Staatsecretaris Tjebbe van Oostenbruggen heeft in het commissiedebat Nationale fiscaliteit vastgehouden aan de raming dat de op 1 januari 2025 ingevoerde Ksb-verhoging de staatskas structureel € 200 miljoen per jaar meer gaat opleveren. Kamerlid Vijlbrief had aangedragen dat er een berekening is die laat zien dat de trapsgewijze verhoging juist € 70 miljoen per jaar kost, maar daar ging de staatssecretaris niet in mee.
Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane Tjebbe van Oostenbruggen () trof gister in de Aletta Jacobszaal in de Tweede Kamer vier kamerleden tegenover zich bij het commissiedebat Nationale fiscaliteit:
- Wendy van Eijk (
) - Luc Stultiens (
) - Bram Krouwenhoven (
)
- Hans Vijlbrief (
)
Aanvankelijk stond ook Chris Faddegon (
) op de lijst met aanwezigen bij het commissiedebat. Hij trok zich echter op het laatste moment terug uit onvrede over het pas laat ontvangen van diverse rapporten waarover gesproken zou worden.
Kamerlid Hans Vijlbrief vroeg aan het einde van zijn spreektijd in de Eerste termijn van de Kamer naar de Kansspelbelasting. Vijlbrief wilde van de staatssecretaris weten of het klopt dat de verhoging van de Kansspelbelasting zoals ingevoerd op 1 januari 2025, de staatskas niet € 202 miljoen extra gaat opleveren, maar juist € 70 miljoen per jaar kost:
“Ten slotte heb ik nog iets over fiscale regelingen maar voor ik daaraan begin, iets over de kansspelbelasting. Het kwam mij ter ore dat de verhoging daarvan, de inkomsten voor de schatkist, in plaats van verhogen, doen dalen op de lange termijn ongeveer met € 70 miljoen. Ik zou de staatssecretaris willen vragen, klopt dat?”
Hans Vijlbrief, D66
Vijlbrief refereerde daarmee aan een nog niet reeds openbaar rapport, opgesteld door EY in opdracht van Nederlandse Loterij. In dat rapport berekent het accountancykantoor (voorheen Ernst & Young) dat de trapsgewijze Ksb-verhoging juist negatief uitvalt in plaats van positief voor de staatskas.
Hoewel Vijlbrief het commissiedebat tijdelijk verliet, gaf Van Oostenbruggen aan het einde van de eerste termijn van de regering aan dat die aanname over de Ksb-verhoging niet klopt. De Staatssecretaris houdt vast aan de initiële raming van een plus van € 202 miljoen per jaar als de tweede verhoging op 1 januari 2026 wordt doorgevoerd. Daarmee blijft hij aan de door het CPB gecertificeerde bedrag:
“Dan vraagt de heer Vijlbrief als laatste of het klopt dat opbrengst van de tariefverhoging van de kansbelbelasting op termijn gaat dalen met € 70 miljoen. Voorzitter, die aanname van de heer Vijlbrief klopt niet. Het is mij ook niet geheel duidelijk waar de heer Vijlbrief dit getal vandaan haalt. De stapsgewijze verhoging van de kansbelbelasting naar 37,8% levert structureel € 202 miljoen op. Deze raming is ook gecertificeerd door het CPB. Wij vermoeden dat de heer Vijlbrief aan het getal komt op basis van een berekening uit een ander rapport. Maar uiteindelijk voor beleidsvorming hou ik me vaak – of eigenlijk altijd – vast aan wat het CPB en financiën daarover zeggen.”
Tjebbe van Oostenbruggen, Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, NSC
In de tweede termijn werd er niet teruggekomen op de Ksb-verhoging. Er werd in het commissiedebat Fiscaliteit ook niet ingegaan op de in de voorjaarsnota 2025 omlaag bijgestelde raming van de opbrengsten uit de kansspelbelasting.
Bij de te bespreken stukken was ook de brief van de staatssecretaris inzake onderzoek tariefdifferentiatie kansspelbelasting aangemeld. Na een lang traject volgend op twee moties, maakte staatssecretaris Van Oostenbrugge in mei 2025 bekend dat er geen tariefdifferentiatie zal worden ingevoerd voor de kansspelbelasting. Die brief van de staatssecretaris werd uiteindelijk niet besproken.

Lead-foto door Phil Nijhuis via Rijksoverheid.nl. Foto onderaan door Frank Op de Woerd voor CasinoNieuws.nl.