De staatssecretaris van Financiën stelt dat de verhoging van de kansspelbelasting ervoor kan zorgen dat het risico op kansspelverslaving toeneemt. De gedragseffecten bij spelers en de maatregelen die aanbieders zullen nemen om de kosten op te vangen, kunnen volgens staatssecretaris Van Oostenbruggen de risico's verhogen.
Tjebbe van Oostenbruggen, de opvolger van Folkert Idsinga als staatssecretaris van Financiën, heeft gereageerd op vragen die gesteld zijn in de Eerste Kamer over de verhoging van de kansspelbelasting. Vanuit de Eerste Kamer kwam een oproep om de goede doelenloterijen uit te zonderen van de verhoging van de kansspelbelasting. Bovendien werd de vraag gesteld om de mogelijke gevolgen van de verhoging in kaart te brengen.
De BBB-fractie vroeg het kabinet naar de mogelijke financiële gevolgen van eventuele faillissementen van legale gokbedrijven als gevolg van de verhoging van de kansspelbelasting. In zijn antwoord verwijst Van Oostenbruggen naar het onderzoek van Atlas Research over de gevolgen van de verhoogde kansspelbelasting. Volgens Atlas Research zal het brutospelresultaat van de legale gokmarkt blijven stijgen. Deze groei van de kansspelmarkt zou daarom betekenen dat er meer kansspelbelasting wordt opgehaald:
“Er is dus volgens dit onderzoek over de gehele kansspelmarkt bezien geen sprake van derving van belastinginkomsten.”
Tjebbe van Oostenbruggen
Er is daarnaast rekening gehouden met de gedragseffecten bij spelers, waaronder de overstap naar illegale online kansspelen. De onderzoekers verwachten dat legale online casino's de inkomstenderving zullen opvangen door een actievere marketingstrategie, verhoging van de inzet, of lagere winkansen. Deze maatregelen vanuit de aanbieders zullen volgens van Oostenbruggen dan ook gevolgen hebben op het gebied van kansspelverslaving:
“Dit kan betekenen dat waar deze groei voortkomt uit het meer of vaker spelen door bestaande spelers of het starten met spelen door jonge of anderszins kwetsbare nieuwe spelers, het risico op kansspelverslaving toeneemt, onder meer bij online kansspelen.”
Tjebbe van Oostenbruggen
Van Oostenbruggens voorganger Folkert Idsinga liet eerder al weten dat de gevolgen van de verhoging van de kansspelbelasting, zoals een dalende kanalisatie of hogere verslavingsrisico's, nauwlettend gemonitord zullen worden. Idsinga sprak echter nooit over de mogelijke toename van het risico op kansspelverslaving. Van Oostenbruggen stelt echter dat deze eventuele nadelige gevolgen wel te verantwoorden zijn vanwege de voordelen voor de staatskas:
“Alhoewel de verhoging van de kansspelbelasting een forse impact heeft op de markt, acht het kabinet dit in verhouding met het belang van het verbeteren van de overheidsfinanciën.”
Tjebbe van Oostenbruggen
Ook gevolgen voor paardensport
Verder kwam in het Atlas Research-onderzoek naar voren dat Holland Casino mogelijk vestigingen zou moeten sluiten of haar online casino zou moeten afstoten. Inmiddels is duidelijk dat Holland Casino een van haar vestigingen gaat sluiten. Uiterlijk 1 februari zal de vestiging in Zandvoort haar deuren sluiten. Ook landgebonden kansspelaanbieder JVH Gaming kondigde op 3 december aan dat het op korte termijn 23 van haar 87 vestigingen zal gaan sluiten als gevolg van de belastingverhoging.
Naast Holland Casino zal waarschijnlijk ook de paardensport de gevolgen van de hogere kansspelbelasting gaan merken, zo stelt Van Oostenbruggen. In het onderzoek is geen analyse gedaan van de paardensport, maar de staatssecretaris verwacht dat ook hier aanbieders van paardenweddenschappen zullen moeten stoppen:
“Hoewel de onderzoekers geen analyse hebben gegeven van de impact op de paardensport, is het waarschijnlijk dat het scenario voor de enige aanbieder van landgebonden paardenweddenschappen ook tot fors bijsturen en mogelijke uittreding zal leiden.”
Tjebbe van Oostenbruggen
Zowel voor de aanbieders van paardenweddenschappen als andere kansspelaanbieders is in het rapport niet gesproken over de financiële gevolgen van eventueel uittreden.
Uitzondering loterijen
Vanuit de CDA-fractie werd een oproep gedaan om de Nederlandse goede doelenloterijen een uitzonderingspositie te geven bij het verhogen van de kansspelbelasting. Eerder deed het ministerie van Financiën al onderzoek naar de mogelijkheden voor tariefdifferentiatie in de kansspelbelasting.
Na een motie van CDA-Kamerlid Inge van Dijk werd duidelijk gemaakt dat tariefdifferentiatie pas in 2028 mogelijk was doordat de belastingsoftware nog gemoderniseerd moet worden. Ook de beperkte uitvoeringscapaciteit bij de belastingdienst ligt ten grondslag aan deze pas latere mogelijkheid. Wel werd een verkenning gestart naar de verschillende opties en de uitvoeringsgevolgen van deze opties.
In zijn antwoord laat Van Oostenbruggen weten dat er twee opties “juridisch houdbaar” zijn:
- Terugkeer naar de heffingssystematiek van voor 1 juli 2008 (standaardtarief voor loterijen, waarbij geheven wordt over de prijs en een gebruteerd tarief voor aanbieders, waarbij geheven wordt naar brutospelresultaat).
- Omvorming van de kansspelbelasting naar een verbruiksbelasting, waarbij een laag tarief geldt voor loterijen. Deze opties zijn echter niet per 1 januari 2025 uitvoerbaar en zijn mede daarom ook niet voorgesteld.
Deze opties worden momenteel verkend door het kabinet. De staatssecretaris laat weten dat de uitkomsten van de verkenning ook worden gedeeld met de Eerste Kamer. In de motie van Inge van Dijk werd gevraagd om deze uitkomsten voor de Voorjaarsnota te delen.
Lead-foto achtergrond via Wikimedia, door Husky. Foto Van Oostenbruggen via Nieuw Sociaal Contract.