De procedure draait om een speler die € 10.092 terugvordert van online casino Tipico. De speler verloor dat bedrag tussen december 2020 en september 2022 met online kansspelen. Volgens hem waren de speelovereenkomsten nietig omdat Tipico in die periode niet over een Duitse vergunning voor online kansspelen beschikte.
Tipico beschikte destijds wel over een vergunning van de Maltese kansspelautoriteit. Het bedrijf voert echter aan dat het toenmalige Duitse verbod op online kansspelen in strijd was met het Europese recht. Daarnaast beroept Tipico zich op het zogenoemde Vertrauensschutz. Volgens de aanbieder hield het zich tijdens de overgangsperiode naar het Duitse vergunningstelsel aan de geldende voorschriften.
Tijdens de behandeling bij het BGH werd volgens Duitse media ook gewezen op verschillende Europeesrechtelijke kwesties. Tipico heeft het gerecht volgens Beck Aktuell, zoals opgemerkt door Glueckswirtschaft, gevraagd om bij de beoordeling rekening te houden met toekomstige uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Eerdere procedures tegen Tipico
Ook in andere Duitse procedures staan terugvorderingen van gokverliezen bij Tipico en de Duitse vergunningsplicht centraal. Zo stelde het BGH in 2024 prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie in een zaak van een speler die tussen 2013 en 2020 € 3.719,26 verloor met sportweddenschappen bij Tipico. In die procedure ging het onder meer om de vraag of de Europese regels over het vrije verkeer van diensten gevolgen hebben voor de Duitse vergunningsplicht.
In maart 2026 bracht de advocaat-generaal van het Hof van Justitie advies uit over die procedure. Volgens de advocaat-generaal hoeven EU-lidstaten elkaars kansspelvergunningen niet te erkennen. Een Maltese vergunning gaf volgens het advies daarom niet automatisch het recht om in Duitsland kansspelen aan te bieden.
Wel kan volgens de advocaat-generaal sprake zijn van een uitzondering wanneer Duitse autoriteiten de aanbieder duidelijke, onvoorwaardelijke, en consistente garanties hebben gegeven dat de vergunningsplicht niet zou worden gehandhaafd.
Daarnaast zijn eind 2025 nieuwe prejudiciële vragen gesteld in een andere Tipico-procedure over sportweddenschappen. Daarin wordt onder meer gevraagd naar de verenigbaarheid van de Duitse vergunningsplicht, en de nietigheid van speelovereenkomsten met het Europese recht. Ook de destijds bekritiseerde Duitse vergunningsprocedure en de proportionaliteit van de gevolgen van het ontbreken van een vergunning komen in die procedure aan de orde.
Nederlandse prejudiciële vragen
Ook in Nederland speelde de vraag wat de gevolgen zijn van online gokken zonder vergunning. De Hoge Raad oordeelde op 3 juli 2026, in lijn met het eerder uitgebrachte advies van de advocaat-generaal, dat het ontbreken van een Nederlandse kansspelvergunning op zichzelf niet betekent dat een kansspelovereenkomst nietig is.
Gokkers kunnen hun gokverliezen daarom niet op die grond terugvorderen. De Hoge Raad liet daarbij wel ruimte voor andere civielrechtelijke grondslagen, zoals dwaling en een vordering uit onrechtmatige daad.











Login om een reactie te geven
Snel inloggen met social media
Login met e-mailadres
Nog geen account? Meld je hier aan.