Zaterdag 26 november 2022

Speel bewust

Interview Eric Konings: “Over vijf jaar hebben we een stuk minder legale online casino’s in Nederland”

Eric Konings NOGA

Voor Eric Konings begon het allemaal met een passie voor wedden op sport. Hij kwam terecht bij Unibet en werkte jarenlang aan de voorbereidingen op de opening van de online kansspelmarkt in Nederland. Sinds kort werkt hij voor zichzelf en is hij betrokken bij branchevereniging NOGA als policy advisor. Wij spreken met Konings over zijn kennismaking met de gokbranche, matchfixing, en de opening van de online kansspelmarkt in Nederland.

Eric Konings

Eric Konings werd in 1983 geboren en groeide op in Roosendaal. Na zijn middelbare school ging hij naar Fontys Hogeschool waar hij een jaar journalistiek studeerde. Daarna maakte hij de overstap naar de Universiteit Amsterdam waar hij zijn bachelor sociology haalde voordat hij zijn pre-master en master Business Studie afrondde.

Na zijn studie ging hij direct aan de slag bij Unibet’s moederorganisatie Kindred. Hij begon in 2012 als lid van het Sportsbook Intelligence-team in Londen om in 2014 door te stromen naar Public Affairs Manager en Sports Betting Integrity Officer.

In zijn tijd bij Kindred was Eric Konings voor bijna drie jaar bestuurslid bij de IBIA en bestuursvoorzitter van de voorloper van NOGA, Speel Verantwoord.

Begin dit jaar verliet hij Kindred en startte hij zijn eigen consultancy firma; Rosendale Business Consultancy. Zijn eerste klant was NOGA waar hij policy advisor is naast directeur Peter-Paul de Goeij.

Sinds januari 2021 is Eric Konings bovendien bestuurslid voor zijn liefde RBC Roosendaal. In zijn vrije tijd maakt hij Podcast de Luiten over die club.

Hoe ben je in deze wereld terechtgekomen?

Ik weet nog precies waar ik was toen ik voor het echt serieus na ging denken over de kansspelwereld. Ik was in 2009 in Dublin met mijn broer die daar ging pokeren. Mijn broer was altijd bezig met kansberekening, met logica, en een beetje bluffen enzo. Hij benaderde poker heel serieus en dat vond ik gaaf. Maar, zo zei ik ook tegen hem, ik heb zelf helemaal niks met kaarten. Ik hou niet van kaarten. Toen zei hij: “Dan ga je toch wedden op sport!”

We zijn toen in Dublin naar een Paddy Power-winkel gelopen en daar heb ik mijn eerste weddenschap geplaatst. Barcelona moest tegen een middenmoter en ze kregen een notering van 1,40. Dus als ik een euro inzette, kreeg ik €1,40 terug. Dat vond ik wel erg interessant.

Ik dacht dat als ik gewoon altijd goed zou voorspellen, dat ik dan zou winnen. Mijn broer legde me toen uit dat het gaat om de berekening die erachter zit. Als jij altijd gewoon de inschatting van de bookmaker volgt en je wint, dan krijg je een uitkeringspercentage van ongeveer 95 procent, zo legde hij me uit. “Dus je moet noteringen zoeken die te hoog staan. Je moet weddenschappen zoeken waarbij de bookmaker de kans op een bepaalde uitkomst lager inschat dan jij.”

Ik dacht: “Verrek!” Ik weet nog precies waar we zaten in Dublin. We waren in een pub voetbal aan het kijken en ik zat met die bettingslip van Paddy Power voor mijn neus. Toen zag ik het ineens helemaal helder.

Het idee van het spotten van ‘value’ zat er trouwens toch al wel in. In 1998 was het WK in Frankrijk en een grote spelletjesfabrikant organiseerde toen een WK-pool. Je kreeg dan een budget van 400 dollar om landen mee te ‘kopen’, en als die landen dan hun wedstrijd wonnen kreeg je punten. Ieder land had een andere waarde. Een hoop luieriken kozen gewoon Brazilië, dat toen torenhoog favoriet was, maar ook meteen de volle 400 dollar kostte. Dan had je dus maar 1 ijzer in het vuur. Ik ging toen op zoek naar landen die letterlijk onderschat werden, en kocht met die 400 dollar Frankrijk, Kroatië, Nederland, en Paraguay. De wereldkampioen, de nummers 3 en 4, en het land uit de goedkoopste categorie dat het verste kwam in het toernooi.

Uiteindelijk bleven er toen tien mensen over, uit de hele wereld, die dezelfde selectie hadden en dus de optimale score hadden. Er stond best wat op het spel, want de hoofdprijs was een verzorgde trip van een week naar San Francisco, met $ 2.500 zakgeld. Toen moesten we de minuut en de seconde voorspellen waarin de eerste goal viel in de WK-finale. Ik had zomaar wat ingevuld, en het bleek dat er twee andere deelnemers heel kort op mij zaten, dus ik had een window van een minuut of twee dat voor mij zou zijn. Knikt Zidane zo die corner erin, precies aan het einde van die twee minuten. Als die corner opnieuw genomen had moeten worden had ik het kunnen bekijken.

“Volgens mij heb ik een reis naar de USA gewonnen”, zei ik tegen mijn pa. “Vast wel, ja”, reageerde hij. Die dacht: “Wat lult hij nou weer?”. Maar het was echt zo!

Toen gingen we naar de USA. Zag ik ineens oorlogsveteranen in de goot liggen, letterlijk. Dat maakte een hoop indruk. De tactiek om voor Frankrijk en Nederland te gaan betaalde zich trouwens ook uit bij de WK-pool van mijn amateurclub waar ik toen voetbalde. Iedereen zat op Brazilië, behalve ik. Daar won ik ook 300 gulden.

“We waren in een pub voetbal aan het kijken en ik zat met die bettingslip van Paddy Power voor mijn neus. Toen zag ik het ineens helemaal helder.”

Eric Konings

Het was een lucratief toernooi, ook omdat 1 dollar toen nog 4 gulden waard was. Als ik erop terugkijk is het grappig dat ik als jochie al bezig was met value spotten. Tegelijkertijd is het natuurlijk totaal bizar dat ik daar destijds als 14-jarige aan mee kon doen, kon winnen, en dat er niemand was die zich afvroeg: is het eigenlijk wel normaal dat een kind meedoet aan dit soort spelletjes?

Terug naar dat moment in Dublin. Dat heeft jouw leven veranderd?

Ja, het klinkt wat pathetisch misschien, maar eigenlijk wel. Ik vond het meteen echt mooi. Ik las al alles over voetbal en ik keek alles, dus dat zat wel goed.

Ik vroeg ook aan hem: “Maar dat is toch illegaal?” Hij zei: “Ja.” Ik vroeg: “Pokeren ook?” En weer was het antwoord “Ja,” gevolgd door “maar er zijn honderdduizenden gasten die dat wel doen.”

Ik zei: “Dan moet dat een keer gereguleerd worden, dat kan niet anders. En als er gereguleerd wordt, dan moet daar een hoop werk in te vinden zijn.” Dat gesprek hebben we letterlijk gehad op dat eerste moment. Vanaf toen ben ik gaan denken: “Dit is wel een interessante markt om me op te oriënteren.”

Was je goed in het wedden?

Ik snapte het idee van value spotten wel, gekoppeld aan een strakke discipline. Dus ja, op de lange termijn won ik wel.

Alleen, dan moet ik wel eerlijk zijn: ik zat in een gemeenschapje – een community – waarin we tips uitwisselden. Ik tipte zelf minder dan dat ik tips van anderen speelde. Er zaten gasten tussen die bizar goed waren in een niche, zoals Nederlands basketbal, darts, of de Eerste Divisie. Wat leuk is is dat een aantal van die gasten zelf ook werkzaam is, of is geweest, in de industrie.  

Maar daar kom je ook niet zomaar in terecht, in zo’n gemeenschap. Normaal gesproken moet je jezelf bewijzen, toch?

Ja, klopt. Het was eerst op een open forum en later werd dat een besloten forum. Op het moment dat het een besloten forum werd, kende ik die gasten allemaal al. Dat zijn ook echt vrienden van me geworden. Meerdere jongens zijn ook op mijn bruiloft geweest. Ik ga er nu nog steeds mee naar het voetbal. Dat is gewoon ontzettend lachen. Zo ben ik eigenlijk een beetje begonnen in de kansspelen.

Toen ik sociologie studeerde wilden die andere studenten allemaal bij Greenpeace werken. Ik vond de samenleving ook heel interessant maar zat er niet op mijn plek, en dacht: “Wegwezen, ik wil gewoon iets in de kansspelen gaan doen.”

Bij sociologie heb ik mijn scriptie over de stakeholderrelatie tussen Unibet en de overheid geschreven. Die scriptiebegeleider dacht: “Wat moet ik hier nu weer mee? Kansspelen?” Ik kreeg uiteindelijk wel een voldoende maar ik weet nog wel dat hij als feedback gaf dat het een interessant geschreven scriptie was over “een voor sociologen niet alledaags onderwerp”. Ik snap dat het voor hem niet alledaags was, want waarschijnlijk verwachtte hij de achtendertigste scriptie over de maatschappelijke participatie van jongeren met een migratie-achtergrond in Amsterdam-West. Ik had echter helder voor ogen welke kant ik op wilde. Daarna ben ik overgestapt naar bedrijfskunde en daar heb ik mijn pre-master en master gehaald.

Tijdens mijn studieperiode speelde ik dus al veel zelf. Ik had kennis van zaken en passie voor het product. Ik vond het heel fascinerend allemaal én bovendien zou ik na mijn studie academisch opgeleid zijn. Toen dacht ik: dan heb ik een sterk profiel voor de kansspelmarkt. Zo is dat eigenlijk gegaan.

“Anne-Jaap is wel mijn mentor geweest in de kansspelen.”

Eric Konings

Je scriptie schreef over de stakeholderrelatie van Unibet, dus dan had je natuurlijk al contact met Unibet?

Klopt. Dat was één van mijn respondenten. Ik heb Anne-Jaap (Snijders, CCO Kindred, red.) op een gegeven moment ook ontmoet. Anne-Jaap is wel mijn mentor geweest in de kansspelen. Ik ben uiteindelijk in 2012 begonnen bij Unibet, en ik ken hem sinds 2009 toen we met Unibet naar Valencia gingen. Anne-Jaap zag mijn ambitie, en het is ook aan Anne-Jaap te danken dat ik aan de slag kon bij Unibet.

Dus tijdens je master bedrijfskunde heb je je band met Unibet warm gehouden?

Ja, ik ben ook artikelen gaan schrijven voor Unibet in die tijd. Die relatie is eigenlijk altijd goed geweest. Ik heb hem ook altijd op de hoogte gehouden van hoe mijn master verliep. Op een gegeven moment heb ik laten weten dat ik nu echt aan het afstuderen was, en of we nog eens konden praten.

Het was een beetje passen en meten. Wat zou ik dan kunnen doen? Aanvankelijk heb ik nog gesolliciteerd op een andere rol. Daar ben ik niet voor aangenomen. Ook logisch, want ik had daar niet al te veel ervaring in.

Op een gegeven moment kwam er een vacature in het Sportsbook-team. Dat was heel gaaf. Dat ging over customer intelligence, over risicomanagement, KYC. Eigenlijk kon ik toen professioneel gaan doen wat ik als wedder gewoon voor mijn hobby deed: met noteringen bezig zijn, kijken hoe markten zich bewogen, waar de omzetten op zaten, noem maar op. Onwijs fascinerend om ineens een bookmaker van de andere kant te zien.

Ik ben uiteindelijk in september 2012 bij Unibet begonnen, in Londen.

Het begon dus echt op de werkvloer, bij wijze van spreken, als onderdeel van het sportsbook-team.

Ja, ik zat gewoon in het productteam. Dat was een geweldige manier om het product, het bedrijf, en de markt nog beter te leren kennen.

Ik zat op het begin heel erg vanuit een wise guy-perspectief naar alles te kijken. Daar heb ik best lang last van gehad. Dan werkten we bijvoorbeeld aan innovaties in Sportsbook en dan zei ik: “Kom op man, wie speelt dit nou?” En dan herinnerden ze me weer dat het grootste deel van de klanten gewoon speelt omdat ze het leuk vinden. Die doen het niet om de value te spotten.

Na anderhalf jaar heb ik een overstap gemaakt naar de corporate afdeling. Ik kreeg toen van Ewout Keuleers (Chief Legal & Compliance Officer Kindred, red.) de kans om me met public affairs te gaan bemoeien. In eerste instantie was dat om hem te helpen in de lobby. Daarna kwam ik zelf iets meer aan het stuur te zitten, natuurlijk in samenwerking met collega’s. Op dat moment lag mij dat ook wel wat meer.

Ik vond die lobby en beleidsdiscussies heel interessant. Dat ging over verantwoord spelen, kanalisatie, en matchfixing. En omdat ik die achtergrond als speler had, kon ik daar ook vanuit een bepaald perspectief wel iets aan toevoegen. Dat was toen de juiste stap en daar ben ik Ewout nog steeds dankbaar voor.

Hoe kijk je terug op die periode van lobby?

Het heeft uiteindelijk heel lang geduurd. Als je mij vraagt of ik tevreden ben over hoe die lobby is gegaan, dan kan ik daar geen eensluidend antwoord op geven. Als ik kritisch ben zeg ik dat het allemaal allemaal wel heel erg lang geduurd heeft. Daardoor zijn consumenten veel te lang onbeschermd geweest. Het wetsvoorstel is volgens mij in 2013 voor het eerst in behandeling genomen en acht jaar later pas ingegaan! Ik vind de wet daarnaast op bepaalde onderdelen niet sterk en bovendien inmiddels gedateerd.

“Het meest positieve aan mijn werk in de lobby is dat ik mijn vrouw tegen het lijf ben gelopen.”

Eric Konings

Het positieve is natuurlijk dat het goed is dat het wettelijk kader er nu is. Consumenten worden daadwerkelijk gekanaliseerd naar het legale aanbod inmiddels. Ook is er in dit kader veel aandacht voor de actieve zorgplicht, wat goed is. Je kunt immers wel heel enthousiast kanaliseren, maar als het binnen je kader alsnog niet goed geregeld is, dan raken consumenten van de regen in de drup.

Het meest positieve aan mijn werk in de lobby is dat ik mijn vrouw tegen het lijf ben gelopen. Zij was beleidsmedewerker op het dossier kansspelen en ik had haar al een tijdje op mijn radar. Bij het befaamde jaarlijkse IMGL-event (International Masters of Gaming Law, red.) in de Groote Club in Amsterdam in 2015, spraken we een keer wat langer. Toen begon mijn interesse serieuzere vormen aan te nemen. Het was alleen professioneel gezien onwenselijk en bovendien woonde ik nog in Londen in die tijd, dus dat was onhandig. Toen heb ik het er maar bij gelaten.

Maar niet voor lang?

Een paar maanden later was er een Algemeen Overleg kansspelen, toen ik net naar Nederland verhuisd was. Toen zag ik haar niet, en hoorde ik dat ze inmiddels op een ander dossier zat. “Verrek,” dacht ik. Toen heb ik eindelijk een berichtje gestuurd, je kent het wel. Inmiddels zijn we zeven jaar samen, vier jaar getrouwd, en hebben we twee kinderen.

Een moderne versie van Romeo en Juliet.

Ondanks dat er geen verstrengeling van persoonlijk en professioneel meer was, hebben we toen in een heel vroeg stadium aan onze werkgevers gemeld dat we elkaar in privé zagen. Je wil het moment dat er vragen komen voor zijn. Volgens mij wisten ze het bij Unibet eerder dan mijn ouders, haha.

Ze is bij de kamerbehandeling van het wetsvoorstel nog heel even terug op het dossier geweest. Toen stonden Kamerleden te fulmineren over de “criminelen van de kansspelindustrie.” Net op dat moment nam de regisseur van NPO Politiek de publieke tribune in beeld, met mij pontificaal in het midden van het scherm. Haar pa zat te kijken en stuurde haar een appje. “Leuke gast hoor, die vriend van je. Een crimineel, hoor ik?”

Aan het einde van de avond had het ministerie taxi’s geregeld voor de werknemers. Het was een lange dag geweest en ik wilde naar huis. Maar ik mocht mooi in mijn eentje met de trein terug naar Amsterdam in plaats van samen in de taxi. En terecht.

Je noemde de wet gedateerd. Welk onderdeel vind je gedateerd?

De wet is ruim tien jaar geleden geschreven. De wet is ervoor om bestaande vraag te kanaliseren en niet om nieuwe vraag aan te boren, en dat is een te verdedigen standpunt. Maar daarmee zorg je er wel voor dat bepaalde onderdelen van een product buiten het kader blijven, zoals het wedden op verschillende gebeurtenissen. Wedden op het Eurovisiesongfestival was bijvoorbeeld heel populair. Komt er een Elfstedentocht? Krijgen we een witte kerst? De naam van de kroonprins in het Verenigd Koninkrijk. Dat zijn niet de markten waar heel veel omzet op zit maar die zijn wel leuk.

Het zijn ook niet de markten waar heel veel risico op zit, qua matchfixing of beïnvloeding. Maar het zijn wel gewoon leuke dingen, dus ik vind het jammer dat dat er niet in zit. Ook e-sports en het wedden erop is de afgelopen vijf á zeven jaar heel populair geworden. Het kader voorziet daar niet in. Dat geeft wel een negatieve druk op de kanalisatie.

Ik denk dat je dat effect vooral in het wedden op e-sports ziet. En naast het verlies van kanalisatie heb je ook het verlies van plezier. Zulke weddenschappen zijn gewoon leuk om te doen.

Toen ik in 2005 met de pokerwereld in aanraking kwam, werd er al over regulering gesproken. Uiteindelijk zijn er dus voldoende medestanders gevonden die zich hard wilden maken voor regulering. Dat heeft enorm lang geduurd. Maar toen regulering eenmaal een feit was, verdween dat draagvlak binnen de kortste keren. En dan natuurlijk vooral op het gebied van reclame en marketing.

Men heeft niet gereguleerd omdat men zo dol is op kansspelen. Het gebeurde meer omdat er een technische noodzaak voor was. Er zijn nu eenmaal veel mensen die gokken. Laten we het dan maar reguleren, dan zijn ze in ieder geval beschermd, zo was de gedachte. Het was niet zo dat de beleidsbepalers dachten: dat gokken is echt gaaf. De legalisering was al tegen heug en meug. Gambling has no friends.

Uiteindelijk is de wet er toch gekomen en toen ging de markt op 1 oktober 2021 open. Dan zie je voor het eerst ook reclame, simpel. Het was ook wel wat veel qua reclame en dat zorgt voor bepaalde maatschappelijke weerstand. Die vertaalt zich naar politieke weerstand en dan worden er moties aangenomen.

Hoe had dat naar jouw idee voorkomen kunnen worden?

Ja, dat is ook één van de punten in de wet die ik zwak vond en vind. Qua norm staat er in de wet alleen dat terughoudendheid geboden is. Wat is terughoudendheid op een markt die net opengaat? Hoe ga je dat meten? Hoe meet je überhaupt terughoudendheid? In een markt die net open gaat, is terughoudendheid niet het eerste wat bedrijven betrachten. Daar heeft NOGA ook al eerder (juni 2019, red.) voor gewaarschuwd, al ruim voordat de markt openging.

Tijdens je lobby voor Unibet mocht je in de Tweede Kamer verschijnen om tekst en uitleg te geven over matchfixing. Aan de andere kant werd Unibet soms gezien als een paria.

“Piraten, manipulatieve cowboys, criminelen… We hebben het allemaal gehoord.”

Eric Konings

Ja. Piraten, manipulatieve cowboys, criminelen… We hebben het allemaal gehoord.

Men vond bij Unibet dat er gewoon een systeem met vergunningen moest komen en dus vroegen we die een hele tijd geleden al eens aan. Ik vond dat verzoek niet zo heel onredelijk. Aan de ene kant snap ik wel dat het zo lang heeft geduurd omdat er zoveel krachten spelen, maar aan de andere kant is het ook wel weer wonderlijk. In België was de markt elf jaar eerder open. Elf jaar! In die periode kun je bijna drie keer wereldkampioen worden!

Ons verzoek aan de overheid was heel helder: “Geef ons en onze concurrenten een kans om op een lokaal gereguleerde markt te gaan opereren.” Dat is uiteindelijk wel gelukt. Maar doordat het zo lang heeft geduurd, kwam er zoveel druk op te staan.

Ik ben trouwens tijdens de lobby ook veel meer gaan begrijpen van ‘de andere kant’. Voor mij was wedden op sport gewoon iets gaafs. Ik vond het leuk om met cijfers en noteringen bezig te zijn en vond het heerlijk om gewoon lekker sport te kijken en daar iets mee te verdienen. Pas toen ik in die beleidsdiscussies terecht kwam realiseerde ik me beter dat het niet voor iedereen zo voelt. Toen pas zag ik dat mensen ook een andere speelervaring kunnen hebben, dat het een product is waar risico’s aan kleven. En die risico’s moet je ondervangen door op goede wijze te reguleren. Dat is uiteindelijk wel gebeurd, maar ik blijf regelmatig de dialoog zoeken met mensen die wel controleverlies op hun speelgedrag hebben gehad.

Ik sprak recent met Arne Nilis, in een panel. Hij plaatste zijn eerste weddenschap op zijn 13e en won. Dat was voor hem de opmaat naar een verslaving die op een gegeven moment zelfs levensbedreigend was. Ik deed op mijn 14e ook mee aan WK-pools en won ook, maar ik heb geen verslaving ontwikkeld. De les die ik hieruit trek? Dat Arne pech heeft gehad, en ik geluk. Zo simpel is het, niks meer. In beide gevallen was het niet goed dat wij op die leeftijd al bezig waren met dit soort dingen.

“Pas toen ik in die beleidsdiscussies terechtkwam, zag ik dat mensen ook een andere speelervaring kunnen hebben. Dat het een product is waar risico’s aan kleven.”

Eric Konings

Ik probeer me in discussies over kanalisatie en aantallen spelers altijd te realiseren dat het om personen gaat die – om bij een aanbieder te kunnen spelen – een stukje van hun salaris riskeren. Het gevaar in ons werk zit erin dat je te abstract naar de materie gaat kijken, en daarmee inboet aan empathie en realiteitszin.

Het klopt dat het inderdaad heel veel reclame was. Je kunt dat ook zien aan het feit dat grote adverteerders daar zelf over hebben gezegd dat het misschien wat te veel was. Dat kun je ook zien aan het feit dat NOGA en VNLOK later aan zelfregulering zijn gaan doen, waardoor het reclamevolume echt drastisch is teruggelopen.

Ik weet niet of we die politieke reactie hadden gehad als er minder reclame was gemaakt. Misschien was die reactie er sowieso wel gekomen, want heel veel politici hebben gewoon weinig warme gevoelens voor kansspelen. Ik weet niet of het een verschil had gemaakt als men één reclame had gezien per blok, in plaats van zes, bij wijze van spreken. We hebben het de criticasters als industrie misschien gemakkelijk gemaakt door heel veel te adverteren. Maar als er minder geadverteerd was, hadden ze misschien wel hetzelfde gedaan.

Bovendien had de nieuwe wetgeving moeten zorgen voor een gelijk speelveld. Als je op basis van een bepaald wetgevend kader een vergunningsprocedure opent, en tijdens die procedure ga je de pionnen verzetten en de regels veranderen, dan kun je vraagtekens zetten bij de betrouwbaarheid van de overheid.

Het maakt de businesscase voor partijen ook gewoon anders. Een volledig level playing field zou het nooit geweest zijn, omdat er nu eenmaal bepaalde partijen zijn met een legacy in Nederland en anderen niet. Maar door de marketing- en reclamemogelijkheden drastisch te beperken, terwijl er een hoop partijen in de vergunningaanvraag zitten, verandert het perspectief voor die partijen wel heel erg.

Op 20 september maakte minister Dekker bekend dat alle online casino’s zonder licentie op 1 oktober op zwart moesten. Dat was ook een pion die verzet werd.

Ja, ik zat destijds bij Unibet, dat kwam onverwachts. Leuk was anders.

Wat verwacht je van het aantal partijen in Nederland?

Er zijn nu 23 vergunningen uitgegeven. Laten we zeggen dat er nog 25 in de aanvraag zitten. Is er plek voor 40 of 45 marktpartijen? Geen idee.

Internationaal zie je consolidatie in de markt. Dat zul je denk ik ook in Nederland zien. Je zult partijen op de markt zien die een vergunning krijgen, die zich vestigen en die een goed marktaandeel weten te veroveren. Je zult een aantal uitdagers hebben, die daar vanuit de underdog-positie ook in slagen. Ook zul je partijen zien die het proberen, maar die het niet lukt, ook vanwege de reclamebeperkingen. Deze partijen zullen dan weer afvloeien of overgenomen worden.

“Ik denk dat we over een jaar misschien tientallen vergunninghouders hebben, maar dat het er over een jaar of vijf wellicht alweer een stuk minder zijn.”

Eric Konings

Ik denk dat we over een jaar misschien tientallen vergunninghouders hebben, maar dat het er over een jaar of vijf wellicht alweer een stuk minder zijn.

Wat denk je van de verdeling tot nog toe? De Top 3 werd aanvankelijk gevormd door BetCity en staatsbedrijven TOTO en Holland Casino. Unibet is sinds juli de uitdager en lijkt goed op weg in haar doelstelling om weer de nummer één van Nederland te worden.

Het succesverhaal van de regulering is BetCity. Ik heb een hoop bewondering voor hoe ze dat hebben gedaan.

Je kunt zeggen dat zij in het zadel werden geholpen door die black-out van 1 oktober 2021. Natuurlijk hielpen de omstandigheden mee, want er waren honderdduizenden spelers die ergens wilden spelen en dat niet meer konden. Die zochten een andere plek om dat te doen. Maar BetCity stond wel klaar om daar op een geweldige manier van te profiteren. Dat is gewoon de ondernemersgeest geweest van de familie Singels en hun team. Die maakt dat zij een geweldig marktaandeel hebben kunnen veroveren en ook een hele mooie verkoop hebben kunnen realiseren.

Je bent zo lang betrokken geweest bij Unibet, maar op het moment van de regulering begin jij voor jezelf met NOGA. Hoe is dat zo gekomen?

De cyclus was min of meer voorbij. De vergunningaanvraag was gedaan, en op dat moment ging het om het voorbereiden op marktopening. Daar heb ik nog een aantal dingen voor in de steigers gezet. Daarmee was mijn taak in principe volbracht.

“BetCity stond wel klaar om daar op een geweldige manier van te profiteren. Dat is gewoon de ondernemersgeest geweest van de familie Singels en hun team.”

Eric Konings

Nu ben je consultant. Is dat iets wat je echt wil gaan doen of is dat iets tijdelijks?

Ik ben wel echt bewust freelancer geworden. Unibet was mijn eerste en enige werkgever. Daar heb ik bijna tien jaar gewerkt. Ik vond het wel leuk om nog eens te kijken hoe het ondernemen zou bevallen, als éénpitter.

NOGA was mijn eerste klant. Inmiddels heb ik meerdere klanten, ook buiten de kansspelen. Het gaat dan om klanten in sport en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Het is echt een bewuste keuze geweest om te gaan freelancen met NOGA als eerste klant. Ik heb best iets met NOGA, want ben vier jaar voorzitter geweest van NOGA en haar voorloper Speel Verantwoord.

Er moest destijds echt wat veranderen, want leden liepen weg en we leken irrelevant te worden. Toen hebben we Peter-Paul (de Goeij, red.) aangenomen als directeur en hebben we de rebranding naar NOGA gedaan. Eigenlijk heeft NOGA ook een hele nieuwe tone of voice gekregen. Ik vind het ook wel leuk om nu bij te kunnen dragen aan de verdere doorontwikkeling van deze branchevereniging.

Op welke manier verschilt NOGA nu met Speel Verantwoord toentertijd?

Ik denk dat NOGA nu eerder de dialoog zoekt en minder snel de juridische weg wil bewandelen. Uiteindelijk is Nederland een polderland, een consensus-land. Je komt het verst als je daarin meegaat. Dat is niet altijd leuk en het is ook niet altijd efficiënt. Maar uiteindelijk moet je gewoon onderdeel zijn van de dialoog en proberen tot die consensus te komen.

NOGA en de andere branchevereniging, VNLOK, lijken ook dichterbij elkaar gekomen.

Het klopt dat er heel goed wordt samengewerkt. Er is regelmatig onderling overleg tussen Helma (Lodders, red.) en Peter-Paul. Daar zitten Daan (van Hoogmoed, senior beleidsmedewerker, red.) en ik dan ook bij. We hebben begrip voor elkaars positie.

Dat moest zich natuurlijk wel even vormen.

“Ik denk dat NOGA nu eerder de dialoog zoekt en minder snel de juridische weg wil bewandelen.”

Eric Konings

Is het goed of normaal dat er twee brancheverenigingen zijn, die op hetzelfde speelveld acteren?

Op het moment dat VNLOK het levenslicht zag, waren de leden van NOGA onvergund actief. De leden van VNLOK zullen van mening zijn geweest dat ze als vergunde partijen niet bij onvergunde partijen in de brancheorganisatie konden gaan zitten. Dat vind ik op zich een te verdedigen standpunt. Het gevolg is dat ze hun eigen winkel hebben opgericht. Dus het is verklaarbaar.

Is het wenselijk? Misschien niet. Maar op een gegeven moment zie je dat de verhoudingen wat zijn gaan normaliseren, dat er wat rust is gekomen. Die relatie is nu gewoon hartstikke goed, er wordt nu intensief samengewerkt en dat is alleen maar positief.

Je zei dat NOGA veel meer naar de dialoog kijkt als oplossing, tegenover de juridische weg bewandelen die haar voorganger zou inslaan. Maar jullie reactie op de consultatie bevatte wel een dik rapport van advocatenkantoor Brandeis waar het ontwerpbesluit dat een verbod op ongerichte gokreclames moet bewerkstelligen, juridisch onhoudbaar genoemd wordt.

We hebben geprobeerd om het besluit dat voorligt langs alle kanten te belichten. Ook de juridische. Als je operationeel en commercieel kijkt naar de impact van het besluit op de markt,  dan zou het raar zijn als je de juridische analyse achterwege zou laten. Dan ben je onvolledig.

Maar de grondhouding is niet: tot hier en niet verder; we gaan meteen naar de rechter, want dit is onacceptabel. Snap je wat ik bedoel? We hebben gewoon geprobeerd om een compleet perspectief te geven op het besluit.

Het woord kanalisatie wordt te pas en te onpas gebruikt. Maar dat staat of valt natuurlijk bij het illegale aanbod. Wat denk je van de slagen die tot nu toe gemaakt zijn om dat illegale aanbod tegen te gaan?

Als mensen gaan zoeken op internet, kom je vanzelf ook bij illegale partijen uit. En je weet ook dat de jurisdictie van de Kansspelautoriteit niet zo ver reikt dat zij die partijen aan kunnen pakken. Van het bestuursrecht in Nederland trekken partijen op Curaçao of Costa Rica zich niet echt veel aan.

“Van het bestuursrecht in Nederland trekken partijen op Curaçao of Costa Rica zich niet echt veel aan.”

Eric Konings

Maar sommige bekende grote bookmakers zonder vergunning – ook partijen die geen vergunning gaan aanvragen – zijn wel offline in Nederland, toch?

Ik weet dat er partijen zijn die toen gedacht hebben: nu wordt het ons te heet onder de voeten. Zeker weten. En dat is ook goed. Maar ik weet ook dat er ook een hoop partijen zijn die juist toen dachten: “Wij gaan helemaal offshore, we draaien gewoon door, ze kunnen ons niets maken.” En die zijn schathemeltje rijk geworden.

Dus ja, er zijn partijen die er mee zijn gekapt. Wat hun overwegingen zijn? Het kan zijn dat ze beursgenoteerd zijn of misschien denken ze dat ze ooit nog een keer in aanmerking komen voor een vergunning.

Maar als Nederlandse spelers naar de partijen gaan die toch illegaal zijn blijven aanbieden, heb je wel een probleem. Dan zijn ze namelijk echt onbeschermd. En sommige partijen die nu geen Nederlanders meer accepteren, kunnen ook besluiten wel weer open te gaan in Nederland. Als de vraag maar groot genoeg is, dan wegen de voordelen van zonder vergunning gemakkelijk op tegen de eventuele nadelen.

De Kansspelautoriteit moet zowel de vergunde partijen controleren als het illegale aanbod tegen gaan. Vind je de verdeling van de aandacht van de Kansspelautoriteit op dit vlak juist op dit moment?

Ik vind dat de Ksa het juiste doet. Ik vind dat zij doen wat binnen hun macht ligt om het illegale aanbod aan te pakken. Dat heeft zeker wel hun focus en dat vind ik ook hartstikke goed. En dat ze daarnaast kijken of de huidige vergunninghouders hun actieve zorgplicht nakomen, dat mag je ook verwachten van een toezichthouder.

Matchfixing is een veelbesproken onderwerp. Is matchfixing een groot gevaar in Nederland?

Ik zie matchfixing als een vorm van internationale georganiseerde misdaad.

Je moet twee dingen onderscheiden: de georganiseerde misdaad die erachter zit en de spelers die zich laten verleiden te rommelen met hun eigen wedstrijd.

Nederland is niet immuun voor de internationale misdaad. Als je dan gaat kijken naar wat de risicofactoren zijn als het gaat om matchfixing, is dat liquiditeit in de markt en de mate van regelgeving. Hoe minder regelgeving, hoe beter.

Dat is ook de bescherming van de atleten. Hoe kwetsbaar is een atleet? In Nederland wordt daar redelijk goed voor gezorgd. Maar in bijvoorbeeld Oost-Europa is dat een stuk minder. Daar heb je clubs die de salarissen niet uitbetalen. Dan zit je daar als speler en vervolgens klopt de maffia op de deur die zegt: “Pak even een rode kaart want anders breken we je botten.” Dan moet je wel sterk in je schoenen staan om het juiste te doen.

In Nederland is er de Wet Kansspelen op afstand, wat een stap vooruit is. Er is redelijke werknemersbescherming waar atleten onder vallen. Het risico is wel enigszins gemitigeerd. Maar ook in Nederland hoor je dat het niet de topprioriteit heeft bij politie en bij het Openbaar Ministerie om matchfixing op te sporen. Als er geen capaciteit is, dan ga je ook de dief niet vangen.

“Nederland is niet immuun voor de dreiging van matchfixing.”

Eric Konings

Daardoor is Nederland niet immuun voor de dreiging van matchfixing. Er zijn bepaalde dingen in Nederland die goed geregeld zijn. Er zijn ook dingen die beter kunnen waar momenteel aan gewerkt wordt. Denk hierbij aan de opzet van het nationaal platform, waar Chiel Warners zich voor inspant.

Er zijn ook dingen die absoluut beter moeten, waaronder de prioritering bij politie en het OM. Ik doel dan op strafbaarstelling van matchfixing an sich, wat er nog niet is. Hiertoe is wel een motie aangenomen, dus laten we hopen dat het snel komt. Nu kom je, geloof ik, bij niet-ambtelijke omkoping of fraude of witwassen. En de zaken van matchfixing die boven zijn gekomen in West-Europa, zijn heel vaak bijvangst geweest van witwasonderzoek of drugsonderzoeken.

In Nederland mag je bijvoorbeeld niet wedden op gele kaarten. Maar of iemand expres een gele kaart pakt op de Nederlandse velden, heeft daar natuurlijk weinig mee te maken. In de rest van de wereld kan je er namelijk wel gewoon op inzetten. Ik heb het idee dat de connectie tussen de Nederlandse legale aanbieders en matchfixing veel dunner is dan sommige politici denken.

Klopt. Karl Dhont, een Belg die heel lang bij de UEFA heeft gewerkt en zich met dit onderwerp bezighoudt, zei ooit dat alleen een domme crimineel gaat fixen bij bijvoorbeeld Unibet.

Neem die casus van de wedstrijden van Ajax en Feyenoord tegen Willem II, waar voetballer Ibrahim Kargbo bij betrokken was. Dat ging om weddenschappen op de Asian Handicap die gecovered moest worden, iets waar de markt in Nederland heel miniem voor is. Als je gaat kijken wat de liquiditeit in Azië is bij dit soort weddenschappen, dan is die gigantisch. Daar zit het risico, en dat risico wordt nog groter omdat je daar anoniem kunt spelen.

“De dreiging komt van de georganiseerde misdaad die de zwaktes van professionele sporters uitbuit.”

Eric Konings

Ik vind het écht goed dat je een Red Button-app en voorlichtingscampagnes hebt. Maar ik roep de mensen die zich hier professioneel mee bezighouden wel op om zich geen zand in de ogen te laten strooien over waar de dreiging daadwerkelijk ligt. Want dat is gewoon georganiseerde misdaad die de zwaktes van professionele sporters uitbuit.

Met voorlichtingscampagnes en Red Button-apps creëer je wel bewustzijn. Je wijst de spelers op de gevaren en je geeft ze tools in handen zodat ze weten wat ze moeten doen als ze benaderd worden. Bovendien wijs je de betrokkenen op de regels, want vaak ontbreekt het ook gewoon aan het besef. Tennissers mogen bijvoorbeeld helemaal niet wedden. We hebben wel eens Nederlandse tennisser gehad, die zeshonderdste van de wereld stond en die had dan een weddenschapje geplaatst op Federer, een wedstrijd die hij met geen mogelijkheid kan beïnvloeden. Maar die jongen is wel geschorst.

Dus met die initiatieven kun je onwetendheid eruit filteren. Daarmee kun je hopelijk ook domme fouten voorkomen. Maar de echte georganiseerde misdaad die schuil gaat achter matchfixing – en die internationaal van aard is – is wel echt een zaak voor politie en OM.

In 2014 schreef je voor MarketingTribune een artikel met de kop “Alleen maar winnaars na liberalisering gokmarkt” Hoe kijk je daar op terug?

Nou, ik zou dat nu niet meer zo zeggen. Maar ik sta er nog wel achter dat ik dat toen zei. Uiteindelijk is de beleidsdoelstelling consumentenbescherming via kanalisatie. Die kanalisatie is volgens de cijfers van de Ksa redelijk op orde. In die zin kun je zeggen dat het een succes is. De consument is de winnaar, want die weet het legale aanbod te vinden.

Waar ik zorgen over heb, is ten eerste of dat zo blijft; of de kanalisatie niet terug gaat lopen door de beperkingen die er komen. En ten tweede denk ik ook dat door het voorgenomen verbod op sponsoring de synergie tussen sport en kansspelen – die gewoon hartstikke mooi is – flink zal verminderen.

Wat vind je zo mooi aan die synergie tussen sport en kansspelen?

We hebben straks het WK Voetbal in Qatar. dan heb je 64 wedstrijden. Het is leuk om het Nederlands Elftal te kijken. Ik vind het ook leuk om België tegen Canada te kijken of Qatar tegen Senegal. Maar het wordt allemaal net iets leuker wanneer je er een tientje op inzet.

Zo’n WK is sowieso leuker wanneer je je er vooraf in gaat verdiepen, en dat je denkt: met die en die moet ik rekening houden. Zij zijn de underdogs. Zij hebben een goede spits. En dat je daar dan weddenschappen op gaat plaatsen, dat is gewoon hartstikke leuk.

Het product an sich heeft ontzettende synergie met de sport, want het verrijkt dus de sportbeleving. Dat is één. En ook in commerciële zin ligt er natuurlijk synergie. Want het is heel logisch voor een vergunninghouder om rond de sport zichtbaar te zijn. Dat is ook vaak waar je klanten zitten natuurlijk. Die synergie is gewoon gigantisch, maar die kan nu niet meer benut worden, terwijl ik nog nergens een causaal verband heb gezien tussen sponsoring en kansspelverslaving.

Als je het de minister voor Volksgezondheid vraagt, zegt die natuurlijk: sport is dat mensen bewegen, sociale interacties en dergelijke. Waarom moet dat wedelement erbij? Het heeft synergie omdat het logisch bij elkaar past. Maar het is niet zo dat het op die manier móét bestaan, toch?

Nee hoor, natuurlijk moet het niet. Als mensen het leuk vinden om op sport te wedden moeten ze dat veilig kunnen doen, maar als ze er geen zin in hebben dan moeten ze het vooral laten.

Eric Konings
“Die budgetten die vrijkomen vanuit die kansspelaanbieders worden gebruikt voor de jeugdopleidingen, voor de infrastructuur, voor de begeleiding van het eerste elftal.”

Eric Konings

Er zijn verschillende vergunninghouders die een club sponsoren die bijvoorbeeld een groot deel van hun budget markeren voor maatschappelijke activatie. Dat gaat gewoon naar breedtesport, naar het achterland van die clubs, naar amateurclubs.

Maar ook los van het geld dat geoormerkt is voor maatschappelijke activatie; die budgetten die vrijkomen vanuit die kansspelaanbieders worden gebruikt voor de jeugdopleidingen, voor de infrastructuur, voor de begeleiding van het eerste elftal. Dat tilt het niveau van zo’n sport omhoog. Die mogelijkheid wordt nu om zeep geholpen, zonder dat ik vind dat het heel goed geïnformeerd gebeurt. Dat vind ik hartstikke zonde.

Twee jaar geleden hadden we die budgetten ook niet officieel, behalve dan TOTO die al begon. Toen was de sport zich toch ook op de juiste manier aan het ontwikkelen in Nederland?

Klopt, maar de berekening van de KNVB is dat het om € 40 tot € 70 miljoen gaat die in ieder geval het voetbal al misloopt. Dat geeft wel aan om welke bedragen het gaat. In deze tijd, waarin energieprijzen stijgen, inflatie, noem het maar op, is dat volgens mij voor de voetbalwereld heel welkom geld.

En niet alleen om een tweede of derde linksback te kunnen halen, want men denkt bij betaald voetbal natuurlijk heel snel aan Antony die voor € 100 miljoen wordt verkocht. Betaald voetbal is ook FC Eindhoven, FC Den Bosch, Helmond Sport, Telstar. Voor dat soort clubs zijn die inkomsten uit sponsoring door vergunninghouders heel erg welkom en substantieel.

Zelf ben je supporter van een club die inmiddels niet meer in het betaald voetbal actief is, RBC uit Roosendaal. Waar komt jouw liefde voor RBC vandaan? Want als ik je op Twitter volg, is alles RBC bij jou.

Ja, ik kan moeilijk mijn mond houden over RBC, dat is wel een beetje treurig, haha. Dat is iets van vroeger. Ik kom uit Roosendaal. Mijn pa heeft mij en mijn broer destijds meegenomen naar het oude stadion nog, op Kalsdonk. Dat heeft gewoon indruk gemaakt. Ik ben er altijd blijven hangen.

Op een gegeven moment verhuisde ik naar Londen voor Unibet. Dat was vlak nadat de BVO RBC failliet ging en de vereniging opnieuw werd opgericht. Ze zeggen altijd: distance makes the heart grow fonder. Dus toen is er nog een extra schepje bovenop het chauvinisme gedaan. Nu ben ik daar bestuurslid en maak ik er een podcast over.

Daar komt geen goksponsor in? Want die hebben ze nog niet, hè?

We hebben er nog geen maar zijn bereid om verregaande exclusiviteit af te spreken met een partij die zich meldt.

Foto’s met dank aan Gaming in Holland en rbcvoetbal.nl.

Laat een reactie achter