Afgelopen zaterdag verscheen er een uitgebreid artikel in de Volkskrant, van de hand van journalist Jeroen van Bergeijk. Bij wijze van experiment gokte hij zes weken online, om te onderzoeken wat dat met hem deed en hoe online kansspelbedrijven zouden reageren op zijn speelgedrag. Het artikel bracht een en ander teweeg, zoals zo vaak bij dit nu eenmaal gevoelige onderwerp. Een aantal overwegingen bij dit artikel.
De mythe van de “schrikbarende stijging”
Het artikel rept van een schrikbarende stijging van het aantal gokkers sinds regulering, gebaseerd op een passage uit de recente evaluatie van de online gokte die stelt dat 70% van de 795 duizend gokkers nieuw zou zijn. Hierbij is een aantal kanttekeningen noodzakelijk.
De evaluatie zegt ten eerste namelijk expliciet dat zij een aantal beperkingen kent: “Er is geen sprake van een eenduidige nulmeting van voor de Wet Koa, waardoor het in deze evaluatie ook niet mogelijk is om de huidige situatie te vergelijken met de situatie die er zou zijn geweest zonder de Wet Koa.” Met andere woorden: er zijn helemaal geen harde cijfers over de omvang van de online gokmarkt voorafgaand aan regulering.
Ten tweede wordt in de evaluatie als bron dan maar een enquête gebruikt, die het beeld van een draconische stijging van het aantal spelers zou moeten rechtvaardigen (zie p. 14). Wie de redenering van Dialogic volgt komt op een conclusie dat er voor regulering ongeveer (795 duizend/1.7=) 460 duizend spelers geweest zouden moeten zijn. Op basis van de kennis die iedere professional in deze industrie zelf van de markt heeft is dat een bepaald onrealistische conclusie. Ik hecht zelf meer waarde aan het onderzoek van Motivaction (2019), waarin het aantal Nederlanders dat op dat moment al gokte op 1,8 miljoen werd geschat. Dat plaatst die veronderstelde groei van de markt in een heel ander perspectief.
Tot slot voeg ik daaraan toe dat de groei van de gereguleerde Nederlandse online gokmarkt, die nog steeds maar drie jaar oud is, achterblijft bij de groei in ons omliggende landen. Dit terwijl ik me zeer afvraag of die groei in absolute zin niet paralel loopt. Het voert alleen even te ver om dit onderwerp nu helemaal uit te diepen.
Mijn conclusie is dan ook dat er ten eerste helemaal geen harde conclusies over de veronderstelde groei van de markt getrokken kunnen worden omdat een nulmeting ontbreekt, ten tweede dat hard bewijs ontbreekt dat er inderdaad een sterke groei van het aantal spelers heeft plaatsgevonden, en ten derde dat de groei van de gereguleerde markt na 1 oktober achterblijft bij internationale marktontwikkelingen – wat de vrees rechtvaardigt dat een fors aantal Nederlanders illegaal speelt.
Cijfers over aanwas online gokverslaafden
Het artikel stelt dat er geen betrouwbare cijfers zijn over de eventuele aanwas van online gokverslaafden. De meest concrete cijfers zijn wat mij betreft die van LADIS (zie afbeelding). Als daaruit al een trend blijkt, dan is er dat een van afname sinds 2018, met een opleving in 2023.
Is die toe te schrijven aan de regulering van de online gokmarkt? Toen de cijfers eerder een jarenlange daling lieten zien leerden we van vertegenwoordigers van verslavingszorg en ervaringsdeskundigen dat het vijf tot zeven jaar duurt voor het effect van een gokverslaving zichtbaar wordt. 2022 was het eerste volledige jaar van marktopening. Dat zou betekenen dat we op zijn vroegst pas rond 2027 de eerste harde conclusies kunnen trekken over de gevolgen van regulering voor het aantal verslaafden.
Voor iedere conclusie over causaliteit tussen regulering en aanwas van gokverslavingen is het daarom te vroeg. Dit zeiden we overigens dit jaar, toen er een stijging te zien was, maar ook vorig jaar, toen die stijging over 2023 nog niet zichtbaar was.
Ik merk hierbij op dat een jaar-op-jaar-vergelijking lastig te maken is vanwege de groei van het aantal rapporterende instellingen. Wie wil controleren voor die variabele om iets te zeggen over de lange termijn (zoals ik) volgt de stippellijn, wie de absolute aantallen wil volgen pakt de doorgetrokken lijn.
Nog een klein punt: willen die LADIS-cijfers daadwerkelijk waardevol zijn, dan is het goed als hierin inzichtelijk wordt gemaakt of zorgvragers hun gokproblematiek hebben ontwikkeld bij legale of bij illegale aanbieders. Het artikel schrijft namelijk nog over een kanalisatiepercentage van 95%, maar gemeten naar bruto speelresultaat ligt dit ruim onder de 90% en is het tanende. Maandelijks komen er volgens het Keurmerk Verantwoorde Affiliates (KVA) ruim 270.000 Nederlandse bezoekers via Google terecht op illegale websites. Een jaar eerder was dat “slechts” 84.000. Verder blijkt uit eigen onderzoek dat grote illegale aanbieders meer traffic hebben dan het gros van de legale aanbieders.
Cruks
Het artikel noemt het aantal Cruks-inschrijvingen als indicator voor gokverslavingsproblematiek. Niet zelden heb ik van ervaringsdeskundigen gehoord dat Cruks ook een sterk preventieve werking heeft, en dit blijkt ook uit het artikel. De conclusie dat het aantal registraties in Cruks gelijk staat aan het aantal probleemspelers kan simpelweg niet getrokken worden.
Dit doet de auteur overigens ook niet. Die noemt het een indicator. Ik voeg daaraan toe: het is goed dat die indicator er is, en ik zou willen dat er nog veel meer dan de huidige ruim 85 duizend spelers in zouden zitten. Slechts een handjevol hiervan zijn die door anderen in Cruks opgenomen zijn. Die procedure voor onvrijwillige uitsluiting functioneert niet goed en wij pleiten er met NOGA al tijden voor deze juist te verbeteren, zodat de omgeving van een potentiële probleemspeler sneller kan ingrijpen.
Wel of geen persoonlijke benadering?
“Niet één keer word ik actief persoonlijk benaderd, niet via chat, mail of telefonisch. Laat staan dat er beperkingen op mijn account worden geplaatst. De zorgplicht is een farce. Ontwikkel je bij Nederlandse casino’s een gokprobleem, dan sta je er als het aan de gokindustrie ligt echt alleen voor”, stelt het artikel.
Dit is een zware conclusie, waarbij ik me afvraag hoe sterk die gedragen wordt door de feiten. Zo stelt Holland Casino dat “de betreffende speler volgens procedures gewezen is op zijn gedrag en er zijn bij het verhogen van limieten meerdere contactmomenten geweest. Bij de inkomens- en vermogenstoets is uit meerdere gegevens gebleken dat de journalist over voldoende direct opeisbaar vermogen en/of inkomen beschikt om het limiet te verhogen. Er is op meerdere momenten een risico inschatting gemaakt op basis van diverse signalen die in samenhang zijn bekeken.”
Nederlandse Loterij stelt dat “de speler via zijn TOTO-account wel persoonlijke berichten [heeft] ontvangen. Deze portalberichten verzenden wij bijvoorbeeld bij lange speeltijd, het spelen met hoge bedragen of een hoge speellimiet. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het inzetten van dit soort preventieve berichten aantoonbaar zorgt voor betere bescherming van onze spelers.”
Dat klinkt toch als een persoonlijke benadering. Waarmee ik niet wil zeggen dat de auteur bewust feiten achterwege laat, integendeel. Bij beleidsregels gaat het om het idee van “comply or explain”. Ze leiden daardoor soms tot onduidelijkheid. Wie weet is hier iets misgegaan.
“There are no bombs in Bagdad!”
Gaat alles goed dan? Nee, zeker niet. De kern van de evaluatie was dat volgens de onderzoekers de markt door regulering wel betrouwbaar en controleerbaar is geworden, maar nog onvoldoende verantwoord is. De portee van het artikel is hiermee in lijn. En daar moet de industrie iets mee. De legitimiteit van het vergunningenstelsel valt of staat met de mate waarin het veiliger is dan het illegale aanbod. Wanneer daar twijfel over gaat bestaan komt het bestaansrecht van het systeem onder druk te staan. Ik zal me hier altijd hard voor blijven maken, omdat ik twee dingen vind:
- Als mensen zin hebben om te gokken moeten ze dat op legale wijze kunnen doen, en;
- Een vergunningensysteem waarin vergunninghouders aanspreekbaar zijn op zaken die misgaan is de beste garantie voor een veilig productaanbod.
Deregulering geen oplossing in vraaggestuurde markt
De auteur van het stuk pleitte gister op Radio 1 dan ook niet voor het intrekken van de hele kansspelwet. Dat zou ook helemaal geen oplossing zijn voor de tekortkomingen van het huidige systeem. Het is een vraaggestuurde markt. Met andere woorden: consumenten die willen gokken, die zullen hun weg vinden.
Daarom is het helemaal niet positief wanneer JVH gaming & entertainment door toenemende regeldruk en sterk oplopende belastingen 23 vestigingen moet sluiten. Het is geen aanbodbeperking, maar een aanbodverschraling: de consument kijkt een deurtje verder of verhuist naar online, de markt is minder competitief.
Aanbodsbeperking is geen oplossing. Het gaat om het reguleren van de vraag. We moeten zorgen dat de partij waar consumenten neerstrijken om een potje te gokken legaal is, en voldoende waarborgen biedt dat het spelen op een veilige manier gebeurt.
Nabrander: “mijn zoon van 14…”
Kleine nabrander. Ik hoor op Radio 1 dat de auteur van het artikel benaderd wordt door ouders, met schrijnende verhalen over hun zoon van 14 die online gokt. Dat kan onder eigen naam per definitie niet bij legale partijen zijn. Ofwel zoonlief speelt op het account van een volwassene die daarmee fraude pleegt en een gebrek aan moreel besef etaleert, ofwel zoonlief is in de fuik van illegale partijen gelopen waar je anoniem en zonder verificatie kunt spelen, en trouwens ook vaak kunt storten met een jongerenrekening. In beide gevallen: zorgelijk.
Dit is een gastbijdrage van Eric Konings, directeur ad interim bij branchevereniging NOGA. Deze post verscheen tevens op LinkedIn.