De aangekondigde plannen van het inkomende minderheidskabinet-Jetten om een algeheel verbod op reclame voor online gokken in te voeren en te onderzoeken of het aantal vergunninghouders van online gokken kan worden beperkt, roepen om een kritische bestuurlijke toetsing. De keuzes die hier worden overwogen, ondergraven de bescherming van Nederlandse online gokkers en tasten de effectiviteit van de gokregulering verder aan.
Uit openbaar gemaakte vragen van de formatietafel aan het ministerie van Justitie en Veiligheid blijkt dat zelfs het volledig terugdraaien van de Wet Kansspelen op afstand (Koa) is besproken. Dat is relevant. Het laat zien dat principiële weerstand tegen regulering van online gokken een rol heeft gespeeld in de politieke afwegingen rond het nieuwe kabinet. Die weerstand komt in Nederland vooral uit christelijke hoek, in het bijzonder van het CDA, maar ook van ChristenUnie, SGP en de SP.
Politieke standpunten mogen van mij best scherp zijn, ook wanneer deze zijn gebaseerd op geloofsovertuiging. Het gaat echter mis wanneer partijen bij het maken van beleid willens en wetens voorbijgaan aan de realiteit dat een verbod op online gokken het probleem van gokverslaving en andere gokschade niet oplost, maar alleen maar aan het zicht onttrekt en verergert.
Als politicus hoor je de bestuurlijke werkelijkheid altijd voorrang te geven boven je eigen opvattingen. Voorgenomen beleid dient te worden doorgerekend zodat je vooraf negatieve neveneffecten kunt voorkomen. Maatregelen die, hoe goed bedoeld ook, uiteindelijk meer schade aanrichten in de samenleving moeten worden bijgesteld of helemaal worden geschrapt.
Kortom, het beschermen van Nederlandse burgers is belangrijker dan vasthouden aan een geloofsovertuiging.
Koehandel
“Je kunt niet een beetje online gokken verbieden. Net zomin als je een beetje zwanger kunt zijn.”
Peter-Paul de Goeij
VVD en D66 hebben, zoals ik hier eerder al heb voorspeld, op dit dossier toegegeven. Om juniorpartner CDA ook wat te geven is gekozen voor een politiek compromis. Een totaalverbod ging te ver. Het resultaat is een halfzacht tekentafelcompromis: een algeheel reclameverbod en het voornemen om het aantal vergunninghouders mogelijk te beperken. Daarmee wordt het probleem van de gokschade in onze samenleving echter niet aangepakt, maar verder vergroot.
Je kunt niet een beetje online gokken verbieden. Net zomin als je een beetje zwanger kunt zijn. Een eenmaal geopende markt vraagt om consistente en doordachte regulering. Om regulering die zorgvuldig tot stand komt, waarbij verwachte effecten vooraf worden doorgerekend en in kaart gebracht, inclusief een waterbedtoets die de stapeling van maatregelen en de neveneffecten op de kanalisatie meeneemt. Worden die afwegingen en doorrekeningen overgeslagen, dan ontstaat beleid dat politiek misschien verdedigbaar lijkt, maar bestuurlijk en maatschappelijk desastreus uitpakt.
Reclame is een noodzakelijk kwaad
Het voorgestelde algehele reclameverbod raakt de kern van de Koa-wet. Die wet was bedoeld om spelers van illegaal naar legaal aanbod te kanaliseren, zodat toezicht, zorgplicht en handhaving door de Kansspelautoriteit effect kunnen hebben. Om de online gokker de juiste keuze te laten maken en te kiezen voor de vergunde aanbieder, is herkenning van die legale aanbieders een voorwaarde. Reclame fungeert hier als herkenningsmechanisme en helpt online gokkers legaal en illegaal aanbod te onderscheiden.
Wanneer je die zichtbaarheid wegneemt, vermindert de herkenning en verkleint de instroom in het legale aanbod en daarmee ook het bereik van de zorgplicht, die alleen rust op aanbieders met en vergunning en de gokkers beschermt die daar gokken. Die herkenningsfunctie is al fors uitgehold door het verbod op ongerichte reclame en andere deelverboden die zijn ingevoerd sinds oktober 2021.
Sindsdien is de herkenbaarheid van legale aanbieders aantoonbaar afgenomen. Juist online, waar het aanbod onoverzichtelijk is, zien spelers het verschil tussen vergund of illegaal steeds minder. Om nog maar te zwijgen over de illegale aanbieders die zich voordoen als vergunde aanbieders door merknamen te kopiëren en andere trucs.
“Onderzoek van Ipsos liet eerder ook al zien dat de meeste consumenten niet weten of een aanbieder vergund is. Door legale aanbieders ook online volledig onzichtbaar te maken, wordt dat probleem niet kleiner maar groter.”
Peter-Paul de Goeij
Onderzoek van Ipsos liet eerder ook al zien dat de meeste consumenten niet weten of een aanbieder vergund is. Door legale aanbieders ook online volledig onzichtbaar te maken, wordt dat probleem niet kleiner maar groter. Illegale aanbieders trekken zich immers niks aan van Nederlandse reclameverboden en bereiken hun publiek ongehinderd via de Googles en de Meta’s, sociale media en illegale affiliate-constructies.
De zwarte markt viert feest
Ondertussen kantelt het speelveld verder richting de illegaliteit. De criminelen hoeven er niets voor te doen, de Nederlandse overheid bedient hen op hun wenken. Legale aanbieders hebben steeds minder middelen om de mededinging met de illegale aanbieders aan te kunnen gaan en de effecten ervan laten zich makkelijk voorspellen. De online gokkende Nederlander betaalt uiteindelijk de rekening. Precies daar ontbreken alle beschermingsmechanismen die de politiek zegt te willen versterken. De Kansspelautoriteit kan alleen effectief optreden binnen het legale domein.
Hetzelfde geldt voor het voornemen om het aantal vergunninghouders te beperken. Dat klinkt beheersbaar en streng, maar creëert in de praktijk schaarste. In een gereguleerde markt bepaalt de consument, niet de overheid, hoeveel aanbieders levensvatbaar zijn. Een breed legaal aanbod vergroot de kans dat spelers binnen het gereguleerde systeem blijven. Het kunstmatig beperken daarvan vergroot juist de prikkel om uit te wijken naar illegale aanbieders. En bedenk daarbij dat het hier meestal niet gaat om een bewuste keuze voor een illegale aanbieder omdat de herkenning van legaal/illegaal achteruitgaat.
Consumentenbescherming onder druk
De Nederlandse kanalisatie staat al fors onder druk. Het legale aandeel in het bruto spelresultaat ligt onder de 50%. Dat is het resultaat van de stapeling van goedbedoelde, maar op angst en aannames gebaseerde maatregelen.
Het waterbed wordt telkens op de legale markt ingedrukt en veert elders bij de illegale aanbieders weer verder omhoog. Dit patroon van constante, op angst en aannames gebaseerde aanpassingen van het online gokbeleid, heb ik eerder aangeduid als de Dutch Disease van de online gokregulering.
Ook de Kamer draagt verantwoordelijkheid
De verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij het inkomende kabinet, maar nadrukkelijk ook bij de Tweede Kamer. Met name bij de eerdergenoemde partijen die zich structureel kritisch opstellen tegenover online gokregulering. Zodra Nederlanders online willen gokken, rust op de wetgever de plicht hen zo goed mogelijk te beschermen tegen de risico’s daarvan, los van je opvatting dat gokken slecht is of het werk van de duivel.
Wegkijken is geen zorg. Nederlandse online gokkers negeren in de hoop dat zij stoppen omdat het verboden is, werkt niet. We weten immers dat al ruim vóór de regulering van online gokken in 2019, bijna twee miljoen Nederlanders regelmatig online gokten. Bescherming ophangen aan wensdenken is geen beleid.
“Politici en wetgevers die dit weten en toch doorgaan met maatregelen die de legale markt verder uithollen, maken geen fout uit onwetendheid, maar spelen bewust Russisch roulette met de consumentenbescherming.”
Peter-Paul de Goeij
Dat wegkijken schuurt bovendien met een christelijk geïnspireerde bestuursfilosofie waarin zorg voor kwetsbaren, verantwoordelijkheid nemen voor de bestaande realiteit en schadebeperking centraal staan. Wie zich werkelijk zorgen maakt over verslaving en maatschappelijke schade van gokken, kan online gokkers niet willens en wetens overlaten aan criminelen in de onzichtbare illegaliteit.
Russisch roulette
Eerdere aanscherpingen hebben het legale aanbod verzwakt ten opzichte van het illegale. Het effect is steeds hetzelfde: minder zichtbaarheid, meer illegaliteit en minder consumentenbescherming. Politici en wetgevers die dit weten en toch doorgaan met maatregelen die de legale markt verder uithollen, maken geen fout uit onwetendheid, maar spelen bewust Russisch roulette met de consumentenbescherming.
Daarom rust er een zware verantwoordelijkheid op de nieuwe staatssecretaris voor Rechtsbescherming; hij of zij moet niet reguleren voor de bühne, maar sturen op beleid dat gebaseerd is op feiten en dat aantoonbaar werkt. De keuze is helder: symboolpolitiek voor de minderheidscoalitie, of daadwerkelijke bescherming van de online gokkende Nederlanders.
Dit is een bijdrage van Peter-Paul de Goeij. De Goeij is eigenaar van Quod Bonum Consulting, voormalig directeur van branchevereniging NOGA, en mede-naamgever van Feitmans & PeePee, een podcast die hij samen maakt met ervaringsdeskundige Feite Hofman, tevens een columnist voor CasinoNieuws.nl. Keuze pull-quotes en de links door CasinoNieuws.nl.
Lead-foto Peter-Paul de Goeij via Gaming in Holland.