Zondag 26 juni 2022

Minister overweegt overkoepelende speellimieten

Franc Weerwind overkoepelende speellimieten

Minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind laat onderzoeken of overkoepelende speellimieten technisch mogelijk zijn. Het onderzoek moet in de zomer afgerond zijn.

Deze week deelde Minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind veel informatie met de kamer over het dossier kansspelen. Hij stuurde de kamer een uitgebreide update over ontwikkelingen kansspelen op afstand, en beantwoordde kamervragen en moties die eerder werden ingediend.

Overkoepelende speellimieten

In de uitgebreide update aan de kamer, ging de minister voor rechtsbescherming onder andere in op speellimieten. In de Wet Kansspelen op afstand ligt verankerd dat spelers moeten instellen hoe lang ze willen kunnen spelen, hoe veel geld ze willen kunnen storten, en hoeveel geld ze willen kunnen hebben in hun wallet.

Op de uitwerking van die speellimieten door de online casino’s kwam kritiek, onder andere van de Kansspelautoriteit. Maxima van 24 uur per dag kunnen spelen en het kunnen instellen van een stortingslimiet van miljoenen per dag, waren niet in de gedachte van de wet aldus de toezichthouder. Diverse online casino’s pasten daarop al hun limieten aan.

Hoewel de branche dus zelf al actie ondernam op dit vlak, laat de minister toch twee zaken onderzoeken:

  • Het stellen van een maximum aan de bestaande limieten;
  • Overkoepelende limieten die gelden voor alle aanbieders.

Met dat tweede punt onderzoekt hij een suggestie zoals gedaan door Tony van Rooij van het Trimbos-instituut en zoals gesteund door de PvdA. Binnenkort een uitgebreid interview met Van Rooij op CasinoNieuws.nl over deze overkoepelende speellimieten.

Weerwind geeft bij de kamer echter wel meteen aan dat een strikter beleid op dit punt, de kanalisatie in gevaar kan brengen:

“Daarbij moet meegewogen worden dat te strenge limieten kunnen leiden tot ontwijkgedrag van spelers, waardoor ze bij meerdere aanbieders tegelijk spelen, of zelfs uitwijken naar illegaal aanbod, waardoor de kanalisatie in gevaar komt.”

Franc Weerwind, minister voor rechtsbescherming

Bij het schrijven van de Wet Kansspelen op afstand werd juist bewust niet gekozen voor overkoepelende speellimieten. Privacyoverwegingen lagen toen ten grondslag aan de keuze om geen centrale limieten in te voeren.

Weerwind onderzoekt nu “of de techniek inmiddels zover is voortgeschreden” dat deze overkoepelende limieten toch mogelijk zijn. Het onderzoek moet deze zomer zijn afgerond. Het uitsluitingsregister Cruks is al wel overkoepelend en geldt zelfs niet alleen voor alle online casino’s, maar ook voor de fysieke casino’s en speelautomatenhallen.

Cruks

Weerwind geeft aan dat de Kansspelautoriteit bezig is met een project om het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (Cruks) gebruiksvriendelijker te maken. Daarbij wordt er onder andere naar gekeken of mensen die zich inschrijven in het zelfuitsluitingsregister, ook meteen verwezen kunnen worden naar verslavingszorg. Ook dit project moet in de zomer afgerond zijn.

In een van de moties werd gesuggereerd dat gokkers bij het opstarten van een kanssspel meteen moeten worden gewezen op verslavingszorg en Cruks. De minister voelt daar niets voor:

“Ik acht het niet proportioneel om […] te verplichten dat deze boodschap bij het opstarten van elk nieuw spel getoond wordt. Een dergelijke verplichting kan bovendien de attractiviteit van het legale aanbod verminderen en daarmee ten koste gaan van kanalisatie.”

Franc Weerwind, minister voor rechtsbescherming

De Nederlandse gokmarkt had op 1 oktober 2021 moeten openen maar ging door technische problemen met Cruks uiteindelijk pas op 2 oktober open. Dat gebeurde uiteindelijk getrapt waarbij BetCity, TOTO, en GGPoker het spits afbeten. Die zaterdag bleek al snel dat de problemen met Cruks nog niet waren opgelost wat leidde tot veel problemen bij registreren.

Uiteindelijk kwam naar buiten dat Cruks pas correct functioneerde op 20 oktober 2021, bijna drie weken na marktopening. In een interview met CasinoNieuws.nl trok Ksa-voorzitter René Jansen het boetekleed aan.

De minister laat in zijn brief aan de kamer weten dat de toezichthouder het proces rond de storing heeft laten evalueren door een externe partij. Die concludeerde dat na 20 oktober 2021 geen incidenten meer zijn voorgevallen ten aanzien van het beheer van Cruks. Bovendien heeft de Ksa lessen getrokken uit het falen van de systemen aldus de minister.

Reclames en een reclameverbod

Terwijl Van Nispen en Bikker al weer nieuwe vragen hebben gesteld, beantwoordde minister Weerwind ook een serie aan vragen over de aangenomen motie van Van Nispen die een reclameverbod bewerkstelligde. D66, SP, ChristenUnie, en SGP legden in februari Weerwind het vuur aan de schenen op dit gebied. Vandaag beantwoordde de minister voor rechtsbescherming de serie aan vragen.

De belangrijkste kritiek van de Christelijke partijen was dat de Wet Kansspelen op afstand volgens hun zou moeten bewerkstelligen dat het illegale kansspelgebruik terug te brengen, maar dat ze dat nog niet zien. Weerwind benadrukte dat de wet niet de doelstelling heeft om meer of minder gebruik van het online kansspelaanbod te bewerkstelligen:

“De wet Kansspelen op afstand kent geen doelstelling omtrent meer of minder gebruik van het online kansspelaanbod. Met het legaliseren en reguleren van de online kansspelmarkt is beoogd om spelers, nieuwe en bestaande, een omgeving te bieden waar consumentenbescherming, verslavingspreventie en het voorkomen van fraude en witwassen beter gewaarborgd worden. De doelstelling van de wet Kanspelen op afstand is om spelers te leiden naar legaal aanbod van kansspelen. Daarvoor is enige vorm van reclame nodig. De eerste cijfers laten zien dat spelers het legale aanbod goed weten te vinden.”

Franc Weerwind, minister voor rechtsbescherming

De leden van de SGP-fractie schreven te constateren dat het aantal gebruikers van de kansspelmarkt enorm is gestegen sinds de opening van de online kansspelmarkt. Weerwind zette vraagtekens bij die bewering omdat die data nog niet voor handen is. Hoewel bekend is dat er in de eerste drie maanden na marktopening 634.000 accounts zijn aangemaakt, is niet bekend hoeveel spelers dat daadwerkelijk zijn. Immers, iedere speler kan meer dan één account aanmaken. Of de Ksa die data niet kan extraheren, werd niet behandeld door de minister.

Ook de relatie tussen het aantal spelers en het aantal gokverslaafden, is nog niet te duiden:

“Er zijn op dit moment nog geen cijfers bekend over het aantal mensen dat na de opening van de markt is opgenomen in verslavingsklinieken en ook niet in hoeverre dit te relateren is aan de marktopening. Er gaat tijd overheen voordat mensen problematisch speelgedrag kunnen hebben ontwikkeld en zich vervolgens melden bij hulpverlenende instanties. Daarnaast is een rechtstreeks verband tussen het zien van reclame en het ontwikkelen van verslaving moeilijk vast te stellen.”

Franc Weerwind, minister voor rechtsbescherming

Ook de omvang van reclame op online media is nog lastig meetbaar en in beeld te brengen, zegt de minister op vragen over de aangenomen motie die een tijdsvenster voor online reclame in moet stellen. De minister geeft aan dat de Ksa geleerd heeft dat een groot deel van het webverkeer op de website van vergunde aanbieders komt door het direct intoetsen van het webadres of een zoekopdracht. Het verkeer komt niet bij de goksites uit door het klikken op online banners, aldus Weerwind.

De minister geeft aan dat het complex is om een venstertijd voor online videoreclames in te stellen. Ondertussen laat de minister wel nog steeds de mogelijkheden op dit vlak onderzoeken:

“[…] in afwachting van de wetswijziging, [wil ik] er wel voor waken dat het reclameaanbod zich niet grotendeels verplaatst naar de online omgeving. Daarom zal ik kijken naar mogelijkheden om een tijdsvenster voor online banners en video’s op te nemen in het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen.”

Franc Weerwind, minister voor rechtsbescherming

De minister ging kort in op de berichtgeving dat jongeren in sommige uitzonderlijke gevallen konden storten op andermans rekening. Hij was bekend met de kwestie maar gaf aan dat alle partijen die onwenselijke situatie inmiddels hebben opgelost.

Hoeveel geld levert het op?

De SGP vroeg de minister hoeveel geld het reguleren van de kansspelmarkt de staatskas oplevert. Weerwind gaf aan dat schattingen van € 31 miljoen en € 20 miljoen uit respectievelijk 2012 en 2014 inmiddels achterhaald blijken. De opbrengst uit de kansspelbelasting lijkt volgens de minister “beduidend hoger” te zijn dan deze ramingen.

Daarnaast wordt de Kansspelautoriteit en Loket Kansspel betaald uit de markt zelf. Het verslavingspreventiefonds bevatte eind 2021 volgens de minister € 2,7 miljoen aldus de minister. Aanbieders betalen, afhankelijk van het spel, 0,25% van het brutospelresultaat of 0,25% van de omzet aan het verslavingspreventiefonds.


De volledige brief van de minister aan de kamer en de vragen en antwoorden zijn als volgt:

Ontwikkelingen kansspelen op afstand en reactie moties

Na lange en zorgvuldige voorbereiding is op 1 oktober 2021 de markt voor legale online kansspelen opengegaan. Op 30 november heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer voor het eerst geïnformeerd over de ontwikkelingen in die nieuwe markt. Met deze brief informeer ik u over de stand van zaken, een half jaar na de marktopening. Dit doe ik langs de thema’s reclame en verslavingspreventie, maar eerst schets ik de algemene ontwikkelingen bij kansspelen op afstand. Dit onder meer op basis van de cijfers die de Kansspelautoriteit (Ksa) heeft gepubliceerd bij haar jaarverslag.

Bij de betreffende thema’s zal ik ook ingaan op welke wijze ik uitvoering geef aan moties en toezeggingen uit het commissiedebat van 15 december 2021 en het interpellatiedebat van 10 februari 2022. Dit betreft de volgende moties en toezeggingen:

– de moties van het lid Van Nispen c.s. met het verzoek om een verbod in te stellen op ongerichte reclames voor risicovolle kansspelen;

– de motie van het lid Bikker c.s. waarin wordt gevraagd in regelgeving vast te leggen dat online gokreclames aan dezelfde venstertijden moeten voldoen als gokreclames op televisie en radio;

– de motie van de leden Kathmann en Van Nispen waarin de regering wordt gevraagd te onderzoeken wat mogelijk is om gepersonaliseerde advertenties van kredietverleners na een bezoek van gokwebsites tegen te gaan;

– de motie van het lid Kuik c.s. om het instellen van maximale speellimieten bij onlinekansspelen vast te leggen in de wet op een wijze waarop deelnemers zelf bepalen wat hun speellimiet is, en de Kamer daarover te informeren;

– de motie van de leden Nijboer en Van Nispen waarin de regering wordt verzocht er zorg voor te dragen dat de zelfbeperkende maatregelen ook zelfbeperkend werken;

– de motie van het lid Van Nispen c.s. waarin de regering wordt verzocht om onlineaanbieders van kansspelen te verplichten om op hun onlineplatforms consumenten, op de hoofdpagina én bij het opstarten van een spel, duidelijk en zichtbaar te wijzen op verslavingszorg en het bestaan van het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (CRUKS) en de regering wordt verzocht er tevens voor zorg te dragen dat consumenten die zich inschrijven in CRUKS ook direct worden geïnformeerd over verslavingszorg en het aanbod wordt gedaan dat mensen kunnen worden gebeld door hulpverlener;

– de motie van het lid Heerema waarin de regering wordt verzocht, in wet- en regelgeving die betrekking heeft op kansspelbeleid, het onderscheid tussen risicovolle en risicoarme kansspelen te verankeren zodat de gevolgen voor risicoarme kansspelen worden meegewogen bij elke wijziging van kansspelbeleid, wet- en regelgeving;

– de toezegging de Kamer in april te informeren over de knelpunten die de Ksa ervaart bij de handhaving en de instrumenten die zij daarbij inzet;

– de toezegging de Kamer in deze brief tevens te informeren over de onlinevenstertijden voor reclames, het zelf instellen van limieten en de evaluatie van de opening van de markt, waaronder het functioneren van het CRUKS en het instellen van speellimieten;

– de toezegging in deze brief nader in te gaan op het verwijzen naar verslavingspreventie, bijvoorbeeld bij het Loket Kansspel, online goksites of na inschrijving in het CRUKS.

Algemene ontwikkelingen kansspelen op afstand

Vorig jaar is met de marktopening van de legale online kansspelmarkt en vergunningen voor tien aanbieders de start gemaakt met de kanalisatie van online gokken richting legale aanbieders. Over drie jaar zal de evaluatie van de wet Koa plaatsvinden. Resultaten uit monitoring en onderzoek dat ondertussen plaatsvindt bieden daarvoor een waardevolle basis.

Marktomvang

Het aantal afgegeven vergunningen voor kansspelen op afstand is op dit moment 18. De verwachting is dat er in de loop van dit jaar meer vergunningen bijkomen en dat de markt zich daarna zal stabiliseren. Op dit moment heeft de Ksa nog dertig vergunningsaanvragen in behandeling. De ervaring van de Ksa tot nu leert dat ongeveer één op de drie aanvragers erin slaagt aan de strenge voorwaarden voor een vergunning te voldoen.

De omvang van de markt gemeten met het bruto spelresultaat van de legale markt is in het vierde kwartaal 2021 185,5 miljoen euro. Dit is meer dan eerder verwacht in de prognoses.

De doelststelling van de marktregulering was om spelers naar legaal aanbod te kanaliseren. Dit is uiteraard alleen mogelijk wanneer er voldoende attractief en afwisselend aanbod beschikbaar is. De trends rond het aantal spelersaccounts en uren op kansspelwebsites uit het addendum bij het jaarverslag van de Ksa laten zien dat consumenten het legale aanbod weten te vinden. De gegevens laten in dit opzicht een lichte stijging zien ten opzichte van het beeld na de marktopening. Het aantal uren dat spelers op illegale websites zitten daalt licht, maar tegelijkertijd worden nieuwe illegale aanbieders ontdekt.

Een opvallend gegeven bij het aantal spelersaccounts is dat de groep spelers in de leeftijdscategorie 18 tot 24 oververtegenwoordigd is in de populatie Nederlanders met een spelersaccount ten opzichte van de rest van de bevolking. Jongeren zijn als kwetsbare groep aangemerkt, mede omdat jongeren relatief beïnvloedbaar zijn. Zo blijkt uit onderzoek dat reclame sneller een negatieve invloed heeft op het speelgedrag van jongeren. De maatregelen die ik tref om deze groep beter te beschermen tegen de negatieve effecten licht ik bij het onderwerp reclame toe.

Verslavingspreventie

Sinds de opening van de markt hebben zich 10.022 mensen geregistreerd in CRUKS om zichzelf tenminste zes maanden uit te sluiten van risicovolle kansspelen. De uitsluiting betreft de online kansspelaanbieders en de landgebonden aanbieders.

Het Loket Kansspel is als centraal steunpunt bij gokproblemen ingericht vanuit het Verslavingspreventiefonds. Het biedt zelfhulp en begeleiding en kan waar nodig doorverwijzen naar professionele hulp. In de eerste drie maanden zijn er 679 contactmomenten geweest met het Loket via de verschillende media, zoals de website, chat, WhatsApp en telefoon. Hiervan waren er 425 informatiegesprekken en 254 hulpgesprekken. De mensen die contact opnemen met het Loket Kansspel zijn overwegend mannen jonger dan veertig jaar.

Uit de rapportages over het laatste kwartaal van 2021 blijkt dat alle aanbieders de verplichte eigen vertegenwoordiger hebben. Het is nog te vroeg voor de Ksa om een oordeel te kunnen vellen over wat er met hun deskundigheid en aanbevelingen door vergunninghouders in de praktijk wordt gedaan. Dit wordt in toekomstige rapportages nader bezien.

In het najaar wordt een nieuwe rapportage uit LADIS verwacht met terugwerkende kracht vanaf 2015. Het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) is een belangrijke bron om de aard en omvang van de hulpvraag in de verslavingszorg in Nederland te monitoren.

Reclame

Met name de eerste maanden na de marktopening is er veel reclame gemaakt voor online kansspelen. Vanaf januari 2022 is een lichte daling zichtbaar van het aantal reclame uitingen. Gegeven de afspraken die de sector heeft gemaakt voor zelfregulering is mijn verwachting dat ook in de daarop volgende maanden een verdere daling zichtbaar zal zijn. In eerste instantie door de reclamebeperking op TV, naar één reclame per blok vanaf 1 februari 2022, en vervolgens door de verdere afspraken die de sector in het kader van zelfregulering heeft gemaakt, waarover ik u in mijn brief van 17 maart jongstleden bericht heb.

De omvang van reclame op online media is nog lastig meetbaar en in beeld te brengen. Relevant is hier wel dat de analyse van de Ksa laat zien dat een groot deel van het webverkeer op de website van vergunde aanbieders komt door het direct intoetsen van het webadres of een zoekopdracht en niet primair door het klikken op bijvoorbeeld online banners.

Toezicht en handhaving

Het jaarverslag van de Ksa laat zien dat met prioriteit op illegaal aanbod is gehandhaafd. Daarnaast wordt toezicht gehouden op de naleving van de regels binnen de gereguleerde sector.

Zo is op het gebied van handhaving van illegaal aanbod sinds 1 november 2021 de handhavingsstrategie van de Ksa aangepast. De Ksa kijkt sindsdien ook naar het aantal Nederlandse spelers bij een illegale aanbieder. Hoe meer spelers onbeschermd spelen bij illegale aanbieders, des te meer prioriteit de Ksa die aanbieders geeft. Verder is de Ksa scherp op specifiek aanbod dat Nederlandse spelers weg zou kunnen trekken van legale naar illegale aanbieders, bijvoorbeeld door spellen aan te bieden die voor legale aanbieders onder de Nederlandse wetgeving verboden zijn. In dit verband selecteerde de Ksa tussen 1 november en eind 2021 158 kansspelwebsites die nader onderzocht zijn. Ook bevorderaars van die kansspelen, zoals betaaldienstverleners en reclamemakers, worden aangepakt. De eerste resultaten wijzen uit dat 142 van deze websites inmiddels niet meer bereikbaar zijn vanuit Nederland. Bij zestien sites is vervolgonderzoek nodig en mogelijk sanctionerend optreden. Na 1 oktober bleek al dat een aantal grote aanbieders zonder vergunning hun aanbod in Nederland hadden gestaakt, nadat de Ksa haar handhavingsbeleid had aangescherpt. Een aantal sites ging voor Nederland uit de lucht na aankondiging van een last onder dwangsom. De Ksa ziet ook dat financiële dienstverleners en reclamemakers (‘affiliates’) steeds vaker geen diensten meer verlenen aan illegale aanbieders en daarmee de reclamemogelijkheden van illegale aanbieders sterk beperken.

De Ksa heeft ook aandacht voor toezicht en handhaving op de gereguleerde sector. Zo is een last onder dwangsom opgelegd vanwege het gebruik van beroepssporters in reclame, is gemaand te stoppen met reclame voor sportweddenschappen rond sportwedstrijden, is gesommeerd reclame gericht op minderjarigen te staken en is een vergunninghouder te verstaan gegeven direct op te houden met reclames via Twitter tijdens voetbalwedstrijden. Steeds is gevolg gegeven aan de aanwijzingen.

In het najaar komt er een volgende monitor, waarin de trends, één jaar na de marktopening, beter zichtbaar zullen zijn. Het doel is om telkens tot een completer beeld te komen dat ons in staat stelt de effecten op de kansspeldoelen te meten en input levert voor mogelijke aanpassingen van beleid. Ondertussen zal ik bij belangrijke signalen, zoals bij de geconstateerde oververtegenwoordiging van jeugdigen, bezien of bijsturing nodig is. In het onderstaande licht ik toe op welke wijze ik het huidige beleid bijstuur of nader onderzoek zal doen op basis van de ontwikkelingen in de markt tot nu toe.

Eerste conclusies op basis van het algemene beeld

Het doel van de Wet kansspelen op afstand is om spelers die willen gokken naar legaal kansspelaanbod te leiden. Op deze wijze kan invulling worden gegeven aan voldoende bescherming van consumenten, verslavingspreventie en kan fraude en witwassen worden voorkomen. De huidige ontwikkelingen laten zien dat er goede stappen zijn gezet in de kanalisatie naar legaal aanbod. Kanalisatie is voor mij daarbij geen statisch gegeven en moet duurzaam zijn, zodat spelers ook in de toekomst het legale aanbod vinden.

Hoewel veel goed gaat zijn er zeker verbeterpunten en heb ik in het bijzonder zorgen als het gaat om de bescherming van kwetsbare groepen binnen het legale aanbod. Dat behoeft aandacht en versterking. Bij de verschillende thema’s zal ik aangeven waar ik aan de slag ga met verbeteringen of nader onderzoek laat doen naar mogelijkheden voor verbeteringen.

Naast het voortdurend monitoren en verbeteren van beleid voor een betrouwbaar legaal aanbod heeft het tegengaan van het illegale aanbod mijn aandacht. Het aanpakken van illegale aanbieders op de Nederlandse markt heeft daarom onverminderd prioriteit. Dit blijkt ook uit de cijfers uit het jaarverslag van de Ksa. Zoals ik reeds heb laten weten in mijn brief van 17 maart 2022 ben ik regelmatig in gesprek met de Ksa om te bezien tegen welke belemmeringen de Ksa aanloopt en hoe we deze weg kunnen nemen. Op het moment dat dit noopt tot de inzet van nieuwe instrumenten of wijzigingen in wet- en regelgeving zal ik uw Kamer informeren.

Reclame

Op het gebied van reclame voor kansspelen op afstand heb ik uw Kamer op 17 maart 2022 geïnformeerd over de wijze waarop ik invulling geef aan de moties van Van Nispen c.s. met het verzoek om een verbod in te stellen op ongerichte reclames voor risicovolle kansspelen. Het stappenplan dat ik heb gepresenteerd in die brief ligt op schema:

  1. Voorstel voor wijziging van de Wet op de kansspelen voor de zomer gereed voor consultatie;
  2. In afwachting van de wetswijziging aanpassing van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen aan, waarbij ik ernaar streef deze voor de zomer ter consultatie voor te leggen;
  3. Aanpassing van de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen aan, waarbij ik streef naar inwerkingtreding in juni;
  4. Afspraken van de sector om vooruitlopend op aanpassing van de wet- en regelgeving kansspelreclames op korte termijn verder te beperken.

Aanpassing regeling

Zoals ik in mijn brief van 17 maart 2022 heb aangegeven pas ik de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen aan in aanloop naar de voornoemde wetswijziging, om zo op korte termijn betere bescherming te bieden aan kwetsbare groepen ten aanzien van reclames voor risicovolle kansspelen. Het gaat daarbij in het bijzonder om de bescherming van jongeren die ontvankelijker zijn voor reclame en de inzet van rolmodellen. Ik scherp de regeling aan door de inzet van rolmodellen bij reclame voor risicovolle kansspelen te verbieden. De gewijzigde regeling wordt op zeer korte termijn gepubliceerd. Ik streef ernaar de regeling vervolgens in juni in werking te laten treden.

Zelfregulering sector

De brancheorganisaties van de sector hebben gehoor gegeven aan mijn oproep om vooruitlopend op aanpassing van de wet- en regelgeving kansspelreclames op korte termijn verder te beperken. Over deze afspraken heb ik uw Kamer bericht op 17 maart jongstleden. De sector is in gesprek om de afspraken op te nemen in de Reclamecode voor kansspelen op afstand. Hiermee worden de afspraken dan algemeen verbindend. Ondertussen hebben de aan de brancheorganisaties gebonden online aanbieders alvast zelf stappen gezet om de afspraken te effectueren. Zo zijn meerdere aanbieders al gestopt met reclames op TV tussen 21.00 uur en 22.00 uur en/of wordt geen gebruik meer gemaakt van buitenreclames. Voor het volledig effectueren van de afspraken blijkt een overgangsperiode benodigd, omdat sommige contracten niet zonder aanmerkelijke schade gestopt kunnen worden, reclamemateriaal moet worden teruggehaald of omdat ICT aanpassingen moeten plaatsvinden. Ik zie er naar uit dat het aantal ongerichte reclames voor online kansspelen richting de zomer in belangrijke mate zal zijn afgenomen. Ik ben in dat kader ook blij dat de sector stappen onderneemt om de programmasponsoring te beperken tot een visueel statische weergave. De weergave in deze vorm is een neutrale sponsorvermelding van slechts enkele seconden. Ik volg de vorderingen van de sector op de voet, ook als het gaat om nadere afspraken rond bonussen en speellimieten.

Online venstertijden

In de motie van het lid Bikker c.s. wordt gevraagd in regelgeving vast te leggen dat online gokreclames aan dezelfde venstertijden moeten voldoen als gokreclames op televisie en radio. In het licht van mijn toezegging om vooruitlopend op het verbod op ongerichte reclame maximaal in te zetten op het beperken van ongerichte reclame zou het opnemen van een tijdvenster voor online reclame een logische stap kunnen zijn. Zoals mijn ambtsvoorganger in het debat van 15 december 2021 reeds heeft toegezegd onderzoek ik dan ook of in het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, vooruitlopend op het verbod op ongerichte reclame, venstertijden voor online reclames kunnen worden opgenomen. Daarbij maak ik vast de kanttekening dat het praktisch niet uitvoerbaar is om op alle vertoningen van reclame, zoals doorkliklinks of video’s die derden hebben overgenomen, een tijdvenster toe te passen. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer iemand buiten het oorspronkelijke tijdvenster een reclamevideo deelt die oorspronkelijk alleen binnen het toegestane tijdvenster werd vertoond. Om die reden onderzoek ik nog of een duidelijke norm vastgesteld kan worden die duidelijk maakt voor welk type online reclame een tijdsvenster geldt, die handhaafbaar is en een duidelijk zichtbaar effect zal hebben.

Verslavingspreventie

Eén van de pijlers van het kansspelbeleid is verslavingspreventie. Het voorkomen van kansspelverslaving is en blijft een aandachtspunt. Naast het doen van onderzoek naar effectieve maatregelen, waartoe een onderzoeksprogramma vanuit het verslavingspreventiefonds wordt opgesteld en uitgevoerd, zijn de aanbieders van risicovolle kansspelen wettelijk verplicht om verslavingspreventiebeleid te ontwikkelen, toe te passen en te onderhouden.

Via een getrapt interventiemodel moet de aanbieder daarbij vroegtijdig interveniëren zodat zoveel mogelijk voorkomen wordt dat een recreatieve speler zich ontwikkelt tot een probleemspeler. De eerste stap uit het getrapte interventiemodel bestaat uit het informeren van spelers en het bieden van inzicht in het eigen speelgedrag, zodat zij bewuste keuzes kunnen maken voorafgaand aan en gedurende de deelname aan kansspelen. Daarnaast geldt de verplichting voor de spelers tot het invullen van een spelersprofiel, oftewel het invullen van speellimieten.

De volgende stap in het interventiemodel voor de aanbieder betreft het registreren en analyseren van het speelgedrag van spelers met als doel het vroegtijdig onderkennen van en acteren op risico’s op kansspelverslaving. Zo moet de vergunninghouder die kansspelen op afstand aanbiedt spelers persoonlijk berichten over de door hen ingestelde grenzen, bijvoorbeeld met pop-ups en moet de aanbieder een zelftest beschikbaar stellen. Dit is een middel waarmee een persoon handvatten krijgt om te beoordelen of zijn speelgedrag als recreatief, risicovol of problematisch is aan te merken.. Als de aanbieder, op basis van signalen, een vermoeden heeft dat sprake is van onmatige deelname, moet een persoonlijk onderhoud worden gevoerd met de speler. Op basis van dit onderhoud beoordeelt de vergunninghouder of hij de speler moet adviseren om zich vrijwillig te registreren in het centraal register uitsluiting kansspelen (CRUKS), of – indien de speler dit weigert – hij de speler bij wijze van ultimum remedium, moet voordragen voor onvrijwillige registratie in CRUKS. Het aandragen voor inschrijving in CRUKS is de laatste stap in het getrapte interventiemodel en vormt daarmee het sluitstuk van dit model.

Net als bij het reclamebeleid volg ik de ontwikkelingen op de voet en zal ik bij signalen dat onmatig spelgedrag onvoldoende voorkomen wordt maatregelen bezien. Ten aanzien van speellimieten zie ik aanleiding voor nader onderzoek, dit licht ik hieronder toe. Daarbij betrek ik de bij het debat van 15 december 2021 en het interpellatiedebat van 10 februari 2022 ingediende moties.

Speellimieten

Een belangrijk instrument om onmatig speelgedrag te voorkomen is het gebruik van speellimieten. Een speler kan zich pas inschrijven bij een vergunninghouder, nadat hij de grenzen van zijn speelgedrag heeft aangegeven. Die grenzen zien op:

–          de maximale duur van de toegang tot de spelersinterface per dag, week of maand;

–          de maximale stortingen op de speelrekening per dag, week of maand;

–          het maximale tegoed op de speelrekening.

Daarbij geldt dat een verhoging van de maxima pas na ten minste een week in werking treedt. Een verlaging van de limiet treedt daarentegen direct in werking. Op deze wijze zijn de nodige waarborgen in de wet opgenomen om een speler bewust te laten vaststellen hoeveel geld kan worden uitgegeven. Desalniettemin heb ik signalen ontvangen dat de limieten die spelers in konden stellen te ruim waren, waardoor ze in de praktijk niet effectief bleken. Bij sommige aanbieders kon een limiet worden ingesteld waarmee een speler 24 uur per dag en zeven dagen per week toegang heeft tot de spelersinterface. Op deze wijze levert het vaststellen van limieten geen beperkingen op en dit komt de bescherming van de speler niet ten goede. Bij het opstellen van de wet is ervoor gekozen om de speler zelf zijn limieten in te laten stellen. Deze keuze is gebaseerd op ervaringen van de verslavingszorg en diverse studies waaruit blijkt dat de mogelijkheid voor spelers om goed geïnformeerd zelf keuzes te maken over het speelgedrag een effectieve preventiemethode is. Aan dit uitgangspunt van zelfbeperking wil ik dan ook vasthouden.

Desalniettemin denk ik dat er meer mogelijk is om de limieten beter te laten werken dan dat ze momenteel doen. Daarvoor wil ik twee mogelijkheden onderzoeken: het stellen van een maximum aan de bestaande limieten en bezien of een limiet over alle aanbieders heen kan gelden. Daarbij moet meegewogen worden dat te strenge limieten kunnen leiden tot ontwijkgedrag van spelers, waardoor ze bij meerdere aanbieders tegelijk spelen, of zelfs uitwijken naar illegaal aanbod, waardoor de kanalisatie in gevaar komt.

Om speelgedrag inclusief speellimieten over alle aanbieders heen te volgen was eerder bij het wetsvoorstel Koa niet gekozen vanuit privacyoverwegingen. Ik onderzoek of de techniek inmiddels zover is voortgeschreden dat hier specifiek voor de speellimieten toch een modus voor gevonden kan worden.

Ik streef ernaar om het benodigde onderzoek in de zomer te laten afronden om uw Kamer vervolgens te laten weten op welke wijze ik, al dan niet middels wijziging van regelgeving, de effecten van speellimieten kan vergroten.

Ondertussen heb ik met de sector gesproken en heb hen gevraagd te kijken naar mogelijke kaders voor speellimieten. Een aantal partijen heeft inmiddels al enkele limieten verlaagd. Zo is de maximale speelduur bij veel aanbieders tot acht uur per dag beperkt en zijn bijvoorbeeld limieten van 400 euro per maand ingesteld voor jongeren. Daarnaast hebben de twee branche organisaties laten weten verder te willen kijken naar speellimieten, zoals ik u in mijn brief van 17 maart 2022 heb bericht.

Met het onderzoek geef ik nader invulling aan de motie van het lid Kuik c.s. om het instellen van maximale speellimieten bij onlinekansspelen vast te leggen in de wet op een wijze waarop deelnemers zelf bepalen wat hun speellimiet is, en de Kamer daarover te informeren. Weliswaar is een speler al verplicht om, voordat hij kan spelen bij een vergunninghouder, zijn eigen speellimieten aan te geven, waarmee al wordt voldaan aan de letter van de motie van het lid Kuik. In de geest van de motie wil ik echter kijken naar mogelijkheden voor verbetering ten behoeve van betere verslavingspreventie en het tegengaan van onmatig spelgedrag. Ook geef ik hiermee invulling aan de motie van de leden Nijboer en Van Nispen die de regering verzoekt er zorg voor te dragen dat de zelfbeperkende maatregelen ook zelfbeperkend werken.

CRUKS

Sinds oktober 2021 zijn Loket Kansspel en het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (CRUKS) operationeel. Loket Kansspel biedt hulp bij problemen door gokken, maar verwijst ook door naar verslavingszorg. Samen met uw Kamer acht ik het van belang dat spelers tijdig hulp krijgen bij problemen door gokken en dat zij deze hulp ook goed kunnen vinden. Daartoe is in de wet Kansspelen op afstand een aantal maatregelen opgenomen. Aanbieders moeten op hun hoofdpagina reeds informatie verstrekken over verslavingszorg, anonieme hulp en CRUKS op passende, duidelijke en begrijpelijke wijze. Daarnaast moeten zij op iedere spelpagina op duidelijke en begrijpelijke wijze toegang bieden tot CRUKS en tot websites voor verslavingszorg en anonieme hulp.

Momenteel wordt op de website van CRUKS ook verwezen naar het Loket Kansspel. De Ksa is bezig met een project om CRUKS gebruiksvriendelijker te maken. Daarbij wordt ook gekeken of mensen bij het moment van inschrijving verwezen kunnen worden naar verslavingszorg en hulp. De Ksa verwacht dat het project na de zomer wordt afgerond.

De motie van het lid Van Nispen c.s. verzoekt de regering onlineaanbieders van kansspelen te verplichten om op hun onlineplatforms consumenten, op de hoofdpagina én bij het opstarten van een spel, duidelijk en zichtbaar te wijzen op verslavingszorg en het bestaan van het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (CRUKS) en verzoekt de regering tevens, er voor zorg te dragen dat consumenten die zich inschrijven in CRUKS ook direct worden geïnformeerd over verslavingszorg en het aanbod wordt gedaan dat mensen kunnen worden gebeld door hulpverlener.

Aan het eerste deel van de motie Van Nispen c.s. wordt reeds uitvoering gegeven, zoals beschreven. De Ksa houdt hierop toezicht. Zoals aangegeven zal de Ksa aan het tweede deel van de motie invulling geven met het project om CRUKS gebruiksvriendelijker te maken. In de motie wordt tevens gevraagd om ervoor te zorgen dat consumenten bij het opstarten van een spel ook gewezen worden op verslavingszorg en CRUKS. Consumenten moeten geïnformeerd worden zodra ze op een online kansspelpagina komen. Dat gebeurt. Ik acht het niet proportioneel om aanvullend daarop te verplichten dat deze boodschap bij het opstarten van elk nieuw spel getoond wordt. Een dergelijke verplichting kan bovendien de attractiviteit van het legale aanbod verminderen en daarmee ten koste gaan van kanalisatie.

CRUKS storing

Bij de opening van de markt voor kansspelen op afstand bleek CRUKS niet volgens verwachting te werken. De livegang van CRUKS was op 2 oktober 2021, een dag later dan de bedoeling was door technische problemen. Een gevolg hiervan was dat online aanbieders ook pas vanaf 2 oktober toegang konden bieden tot hun spelomgeving. Verder konden spelers zich pas vanaf 4 oktober inschrijven in CRUKS. Een derde probleem was dat er tussen 2 en 20 oktober bij inschrijving geen automatische verificatie plaatsvond met Beheervoorziening burgerservicenummer (BV BSN). Voor zover het mogelijk was heeft de Ksa inschrijvingen gecontroleerd en waar nodig hersteld . In december 2021 riep de Ksa aanbieders op om voor de volledigheid alle registraties gedaan vóór 20 oktober 2021 te controleren en indien nodig de speler opnieuw te registreren.

De Ksa heeft het proces rond de storing laten evalueren door een externe partij. Die concludeerde dat na 20 oktober 2021 geen incidenten meer zijn voorgevallen ten aanzien van het beheer van CRUKS. Daarnaast kwamen, ondanks dat het bij CRUKS om een uniek project ging drie lessen naar voren:

1. Een betere borging van de voorbereiding van (ICT-)opdrachten;

2. Meer sturing geven aan een externe opdrachtnemer;

3. Beter inzicht krijgen in afhankelijkheden en risico’s.

De Ksa gaat aan de slag met deze ‘lessons learned’ en implementeert de aanbevelingen in het (ICT) projectmanagement.

Advertenties kredietverstrekkers

De leden Kathmann en Van Nispen vragen de regering te onderzoeken wat mogelijk is om gepersonaliseerde advertenties van kredietverleners na een bezoek van gokwebsites tegen te gaan. Voor kredietverleners gelden specifieke regels ten aanzien van reclame. Reclame-uitingen moeten correct, duidelijk en niet misleidend zijn. Ook mogen er geen mededelingen worden gedaan over het gemak of de snelheid waarmee het krediet wordt verstrekt. Er zijn voor kredietverstrekkers geen voorschriften over de plek waar reclame wordt gemaakt of op welke wijze deze gepersonaliseerd wordt. Het zou ook lastig zijn om daar specifieke voorschriften voor te maken, omdat er meer online diensten en websites zijn waar consumenten veel geld kunnen uitgeven. Het is dan snel de vraag waar hierin een grens te trekken. In de toekomst biedt een initiatief op Europees niveau mogelijk enige uitkomst: de Europese Commissie heeft een voorstel gedaan voor een Digital Service Act (DSA). De DSA geeft de consument meer grip op de advertenties die hij of zij te zien krijgt op online platforms. De wetgeving zou de consument daarmee in staat stellen zichzelf uit te schrijven van bepaalde gepersonaliseerde advertenties zoals bijvoorbeeld reclames van kredietaanbieders.

Overigens mogen aanbieders van kansspelen spelers geen krediet aanbieden en ook niet bemiddelen in kredietverstrekking door een financiële dienstverlener.

Onderscheid in risicovolle en risicoarme kansspelen

De motie van het lid Heerema verzoekt de regering, in wet- en regelgeving die betrekking heeft op kansspelbeleid, het onderscheid tussen risicovolle en risicoarme kansspelen te verankeren zodat de gevolgen voor risicoarme kansspelen worden meegewogen bij elke wijziging van kansspelbeleid, wet- en regelgeving.

Deze motie voer ik uit. Daarbij moeten de verschillende soorten risico’s van kansspelen onderscheiden worden. Deze komen ook terug in de kansspeldoelen: consumentenbescherming, verslavingspreventie en het tegengaan van kansspelgerelateerde criminaliteit en fraude (zoals witwassen). De termen risicovol en risicoarm, zoals ook gebruikt in de brief van juli 2019 van mijn ambtsvoorganger, slaan hierbij terug op het inherente risico op kansspelverslaving van de verschillende soorten kansspelen. De meeste kansspelen zijn in dit opzicht te kenmerken als risicovol, zoals speelautomaten, casinospelen en sportweddenschappen. Enkele kansspelen, namelijk de verschillende soorten loterijen, kennen een laag risico op kansspelverslaving. Overigens kunnen kansspelen met een laag risico op verslaving nog steeds risico’s kennen met betrekking tot consumentenbescherming of criminaliteit en fraude.

Bij de vormgeving van het kansspelbeleid staan de drie kansspeldoelen centraal. Dit heeft tot gevolg dat in de wet- en regelgeving reeds rekening wordt gehouden met de verschillen, zoals in verslavingsrisico, tussen de onderscheiden kansspelen. Voorbeelden zijn de verschillende eisen die gesteld worden aan verslavingspreventie of reclamebeperkingen. Zoals ook in bovenvermelde brief van juli 2019 wordt aangegeven, staat bij toekomstig kansspelbeleid het verslavingsrisicoprofiel van het kansspel meer centraal, waarbij het onderscheid gemaakt wordt tussen risicovolle en risicoarme kansspelen.

Tot slot

In 2024 zal de evaluatie van de wet Koa plaatsvinden. De eerste resultaten uit monitoring en uit de nieuwe nulmeting vormen daarvoor een waardevolle basis. Maar ook tussentijds houd ik de vinger aan de pols hoe de markt kansspelen op afstand zich ontwikkelt. Dat doe ik met behulp van de monitor van de Ksa en het onderzoeksprogramma dat ZonMw opstelt rond verslavingspreventie. De Nederlandse speler die online wil gokken moet dit in een legale en veilige omgeving kunnen doen. Daarbij blijft het beschermen van kwetsbare groepen mijn prioriteit. Mocht uit tussentijdse gegevens blijken dat kwetsbare groepen onvoldoende kunnen worden beschermd en uiteraard ook wanner de andere kansspeldoelen doelen in gevaar dreigen te komen is bijstelling aan de orde.

In het najaar van 2022 zal ik uw Kamer informeren over de voortgang van bovengenoemde maatregelen en de ontwikkelingen van de online kansspelmarkt, op basis van de dan beschikbare gegevens.

De Minister voor Rechtsbescherming,

F.M. Weerwind

D66

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de minister voor Rechtsbescherming over de uitvoering van de motie van het lid Van Nispen c.s. over het verbod op ongerichte reclames voor risicovolle kansspelen (Kamerstuk 24557, nr. 186). Zij benadrukken het belang van kanalisatie en de bescherming van consumenten (en in het bijzonder kwetsbare mensen). Sommige beleidsinstrumenten kunnen beide doelstellingen dichterbij brengen, maar in andere gevallen kunnen ze ook tegen elkaar in werken. In het kader daarvan hebben zij nog enkele vragen.

De leden van de D66-fractie begrijpen dat er een aantal onmogelijkheden zijn inzake de invoer van een online tijdvenster waarbinnen online kansspelreclames te zien mogen zijn. Kan de minister verduidelijken of het in praktische zin mogelijk is voor adverteerders om online reclames alleen binnen een bepaald tijdsvenster ‘uit te zenden’? Kan de minister verhelderen of een dergelijke norm handhaafbaar is?

Antwoord minister:

In praktische zin is het mogelijk om reclames alleen binnen een bepaald tijdsvenster te tonen. In de Reclamecode online kansspelen is door de sector ook een verbod opgenomen voor het online verspreiden van videoreclameboodschappen voor kansspelen op afstand tussen 6.00 en 21.00 uur.

Het is echter niet (eenvoudig) mogelijk om op alle vertoningen van reclame, zoals doorkliklinks of video’s die derden hebben overgenomen, een tijdsvenster toe te passen. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer iemand buiten het oorspronkelijke tijdvenster een reclamevideo deelt die oorspronkelijk alleen binnen het toegestane tijdvenster werd vertoond. Om die reden is het complex om een norm vast te stellen die duidelijk maakt voor welk type online reclame een tijdsvenster geldt en die uitvoerbaar en handhaafbaar is en onderzoek ik nog of een duidelijke norm vastgesteld kan worden die duidelijk maakt voor welk type online reclame een tijdsvenster geldt en een duidelijk zichtbaar effect zal hebben.

Deze leden lezen in de brief van de minister dat hij verwacht dat de totale hoeveelheid reclame op televisie zal afnemen vanaf 1 februari 2022 omdat de kansspelsector zichzelf aan de Reclamecode Online Kansspelen (ROK) heeft onderworpen. Zij delen de verwachting van de minister en moedigen verdere beperking aan. Zoals zij ook betoogd hebben in het debat in december 2021, betreuren zij echter dat de ROK een maximum van drie gokreclames per blok hanteert. Dit is naar hun opvatting geen serieuze vorm van zelfregulering. Dat blijkt naar hun mening ook wel uit de ingreep van de Stichting Etherreclame (Ster) die het maximum per reclameblok op een gokreclame heeft gezet. Tegelijkertijd observeren de aan het woord zijnde leden dat juist ook traditionele kansspelaanbieders, die overigens staatsdeelnemingen zijn, veel reclame maken en dat deze reclame zeker niet uitsluitend ziet op hun online aanbod. Wat heeft de minister tot nu toe ondernomen richting deze staatsdeelnemingen om matiging te bevorderen? Wat is hij nog van plan te ondernemen?

Antwoord minister:

Vanuit kansspelbeleid zijn de normen voor alle online vergunninghouders hetzelfde. Alle aanbieders, inclusief de staatsdeelnemingen, moeten zich hier aan houden. De kansspelautoriteit houdt hier toezicht op. 

De Staatssecretaris van Financiën heeft in zijn rol als aandeelhouder, in het commissiedebat Staatsdeelnemingen van 26 januari 2022 uw Kamer toegezegd om persoonlijk in overleg te treden met de directies van Holland Casino (HC) en Nederlandse Loterij (NLO) om te spreken over hun rol in de online kansspelsector en meer specifiek hun reclamebeleid, mede naar aanleiding van de motie Grinwis en Alkaya. Binnenkort ontvangt uw Kamer hierover een brief van de Staatssecretaris van Financiën.

Overigens heeft niet alleen de STER maar ook de andere TV-zenders zoals Talpa, alle Ad Alliance TV-zenders waaronder RTL, en ORN het aantal online gokreclames per blok vanaf 1 februari beperkt tot één.

De leden van de D66-fractie menen nog steeds dat een totaalverbod op ‘ongerichte’ reclame voor ‘alle risicovolle’ kansspelen op dit moment een brug te ver is. Zij brengen echter ook in herinnering dat de Wet Kansspelen op afstand (Wet Koa) tot doel had om bestaande spelers naar het legale aanbod te geleiden, en niet om nieuwe spelers te werven. Dat dient dan ook het leidende criterium te zijn voor het toestaan van reclame. De toenmalige minister stelde op 16 december 2021 in de Kamer: “Mijn definitie van kanalisatie is het percentage van het totale aantal Nederlandse spelers dat speelt via een legale aanbieder.” De aan het woord zijnde leden menen dat volgens deze definitie het doel van de wet reeds behaald is als zij de statistieken van de Kansspelautoriteit (Ksa) bezien die de minister aan de Kamer heeft gestuurd. (Het feit dat niet per se hoeft te gelden ‘eens behaald, is altijd behaald’ doet daar niet aan af.) Is de minister het met deze stelling eens en kan hij dit cijfermatig onderbouwen? Tevens zijn deze leden benieuwd naar zijn opvatting over de wenselijkheid van het hanteren van deze definitie, aangezien deze definitie het theoretisch toestaat dat de (kwantitatieve) doelstelling van de wet behaald wordt zonder dat het gewenste maatschappelijke effect (minder spelers bij illegale aanbieders) ook maar een stap dichterbij wordt gebracht.

Antwoord minister:

De leden van de D66-fractie doelen op een weergave van de Kansspelautoriteit bij de brief van 30 november 2021 over het aantal uren dat op kansspelwebsites wordt doorgebracht. Het aantal uren dat op websites wordt doorgebracht is niet hetzelfde als het aantal spelers. Er is geen één-op-één relatie tussen aantal uren op websites en het aantal spelers. Verschuivingen in het aantal uren van illegale websites naar legale websites bieden wel een indicatie dat de kanalisatieontwikkelingen gunstig zijn, maar hier kunnen nog geen definitieve conclusies aan worden verbonden. Kanalisatie is ook geen statisch gegeven en kan niet worden vastgesteld aan de hand van één kengetal of vast percentage. Ik neem het aantal spelersaccounts, het aantal uren op legale websites ten opzichte van illegale websites en mogelijk andere factoren zoals het brutospelresultaat in aanmerking om de ontwikkeling van de kanalisatie te meten. Kanalisatie moet duurzaam zijn en spelers moeten ook in de toekomst het legale aanbod vinden. Ik volg doorlopend de ontwikkelingen rond kanalisatie en streef ernaar dat het illegale aanbod wordt tegengegaan en spelers naar legaal aanbod worden geleid.

De leden van de D66-fractie onderschrijven het standpunt van de minister dat meer afbakening nodig is om uitvoering te kunnen geven aan de motie van het lid Van Nispen c.s. (Kamerstuk 24557, nr. 186). Kan de minister verduidelijken hoe hij het begrip ‘ongerichte reclame’ uitlegt? Kan de minister ook verduidelijken of fysieke locaties van bijvoorbeeld Holland Casino onder de motie zouden vallen? Bovendien zijn zij benieuwd welke mogelijkheden de minister ziet om wel tot een betekenisvolle stap over te gaan om de aard van reclame-uitingen verder te beperken, bijvoorbeeld qua venstertijden op televisie of een beperking van het aantal media of kanalen waar een aanbieder adverteert, maar ook door een aangescherpte definitie te hanteren van reclame die ‘gericht is op kinderen’ aangezien deze definitie nog steeds toelaat dat veel kinderen op televisie deze reclames zien.

Antwoord minister:

In mijn brief van 17 maart 2022 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de uitvoering van de motie van het lid Van Nispen c.s. in samenhang met de vervolgmotie van het lid Van Nispen c.s. om ongerichte reclame voor risicovolle kansspelen te verbieden. De komende tijd wordt het wetsvoorstel uitgewerkt. Daarin zullen ook definitievraagstukken zoals de afbakening tussen gerichte en ongerichte reclame beantwoord moeten worden. Intussen zet ik mij maximaal in om zo spoedig als mogelijk te komen tot nadere beperkingen van reclame voor risicovolle kansspelen. Zoals reeds aangegeven in mijn brief van 17 maart 2022 wil ik, in afwachting van de wetswijziging, er wel voor waken dat het reclameaanbod zich niet grotendeels verplaatst naar de online omgeving. Daarom zal ik kijken naar mogelijkheden om een tijdsvenster voor online banners en video’s op te nemen in het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen. Daarnaast scherp ik de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen aan door de inzet van rolmodellen bij reclame voor risicovolle kansspelen te verbieden, zoals ook vermeld in mijn brief voor het mei reces die u parallel ontvangt. De gewijzigde regeling wordt op zeer korte termijn gepubliceerd. Ik streef ernaar de regeling vervolgens in juni in werking te laten treden.

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van een oproep van de voorzitter van de Ksa aan online kansspelaanbieders om daglimieten voor spelers op te leggen. Op grond van de Wet Koa dienen spelers aan te geven welke speellimieten ze zichzelf opleggen. In de praktijk kan het voorkomen dat een speler kiest voor een limiet van 24 uur per dag, of voor een limiet van 100.000 euro per dag. Dat is niet in strijd met de Wet Koa, omdat aanbieders alleen verplicht zijn spelers zichzelf een limiet op te laten leggen. Kan de minister uiteenzetten wat het doel is van de verplichting tot het opleggen van zelflimieten? Kan de minister op grond van de tot nu toe bekende data concluderen dat het opleggen van zelflimieten bijdraagt aan het behalen van dat doel?

Antwoord minister:

De bepalingen over speellimieten in de wet- en regelgeving Koa zijn gebaseerd op ervaringen van de verslavingszorg en diverse studies waaruit blijkt dat de mogelijkheid voor spelers om goed geïnformeerd zelf keuzes te maken over het speelgedrag een effectieve preventiemethode is. Op dit moment, vijf maanden na opening van de markt, zijn nog onvoldoende data bekend om conclusies te trekken over de effectiviteit van de zelflimieten zoals deze momenteel gelden. Maar er zijn wel signalen over de toepassing van de limieten. In de reactie op de twee moties die over dit onderwerp zijn aangenomen, de brief voor het meireces die u parallel ontvangt, zal ik specifieker ingaan op de acties die ik hieromtrent onderneem evenals op de acties die op de branche zelf op dit terrein neemt.

SP-fractie en ChristenUnie

De leden van de SP-fractie en ChristenUnie-fractie beseffen zich ter degen dat de naam van dit schriftelijk overleg zich focust op de aangenomen motie over een verbod op ongerichte reclames voor risicovolle kansspelen. Toch zouden zij dit overleg ook willen gebruiken om ook wat breder vragen aan de minister te stellen over de kansspelsector en met name de online kansspelmarkt.

Allereerst willen de leden van de SP-fractie en de ChristenUnie-fractie melden dat zij zeer ontstemd waren over onderliggende brief van de toenmalige minister voor Rechtsbescherming over de uitvoering van de aangenomen motie Van Nispen c.s.. De motie was volgens deze leden klip en klaar: ongerichte reclames voor risicovolle kansspelen zijn onwenselijk en daarom moet ervoor gezorgd worden dat deze reclames zo snel als mogelijk stoppen. Aan nader onderzoek, waar de toenmalige minister voor Rechtsbescherming in zijn brief toe opriep, is dan ook geen behoefte. Niet alleen staat de onwenselijkheid van deze reclames voor een meerderheid van de Kamer vast, ook is het zo dat elke dag dat langer gewacht wordt met het uitvoeren van deze motie, er weer nieuwe gokverslaafden bij kunnen komen. Iets wat in strijd is met de bedoeling van de opening van de online kansspelmarkt, die slechts kanalisatie tot doel had. Erkent de minister dat meer reclames leiden tot meer gokken, dus meer problemen en ellende? Wordt in kaart gebracht wat de maatschappelijke kosten, zoals zorgkosten en verslavingsbehandelingen, zijn van het gegeven dat meer mensen gaan gokken en er dus ook meer mensen het risico lopen verslaafd te raken? Zo ja, is de minister bereid deze gegevens met de Kamer te delen? Zo nee, deelt de minister de mening dat het goed zou zijn om dit wél in kaart te brengen, zodat hiermee rekening kan worden gehouden bij de inrichting van het kansspelbeleid?

Antwoord minister:

De wet Kansspelen op afstand kent geen doelstelling omtrent meer of minder gebruik van het online kansspelaanbod. Met het legaliseren en reguleren van de online kansspelmarkt is beoogd om spelers, nieuwe en bestaande, een omgeving te bieden waar consumentenbescherming, verslavingspreventie en het voorkomen van fraude en witwassen beter gewaarborgd worden. De doelstelling van de wet Kanspelen op afstand is om spelers te leiden naar legaal aanbod van kansspelen. Daarvoor is enige vorm van reclame nodig. De eerste cijfers laten zien dat spelers het legale aanbod goed weten te vinden.

Hoe de markt zich ontwikkelt en of dit tot minder of onverhoopt meer problemen leidt wordt gemonitord. Zoals door mijn ambtsvoorganger en mij is toegezegd wordt uw Kamer periodiek geïnformeerd over de stand van zaken. Ik deel de mening dat het goed zou zijn om de bredere maatschappelijke kosten en baten in kaart te brengen. Ik verken daarom op dit moment de mogelijkheden van een maatschappelijke kosten- batenanalyse.

De leden van de SP-fractie en de ChristenUnie-fractie vragen de minister alsnog zo snel mogelijk de motie, zoals hij door indieners bedoeld was, uit te voeren. Graag horen zij van de minister hoe snel hij dit denkt te gaan doen.

Antwoord minister:

De motie van het lid Van Nispen c.s,. om ongerichte reclame voor risicovolle kansspelen te verbieden, voer ik uit. Daarover heb ik uw Kamer bericht bij brief van 17 maart 2022. In deze brief staat eveneens het proces dat nodig is om tot de gewenste wijzigingen te komen en de stappen die ik in de tussentijd neem. Voor de laatste stand van zaken verwijs ik naar mijn brief van die u voor het mei reces parallel ontvangt.

Onlangs hebben deze leden kennisgenomen van de uitzending van het consumentenprogramma Kassa waarin aandacht werd gevraagd voor de trucs die gokwebsites gebruiken om mensen meer te laten gokken. Is de minister het met deze leden eens dat het onwenselijk is dat goklimieten nu op 100.000 euro per dag kunnen worden ingesteld? Zouden deze limieten niet substantieel lager moeten zijn om gokproblemen te voorkomen? Ook verbaasde het deze leden dat de maximale speelduur soms nutteloos gemaakt kan worden door deze in te stellen op 24 uur per dag. Deelt de minister de mening dat dit niet de bedoeling kan zijn? Wat gaat hij eraan doen om aanbieders ertoe te bewegen deze maximale limieten fors naar beneden bij te laten stellen? Als zij dit niet vrijwillig doen, is de minister dan bereid om, net als de regering in Zweden onlangs ook al gedaan heeft, de wet dusdanig aan te passen dat dergelijke uitwassen wettelijk worden verboden? Zo nee, waarom niet?

Ook wijzen de leden van de SP-fractie en de ChristenUnie-fractie erop dat het ook voorkomt dat spelers de door henzelf ingestelde limieten bij sommige aanbieders wel degelijk kunnen overschrijden. Overschrijdt een speler deze limieten, dan krijgt hij vaak achteraf een melding of een blokkade op zijn account. Dit gebeurt niet onmiddellijk. Ook wordt een storting hoger dan de stortingslimiet bijvoorbeeld niet tegengehouden. Is de minister hiervan op de hoogte? Ziet hij in dat op deze manier een probleemspeler in theorie zijn hele hebben en houden kan verliezen, voordat er wordt ingegrepen? Acht hij dit wenselijk? Zo nee, wat gaat hij hier tegen doen?

Antwoord minister:

De online branche heeft, zoals in de bijlage bij mijn brief van 17 maart 2022 geschetst, afgesproken in het kader van “verantwoord spelen” via zelfregulering, nadere afspraken te maken over speellimieten. Daarbij moet wat mij betreft gebruik worden gemaakt van wetenschappelijke inzichten en kennis die in andere landen is opgedaan met speellimieten. Ik ben voorstander van afspraken binnen de sector, omdat dit de snelste manier is om met behulp van technische aanpassingen en innovaties direct in de spelomgeving aanpassingen te doen.

Het wettelijk kader dat momenteel geldt met betrekking tot limieten is dat een speler een aantal limieten vooraf in moet stellen. Dit betreft een speel(tijd)limiet, een stortingslimiet en een limiet voor het maximum saldo op een speelrekening. Voor wat betreft de hoogte van deze limieten verwijs ik naar het antwoord op de vraag van de leden van D66.

De zelflimieten zijn bedoeld om de speler vooraf na te laten denken over de grenzen die hij zichzelf bij het deelnemen aan kansspelen op afstand wil stellen.

De financiële grenzen van het spelersprofiel (de maximumstortingen en het maximum saldo op de speelrekening) mogen niet kunnen worden overschreden.

De toets aan de voorkant op deze eisen vindt plaats door keuringsrapporten die vergunningaanvragers moeten overhandigen. Ook de niet-financiële grens (de duur van de aanmelding op de spelersinterface) mag in beginsel niet worden overschreden. Een speler kan zijn limieten naar boven toe bijstellen, maar waar een verlaging van de limieten direct in werking moet treden, mag een verhoging van een limiet eerst na ten minste een week in werking treden. Overschrijdingen van limieten zouden dus niet mogelijk moeten zijn en zijn in strijd met de regelgeving. De Ksa houdt toezicht op deze verplichtingen. Dit vult ze zoveel mogelijk risico- en datagestuurd in. Met betrekking tot dit onderwerp heeft de Ksa zeer weinig signalen gekregen.

In de reactie op de twee moties die over dit onderwerp zijn aangenomen, te weten de brief die u voor het meireces parallel ontvangt, zal ik specifieker ingaan op de acties die ik hieromtrent onderneem.

De leden van de SP-fractie en de ChristenUnie-fractie vragen de minister of hij bekend is met het feit dat minderjarigen maandenlang geld hebben kunnen storten bij sommige legale online casino’s en dat pas nadat de casino’s op dit probleem werden gewezen door journalisten, in actie zijn gekomen om dit lek te dichten. Wat vindt de minister van deze gang van zaken? Hoe kan het dat dit lek maanden heeft kunnen bestaan? Houdt de Ksa hier geen toezicht op? Waarom heeft de Ksa dit niet ontdekt en moesten er journalisten aan te pas komen om dit probleem in de openbaarheid te brengen? Heeft de Ksa wel voldoende capaciteit om hier gedegen toezicht op te houden? Zo ja, waaruit blijkt dat? Zijn voor de opening van de kansspelmarkt de aanbieders van online kansspelen doorgelicht op de mogelijkheid dat minderjarigen zouden kunnen gokken dan wel geld zouden kunnen storten om mee te gokken? Zo nee, waarom niet?

Is de minister er tevens mee bekend dat na verder onderzoek bleek dat het bij Holland Casino nog steeds mogelijk is om als minderjarige geld te storten? Is dit probleem inmiddels opgelost? Wat vindt de minister ervan dat het uitgerekend bij een staatsbedrijf mogelijk was of is voor minderjarigen om geld te kunnen storten en dus te kunnen gokken? Zou Holland Casino niet juist een voorbeeldfunctie moeten hebben, als staatsbedrijf?

Kan de minister garanderen dat het nu bij geen enkele legale online kansspelaanbieder meer mogelijk is om als minderjarige op wat voor manier dan ook geld te kunnen storten?

Antwoord minister:

Ik ben bekend met nieuwsberichten waarin stond dat minderjarigen konden storten op de speelrekening van een ander en met het account van een ander konden gokken en vind dit zeer onwenselijk. Op basis van de huidige wet- en regelgeving mag dit ook niet. De toets aan de voorkant vindt plaats door keuringsrapporten die vergunningaanvragers moeten overhandigen. Wanneer de aanvrager een vergunning heeft ontvangen houdt de kansspelautoriteit toezicht op de vergunningsvoorwaarden. De Ksa heeft aangegeven voldoende capaciteit te hebben voor adequaat toezicht en handhaving van de kansspelwetgeving. Dit vult ze zoveel mogelijk risico- en datagestuurd in.

Al deze vergunningsvoorwaarden gelden voor alle aanbieders van online kansspelen, dus ook voor Holland Casino. Holland Casino heeft mij met betrekking tot de geschetste casus laten weten dat de benodigde aanpassingen zijn doorgevoerd. Onbedoeld was de situatie ontstaan dat in uitzonderlijke gevallen personen die ingelogd waren in het account van een andere speler met exact dezelfde achternaam, hun eigen rekening op basis van die achternaam konden koppelen aan dat account. Holland Casino heeft aangegeven dat dit inmiddels niet meer mogelijk en structureel opgelost is.

Omdat de vragen met name voort lijken te komen uit zorgen om gokkende minderjarigen wil ik kort schetsen welke stappen, cumulatief, gezet moeten worden voordat een minderjarige geld op een online account van iemand anders kan storten en kan gaan spelen: bij het aanmaken van een spelersaccount wordt de identiteit vastgesteld en geverifieerd. Daarnaast moet een speler zich identificeren iedere keer dat hij of zij toegang wil tot zijn spelersaccount, bijvoorbeeld door middel van gebruikersnaam en wachtwoord. Bovendien mag enkel geld gestort worden met een betaalrekening die ondubbelzinnig tot de persoon van de speler te herleiden is. Door de optelsom van deze maatregelen wordt de kans dat een minderjarige bij een vergunde aanbieder daadwerkelijk kan spelen geminimaliseerd.

De leden van de SP-fractie en de ChristenUnie-fractie wijzen erop dat er voor allerlei soorten verslavingen speciale dsm-v-codes zijn ontwikkeld. Echter, voor gokverslavingen bestaat geen zelfstandige code waardoor gokverslavingen nu gedeclareerd dienen te worden onder de restgroep diagnoses. Onder deze code vallen echter onder andere ook de diagnoses voor slaapstoornis en dissociatieve stoornis. Hierdoor ontbreekt aldus inzicht in het aantal gokverslaafden dat in behandeling is. Is de minister bereid te bekijken of ook specifiek voor gokverslavingen een code in het leven geroepen kan worden, zodat beter zicht gehouden kan worden op deze groep? Zo nee, waarom niet?

Antwoord minister:

Het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) is een belangrijke bron om de aard en omvang van de hulpvraag in de verslavingszorg in Nederland te monitoren. De gegevens uit LADIS zijn niet gebaseerd op declaratiecodes, maar komen voort uit aangeleverde data van verslavingszorginstellingen. Voor inzicht in het aantal mensen met een kansspelverslaving is een specifieke declaratiecode dus niet nodig. LADIS is momenteel niet operationeel, omdat deze niet voldoet aan de vereisten van de AVG. De Minister voor Medische Zorg en Sport heeft een wetsvoorstel ingediend waarmee de benodigde wettelijke grondslag voor de gegevensverwerking wordt gecreëerd. De inwerkingtreding van de wet zal naar verwachting 1 juli 2022 plaatsvinden. De gegevensverzameling kan dan weer van start gaan. Rond het najaar is er dan weer zicht op de omvang van de hulpvraag in de verslavingszorg op het gebied van gokken en komen de cijfers met terugwerkende kracht vanaf 2015 weer beschikbaar.

Deze leden wijzen voorts op het belang van goed preventiebeleid door aanbieders van kansspelen. Deze leden vragen daarbij specifiek aandacht voor de TOTO formulieren die nu in de winkel kunnen worden gekocht zonder dat een speler zich hoeft te identificeren. Hoe wordt op dit moment voorkomen dat verslaafden niet bewust bij vier of vijf winkels TOTO formulieren kopen om te voorkomen dat de winkelier ze kan aanspreken? Is de minister bereid te kijken naar mogelijkheden om dit gevaar te ondervangen?  

Antwoord minister:

Bij fysieke sportweddenschappen hoeven geen identiteitsgegevens te worden geregistreerd om het speelgedrag van de deelnemer in kaart te kunnen brengen. Het risico op het ontwikkelen van problematisch speelgedrag is bij fysieke sportweddenschappen significant lager dan bij bijvoorbeeld online sportweddenschappen. Op grond van artikel 4a Rwrvk hebben overigens ook aanbieders van fysieke sportweddenschappen een actieve zorgplicht om kansspelverslaving te voorkomen. In dat kader heeft Nederlandse Loterij laten weten dat zij met al haar verkooppunten afspraken maakt over verantwoorde verkoop, in de Gedragscode Verkooppunten. Nederlandse Loterij controleert de naleving van deze gedragscode. Medewerkers van de verkooppunten worden getraind op onderwerpen zoals het herkennen van problematisch speelgedrag en het doorverwijzen naar hulp. Ik acht het dan ook niet proportioneel om het speelgedrag van spelers bij fysieke winkels te laten volgen. Bovendien acht ik dit niet uitvoerbaar en handhaafbaar.

Klopt het dat er de afgelopen maanden meer patiënten met een gokverslaving zijn opgenomen in verslavingsklinieken dan in de periode vóór de opening van de kansspelmarkt? Kan de minister daarbij aangeven in hoeverre de hoeveelheid gokreclames daar volgens hem aan heeft bijgedragen?

Antwoord minister:

Er zijn op dit moment nog geen cijfers bekend over het aantal mensen dat na de opening van de markt is opgenomen in verslavingsklinieken en ook niet in hoeverre dit te relateren is aan de marktopening. Er gaat tijd overheen voordat mensen problematisch speelgedrag kunnen hebben ontwikkeld en zich vervolgens melden bij hulpverlenende instanties. Daarnaast is een rechtstreeks verband tussen het zien van reclame en het ontwikkelen van verslaving moeilijk vast te stellen. Dit betekent echter niet dat ik geen acht sla op signalen die ik vanuit de verslavingszorg ontvang. Met name ongerichte reclame kan mensen met een bestaand kansspelprobleem doen terugvallen en ongerichte reclame komt ook terecht bij kwetsbare doelgroepen die vatbaarder zijn voor de verleidende effecten van reclame. Juist daarom beperk ik reclames voor risicovolle kansspelen verder, zoals aangegeven in mijn brief van 17 maart 2022.

In het verlengde daarvan vragen de leden van de SP-fractie en de ChristenUnie-fractie hoe het staat met het verslavingsfonds. Hoeveel geld zit inmiddels in dit fonds? Welk percentage van de omzet dragen kansspelaanbieders hier nu precies aan af? Wat vindt de minister van het idee om specifieke behandelingen te laten betalen door de aanbieders waar kennelijk ongehinderd een verslaving kon worden opgebouwd. Zou hiermee een betere naleving van de verslavingspreventiedoelen bereikt kunnen worden?

Antwoord minister:

In het jaarverslag van de Kansspelautoriteit is aangegeven dat de opbrengsten voor het Verslavingspreventiefonds in 2021 2,7 miljoen euro waren. Op grond van artikel 33e lid 1 onder b Wet op de Kansspelen en de Uitvoeringsregeling kansspelheffing dragen online aanbieders af aan het verslavingspreventiefonds. Afhankelijk van het soort spel dat gespeeld wordt gaat het om 0,25% van het brutospelresultaat of 0,25% van de omzet. Vergunninghouders voor speelcasino’s, speelautomatenhallen en exploitanten van horeca-automaten dragen een bedrag af per speeltafel, spelersterminal of spelersplaats. Uit het verslavingspreventiefonds wordt anonieme hulp betaald, het loket kansspel en onderzoek op het gebied van (voorkomen van) kansspelverslaving. Het geld voor de anonieme hulp wordt beschikbaar gesteld via de subsidieregeling anonieme e-health. Als mensen uit schaamte of angst voor hun omgeving geen professionele hulp durven te zoeken, dan kan het aanbod van anonieme e- health hierin voorzien. Anoniem verleende zorg kan namelijk niet worden gedeclareerd bij de zorgverzekeraars. De kosten van behandeling van een kansspelverslaving worden, als er een ggz-diagnose is, vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet. Gezien het bestaan van deze mogelijkheden acht ik het niet noodzakelijk om specifieke behandelingen te laten bekostigen door aanbieders van kansspelen.

SGP

De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van onderliggende brief over de uitvoering van de aangenomen motie van het lid van Nispen c.s. waarin wordt verzocht om een verbod in te stellen op ongerichte reclames voor risicovolle kansspelen. Deze leden hebben behoefte aan het stellen van enkele vragen.

De leden van de SGP-fractie constateren dat de motie verzoekt om een verbod op ongerichte reclames voor risicovolle kansspelen. Deze leden lezen dat de minister aanscherpingen op het gebied van kansspelreclame en aanvullende stappen naar aanleiding van de betreffende motie neemt, maar dat het verbod op ongerichte kansspelreclames nog niet is gerealiseerd. Deze leden constateren dat de motie niet wordt uitgevoerd en vragen de minister waarom de aangenomen motie niet uitgevoerd is. Deze leden vragen de minister, met bijzondere aandacht voor de missionaire status van dit kabinet, of de aangenomen motie van het lid Van Nispen c.s. op korte termijn wél uitgevoerd wordt.

Antwoord minister:

Ik voer de motie van het lid Van Nispen c.s. over een verbod op ongerichte reclame voor risicovolle kansspelen uit. Daarover heb ik uw Kamer bericht bij brief van 17 maart 2022. In deze brief staat eveneens het proces dat nodig is om tot de gewenste wijzigingen te komen en de stappen die ik in de tussentijd neem. Voor de laatste stand van zaken verwijs ik naar de brief die ik gelijktijdig voor het meireces aan uw Kamer heb toegezonden.

De leden van de SGP-fractie lezen dat de opening van de markt van kansspelen op afstand zou moeten bewerkstelligen dat het illegale kansspelgebruik terug te brengen. Deze constateren dat de kanalisatie van kansspelen ertoe leidt dat er méér personen gebruik maken van kansspelen dan vóór de kanalisatie het geval was. Zij constateren dat de kanalisatie het gewenste doel gemist heeft en averechts werkt met betrekking tot het terugdringen van gokverslavingen. Deze leden vragen de minister waarom niet meer is gekeken naar het terugdringen van het illegale aanbod van kansspelen in plaats van het kanaliseren van kansspelen. Zou dit niet meer effectief zijn in het terugdringen van gokverslavingen?

Antwoord minister:

De wet Kansspelen op afstand kent geen doelstelling omtrent meer of minder gebruik van het online kansspelaanbod. De doelen van het kansspelbeleid zijn consumentenbescherming, verslavingspreventie en het voorkomen van fraude en witwassen. Om deze drie doelen te realiseren is gekozen voor het reguleren van de kansspelmarkt met een vergunningenstelsel. Zowel bij het toekennen van vergunningen als bij het toezicht op naleving van de regels gaat er bijzondere aandacht uit naar bescherming van de speler. Op dit moment zijn nog geen concrete cijfers voorhanden van de ontwikkelingen rond kansspelverslavingen sinds de opening van de markt. Zoals ik reeds heb aangegeven verwacht ik dat deze cijfers in de loop van dit jaar beschikbaar zullen komen. Tegelijkertijd zet ik in op onderzoek naar verslavingspreventie, gefinancierd uit het verslavingspreventiefonds. Deze onderzoeken hebben ten doel een bijdrage te leveren aan de preventie en behandeling van kansspelverslaving en gokproblematiek in den brede door nieuwe kennis te ontwikkelen en de impact daarvan op de preventie- en behandelpraktijk te versterken. Momenteel wordt hiervoor een onderzoeksprogramma opgesteld.

De leden van de SGP vragen waarom niet meer is gekeken naar het terugdringen van het illegale aanbod van kansspelen in plaats van het kanaliseren van kansspelen. Zoals ook eerder aangegeven is een sluitende handhaving op onvergund aanbod, mede door het grenzeloze karakter van het internet, de aanhoudende behoefte van de Nederlandse consument aan kansspelen op afstand, de snelle technologische ontwikkelingen en het brede, op Nederland gerichte aanbod via honderden websites, niet mogelijk zonder daar een verantwoord, betrouwbaar en controleerbaar alternatief tegenover te stellen in de vorm van het vergunningstelsel voor kansspelen op afstand als vastgelegd in de huidige Wet op de kansspelen. Daarnaast is een stevige aanpak op het illegale aanbod nodig. Daarvoor heeft de Ksa met de wet nieuwe instrumenten in handen gekregen. Deze worden ingezet om het illegale aanbod terug te dringen waarmee bijgedragen wordt aan de kanalisatie. Zoals ik in mijn brief aan uw Kamer op 17 maart 2022 heb gemeld wordt door de Ksa hoge prioriteit gegeven aan het handhaven op illegaal aanbod. In mijn brief, die ik uw Kamer gelijktijdig vóór het meireces heb toegestuurd, heb ik uiteengezet tot welke resultaten dit reeds heeft geleid. Na 1 oktober bleek al dat een aantal grote aanbieders zonder vergunning hun aanbod in Nederland hadden gestaakt, nadat de Ksa haar handhavingsbeleid had aangescherpt. De Ksa heeft daarnaast bijvoorbeeld 158 kansspelwebsites geselecteerd en onderzocht. De eerste resultaten wijzen uit dat 149 van die websites inmiddels niet meer bereikbaar zijn vanuit Nederland.

De leden van de SGP-fractie vragen de minister of het kabinet financieel belang heeft bij het kanaliseren van kansspelen. Kan de minister inzicht geven in het kostenplaatje van de kanalisatie?

Antwoord minister:

Met de regulering en daarmee kanalisatie van kansspelen op afstand zijn onmiskenbaar financiële belangen gemoeid. Dit is echter niet een doel van de regulering van de markt. Doelen zijn consumentenbescherming, verslavingspreventie en tegengaan van fraude en witwassen.

De financiële kaders zijn als volgt. Omdat de kansspelautoriteit uit de markt wordt betaald zijn hier verder voor de overheid geen kosten mee gemoeid.

In de memorie van toelichting wordt gesproken over een jaarlijks bedrag van 1,8 miljoen euro aan kosten voor de Belastingdienst voor de bezwaar- en beroepsprocedures naar aanleiding van de wijzigingen in de kansspelbelasting.

Zoals in antwoord op de vragen van leden van de SP en de ChristenUnie beschreven waren de opbrengsten voor het Verslavingspreventiefonds in 2021 2,7 miljoen euro ten behoeve van anonieme hulp, het loket kansspel en onderzoek op het gebied van (voorkomen van) kansspelverslaving.

Via de dividenden uit de staatsdeelnemingen Holland Casino en de Nederlandse Loterij Organisatie komen inkomsten uit de online markt bij de Nederlandse overheid terecht. De hoogte hiervan zal binnenkort uit de jaarverslagen blijken.  

Betreffende de kansspelbelasting is in ieder geval met twee verschillende ramingen gewerkt. In het Regeerakkoord uit 2012 werd uitgegaan van een extra opbrengst uit de Kansspelbelasting van uiteindelijk structureel 31 miljoen euro per jaar. In de memorie van toelichting van de wet uit 2014 wordt uitgegaan van een uiteindelijk structurele opbrengst van 20 miljoen per jaar. Op dit moment lijkt de opbrengst uit de kansspelbelasting van de onlinemarkt (beduidend) hoger te zijn dan deze eerder geraamde bedragen. De eerste cijfers betreffende de kansspelbelasting op de onlinesector zullen bij het jaarverslag van het Ministerie van Financiën worden gepubliceerd.

De leden van de SGP-fractie lezen dat de minister kansspelreclames nodig acht omdat kansspelreclame voor legale aanbieders de enige mogelijkheid is om spelers op het legale aanbod te attenderen en om zich te onderscheiden van illegale aanbieders. Deze leden constateren dat niet alleen gebruikers van illegale kansspelen de kansspelreclames te zien krijgen, maar ook niet-gebruikers van kansspelen. Het effect hiervan is averechts, namelijk dat meer mensen in aanraking komen met kansspelreclames en dat deze reclames het gebruik van kansspelen op een laagdrempelige manier introduceren. Deze leden vrezen dat het vertonen van kansspelreclames ertoe leidt dat er meer mensen een gokverslaving ontwikkelen. Kan de minister aangeven hoe de nadelige effecten van het tonen van kansspelreclames aan andere personen dan gebruikers van illegale kansspelen wordt meegenomen in het besluit om kansspelreclames te tonen op televisie en in andere media? Heeft de minister gedragswetenschappelijk onderzoek gedaan naar het effect van kansspelreclames op jongeren en andere kwetsbare groepen?

Antwoord minister:

In de voorbereiding op de Wet Kansspelen op afstand en bij de ontwikkeling van relevante lagere regelgeving is uitgebreid onderzoek gedaan naar het belang van reclame voor de kanalisatiedoelstelling en mogelijkheden tot inperkingen. Uit de onderzoeken is gebleken dat enige vorm van reclame van belang is om kanalisatie te bewerkstelligen. Door kanalisatie is het mogelijk de belangen van spelers binnen dit legale aanbod beter te beschermen.

Uit de onderzoeken is echter ook naar voren gekomen dat kwetsbare groepen, met name jongeren en mensen met verslavingsproblematiek gevoeliger zijn voor de effecten van reclame. Daarnaast zijn er duidelijke signalen afgegeven door onder andere verslavingszorg en mensen die een kansspelverslaving hebben (gehad) die moeite hebben met de grote hoeveelheid ongerichte reclame. Deze signalen neem ik serieus. Ook is uit de beschikbare gegevens de trend gebleken dat met name jongeren interesse in gokken tonen en dit betreft juist een kwetsbare groep die ik wil beschermen. Om die reden wil ik voorkomen dat deze groepen door ongerichte kansspelreclame worden bereikt. Met het oog daarop verbied ik het gebruik van rolmodellen en beperk ik de ongerichte reclames voor risicovolle kansspelen, zoals aangegeven in mijn brief van 17 maart 2022.

De leden van de SGP-fractie constateren dat het aantal gebruikers van de kansspelmarkt enorm is gestegen sinds de online kansspelmarkt is geopend. Zij vrezen dat dit leidt tot een toename van het aantal gokverslaafden. Deze leden vragen de minister of hij deze signalen serieus neemt en welke grens er bereikt moet worden alvorens hij overgaat tot een verbod op kansspelen en/of kansspelreclames.

Antwoord minister:

Het exacte aantal spelers is ingevolge de keuzes die gemaakt zijn in de Wet koa niet bekend. Het aantal spelersaccounts is wel bekend, met de beperking dat één persoon meerdere accounts bij verschillende aanbieders kan hebben. Wel kan worden geconstateerd dat het aantal uren dat mensen op kansspelwebsites doorbrengen licht is toegenomen sinds de eerste maanden na de opening van de markt. Daarmee is niet gezegd dat het totaal aantal spelers is toegenomen ten opzichte van de situatie vóór de opening van de legale online kansspelmarkt. Uit het addendum bij het jaarverslag van de Ksa komt naar voren dat de omvang van de markt gemeten met het bruto spelresultaat van de legale markt in het vierde kwartaal 2021 185,5 miljoen euro is. Dit is meer dan eerder verwacht in de prognoses en kan betekenen dat de omvang van de illegale markt vóór de opening van de legale online markt in oktober 2021 te laag is ingeschat. Dit zegt nog niets over de ontwikkeling van het aantal gokverslaafden, dat is vijf maanden na de marktopening ook nog niet mogelijk. Wel zijn er duidelijke zorgen uitgesproken door onder andere verslavingszorg en mensen met verslavingsproblematiek. Verder zie ik in de beschikbare gegevens, waaronder het addendum bij het jaarverslag van de Ksa, een trend dat de groep spelers in de leeftijdscategorie 18 tot 24 oververtegenwoordigd is in de populatie Nederlanders met een spelersaccount ten opzichte van de rest van de bevolking. Jongeren zijn als kwetsbare groep aangemerkt, die gemakkelijk beïnvloedbaar is. Zo blijkt uit onderzoek dat reclame sneller een negatieve invloed heeft op het speelgedrag van jongeren. Om die reden zet ik ook in op het beperken van ongerichte reclame en tref ik aanvullende maatregelen om kwetsbare groepen beter te beschermen. zoals aangekondigd in mijn brief van 17 maart 2022.

Voornoemde leden lezen dat vergunninghouders niet onbegrensd reclame mogen maken en dat zij zich aan strenge regels moeten houden. Reclame mag niet zodanig zijn ingericht dat juist kwetsbare groepen zoals minderjarigen en jongvolwassenen op risicovolle kansspelen worden geattendeerd. Deze leden constateren dat deze regels gemakkelijk omzeild worden door vlak voor 21:00 uur reeds reclames te tonen met betrekking tot casino’s en de kijkers vast ‘warm te draaien’ voor de kansspelreclames voor het volgende reclameblok.

Antwoord minister:

Reclamespotjes voor risicovolle kansspelen, waartoe casino’s behoren, mogen niet voor 21.00 uur worden uitgezonden. Programmasponsoring is op dit moment wel toegestaan voor 21.00 uur. Ik constateer daarbij dat de sector in aanloop naar de wetswijziging zelf de programmasponsoring qua vorm gaat beperken tot een neutrale en eenvoudige vertoning van het merk.

De leden van de SGP-fractie constateren dat kansspelreclames met name rondom voetbalwedstrijden en andere sportprogramma’s getoond worden. Deze wedstrijden lenen zich uitstekend voor het wagen van een gokje en zijn derhalve extra risicovol wat betreft nieuwe gebruikers van kansspelen. Kan de minister aangeven welke opties overwogen worden om kansspelgebruik terug te dringen? Kan de minister hierbij aangeven welke extra stappen hij neemt om jongvolwassenen hiervoor te behoeden? Deze leden vragen de minister of hij de mening deelt dat voetbalwedstrijden met name door jongvolwassenen bekeken worden en dat een verbod op kansspelreclames rondom voetbalwedstrijden het kansspelgebruik onder jongeren kan terugdringen.

Antwoord minister:

Het beperken van het gebruik van het kansspelaanbod is geen doel van het kansspelbeleid. Een van de doelen is wel om kwetsbare groepen, zoals jongeren en jongvolwassenen, te beschermen. Daar is het huidige beleid ook op gericht, in het bijzonder ook op het gebied van reclame. Over de vraag welke leeftijdsgroepen op tv specifieke programma’s kijken zijn gegevens beschikbaar. Daaruit komt niet het beeld naar voren dat met name jongvolwassenen naar voetbalwedstrijden kijken. Dat neemt natuurlijk niet weg dat bij belangrijke voetbalwedstrijden het absolute aantal jonge kijkers omvangrijk kan zijn. Om deze kwetsbare groep in het bijzonder beter te beschermen zal ik, zoals aangekondigd in mijn brief van 17 maart 2022, de komende tijd de mogelijkheden voor ongerichte reclame voor risicovolle kansspelen beperken. De sector heeft afgesproken om pas na 22.00 uur reclames voor online kansspelen uit te zenden; bij effectuering hiervan in de komende periode worden reclamespotjes tijdens voetbalwedstrijden in de praktijk een uitzondering, omdat de meeste wedstrijden vóór 22.00 uur eindigen en, waar dit niet zo is, het reclameblok in de rust in de regel buiten de zendtijd voor online kansspelen valt. Overigens is het nu al verboden om tijdens sportwedstrijden reclame te maken voor weddenschappen op die wedstrijden.

De leden van de SGP-fractie constateren dat de leeftijdsgrens om online een gokje te wagen gemakkelijker te omzeilen is dan in een casino. Deze leden vragen de minister of hij nog meer mogelijkheden ziet om dit te voorkomen.

Antwoord minister:

De door de SGP-fractie geponeerde stelling deel ik niet. Om een online account bij een vergunde online aanbieder te kunnen aanmaken is zorgvuldige identificatie inclusief leeftijdsverificatie wettelijk verplicht. De Ksa heeft tot nu toen geen signalen ontvangen dat deze regels door vergunninghouders worden omzeild.

Het kan natuurlijk niet worden uitgesloten dat een geverifieerde speler zelf minderjarigen laat spelen op zijn account, maar ik zou die spelers er toe willen oproepen verantwoordelijkheid te betrachten en dit niet toe te laten.

De aan het woord zijnde leden constateren dat er afspraken zijn gemaakt over gokreclames. Zo mogen er geen rolmodellen in gokreclames verschijnen. Deze leden constateren dat ex-voetballers zoals Wesley Sneijder en Nathan Rutjes en trainer Dick Advocaat een grote rol spelen in de kansspelreclames als ambassadeur of ‘Koning Toto’. Deze leden constateren dat het verbod op rolmodellen in de kansspelreclames zo op een gemakkelijke manier omzeild kan worden. Zij vragen de minister of de regels rondom het verbod op rolmodellen aangescherpt kan worden.

Antwoord minister:

Ik scherp de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen aan door de inzet van rolmodellen bij reclame voor risicovolle kansspelen te verbieden, zoals ook vermeld in mijn brief voor het mei reces die u parallel ontvangt. De gewijzigde regeling wordt op zeer korte termijn gepubliceerd. Ik streef ernaar de regeling vervolgens in juni in werking te laten treden.

De leden van de SGP-fractie lezen dat het voor de Ksa mogelijk moet zijn om adequaat toezicht te houden. Zij constateren dat het lastiger is om een grote diversiteit aan regels te handhaven waarop allerlei uitzonderingen gelden dan om slechts het verbod op kansspelreclames te handhaven. Deze leden vragen de minister hoe dit adequate toezicht vorm krijgt en welke afwegingen de Ksa maakt om toezicht te kunnen blijven houden.

Antwoord minister:

Met de leden van de SGP-fractie ben ik van mening dat regels zodanig moeten worden opgesteld dat deze ook uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Ook in de voorbereiding van het wetsvoorstel voor een verbod op ongerichte reclame voor risicovolle kansspelen en aanpassingen in lagere regelgeving in de tussenliggende periode heeft dit mijn aandacht. Ik zal aan de Ksa zoals gebruikelijk vragen om de uitvoeringsconsequenties van de beoogde wijzigingen in beeld te brengen.

De leden van de SGP-fractie lezen dat de kansspelsector recent afspraken heeft gemaakt in het kader van zelfregulering waardoor naar verwachting minder reclames op televisie zullen komen en ook online reclames worden ingeperkt. Deze leden constateren dat televisiekijkers, ex-gokverslaafden en andere kwetsbaren nog steeds klagen over het hoge aantal gokreclames. Deze leden overwegen dat zelfregulering niet het gewenste effect heeft op het terugdringen van kansspelreclames gezien de baat van de kansspelsector op gokreclames. Zij vragen de minister of hij nu zelf ook inziet dat zelfregulering niet werkt en vragen de minister of hij voornemens is nu wel hard op te treden tegen kansspelreclames.

Antwoord minister:

Zelfregulering is de snelste manier om tot gedragen afspraken te komen binnen een sector. Ik constateer dat de brancheorganisaties van online kansspelaanbieders NOGA en VNLOK tot vergaande afspraken zijn gekomen, zoals ik in mijn brief van 17 maart 2022 aan uw Kamer heb gemeld. De brancheorganisaties streven ernaar deze afspraken in de reclamecode voor online kansspelen vast te leggen, waarmee deze inperkingen algemeen verbindend worden. Dat neemt overigens niet weg dat de Ksa onverminderd streng toezicht houdt op naleving van de huidige regels, en zo nodig tot handhaving overgaat, en dit ook zal doen wanneer de nieuwe regels van kracht zijn.

Voornoemde leden lezen dat vanaf 1 februari 2022 reclame voor online kansspelen beperkt wordt tot maximaal één reclame van 30 seconden per tijdsblok. Deze leden vragen de minister of het mogelijk is dat televisiezenders de 30 seconden opknippen in drie maal 10 seconden zodat het toch mogelijk blijft om drie korte kansspelreclames te tonen.

Antwoord minister:

De mediabedrijven en de brancheorganisaties hebben zich per 1 februari 2022 gecommitteerd aan één reclame per reclameblok. Dit is inmiddels ook in de praktijk gebracht. Bij opknippen zou er in mijn beleving geen meer sprake zijn van één reclame.

De leden van de SGP-fractie lezen dat de voormalig minister voor Rechtsbescherming tijdens het debat op 15 december 2021 heeft aangegeven dat in de toekomst verdergaande beperkingen niet uitgesloten worden op het moment dat de beoogde kanalisatie is bereikt en de markt is gestabiliseerd. Deze leden vragen de minister aan welke verdergaande beperkingen hij denkt. Voorts vragen deze leden de minister op welk moment de beoogde kanalisatie is bereikt en de markt is gestabiliseerd. Hoe worden deze doelstellingen gemeten? Kan de minister hierbij aangeven of een toename van het aantal gokverslaafden een rol speelt in het nemen van verdergaande beperkingen?

Antwoord minister:

Mijn ambtsvoorganger heeft in het debat op 15 december 2021 aangegeven naar beperkingen van reclame te zullen kijken, zoals een tijdsvenster voor online reclames. Voor de vraag aan welke beperkingen verder gedacht kan worden verwijs ik naar de kamerbrief van 17 maart jl. over de uitvoering van de motie Van Nispen om een verbod op ongerichte reclame bij risicovolle kansspelen te realiseren.

De doelstellingen van kansspelbeleid en kanalisatie meet ik door te kijken naar verschillende factoren, zoals het gebruik van het legale aanbod, de omvang van de illegale markt, het bruto spelresultaat, de omvang van de verslavingsproblematiek en andere factoren zoals mijn ambtsvoorganger heeft aangegeven in de brief aan uw Kamer van 30 november 2021. De kanalisatiegraad is daarbij geen doel op zich, maar een middel om een hoge mate van consumentenbescherming, verslavingspreventie en bestrijding van fraude en witwassen te bereiken. De ontwikkelingen in de online kansspelmarkt volg ik nauwgezet en zal ik meenemen in de evaluatie van de wet, drie jaar na de inwerkingtreding. Op het moment dat er in de tussentijd signalen zijn, zoals bijvoorbeeld significante veranderingen in het aantal gokverslaafden, zal ik bijsturing bezien.


Lead-foto Franc Weerwind door Martijn Beekman via Rijksoverheid.nl.

Laat een reactie achter