We houden in Nederland van zachte woorden. Moeilijke dingen moeten aaibaar klinken. Mensen zijn niet dik, maar gezet. Iemand wordt niet ontslagen, maar komt boventallig te staan. En als je in het casino net iets te veel geld achterlaat, tja, dan heb je pech. Of, zoals het jaren werd genoemd: een gokverslaving.
Niet dat dit een ‘zacht’ woord is, maar dat woord – gokverslaving – begint steeds meer te schuren. Niet omdat het niet bestaat, zeker niet, maar omdat het te smal is. Alsof de problemen alleen ontstaan bij mensen die 24 uur per dag met een iPhone in hun hand proberen in te loggen bij elk platform met een bonus en een live roulettetafel.
Gokverslaving klinkt alsof het probleem zit in de persoon. “Je hebt geen discipline.” “Je bent verslaafd.” “Eigen schuld.” Het is een individueel defect, een foutje in het hoofd van de speler. En wie verslaafd is, ja, dat klinkt eigenlijk al als iemand die zijn eigen puinhoop had kunnen voorkomen.
Maar dat frame klopt niet meer en eigenlijk al héél lang niet. Want de realiteit is dat schade veel eerder begint dan een diagnose. Schade ontstaat al wanneer iemand tóch dat laatste salaris inzet omdat er een pop-up belooft dat “de bonus bijna vrijgespeeld is.” Schade ontstaat tijdens nachten waarin je ligt te rekenen: Wat als ik het terugwin? Wat als ik morgen stop? Wat als ik meer stort?
Nog meer schade
“Bovendien benoemt gokschade dat niet alleen de speler geraakt wordt. Partners, gezinnen, werkgevers, banken — iedereen betaalt mee. Geen verslaving dus, maar schade.”
Feite Hofman
Schade ontstaat wanneer je liegt tegen je partner. Wanneer vakanties sneuvelen. Wanneer “nog één potje” de standaard wordt. Wanneer gokken van een spel verandert in een strategie om weer goed te voelen — of in ieder geval: minder slecht. Daarom is gokschade een beter woord. Het zegt: we kijken niet alleen naar de laatste fase van het probleem, maar naar het hele spectrum. Van de eerste kras in het vertrouwen tot de totale crash, bij wijze van spreken.
Bovendien benoemt gokschade dat niet alleen de speler geraakt wordt. Partners, gezinnen, werkgevers, banken — iedereen betaalt mee. Geen verslaving dus, maar schade. Collectief, meetbaar, Voorkoombaar. In de zorg zie je het verschil in taalgebruik terug. Mensen melden zich veel sneller aan voor hulp als ze niet eerst een etiket hoeven te dragen. “Ik heb gokschade” is iets wat je kunt erkennen zonder jezelf definitief te bestempelen als iemand die de controle verloren heeft.
Het maakt de drempel lager. En precies daar zit het verschil tussen een woord en een vangnet. Gokken zal altijd blijven bestaan. Mensen houden van spanning, van kansen, van het idee dat morgen anders kan zijn dan vandaag. Maar als we willen dat casino’s én spelers verantwoordelijkheid nemen, moeten we kritisch blijven kijken naar termen uit een tijd waarin het probleem nog in de schaduw stond.
Noem het wat het is. Geen fout in het hoofd. Maar schade in het leven. Afgelopen maandag was het gokschadecongres. Wie weet jaarlijks op de agenda?
Feite Hofman was vroeger zelf gokverslaafd maar zet zich vandaag de dag in om mensen met een gokverslaving en mensen uit hun omgeving te helpen. Hofman is de eigenaar van Pas op Gamen en Gokken en voorzitter van Anonieme Gokkers Omgeving Gokkers. Af en toe schrijft hij op CasinoNieuws.nl over zijn werk en geeft hij zijn gedachten bij de ontwikkelingen op de markt. Keuze pull-quotes door CasinoNieuws.nl.
Heb je het gokken niet meer onder controle? Dan kan je jezelf inschrijven in Cruks (Centraal Register Uitsluiting Kansspelen) via CruksRegister.nl. Eenmaal aangemeld voor die gokstop, kan je niet meer bij landgebonden en online casino’s spelen. Cruks is een middel, niet de ultieme oplossing. Lees onze pagina over bewust spelen en zoek hulp als je er niet alleen uitkomt.
Lead-foto met dank aan Gaming in Holland.