Donderdag 23 mei 2024

Speel bewust

Unibet slaagde er niet in te bewijzen dat het zich niet op Nederland richtte voor 2011

Rechtbank Den Haag

Unibet kreeg begin november van de rechter opdracht om aan te tonen dat het zich – zoals zij zelf beweerde- niet actief richtte op de Nederlandse markt voor 14 augustus 2011. De Nederlandse rechter achtte dat nodig om te kunnen beoordelen of hij uitspraak mag doen in de zaak, of dat een Maltese rechter de aangewezen persoon is. Het lukte Unibet niet om te weerspreken dat zij zich voor 2011 al richten op Nederland en dus is de Nederlandse rechter bevoegd, zo luidt de uitspraak.

Update 6 maart 2024: Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 14 februari 2024 met het bericht dat Unibet nog moest bewijzen dat het zich niet op Nederland richtte voor 2011. De inhoud van dit artikel werd geschreven op basis van het op 14 februari 2024 gepubliceerde (maar reeds op 8 november 2023 uitgesproken) tussenvonnis. Naar nu blijkt heeft de rechter al op 3 januari 2024 uitspraak gedaan in deze zaak, een uitspraak die reeds op 9 januari 2024 werd gepubliceerd. Dit artikel is herschreven om de laatste stand van zaken weer te geven in deze zaak.

Begin januari deed de rechter uitspraak in een rechtszaak tussen een Nederlandse gokker en Unibet. De rechter moest bepalen of hij bevoegd was om uitspraak te doen in de zaak die de gokker aanspande om zijn verloren geld terug te krijgen.

De gokker, die wordt bijgestaan door de Amsterdamse advocaat Benzi Loonstein, speelde in de jaren voor de legalisering van online kansspelen in Nederland bij Unibet en wil dat de gesloten kansspelovereenkomst nietig wordt verklaard. De speler verloor sinds 14 augustus 2011 € 106.481,95 en hoopt dit geld via de rechter terug te krijgen.

In november 2023 was er een tussenvonnis over de bevoegdheid van de rechter. De Nederlander stelde dat Unibet zich al op de Nederlandse markt richtte voor hij in augustus 2011 zijn account aanmaakte hij het online casino. Unibet kreeg de opdracht om – zoals het zelf claimde – aan te tonen dat het zich niet focuste op Nederland.

Uitzonderingen op Brussel I bis

Net als in eerdere rechtszaken die werden aangespannen door gokkers, meende Unibet dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is om uitspraak te doen in de rechtszaak. Volgens de Europese verordening Brussel I bis moet Unibet opgeroepen worden voor de rechter in Malta, zo stelde het online casino.

De speler voerde aan dat hij de overeenkomst vanuit Nederland als consument had afgesloten, waardoor hij naar een rechter mag stappen in het land waar hij woonachtig is, zoals vastgelegd in Artikel 4 van de Europese verordening. De rechter onderkende dit in 2.5 van het tussenvonnis en ook Unibet sprak dat niet tegen.

De genoemde uitzondering uit artikel 4 van Brussel I bis gaat niet op wanneer de betrokken partijen zijn overeengekomen de overeenkomst onder het recht van een specifieke lidstaat te laten vallen. Unibet zei dat hier sprake van was en beriep zich op Artikel 25 uit de Europese verordening waardoor de Maltese rechter exclusieve bevoegdheid zou hebben om over dit geschil te oordelen.

Activiteiten gericht op Nederland

Om te bepalen welke rechter bevoegd was in deze kwestie, keek de Nederlandse rechter naar Lid 1c van artikel 17 uit de Europese verordening:

  1. Voor overeenkomsten gesloten door een persoon, de consument, voor een gebruik dat als niet bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd, wordt de bevoegdheid geregeld door deze afdeling, onverminderd artikel 6 en artikel 5, punt 7, wanneer:
    • C) in alle andere gevallen, de overeenkomst is gesloten met een persoon die commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in de lidstaat waar de consument woonplaats heeft, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op die lidstaat, of op meerdere staten met inbegrip van die lidstaat, en de overeenkomst onder die activiteiten valt.

Als Unibet al voor de gesloten overeenkomst tussen de gokker en Unibet (14 augustus 2011) haar diensten richtte op Nederland, dan was volgens dat artikel de Nederlandse rechter bevoegd in deze rechtszaak.

De rechter benadrukte dat het Hof van Justitie van de Europese Unie al eens oordeelde dat het moet gaan om ‘elke duidelijke uitdrukking van de wil om consumenten in een lidstaat als klanten te winnen’.

Dat een website algemeen toegankelijk is, zou niet voldoende wijzen op gerichtheid op een bepaald lidstaat, zo stelt de rechter in 2.9 van diens uitspraak verwijzend naar Zaak C-144/09 opgenomen in de unierechtelijke regels. Dat is wel een bepaling opgenomen in de prioriteringscriteria van de Kansspelautoriteit en ook een van de zaken die de toezichthouder veelvuldig gebruikt in boetebepalingen en de soms daarop volgende rechtszaken.

Er waren meer aanwijzingen nodig naast beschikbaarheid dat Unibet zich actief richtte op de Nederlandse markt met als doel om Nederlandse klanten te winnen, aldus de rechter. Een voorbeeld zou zijn als Unibet via een zoekmachine zoals Google advertenties inkocht om Nederlandse klanten te werven, zo werd vastgesteld in dezelfde Zaak C-144/09.

Topleveldomeinnaam

Er waren ook “minder duidelijk aanwijzingen” die bewijs kunnen leveren dat een activiteit is gericht op andere landen (Nederland) dan het land waarin de kansspelaanbieder gevestigd is (Malta), aldus de Europese verordening.

Het aanbieden van een andere taal op de website dan de talen die gebruikelijk zijn in het land (Malta) waar de aanbieder gevestigd is (op Malta spreken ze Maltees, Italiaans, en Engels), valt daaronder. Hetzelfde geldt voor het gebruik van internationale ’topleveldomeinnamen’ die eindigen op ‘.com’ of ‘.eu’, in plaats van de in het land gebruikelijke domeinnaam (.mt).

Er moest door de rechter bepaald worden of deze ‘minder duidelijke aanwijzingen’ aanleiding geven om te veronderstellen dat Unibet zich actief richtte op de Nederlandse markt:

“Het is aan de nationale rechter om na te gaan of deze aanwijzingen voorhanden zijn. De loutere toegankelijkheid van de internetsite van de ondernemer of de tussenpersoon in de lidstaat waar de consument woonplaats heeft is in dat verband onvoldoende.”

Rechtbank Den Haag

Unibet slaagt er niet in om stelling van de gokker te weerspreken

De gokker zei dat hier sprake van was en beriep zich daarom op artikel 4 uit Brussel I Bis. De rechter gaf Unibet vervolgens de gelegenheid gegeven om hierop te reageren en aan te tonen dat het gokbedrijf zich niet voor 14 augustus 2011 al richtte op de Nederlandse markt.

In de uitspraak van 3 januari wordt duidelijk dat Unibet hier niet in geslaagd is. Unibet zou de gerichtheid op Nederland voor 2011 niet (gemotiveerd) weersproken hebben, zo valt te lezen in de uitspraak.

Hierdoor trok de rechter de conclusie dat Unibet al voor 14 augustus 2011 haar activiteiten richtte op de Nederlandse markt. Om die reden was er sprake van een consumentenovereenkomst tussen de gokker en Unibet, en dus is de Nederlandse rechter bevoegd om uitspraak te doen in de zaak waarin de gokker ruim € 106.000 terugvordert van het gokbedrijf.

In de hoofdzaak over de eventuele terugbetaling van het verloren geld is op dit moment nog geen uitspraak gedaan.

Lead-foto via Rechtspraak.

Partners

CasinoNieuws.nl heeft overeenkomsten met aanbieders van online kansspelen en gebruikt hiervoor affiliate-links. Als u via zo’n link een account aanmaakt, dan krijgen wij daar een commissie voor, zonder extra kosten voor u. Onze partners hebben geen invloed op de redactionele inhoud en reviews van CasinoNieuws.

Jeffrey Noeken CasinoNieuws.nl

Jeffrey Noeken

Senior Redacteur CasinoNieuws.nl
Jeffrey Noeken is senior redacteur bij CasinoNieuws.nl. Hij is een expert op het gebied van de Nederlandse en Curaçaose kansspelwetgeving.

Laat een reactie achter