Dinsdag 27 september 2022

Speel bewust

Brancheverenigingen: verbod gokreclames is juridisch onhoudbaar

NOGA VNLOK brancheverenigingen verbod indirecte gokreclames

Brancheverenigingen NOGA en VNLOK hebben onafhankelijk van elkaar de juridische houdbaarheid van het verbod op ongerichte gokreclames laten toetsen. De door hun in de arm genomen advocatenkantoren zijn van inzicht dat er grote juridische gebreken kleven aan het ontwerpbesluit en dat die in deze vorm niet kan worden ingevoerd.

NOGA
Ingediend:2 september 2022
Document:internetconsultatie.nl
Download: (888 kB)

Ingediend:3 september 2022
Document:internetconsultatie.nl
Download: (314 kB)

De twee brancheverenigingen binnen de wereld van Nederlandse online casino’s, hebben zich beiden uitgesproken tegen het voorgenomen verbod op ongerichte gokreclames. NOGA en VNLOK zitten op één lijn en willen eerst gedegen onderzoek voordat er ingrijpende maatregelen worden ingevoerd:

“NOGA is fel gekant tegen het verbod op ongerichte reclame. Voorts dringt NOGA er bij het Ministerie op aan om het voorgenomen Besluit in deze vorm in te trekken en eerst te onderzoeken wat de effecten van gokreclames zijn (geweest), enerzijds op de kanalisatie en anderzijds op kwetsbare groepen en de prevalentie van probleemgokken in Nederland.”

NOGA

Zowel NOGA als VNLOK zijn er voorstander van om het voorgenomen evaluatiemoment van de Wet Kansspelen op afstand in 2024 aan te grijpen om eventuele grote beslissingen te maken. Dan is er voldoende data aanwezig, zo schrijven de brancheverenigingen. Niet alleen zijn er dan diverse rapportages van de online casino’s in het bezit van de Kansspelautoriteit, ook LADIS is weer beschikbaar en heeft dan een grote serie gegevens beschikbaar.

“Dit heeft geleid tot een onvoldoende onderbouwd besluit, zonder een solide wetenschappelijke basis. Daarnaast is in de besluitvorming geen degelijke analyse naar de consequenties (op de kanalisatie) van het verbod meegenomen. De VNLOK pleit dan ook voor een meer overwogen besluitvorming op basis van alle relevante feiten, cijfers en data.”

VNLOK

Juridische gebreken

Waar NOGA en VNLOK in den beginne veelal lijnrecht tegenover elkaar stonden, zitten ze juist op één lijn wat betreft dit dossier. Niet alleen over de in hun ogen gebrekkige onderbouwing van het verbod op ongerichte gokreclames zijn NOGA en VNLOK het eens, ook hebben ze beiden onderzoek laten doen naar de juridische houdbaarheid ervan.

NOGA heeft bij haar reactie een juridisch memorandum van Bureau Brandeis toegevoegd. VNLOK heeft een soortgelijke analyse laten uitvoeren door advocatenkantoor AKD. De twee bekende advocatenkantoren komen tot dezelfde conclusie: het ontwerpbesluit is juridisch niet houdbaar:

“Het verbod op ongerichte reclame en sponsoring voor online kansspelen kan onzes inziens niet worden ingevoerd, omdat het verbod niet alleen in strijd komt met het doel van de Wet Koa maar ook inbreuk maakt op verschillende (fundamentele) rechten en vrijheden”

Bureau Brandeis

Bureau Brandeis schrijft in haar memo dat het verbod op ongerichte reclame:

  • in strijd is met het mededingingsrecht;
  • niet strookt met de doelstellingen van de Wet Kansspelen op afstand;
  • een “ongerechtvaardigde beperking van de vrijheid van meningsuiting” oplevert;
  • in strijd is met artikel 56 van de Europese Unie omdat het een beperking oplevert van de vrijheid van diensten;
  • in strijd is met het (Europees rechtelijk) rechtszekerheidsbeginsel;
  • niet voldoet aan het zorgvuldigheidsbeginsel;
  • in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

AKD die in opdracht van VNLOK een juridische analyse op het besluit uitvoerde, komt tot dezelfde conclusie als Bureau Brandeis:

“Wij menen dat er aan het Ontwerpbesluit zodanige juridische gebreken kleven dat het – in de huidige vorm – niet vastgesteld zou kunnen worden”

AKD

AKD benoemt net als Bureau Brandeis de beperking van de vrijheid van meningsuiting van het besluit en de beperking van het vrije dienstenverkeer. Net als Bureau Brandeis schrijft ook AKD dat het verbod op ongerichte gokreclames in strijd is met het rechtszekerheidbeginsel.

Daarnaast is AKD van mening dat het artikel en lid van de Wet op de kansspelen waar het ontwerpbesluit op gebaseerd is, “geen toereikende delegatiegrondslag voor de ingrijpende maatregel” vormt.

Met de juridische analyse door Bureau Brandeis namens NOGA en AKD namens VNLOK, is de basis gelegd voor eventuele juridische procedures als het Ministerie van Justitie toch overgaat tot invoering van het ontwerpbesluit. Eerder gaf Talpa aan een juridische procedure te overwegen.

Laat een reactie achter