Staatssecretaris Arno Rutte heeft een rapport gedeeld waarin de draagkrachttoets voor de overkoepelende speellimieten wordt onderzocht. De onderzoekers bedachten drie varianten van de draagkrachttoets, waarbij ook het BKR en CCBR geraadpleegd worden. Er wordt een variant aanbevolen waarbij via open banking wordt gekeken naar het netto-inkomen en de noodzakelijke uitgaven van een personen.
In een brief aan de Tweede Kamer heeft staatssecretaris Arno Rutte vijf onderzoeken over kansspelen gedeeld met de Kamer. Enkele van deze rapporten verschenen al eerder, zoals het rapport van de Kansspelautoriteit over de effecten van de verhoging van de kansspelbelasting. Andere rapporten verschenen eerder deze week, waaronder:
- Verdiepend kwalitatief onderzoek naar gokproblemen;
- In de kaarten gekeken, scenarioverkenningen voor het landgebonden casinoaanbod;
- Alles uit de kast, verkenning van beleidsopties voor kansspelautomaten;
Het vijfde onderzoek had betrekking op de overkoepelende speellimiet, die eerder dit jaar werd aangekondigd door voormalig staatssecretaris voor Rechtsbescherming Teun Struycken. SIRA Consulting en Vanberkel Professionals werden gevraagd om onderzoek te doen naar de draagkrachttoets die gebruikt kan worden als er overkoepelende stortingslimieten zijn ingevoerd.
De onderzoekers keken voor het onderzoek naar de draagkrachttoetsen die worden gebruikt in andere sectoren, zoals bij banken. Er werd gekeken welke financiële middelen wel en niet werden meegenomen en of bijvoorbeeld het inkomen van de partner in die sectoren werd meegerekend.
Daarnaast werd gekeken naar de stortingslimieten en het mogelijk verhogen daarvan in andere Europese landen. De onderzoekers keken naar de situatie in België, Duitsland, Noorwegen, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk. In deze landen gelden uiteenlopende limieten, waarbij het soms mogelijk is om deze te verhogen.
Op basis van het onderzoek werd een doelstelling met bijbehorende criteria geformuleerd voor de draagkrachttoets. Het doel van de draagkrachttoets werd als volgt geformuleerd:
Beoordelen of het aannemelijk is dat iemand bij het uitgeven van een bepaald bedrag per maand (de aangevraagde stortingslimiet) niet in financiële problemen komt.
De draagkrachttoets moest daarnaast zo veel mogelijk voldoen aan de volgende vier criteria:
- Validiteit, de draagkrachttoets moet een betrouwbare schatting geven van de draagkracht van de persoon;
- Eenvoudig, de draagkrachttoets en het gekozen systeem moeten zo eenvoudig mogelijk zijn zodat deze goed te begrijpen zijn;
- Objectiviteit, de toets moet zoveel mogelijk steunen op objectieve en controleerbare gegevens;
- Proportionaliteit, de toets en de opgevraagde gegevens moeten in verhouding staan tot het beoogde beschermingsdoel.
Gelaagde opbouw met drie stappen: controle op bewindvoering, betalingsachterstanden, en daarna toetsing van financiële ruimte
Om uiteindelijk tot een ontwerp van de draagkrachttoets te komen, werd eerst bepaald hoe deze er globaal uit moest zien. De voorgestelde draagkrachttoets moet een gelaagde opbouw hebben met drie stappen:
- Controle op curatele en bewindvoering via een CCBR-check;
- Controle op betalingsachterstanden via een BKR-controle. Er kan daarbij overwogen worden om eventuele betalingsachterstanden bij de belastingdienst, zorgverzekeraars of verhuurders van woningen te betrekken bij deze controle;
- Toets op financiële ruimte op basis van het netto-inkomen of de nettowinst uit een onderneming.
Er zou eventueel voor gekozen kunnen worden om ook liquide middelen te betrekken bij de derde stap, maar in de ontwikkelde varianten is ervoor gekozen om dit niet te doen. Volgens de onderzoekers zijn liquide middelen, zoals iemands spaargeld, een momentopname. Dit zou daarnaast technisch uitdagend zijn, omdat dit waarschijnlijk maximaal een keer per jaar gecontroleerd gaat worden.
Mocht de politiek toch besluiten om de liquide middelen te betrekken bij de draagkrachttoets, dan is het advies om aan te sluiten bij de eerder gedeelde good and bad practices van de Kansspelautoriteit. Hier kwam 5% van het liquide vermogen ter sprake. Dit bedrag werd door 12 gedeeld en opgeteld bij het maandelijks inzetbare bedrag.
Drie varianten van de draagkrachttoets
Uiteindelijk kwamen de onderzoekers tot drie verschillende varianten van de draagkrachttoets die voldeden aan de drielaagse opbouw zoals was voorgesteld
1. Benadering op basis van feitelijke inkomsten en uitgaven
De eerste variant schrijft eerst een controle in het CCBR en BKR voor en zet daarna het netto inkomen van de speler af tegen de noodzakelijke uitgaven. Deze informatie wordt verkregen via een open banking-systeem, de PSD2-methode die bijvoorbeeld al gebruikt wordt door Kreditz en het Nederlandse I-Finance Services.
Opvallend is dat er wordt gekeken naar meer dan alleen het netto-inkomen, zoals nu gebeurt bij de speellimieten die op 1 oktober 2024 werden ingevoerd. Er wordt ook gekeken naar de noodzakelijke uitgaven. Hierbij worden zaken genoemd als de huur of hypotheek, maar ook voorzieningen zoals gas, water, elektriciteit, internet, en televisie. Verder moeten ook kinderopvangkosten en boodschappen meegerekend worden.
Tot slot moet 10% van het netto-inkomen gezien worden als ruimte die bedoeld is voor essentiële reserveringsuitgaven, om financiële tegenvallers op te kunnen vangen.
2. Vaste inkomensafhankelijke norm
Ook bij de tweede variant wordt eerst gekeken naar het CCBR en BKR. De draagkrachttoets die daarop volgt, lijkt erg op de op dit moment gehanteerde methode. Dit is een vaste norm van 30% van het netto-inkomen als financiële ruimte. De speler moet dit aantonen via bijvoorbeeld een loonstrook, belastingaangifte of jaaropgave. Deze methode wordt nu ook gebruikt via bijvoorbeeld de software van Bluem.
Onderzoekers wijzen erop dat dit eenvoudiger gemaakt kan worden door bijvoorbeeld inkomensgegevens geautomatiseerd op te vragen bij de belastingdienst, zoals bijvoorbeeld gebeurt bij sociale huurwoningen. De kanttekening hierbij is dat de belastingdienst alleen over brutogegevens beschikt.
3. Standaardpercentage op basis van inkomensniveau
De derde en laatste variant lijkt in de basis op de tweede variant, waarbij ook nu de speler documenten aanlevert over zijn netto-inkomen. De draagkracht wordt vervolgen bepaald volgens een vaste tabel op basis van de inkomensklasse. Ook hier zijn de 10% reserveringsuitgaven meegenomen in de berekening van de draagkracht.
In het document wordt de volgende tabel gedeeld als voorbeeld van hoe de draagkracht berekend kan worden op basis van het maandelijkse netto-inkomen:
| Maandelijks netto-inkomen | % vaste lasten en boodschappen | % reserveringsuitgaven | % financiële ruimte |
|---|---|---|---|
| < €1.391,67 | 83% | 10% | 7% |
| €1.391,67 – €1.825 | 73% | 10% | 17% |
| €1.825 – €2.241,67 | 68% | 10% | 22% |
| €2.241,67 – €2.666,67 | 67% | 10% | 23% |
| €2.666,67 – €3.175 | 61% | 10% | 29% |
| €3.175 – €3.816,67 | 56% | 10% | 34% |
| €3.816,67 – €4.533,33 | 53% | 10% | 37% |
| €4.533,33 – €5.391,67 | 50% | 10% | 40% |
| €5.391,67 – €6.766,67 | 45% | 10% | 45% |
| > €6.766,67 | 45% | 10% | 45% |
Variant 1 aanbevolen voorkeursontwerp
De drie varianten zijn vervolgens afgezet tegen de eerdere gestelde criteria. De eerste variant scoorde volgens de onderzoekers het hoogst op validiteit en objectiviteit. De tweede variant was volgens hen het eenvoudigst vanuit het perspectief van uitvoering. Nadelen van de tweede variant waren dat deze methode meer vraagt van de spelers en daarnaast minder nauwkeurig is. De derde variant zou een tussenweg bieden, maar zou wel actualisering van de normpercentages vereisen.
Op basis van bovengenoemde uitkomsten is de aanbeveling van de onderzoekers om de eerste variant als voorkeursontwerp te kiezen.
Er moet volgens de onderzoekers nog wel gekeken worden naar de wijze waarop de uitkomst van de draagkrachttoets wordt weergegeven. Dit zou op een transparante manier kunnen, waarbij wordt vermeld wat er maximaal mogelijk is als stortingslimiet op basis van de aangeleverde gegevens. De andere methode wordt de ‘binaire uitkomst' genoemd. Hierbij geeft het systeem alleen aan of de aangevraagde verhoging van de speellimiet wel of niet mogelijk is.
Tijdens gesprekken met gedrags- en verslavingswetenschappers is geadviseerd om niet terug te koppelen wat er maximaal mogelijk is, zoals wordt gedaan bij de transparante methode. De onderzoekers adviseren dan ook om onderzoek te doen in hoeverre die transparante terugkoppeling invloed heeft op het stortingsgedrag van de spelers.
Aandachtspunten
Tot slot worden in het rapport enkele aandachtspunten gedeeld. Er moet een onafhankelijke uitvoeringsorganisatie worden aangewezen of opgericht met een duidelijke wettelijke taak. Deze organisatie moet toegang krijgen tot de genoemde gegevensbronnen en waarborgen dat de gegevens van de consumenten worden beschermd.
Daarnaast moet volgens de onderzoekers er een portaal worden ontwikkeld waar consumenten eenvoudig toestemming kunnen geven voor het delen van hun gegevens. Ook moet er juridische grondslag worden ontwikkeld om de persoonsgegevens uit het CCBR, BKR en van de Belastingdienst te kunnen gebruiken. Hier is een wetswijziging voor nodig.
Verder moet er flankerend beleid worden ontwikkeld om te voorkomen dat spelers de overstap maken naar illegale online casino's. Dit kan bijvoorbeeld door de handhaving te versterken en gerichte voorlichtingscampagnes te ontwikkelen met een duidelijke communicatiestrategie richting de spelers.
Na drie jaar moet de gekozen variant van de draagkrachttoets en de algemene stortingslimiet worden geëvalueerd. Op basis van de evaluatie kunnen er dan eventueel aanpassingen doorgevoerd worden in de wet- en regelgeving.

CasinoNieuws.nl WhatsApp-kanaal
Altijd het laatste nieuws over de Nederlandse kansspelindustrie direct op je telefoon of WhatsApp op je computer? Volg het CasinoNieuws.nl WhatsApp-kanaal en mis niets meer!
