Vandaag vindt in de Tweede Kamer der Staten-Generaal een commissiedebat plaats over kansspelen. Het Trimbos-instituut en diverse verslavingszorg organisaties hebben in hun recente position paper een belangrijk onderwerp geagendeerd. De bescherming van de Nederlandse consument moet vooropstaan. We zijn het eens, want daarover bestaat geen verschil van inzicht. Ook de kansspelsector onderschrijft het belang van de bescherming van kwetsbare groepen en het voorkomen van gokschade.
De discussie gaat daarom niet zozeer over het doel, maar over de vraag welke maatregelen dat doel daadwerkelijk het beste bereiken.
Een totaal reclameverbod voor kansspelen verdient vanuit dat perspectief een kritische beoordeling. Niet omdat reclame geen effect zou hebben, maar omdat consumentenbescherming breder is dan het beperken van reclame. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat consumenten die willen gokken, hun weg kunnen vinden naar een legaal en gecontroleerd aanbod.
Dat is relevanter dan ooit.
Onbedoeld onbeschermd
De meest recente cijfers van de Kansspelautoriteit tonen aan dat de illegale online gokmarkt onveranderd doorgroeit. Steeds meer mensen geven aan dat ze alleen nog maar illegaal online gokken. Dat betekent simpelweg onbeschermd online gokken. Zonder wettelijke zorgplicht en zonder toezicht. Maar wel met een riscofactor die 4x zo hoog is vergeleken met het legale kansspelaanbod.
“Het onzichtbaar maken van het legale gokaanbod zal onbedoeld bijdragen aan de groei van de illegale online gokmarkt.”
Björn Fuchs
Het onzichtbaar maken van het legale gokaanbod zal onbedoeld bijdragen aan de groei van de illegale online gokmarkt.
Daar ontstaat een preventieparadox. Een maatregel die bedoeld is om gokschade te voorkomen, draagt er juist aan bij dat consumenten uitwijken naar illegale aanbieders. Volgens recent Ipsos onderzoek zou meer dan 60% van Nederland wel eens gokken. Die behoefte verdwijnt niet door een reclameverbod.
Wie vervolgens bij een illegale aanbieder terechtkomt, wordt niet beschermd door dezelfde Nederlandse zorgplicht, leeftijdscontroles en toezicht. Daarmee leidt een maatregel die is gericht op preventie uiteindelijk tot méér risico op gokschade. Dat staat haaks op het gezamenlijke doel van zowel kansspelaanbieders als organisaties zoals VKN [Verslavingskunde Nederland, red.], Jellinek en het Trimbos-instituut: gokschade voorkomen en consumenten beter beschermen.
Normalisering
Het argument dat een reclameverbod de normalisering van gokken vermindert, vraagt ook om een bredere blik. Een reclameverbod zal de zichtbaarheid van gokken niet wezenlijk verminderen. Vooral niet bij digitaal actieve jongvolwassenen en minderjarigen.
Op internet en sociale media is namelijk al jaren een veelvoud aan buitenlandse gok gerelateerde content zichtbaar: van gokmemes en buitenlandse livestreams tot tutorials en andere entertainmentcontent. Meer dan dat ooit legale gokadvertenties zijn geweest.
Deze vrijwel altijd buitenlandse gokcontent is volgens recent onderzoek van de UvA prominent aanwezig op de social media tijdlijnen van jongvolwassenen. Dergelijke content draagt zeer substantieel bij aan de normalisering van gokken en de verlaagt de drempel om te gaan gokken. Die buitenlandse gokcontent is geen Nederlandse reclame en valt dus niet weg wanneer Nederlandse vergunninghouders geen reclame meer mogen maken. Hetzelfde geldt voor illegale gokadvertenties, die zich juist buiten het Nederlandse vergunningstelsel bevinden.
Daarmee wordt de preventieparadox nog een stukje groter.
Dat betekent niet dat er niets moet gebeuren op het gebied van preventie en de ontwikkeling van beleid. Integendeel. Maar effectief beleid begint bij het stellen van de juiste vraag: wat levert een maatregel in de praktijk netto op voor de bescherming van de Nederlandse consument?
Gemeenschappelijk doel
Het is te eenvoudig zijn om de discussie te reduceren tot een tegenstelling tussen voor- en tegenstanders van een reclameverbod. De werkelijke opgave is ingewikkelder: hoe zorgen we ervoor dat beleid daadwerkelijk leidt tot minder gokschade en betere bescherming van de consument?
Daar ligt juist een belangrijk gemeenschappelijk vertrekpunt.
“Want uiteindelijk is niet de strengste maatregel het belangrijkste. Het gaat om de maatregel die in de praktijk echt bijdraagt.”
Björn Fuchs
Zorgorganisaties, politiek, toezichthouder en kansspelaanbieders kunnen verschillende opvattingen hebben over de beste instrumenten, maar het onderliggende doel is hetzelfde: een consument die beter wordt beschermd tegen gokschade en die, als hij of zij besluit te gokken, gebruik maakt van het legale, beschermde online gokaanbod.
Dat doel vraagt om méér dialoog en minder discussie. Niet om tegenover elkaar te staan, maar om gezamenlijk te kijken naar de effecten van beleid, naar de ontwikkeling van de illegale markt en naar de vraag welke maatregelen aantoonbaar werken. En dus: naar goed onderzoek van de impact van nieuw beleid.
Want uiteindelijk is niet de strengste maatregel het belangrijkste. Het gaat om de maatregel die in de praktijk echt bijdraagt. De Nederlandse (illegale) gokmarkt ontwikkelt zich razendsnel. De cijfers vliegen ons om de oren. Gelet op de grootte en ontwikkeling van de illegale gokmarkt, moet haarscherp zijn wat de effecten en causaliteit zijn van die illegaliteit binnen de bestaande cijfers. Niemand heeft de luxe (zelfs een niet een staatssecretaris) om zonder concreet onderzoek de legale gokmarkt verder te beperken.
Bescherming van de consument is immers het gemeenschappelijke doel. Effectief beleid en samenwerking moeten de weg daar naartoe zijn. Niet het gokken op de goede afloop van een preventieparadox.
Dit is een bijdrage door Björn Fuchs, de adjunct-CEO van Fair Play Online's moederbedrijf Janshen-Hahnraths Group, en voorzitter van branchevereniging VNLOK. Pull-quotes-keuze door CasinoNieuws.