultaat – en het leerstuk van goed koopmansgebruik zoals we dat kennen in de inkomsten- en vennootschapsbelasting dus niet geldt, wijkt de kansspelbelastingwetgeving bewust af van dit uitgangspunt. Zou goed koopmansgebruik wél maatgevend zijn, dan zou de behandeling van bonussen fundamenteel anders uitpakken.1

Zou goed koopmansgebruik wél maatgevend zijn, dan zou de behandeling van bonussen fundamenteel anders uitpakken.

In zijn arrest van 29 juni 2007 (ECLI:NL:HR:2007:AZ2862) heeft de Hoge Raad bevestigd dat voor het moment van heffing het onvoorwaardelijk ter beschikking stellen van een prijs doorslaggevend is. Zolang een speler niet aan de bonusvoorwaarden heeft voldaan, is er geen onvoorwaardelijk recht op uitbetaling – en dus geen prijs.

Maar als de inzet wél per direct wordt belast, ontstaat een fiscale disbalans: wel heffing op niet-definitieve inzet, geen aftrek van niet-definitieve prijs. Daarmee wordt de systematiek van het bruto spelresultaat – het verschil tussen ontvangen inzetten en ter beschikking gestelde prijzen – oneigenlijk toegepast.

Illegale aanbieders: fiscale asymmetrie

Voor niet-vergunde aanbieders is de fiscale behandeling fundamenteel anders. Spelers die bij illegale aanbieders gokken zijn belastingplichtig voor de kansspelbelasting over de positieve maandwinst (ontvangen prijzen minus gedane inzetten). Bonussen – die in het illegale circuit in grote mate worden verstrekt – leiden in dat systeem niet tot belastingheffing, tenzij zij leiden tot gerealiseerde, onvoorwaardelijke prijsuitkeringen.

De fiscale behandeling is dus ‘nuchterder’ en in lijn met de economische realiteit. Dat leidt tot een paradox: juist de gereguleerde markt, waarvoor de regering een hoge kanalisatie nastreeft, wordt geconfronteerd met de zwaarste fiscale lastendruk. Dit terwijl, zoals eerder uiteengezet in mijn bijdrage over de verhoging van de kansspelbelasting, de legale markt al onder druk staat van verhoogde belastingtarieven, strengere compliance-eisen en hogere structurele kosten.

Toelichting vanuit de wetgever

De wetgever heeft in 2014 in de memorie van toelichting ter voorbereiding op de Wet KOA erkend dat bonussen een essentieel instrument zijn voor het legaal en verantwoord aanbod van online kansspelen. Volgens de toelichting zijn bonussen “onmisbaar voor een attractief legaal aanbod” en vormen zij “een belangrijk instrument in de concurrentie tussen vergunninghouders en illegale aanbieders” (MvT, Kamerstukken II 2013/14, 33996, nr. 3, p.28).

Tegelijkertijd heeft de wetgever bepaald dat bonussen niet aftrekbaar zijn bij de berekening van het bruto spelresultaat. De achterliggende gedachte was het voorkomen van bonusinflatie: als bonussen fiscaal (direct) als prijs in aftrek zouden komen, zouden aanbieders fiscaal worden geprikkeld om steeds meer en hogere bonussen uit te keren.

Dat zou leiden tot een structureel lagere heffingsgrondslag en een concurrentiestrijd waarbij het aandeel bonussen in het spelaanbod onevenredig groot zou worden.

Die motivering is te eenvoudig en inmiddels achterhaald. Sinds 2021 is het bonussenbeleid niet alleen wettelijk begrensd, maar ook een actief toezichtobject van de Kansspelautoriteit. Overtreding kan leiden tot handhavend optreden en boetes. Daarnaast is bij de invoering van de Beleidsregels Verantwoord Spelen per 1 oktober 2024 een netto-maandelijkse stortingslimiet ingesteld van maximaal € 700 per kalendermaand (€ 300 voor jongvolwassenen).

Hoewel deze limiet niet expliciet op bonussen is gericht, functioneert zij impliciet als limitering van het bonusaanbod. Daarmee bestaat er in de huidige praktijk geen noodzaak meer voor een aanvullende fiscale prikkel om excessief bonusgebruik te voorkomen.

Doordat bonussen wettelijk als inzet worden aangemerkt, verhogen zij één-op-één de heffingsgrondslag, ook wanneer economisch geen sprake is van een daadwerkelijke inleg door de speler.

Bovendien ontstaat in de praktijk een veel fundamenteler probleem dan alleen het voorkomen van bonusinflatie. Doordat bonussen wettelijk als inzet worden aangemerkt, verhogen zij één-op-één de heffingsgrondslag, ook wanneer economisch geen sprake is van een daadwerkelijke inleg door de speler.

Dat leidt tot een asymmetrisch en kunstmatig zwaar regime: elke bonus verhoogt de belastbare opbrengst, terwijl de corresponderende uitkeringen pas later en slechts onder voorwaarden in aftrek kunnen worden gebracht.

Rechtbank Den Haag, 18 juli 2025

In de recente uitspraak van Rechtbank Den Haag van 18 juli 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:13210) heeft de rechter geoordeeld dat free bets (en daarmee bonussen in bredere context) tot de grondslag van het bruto spelresultaat behoren. De rechtbank verwijst daarbij expliciet naar de memorie van toelichting, waarin staat dat ook gratis verstrekte speeltegoeden tot de inzetten worden gerekend.

Deze benadering heeft een duidelijk instrumentalistisch karakter, gericht op het beperken van de aantrekkelijkheid van kansspelen. Vanuit maatschappelijk oogpunt is dat begrijpelijk. Vanuit financieel (en praktisch) oogpunt leidt dit echter tot uitdagingen: het legale aanbod wordt minder concurrerend ten opzichte van het illegale aanbod.

Recente signalen van de Kansspelautoriteit wijzen er bovendien op dat het brutospelresultaat in de online markt is gedaald, wat ook de belastingopbrengsten onder druk zet. Deze ontwikkeling illustreert de spanning tussen juridisch consistente uitleg en effectief, instrumentalistisch kansspelbeleid.

Slotbeschouwing – herbezinning gewenst

Met de uitspraak van Rechtbank Den Haag van 18 juli 2025 lijkt de discussie over de vraag of free bets of andere bonusvormen tot de grondslag van het bruto spelresultaat behoren voorlopig beslecht. De belastingplichtige in kwestie heeft echter hoger beroep ingesteld, zodat het wachten is op het oordeel van het gerechtshof.

Daarnaast wordt tenminste één andere procedure verwacht waarin de belastingheffing over bonussen centraal zal staan. De wettekst van artikel 3 Wet op de kansspelbelasting laat op zichzelf ruimte voor interpretatie, maar de parlementaire geschiedenis en het doel van de Wet KOA laten hierover geen misverstand bestaan.

De vraag lijkt daarmee niet langer primair fiscaal-juridisch, maar beleidsmatig: draagt deze uitleg nog bij aan de doelstellingen van het Nederlandse kansspelbeleid, met name kanalisatie en consumentenbescherming?

De praktijk laat zien dat de belastingheffing over juridisch bruto- opbrengst, maar feitelijk uit eigen middelen gefinancierde gratis deelnames, de winstgevendheid van legale aanbieders drukt en hun concurrentiepositie ten opzichte van het illegale aanbod sterk verzwakt.

De praktijk laat zien dat de belastingheffing over juridisch bruto- opbrengst, maar feitelijk uit eigen middelen gefinancierde gratis deelnames, de winstgevendheid van legale aanbieders drukt en hun concurrentiepositie ten opzichte van het illegale aanbod sterk verzwakt.

Er zijn bovendien solide fiscale argumenten om bonussen – althans hun initiële toekenning en inzet – buiten de heffingsgrondslag te laten:

  • De speler verwerft geen economische claim; de bonus is voorwaardelijk en vervalt bij inactiviteit.
  • De prijsuitkeringen zijn pas aftrekbaar bij onvoorwaardelijkheid; hetzelfde beginsel zou ook aan de inzetzijde moeten gelden.
  • De oorspronkelijke ratio (voorkomen van bonusinflatie) is feitelijk achterhaald door het restrictieve bonusregime dat sinds oktober 2021 geldt en de stortingslimiet die sinds oktober 2024 geldt.

Een herbezinning van de fiscale behandeling zou dan ook wenselijk zijn. De huidige benadering belast economische fictie, frustreert het speelveld met het illegale aanbod en legt een onevenredige last op aanbieders die aan alle regels voldoen.

Voor kansspelaanbieders betekent dit dat fiscale risico’s rond bonussen voorlopig onverminderd aanwezig blijven. De Belastingdienst hanteert een strikte lezing: bonussen verhogen direct de heffingsgrondslag, ook als zij economisch geen daadwerkelijke inleg vormen.

Aanbieders doen er goed aan hun administratieve inrichting en contractuele documentatie hierop scherp af te stemmen. Tegelijkertijd is het belangrijk om bezwaar- en beroepsprocedures strategisch te beoordelen: enerzijds om rechten veilig te stellen, anderzijds om kansen in toekomstige jurisprudentie of beleidswijzigingen te benutten.

In sommige gevallen kan het lonen om de discussie principieel aan de rechter voor te leggen. Dit kan niet alleen leiden tot een gunstiger fiscale uitkomst, maar ook bijdragen aan meer duidelijkheid in de sector. Juist in een speelveld waar wetgeving, toezicht en fiscaliteit elkaar kruisen, is een proactieve en goed onderbouwde aanpak essentieel.

1 Alleen de daadwerkelijke stortingen door spelers kwalificeren als inzet; bonussen zijn economisch te duiden als marketinguitgave van de aanbieder, niet als opbrengst of inzet – zij vergroten de economische winst niet, maar vormen een (voorwaardelijke) kost die pas relevant wordt als zij tot een uitbetaling leiden; en prijsuitkeringen blijven aftrekbaar zodra zij onvoorwaardelijk zijn toegekend, in lijn met het realiteits- en voorzichtigheidsbeginsel.

Dit is een bijdrage van Niels Meloen, belastingadviseur bij Borgen Tax (voorheen bekend als Taxand Nederland) met een focus op de kansspelsector. Hij adviseert zowel aanbieders, affiliates als spelers over de heffing van kansspelbelasting, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting en de samenloop tussen deze belastingen, en staat hen bij in geschillen met de Belastingdienst en belastingrechter. Pull-quotes keuze door CasinoNieuws.

Gepubliceerd: . Laatste update: .

Partners

CasinoNieuws.nl heeft overeenkomsten met aanbieders van online kansspelen en gebruikt hiervoor affiliate-links. Als u via zo’n link een account aanmaakt, dan krijgen wij daar een commissie voor, zonder extra kosten voor u. Onze partners hebben geen invloed op de redactionele inhoud en reviews van CasinoNieuws.

Er is 1 reactie op dit artikel

  1. Dit is toch absurd?
    De dupe hiervan is de consument.
    De belachelijk hoge kansspelbelasting:de dupe hiervan is de consument.
    Hierdoor lagere RTP: de dupe is de consument.
    De huidige bonussen stellen weinig voor.
    Vroeger kon je middels de bonussen en een beetje slim spelen, het hele jaar spelen met geen of weinig verlies.
    Ik heb tussen 2011 en 2021 in 10 jaar tijd 150.000 euro gestort en 149.000 laten uitbetalen.
    10 Jaar gemiddeld 10 uur per week leuk gespeeld voor 1000 euro.
    Dankzij de wekelijkse bonussen van 250 euro bij Kroon Casino.
    Goeie ouwe tijd.
    Met de huidige wetgeving en regelgeving komt dit natuurlijk nooit meer terug.
    Als de overheid zich zorgen maakt,dan weten ze wat ze moeten doen.
    De huidige regels veroorzaken juist problemen ipv de consument te beschermen.
    Het enige dat telt is zoveel mogelijk belasting innen.
    Goh,wat verrassend.
    De zogenaamde zorgen zijn verzonnen.
    Als ze zich echt zouden bekommeren om het welzijn van de spelers, zouden ze de regels wel veranderen.
    Ik snap heel goed dat spelers weer het illegale circuit ingaan.
    Dit heeft de overheid helemaal aan zichzelf te wijten.

Laat een reactie achter

Niels Meloen schrijft voor CasinoNieuws.nl

Niels Meloen

Tax Advisor Borgen Tax
Niels Meloen is belastingadviseur bij Borgen Tax (voorheen: Taxand Nederland) en heeft een focus op de kansspelsector. Hij adviseert aanbieders, spelers, affiliates, en andere service-providers over de heffing van kansspelbelasting, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting en de samenloop tussen deze belastingsoorten, en staat hen bij in geschillen met de Belastingdienst en belastingrechter.