In overleg met betrokken partijen hebben de rechtbanken van Amsterdam en Noord-Holland de prejudiciële vragen die gesteld gaan worden aan de Hoge Raad aangepast. Deze vragen worden gesteld om zo eenduidigheid te krijgen over uitspraken in de rechtszaken van Nederlandse spelers en online casino's.
Op 12 juni 2024 maakten de rechtbanken van Noord-Holland en Amsterdam bekend dat zij vijf vragen aan de Hoge Raad wilden voorleggen om zo duidelijkheid te krijgen over meerdere rechtszaken van gokkers tegen online casino's. Deze duidelijkheid was nodig, omdat er in vergelijkbare zaken verschillende uitspraken waren gedaan.
Inmiddels is, na overleg met de betrokken partijen, de vraagstelling van een vraag aangepast. Daarnaast hebben de rechtbanken een zesde vraag toegevoegd om voor te leggen aan de Hoge Raad. Met de zes vragen aan de Hoge Raad hopen de rechtbanken een einde te maken aan verschillende rechterlijke uitspraken in de rechtszaken tussen Nederlandse gokkers en destijds illegale online casino's.
De Nederlandse spelers eisen in de rechtszaken hun gokverlies terug, omdat zij beweren dat de rechter hun overeenkomst met het gokbedrijf nietig moet verklaren. Online gokken in Nederland werd pas in 2021 gelegaliseerd via de Wet kansspelen op afstand en dus zouden de overeenkomsten voor 1 oktober 2021 nietig moeten worden verklaard, zo vinden de spelers. De goksites zijn van mening dat er sprake was van een gedoogbeleid.
Verschillende uitspraken
Tot nu toe zijn de meeste rechtszaken beslist in het voordeel van de Nederlandse gokkers, waarbij de gokbedrijven het verloren geld moeten terugbetalen. De enige uitzondering is vooralsnog een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West Brabant, waar de rechter een gokbedrijf in het gelijk stelde. De betreffende rechter stelde dat ‘Artikel 1 van de Wet op kansspelen haar strekking had verloren‘, onder andere omdat er veel Nederlanders reeds deelnamen aan online kansspelen.
Alle andere rechtbanken die een uitspraak in een vergelijkbare zaak hebben moeten doen, waaronder de rechtbank van Amsterdam en Noord-Holland, kozen steeds de kant van de speler. Zij verklaarden de overeenkomst tussen gokker en goksite nietig en waren het niet eens met het oordeel over eventueel strekkingsverlies van artikel 1.
Om tot een definitieve uitspraak te kunnen komen hebben de rechtbanken van Amsterdam en Noord-Holland een zestal vragen opgesteld.
Wijzigingen in vragen aan Hoge Raad
Nu zowel Electraworks Europe Limited, dat Bwin exploiteert, TSG Interactive Gaming Europe Limited, de exploitant van PokerStars, als de eisende partijen hun visie op de vragen hebben mogen laten schijnen zijn er enkele aanpassingen gedaan.
- In vergelijking met de opgestelde vragen van juni 2024 is vraag 2 uitgebreid met de extra vraag: “Moet hierbij een onderscheid worden gemaakt tussen aanbieders van kansspelen die op de ‘grijze lijst' van de Ksa stonden en andere aanbieders?”
- Daarnaast is er door de rechtbank Amsterdam nog een zesde vraag toegevoegd. Hierbij vraagt de rechtbank zich af of het van belang is dat Nederlandse gokkers bij PokerStars tegen andere spelers en niet tegen het huis speelden.
De volgende prejudiciële vragen zullen nu aan de Hoge Raad voorgelegd worden:
Prejudiciële vragen
- Had de Wok (Wet op de kansspelen) aanvankelijk de strekking de geldigheid van daarmede strijdige rechtshandelingen aan te tasten?
- Is de strekking – na aanvankelijk aanwezig geweest te zijn – verloren gegaan, onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en/of gelet op het handhavingsbeleid van Ksa (Kansspelautoriteit)? Moet hierbij een onderscheid worden gemaakt tussen aanbieders van kansspelen die op de ‘grijze lijst' van de Ksa stonden en andere aanbieders?
- Is een kansspelovereenkomst tussen een in Nederland verblijvende consument en een aanbieder van kansspelen op internet die geen vergunning heeft in de zin van de Wok een nietige overeenkomst in de zin van artikel 3:40 BW?
- Maakt het voor de beantwoording van vraag 3 nog uit of de kansspelaanbieder voldeed aan de prioriteringscriteria van Ksa?
- Indien het antwoord op vraag 3 bevestigend luidt, welke rechtsgevolgen heeft dat dan? Is een vordering tot terugbetaling van het geleden verlies op grond van onverschuldigde betaling toewijsbaar?
- Is voor het beantwoorden van vorenstaande vragen van belang dat een kansspelaanbieder, zoals TSG, haar diensten naar eigen zeggen beperkt tot het aanbieden aan spelers van een online mogelijkheid om tegen elkaar te spelen? En zo ja, heeft dat gevolgen voor hetgeen een speler als onverschuldigd betaald van de kansspelaanbieder kan terugvorderen?
Advocaat Benzi Loonstein, die de eisende partijen bijstaat, laat via LinkedIn weten tevreden te zijn dat de rechtbank de verzoeken van de gokbedrijven niet heeft gehonoreerd.
“In juni 2024 kondigden de rechtbanken Amsterdam en Noord-Holland aan dat zij aan de Hoge Raad prejudiciële vragen zouden stellen in de kansspelzaken. Partijen mochten zich uitlaten over de inhoud van de vragen die de rechtbanken hadden geformuleerd.
“De wederpartijen (Bwin en Pokerstars) verzochten om de geformuleerde vragen (nog) niet te stellen. Namens cliënten verzochten wij om de vragen wel te stellen en slechts een kleine wijziging toe te passen.
“De rechtbanken hebben (gelukkig) de verzoeken van de kansspelaanbieders genegeerd. Vandaag werden de vragen definitief geformuleerd en opgestuurd aan de Hoge Raad. De Hoge Raad start binnenkort de prejudiciële procedure, die beslissend zal zijn voor procedures van vele anderen. De procedure is bedoeld om uiteindelijk antwoord te krijgen op die ene allesbeslissende vraag, die in feite in alle kansspelzaken centraal staat: moeten kansspelaanbieders die zonder vergunning hun diensten aanboden, kansspelspelers hun verliezen terugbetalen?“Met een sterk team zullen wij er alles aan doen om de Hoge Raad te overtuigen dat de huidige lijn in de rechtspraak, waarbij de kansspelspelers gelijk kregen, de juiste lijn is.”
Benzi Loonstein, advocaat
Voegingsverzoek Unibet afgewezen
Trannel, het bedrijf dat voor de legalisatie Unibet in Nederland exploiteerde, heeft meerdere malen een voegingsverzoek ingediend om zo ook inbreng te hebben bij de vragen die aan de Hoge Raad worden voorgelegd.
In oktober 2024 wees de rechtbank Amsterdam het eerste voegingsverzoek van het moederbedrijf van Unibet af. Volgens de rechter had het gokbedrijf geen direct belang bij deze specifieke zaak, die door een gokker was aangespannen tegen TSG Interactive Gaming Europe Ltd., het bedrijf achter PokerStars.
Een maand later probeerde het bedrijf achter Unibet nogmaals inspraak te krijgen middels een voegingsverzoek bij de rechtbank Noord-Holland. Net als het eerste voegingsverzoek, wees de rechter ook dit verzoek af. Trannel zou niet voldoende aannemelijk hebben gemaakt welke nadelige gevolgen de uitspraak tussen de eisende partij en Electraworks Europe Limited zou hebben voor het gokbedrijf.

CasinoNieuws.nl WhatsApp-kanaal
Altijd het laatste nieuws over de Nederlandse kansspelindustrie direct op je telefoon of WhatsApp op je computer? Volg het CasinoNieuws.nl WhatsApp-kanaal en mis niets meer!
Lead-foto Rechtbank Amsterdam via CasinoNieuws.nl.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 22 januari. Op 23 januari is het artikel voorzien van een update waarbij de quote van Benzi Loonstein is toegevoegd.