Staatssecretaris Vincent Karremans geeft aan dat er vanuit de overheid geen dekking is om een eventuele minder grote afhankelijkheid voor de sport van de kansspelsector te faciliteren. Over een tariefdifferentiatie binnen de kansspelbelasting schiep Karremans nog geen duidelijkheid.
Op 1 juli stelden kamerleden Inge van Dijk (
), Mohammed Mohandis (), en Michiel van Nispen (
) een twaalftal Kamervragen over sport. De vragen werden gesteld aan demissionair minister voor Volksgezondheid, Welzijn, en Sport Conny Helder (
) maar werden logischerwijs doorgeschoven naar haar ambtsopvolger aangezien het kabinet Schoof een dag later zitting nam.
Vandaag volgde een antwoord op dat dozijn vragen. Niet Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Fleur Agema () maar staatssecretaris Vincent Karremans (
) nam de beantwoording van de kamervragen voor zijn rekening.
Twee van de twaalf vragen gingen over kansspelen.
Tariefdifferentiatie kansspelbelasting
Vraag 8 had betrekking op de voorgestelde tarriefdifferentatie in zake de kansspelbelasting.
In oktober 2023 diende Van Dijk al een motie in om bij de kansspelbelasting een onderscheid te maken tussen verschillende soorten kansspelen. De loterijen zouden niet onder hetzelfde tarief moeten vallen als hoog-risicovolle kansspelen zoals landgebonden en online casino's. Begin deze maand vroeg ook de Cruyff Foundation namens 40 goede doelen om de loterijen uitgezonderd te laten worden van de voorgenomen verhoging van de kansspelbelasting.
In juni van dit jaar liet toenmalig Staatssecretaris Marnix van Rij al weten dat er een onderzoek naar tarriefdifferentatie kansspelbelasting liep. Hij beloofde destijds dat de uitkomst van dat onderzoek in het derde kwartaal van 2024 met de Kamer gedeeld zou worden.
Staatssecretaris Karremans herhaalde vandaag in zijn antwoord die belofte. Het bespreken van de uitkomst van dat onderzoek, laat Karremans over aan zijn collega Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst Folkert Idsinga. Het derde kwartaal van 2024 loopt af over precies twee weken.
Sport minder afhankelijk maken van opbrengsten uit kansspelen
Vraag 9 ging over de afhankelijkheid van de sportsector van de opbrengsten uit kansspelen. Hoewel de vraag algemeen van aard was, richtte Karremans in zijn antwoord zich specifiek op NOC*NSF's afhankelijkheid van de bijdrage van Nederlandse Loterij.
Karremans beschrijft dat NOC*NSF inderdaad in sterke mate in haar budget voorziet door een bijdrage van Nederlandse Loterij. Daarnaast leveren de rijksoverheid, private sponsoren en investeerders, leden van de sportbonden zelf, en gemeenten en provincies een bijdrage aan NOC*NSF.
De staatssecretaris geeft aan dat er een alternatieve bron van inkomsten gevonden moet worden voor de gelden van Nederlandse Loterij als men minder afhankelijk wil worden van de goksector. Een voorstel daartoe geeft hij in zijn antwoord niet. De Nederlandse overheid heeft in haar begroting dat namelijk niet meegenomen:
“Om de sport minder afhankelijk te laten zijn van de opbrengsten uit kansspelen zou deze afdracht vervangen moeten worden door inkomsten vanuit een alternatieve bron. Vanuit de Rijksoverheid is daar op dit moment echter geen dekking voor.”
Vincent Karremans, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Morgen is het Prinsjesdag en worden de Miljoenennota en Rijksbegroting wereldkundig gemaakt. Hoewel er de afgelopen dagen al het nodige is uitgelekt, waaronder een stuk over de kansspelbelasting die trapsgewijs ingevoerd zal worden volgens RTL, wordt er pas op de derde dinsdag van september absolute duidelijkheid verschaft over de begroting.
In augustus van dit jaar zei Karremans in een interview met De Volkskrant cryptisch dat het nog maar “afwachten” was of de verhoging van de kansspelbelasting zou zorgen voor minder inkomsten voor NOC*NSF.
Staatsdeelneming Nederlandse Loterij heeft een enkele aandeelhouder met stemrecht (de Nederlandse Staat, vertegenwoordigd door het ministerie van Financiën). Daarnaast rekent het NOC*NSF en Stichting Aanwending Loterijgelden Nederland (samen vertegenwoordigd door Stichting Kansspelbelangen NOC*NSF/ALN) als aandeelhouders waardoor de verbinding tussen de staatsdeelneming en de sportkoepelorganisatie hecht is.
2024Z11620
Antwoord van staatssecretaris Karremans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
(ontvangen 16 september 2024)
Vraag 1: Deelt u, de stelling in het artikel dat juist in ons verdeelde land, sport een verbinder is?[1]
Antwoord vraag 1: Sport kan mensen met de uiteenlopende achtergronden verbinden. Door samen sport te beleven, ontstaan waardevolle ontmoetingen die onder andere omstandigheden niet zouden plaatsvinden.
Vraag 2: Is het volgens u belangrijk om verbindende factoren in onze samenleving te koesteren en versterken?
Antwoord vraag 2: Ja, want samen kun je meer. En dat zien we bij uitstek terug in de sportwereld. Door samen te kijken, een bardienst of “fluitbeurt” te delen en met elkaar of juist tegen elkaar te sporten, kan sport bijdragen aan het versterken van die verbindingen voor de hele maatschappij.
Vraag 3: Vindt u het redelijk om van onze vrijwilligers te verwachten dat ze nog meer bij gaan dragen om de gaten die gaan ontstaan als gevolg van het gebrek aan middelen dicht te lopen?
Antwoord vraag 3: Vrijwilligers vervullen al decennia lang een enorme waarde voor de Nederlandse sport. Mede door hun inzet is de sportvereniging betaalbaar en bestuurbaar gebleven. En hoezeer de vrijwilliger ook toegewijd en loyaal is, zijn of haar bijdrage mag nooit als vanzelfsprekend gezien worden. Ook niet wanneer in de toekomst mogelijk nieuwe gaten zouden ontstaan.
Vraag 4: Kunt u voor een eerstvolgende debat Sport een reactie aan de Kamer sturen hoe u de motie Mohandis c.s. over een meerjarige strategie voor sportverenigingen (Kamerstuk 36410-XVI 134) gaat uitvoeren?
Antwoord vraag 4: Zoals aangegeven in de brief[2] van 2 april 2024 streef ik ernaar uw Kamer hier voor het wetgevingsoverleg over begrotingsonderdeel Sport en Bewegen voor het jaar 2025, nader over te informeren.
Vraag 5: Wanneer informeert u de Kamer over de uitkomst van de gesprekken en acties die het kabinet onderneemt en gaat ondernemen met betrekking tot regeldruk bij vrijwilligersorganisaties en filantropische instellingen naar aanleiding van het ‘Eindrapport onderzoek regeldruk bij vrijwilligersorganisaties en filantropische instellingen’, zoals toegezegd in de Kamerbrief over eindrapport onderzoek regeldruk bij vrijwilligersorganisaties en filantropische instellingen?[3]
Antwoord vraag 5: De staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg informeert uw Kamer naar verwachting in het vierde kwartaal van 2024 over de aanpak regeldruk vrijwilligersorganisaties en filantropische instellingen.
Vraag 6: Hoe kijkt u naar de voorstellen die het CDA gedaan heeft in de fractievisie ‘Vereniging Nederland: Het betrokken alternatief voor de BV Nederland’?[4] Bent u bereid op de voorstellen afzonderlijk te reageren?
Antwoord vraag 6: De staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg gaat de voorstellen van het CDA bekijken en zal in de Kamerbrief over de aanpak regeldruk aangeven in hoeverre deze voorstellen wel of niet overgenomen kunnen worden.
Vraag 7: Hoe kijkt u naar de voorstellen die GroenLinks-PvdA heeft gedaan in hun actieplan “Het onmisbare cement van onze samenleving”[5]? Bent u bereid op de voorstellen afzonderlijk te reageren?
Antwoord vraag 7: Het actieplan “Het onmisbare cement van onze samenleving” richt zich op drie actielijnen, waarbij de ondersteuning van verenigingen en vrijwilligers, verduurzaming en de wettelijke verankering van sport centraal staan. Op deze actielijnen reageer ik hieronder.
Ik herken het belang van de ondersteuning van verenigingen en vrijwilligers. Daarom stel ik via het Sportakkoord budget beschikbaar om het technisch-, bestuurlijk- en vrijwillig kader te versterken en zo de verenigingen te ondersteunen. Het gaat hierbij onder andere om bestuurscoaching, het opleiden van trainers of de mogelijkheid om een module vrijwilligersmanagement te volgen. Daarnaast richt ik de clubondersteuning effectiever in door een landelijk dekkend netwerk van sport- en beweegloketten op te zetten, waar clubs zich kunnen melden met hun ondersteuningsvraag. Vervolgens wordt hier een passend ondersteuningsaanbod aan gekoppeld, afhankelijk van de behoefte die een club heeft. Via de brede SPUK kunnen sportverenigingen bovendien via de gemeente clubkadercoaches of verenigingsmanagers aanvragen om hun uitvoeringskracht te vergroten.
Daarnaast heeft het lid Mohandis c.s. een motie ingediend om in samenspraak met vertegenwoordigers van sportverenigingen te komen tot een meerjarige strategie voor sportverenigingen[6]. In de brief van 2 april jongstleden heeft de minister van VWS aangegeven eerst inzicht te willen krijgen in knelpunten waar sportverenigingen mee te maken hebben en te verdiepen op de genoemde thema’s door middel van onderzoek, aangevuld met gesprekken met de sector[7]. Zoals door mijn ambtsvoorganger in deze brief werd gecommuniceerd, verwacht ik u de voor het wetgevingsoverleg eind 2024 nader te informeren over de uitkomsten van deze analyse.
Ten aanzien van verduurzaming verwijs ik graag naar de brief van mijn ambtsvoorganger[8] over de verduurzaming waarin uw Kamer reeds is geïnformeerd over de samenwerking met het Nationaal Klimaat Platform. In dit kader verken ik wat nodig is om de verduurzaming van de sportsector te blijven ondersteunen. Ook ben ik in gesprek met VSG over de coördinerende rol die de 27 VSG-regio’s hierin kunnen vervullen. De uitkomsten van deze trajecten zal ik betrekken in de meerjarige strategie zoals bij het antwoord op vraag 4 aangekondigd staat.
Tot slot beschrijft het actieplan het belang van een wettelijke basis om sport als essentieel neer te zetten. Daarbovenop doet het actieplan een aantal suggesties die zouden kunnen landen in een sportwet. Uw Kamer heeft de motie[9] van de leden Van den Brink en Heerema aangenomen die de regering verzoekt de voorgenomen verkenning van een mogelijke kaderwet voor sport te koppelen aan de resultaten van de gemaakte afspraken en pas in 2026 te bezien of een sportwet noodzakelijk is. In de motie wordt overwogen dat sport en bewegen primair van de samenleving is, waarbij verenigingen, vrijwilligers en anderen de sport grotendeels van onderop organiseren en de overheid zich dus terughoudend dient op te stellen en ondersteunend dient te zijn.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft bij Kamerbrief[10] van 5 februari 2024 aangegeven vanwege deze aangenomen motie geen verdere stappen te zetten om te komen tot een sportwet. Als gevolg hiervan zal dit pas in 2026 worden bezien. Tot die tijd zal ik echter goede voorstellen om het sportbeleid te verbeteren serieus overwegen. Zeker als we daarmee de toegankelijkheid van sportaanbieders kunnen vergroten.
Vraag 8: Deelt u de urgentie om de motie[11] Inge van Dijk over onderzoek naar een tariefdifferentiatie in de kansspelbelasting uit te voeren? Zo ja, op welke termijn en wijze gaat u dat doen? Zo nee, welke andere mogelijkheden ziet u wel om te investeren in Sport en Bewegen?
Antwoord vraag 8: De staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst is verantwoordelijk voor de kansspelbelasting en voor de uitwerking van deze motie. Tijdens het debat over de voorjaarsnota op 4 juni jl. heeft zijn ambtsvoorganger aangegeven dat het onderzoek waar de motie om vraagt loopt. Afronding is voorzien in het derde kwartaal van 2024. De uitkomsten van dit onderzoek kunt u met de staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst bespreken.
Voor mogelijkheden om de geldstromen vanuit kansspelen aan de sport te vervangen verwijs ik graag naar mijn antwoord op vraag 9.
Vraag 9: Welke mogelijkheden ziet u om de afhankelijkheid van sport van de opbrengsten uit kansspelen te laten afnemen?
Antwoord vraag 9: Op dit moment ontvangt NOC*NSF een directe afdracht van de Nederlandse Loterij (NLO). Een belangrijk gedeelte van de begroting van NOC*NSF is afkomstig uit de afdracht van de NLO. Deze middelen zijn vrij besteedbaar en dragen daarmee voor een belangrijk gedeelte bij aan het realiseren van de doelstellingen die NOC*NSF nastreeft. Daarnaast ontvang NOC*NSF een financiële bijdrage van de rijksoverheid, private sponsoren/investeerders, leden van de sportbonden zelf en bijdragen van gemeenten en provincies.
Om de sport minder afhankelijk te laten zijn van de opbrengsten uit kansspelen zou deze afdracht vervangen moeten worden door inkomsten vanuit een alternatieve bron. Vanuit de Rijksoverheid is daar op dit moment echter geen dekking voor.
Vraag 10: Deelt u de mening dat de bezuinigingen op sport een garantie zijn op hogere kosten in de nabije toekomst binnen ons zorgsysteem, dat al op klappen staat volgens de beoogd-minister van VWS, gezien onder andere de gezondheidswinst, hogere levensverwachting en lagere zorgkosten van sporten?
Antwoord vraag 10: Het kabinet zal de komende periode een besluit nemen over de uitwerking van maatregelen zoals genoemd in het hoofdlijnenakkoord. Los van deze vraag zie ik de grote gezondheidswaarde van sport natuurlijk ook. Bijvoorbeeld in het tegengaan van diverse ziekten[12], tegengaan van eenzaamheid en bevorderen van het aantal gezonde levensjaren.
Vraag 11: Bent u bereid de Tweede Kamer een overzicht te sturen van de alle bezuinigingen van ‘zeker 45 miljoen euro per jaar’ op sport als gevolg van het hoofdlijnenakkoord, zoals gesteld in eerdergenoemd artikel?
Antwoord vraag 11: Ik heb kennis genomen van de inhoud van de open brief met de onderbouwing vanuit NOC*NSF. Op Prinsjesdag zal het kabinet de voornemens voor 2025 presenteren. Het kabinet zal op een later moment een besluit nemen over de voornemens voor 2026 en latere jaren. Daarbij zal ik mij als staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport vanzelfsprekend hard maken voor een sportlandschap waar iedereen zonder belemmering veilig kan sporten en bewegen.
[2] Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 389
[4] https://www.cda.nl/verenigingsvisie
[5] https://www.pvda.nl/wp-content/uploads/2023/03/29-Actieplan-Sportverenigingen.pdf
[6] Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 410, nr. 115
[7] Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 30 234, nr. 389
[8] Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 30 234, nr. 384
[9] Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 30 234, nr. 373
[10] Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 30 234, nr. 386
[11] Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 418, nr. 81
[12] RIVM (2022), Impact van scenario’s voor sport en bewegen op gezondheid en zorgkosten
Lead-foto is een mock-up door CasinoNieuws.nl. Foto Vincent Karremans door Martijn Beekman via rijksoverheid.nl. Achtergrond door Tweede Kamer via flickr.com.