Zaterdag 19 juni 2021

Interview Peter-Paul de Goeij over NOGA, matchfixing, en meer

Peter-Paul de Goeij NOGA

Op 1 oktober gaat de kansspelmarkt in ons land open; voor het eerst kunnen bedrijven dan legaal de Nederlandse markt gaan bedienen. Hoewel sommige wat later pas live mogen, komen ze eraan. De grootmachten in de wereld van online casino’s komen ook naar Nederland. De grootste van die partijen zijn in Nederland nu al vertegenwoordigd door NOGA, de Nederlandse Online Gambling Associatie gaf de bedrijven een stem in de aanloop naar regulering en zal hun belangen ook na regulering blijven behartigen. Wij spreken met Peter-Paul de Goeij, de managing director van de vereniging.

Peter-Paul de Goeij

Peter-Paul de Goeij studeerde Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en aan de Radboud Universiteit Nijmegen maar hij studeerde uiteindelijk nooit af. Wel schreef hij in 1998 een doctoraalscriptie over de nieuwe telecomwet, hetgeen zijn schaduw vooruit wierp in zijn carrière.

Na zijn studie werkte hij kortstondig voor de Vereniging van Nederlandse gemeente waarna hij de wereld van telecom inrolde. Hij werkte onder andere voor Telfort, Orange, T-Mobile, en British Telecom in de tijd dat de Nederlandse telecommarkt opengesteld werd. Ook werkte hij vier jaar voor Digicel, een mobiele telecomprovider in het Caraïbisch gebied en in de Stille Zuidzee in onder meer Jamaica, Trinidad, Fiji, en Curaçao.

In februari 2013 ging Peter-Paul de Goeij aan de slag bij ZEAL, het van oorsprong Duitse loterijenbedrijf. De Goeij startte Lottovate Nederland, en verkreeg als eerste partij in dertig jaar een vergunning van de Kansspelautoriteit als nieuwe loterij voor de loterij Raffld.

In 2019 vertrok hij bij Lottovate en kwam hij uiteindelijk terecht bij Stichting Speel Verantwoord. In 2020 werd die stichting omgezet in een vereniging: de Nederlandse Online Gambling Associatie (NOGA).

Peter-Paul de Goeij NOGA

Op 1 april was het dan eindelijk zo ver: de Wet Kansspelen op afstand werd ingevoerd. Eindelijk konden de eerste online casino’s een vergunning aanvragen. Een dag waar je waarschijnlijk al een tijdje naar uitkeek.

Het was in de aanloop naar 1 april op een vreemde manier spannend. Je hebt er zo lang naartoe gewerkt en ook wel naartoe geleefd, en dan is het eenmaal 1 april en dan denk je: ’Oké, is dit het nou?‘ In het gewone dagelijks leven verandert er natuurlijk niet zo heel veel door de inwerkingtreding van de wet — laat ik het zo maar even zeggen.

We zijn natuurlijk heel blij dat de wet in werking is getreden en dat de behoorlijk stevige bescherming van de consument binnenkort ook echt van kracht is dankzij het op de markt komen van partijen met een online kansspelvergunning. Dat was hoog tijd. Nog even afgezien van het feit dat mijn leden natuurlijk graag zo snel mogelijk een vergunning willen bemachtigen en die legale online kansspelmarkt op willen, denk ik dat de vertraging van de afgelopen paar jaren voornamelijk niet in het belang van de consument is geweest. Daarom is het goed dat het nu zo ver is.

En dan was er direct kritiek op de nieuwe wet door de sportbonden.

De berichtgeving van vorige week laat ook zien dat je op papier wel kunt bedenken hoe de werkelijkheid eruit moet zien, maar dat het bijvoorbeeld op het punt van die meldingen aan de FIU net even anders kan lopen. Hoe ik daar tegenaan kijk? Laten we hier geen halszaak van maken, maar laten we ervoor zorgen dat het zo snel mogelijk verduidelijkt en opgelost wordt.

Die wet is zo lang in ontwikkeling. Iedereen heeft zijn zegje kunnen doen, en dat heeft ook iedereen gedaan, waardoor het natuurlijk heel lang heeft geduurd. Dan is het 1 april, en de week daarna komt er dan toch iets aan het licht zoals dit. Ineens wordt er dan moord en brand geschreeuwd, en wordt er alweer gevraagd om uitstel. Dat is toch wel opvallend?

Daar kon je op wachten. Van de kant waar er werd gepleit voor uitstel, is dat niet nieuw. Die partijen hebben in het verleden ook voor uitstel gepleit, zij het om andere redenen. Ik bedoel, de SP heeft eerder gepleit voor uitstel vanwege de gevolgen van COVID-19; de ChristenUnie zou het liefst afstel willen van de online kansspel-wet. Dus het verbaast niet dat deze partijen de minister oproepen om de boel stil te zetten; het is alleen niet wat we moeten doen. Het is namelijk niet in het belang van de Nederlander die nu al regelmatig deelneemt aan online kansspelen.

De sportbonden zeggen dan: ‘Dit gaat wel problemen opleveren om matchfixing te voorkomen’, maar uitstel daarvan is ook niet in hun voordeel, want in het opengaan van de markt zitten voor hen ook heel veel voordelen. Toch?

Wat je zegt is heel terecht en daar ben ik het ook helemaal mee eens. De kop van de brandbrief – en dat was ook de kop van het NOS-artikel – was zoiets als “Fout in nieuwe gokwet zorgt voor ‘meer risico op matchfixing”.

“het verbaast niet dat deze partijen de minister oproepen om de boel stil te zetten; het is alleen niet wat we moeten doen.”

Peter-Paul de Goeij, NOGA

Ik denk dat dat niet juist is; ik denk dat matchfixing beter kan worden gemonitord en opgespoord, en dat juist bij het vergunde aanbod de kans op matchfixing enorm veel kleiner wordt. Dat ligt met name aan het feit dat de aanbieders die over een vergunning in Nederland beschikken, aan zeer zware eisen moeten voldoen. Voordat ze een vergunning krijgen moeten ze door een hele hoop brandende hoepels springen. Ze moeten met name laten zien dat ze alle wedstrijden vooraf analyseren op het gevaar op matchfixing. Ik ben geen ingewijde in de matchfixingwereld maar ik heb me laten vertellen dat de legale vergunde markten juist veel minder aantrekkelijk zijn voor lieden die achter matchfixing zitten.

We moeten dus zo snel mogelijk het legale aanbod mogelijk maken door vergunningen te verlenen. Dit ook zodat consumenten een keuze hebben en zij weddenschappen kunnen afsluiten bij vergunde aanbieders naar keuze. Dat komt uiteindelijk de strijd tegen matchfixing ten goede. De kwestie van de bonden — dat met het in werking treden van Koa de strijd tegen matchfixing een beetje verloren is — die deel ik niet; dat is gewoon niet juist.

Maar de sportbonden krijgen in veel gevallen geen informatie meer, wat hun aanpak van het probleem bemoeilijkt.

Als aanbieder moet je nu per geval gaan beoordelen of je op grond van de Wwft een melding moet doen aan de FIU. Als dat zo is, dan is het uit jouw handen. Jij kunt als operator niet bepalen of je die informatie deelt met sportbonden, want daar gaat de FIU over.

NOGA

NOGA staat voor Nederlandse Online Gambling Associatie en is de branchevereniging voor online kansspelaanbieders in Nederland. Peter-Paul de Goeij is sinds juli 2019 managing director.

De volgende online casino’s zijn bij NOGA aangesloten:

De FIU is meer een soort opsporingsdienst, en die heeft juist baat bij vertrouwelijkheid totdat ze die illegale organisatie hebben kunnen oprollen. Dat heeft ook te maken met het veiligstellen van het bewijs. Als je strafrechtelijk wilt optreden tegen verdachten, moet je je bewijspakket op orde hebben, en dan helpt het niet als je als sportbond die betrokken sporter op de schouders gaat tikken: ‘We hebben gehoord dat jij je laat omkopen’.

Maar de sportbonden zijn bang dat de meldingen van de operators onder op de stapel komen. Dat dat soort meldingen geen prioriteit gaan krijgen.

Dat is inderdaad een mogelijk probleem. Het zou dus goed zijn als er op dit punt wat meer richting wordt gegeven vanuit het Ministerie van Justitie & Veiligheid en ook vanuit de autoriteiten die gaan over Wwft. Ik denk dus dat het in ieder geval al in grote mate kan worden verhelderd in de beantwoording van de minister op die vraag gesteld door de Kamerleden. Wie weet is het aannemen van een reparatiewetje een mogelijkheid.

Maar goed, ik ben geen wetgevingsspecialist en ik kan ook niet helemaal inschatten hoe het zit met de verplichtingen van Nederland op grond van de anti-witwasrichtlijn vanuit Europa.

Ik snap de houding van de SP en ChristenUnie, en ik snap de sportbonden. Ik denk dat ze echt een punt hebben. Maar ik vind de timing wel opvallend, zo een week na de introductie van de Wet Kansspelen op afstand. Dit hadden ze ook al eerder kunnen zien en aangeven.

Er spelen denk ik twee dingen.

De NOS is, blijkens de berichtgeving van de afgelopen weken, echt op dit onderwerp van matchfixing gedoken. Ik zie dit ook meer in dat kader naar voren komen.

Ik heb die brandbrief van de bonden die naar de Kamer is gestuurd ook gezien. Dan valt mij wel op dat een onderliggende reden het door de bonden gepushte fairshare beginsel is. De sportbonden willen namelijk graag sportbetting-rights introduceren in Nederland; een percentage van iedere weddenschap afromen en deze voor de sport veiligstellen.

Dat klinkt natuurlijk sympathiek, maar dat komt uiteindelijk de kanalisatie noch de integriteit van de sport ten goede. Weddenschappen met een deel sportsbetting-rights daarin verdisconteerd zijn minder aantrekkelijk dan weddenschappen waar je daar niet aan mee hoeft te betalen als speler – het onvergunde illegale aanbod. Daardoor werkt zo’n extra heffing de kanalisatie tegen. Als de maatregel de kanalisatie niet ten goede komt, bemoeilijkt dat ook de strijd tegen matchfixing. Want als consumenten verdwijnen naar het illegale aanbod, is de kans dat ze tegen matchfixing aanlopen vele malen groter. Daarnaast speelt zich dat allemaal af buiten het toezicht van de Nederlandse toezichthouders en wordt er door de illegale aanbieders niet of nauwelijks iets gedaan aan monitoring en opsporing van matchfixing.

En tenslotte, er is geen enkele markt waar een dergelijk systeem tot goede resultaten heeft geleid. Dus, hoewel het misschien sympathiek lijkt op het eerste oog moeten we het voor de kanalisatie en de integriteit van de sport niet doen.

lees verder onder de foto

René Jansen (midden) met Peter-Paul de Goeij (NOGA, links) en Anne-Jaap Snijder (Kindred, rechts)
Peter-Paul de Goeij samen met Kansspelautoriteit voorzitter René Jansen

De eerste vergunningen zijn aangevraagd. Als ze een vergunning krijgen toegewezen, moeten partijen op 1 oktober live kunnen in Nederland. Verwacht je nog vertragingen?

Nee.

In individuele gevallen kunnen er uiteraard vertragingen voorkomen. Ik heb in het verleden als directeur van een operator ook vergunningen aangevraagd. Ik weet uit eigen ervaring dat je tot op zekere hoogte zelf in de hand hebt of je tegen vertraging aanloopt. Als je langer de tijd neemt om bepaalde vragen van de Kansspelautoriteit te beantwoorden, dan kan het zijn dat je aanvraagproces daardoor vertraging oploopt.

Mijn inschatting is dat de Ksa momenteel goed voorzien is om de hoeveelheid aanvragen die op ze af zijn gekomen in de periode van 1 tot en met 15 april te behandelen. Mijn inschatting is dat de Ksa op oorlogssterkte is en dat ze de aanvragen goed aankunnen. Ze zijn, voor zover ik dat kan overzien, ook van goede wil, dus ik verwacht geen vertragingen.

Wat ik wel denk, is dat die barrage aan Kamervragen wel een kleine vingerwijzing is van wat ons nog te wachten staat in de komende maanden. Ik denk niet dat de partijen die tegen kansspelen online en tegen de Wet Koa waren en zijn, zich de komende maanden rustig zullen houden op dit thema.

“Over één punt zijn we het niet eens, zeg ik altijd een beetje flauw: of je moet kunnen gokken of niet. Over alle andere punten zijn we het wel eens”

Peter-Paul de Goeij, NOGA

Maar goed, ook met die partijen wil NOGA graag samenwerken. Over één punt zijn we het niet eens, zeg ik altijd een beetje flauw: of je moet kunnen gokken of niet. Over alle andere punten zijn we het wel eens, namelijk: dat consumenten beschermd moeten worden tegen de gevaren van overmatige deelname, en dat de jeugd moet worden beschermd tegen online kansspelen. Wat dat betreft staan we helemaal niet zo ver van elkaar af.

Ik zet er persoonlijk maximaal op in om ook met die partijen in de komende maanden goed samen te werken om een succesvol, gezond, en veilig online kansspelklimaat in Nederland te krijgen.

Heb jij het idee dat NOGA, en jij persoonlijk, die boodschap inmiddels duidelijk hebben gemaakt bij alle partijen?

Ik zie wel een verbetering ten opzichte van de afgelopen jaren. Maar laten we eerlijk zijn; we verkopen geen kroppen sla. Online gokken is een product waar mogelijk gevaren aan kleven, en daar moet je je ogen niet voor sluiten. Dat doen wij dus ook niet. Ik heb de indruk dat de stakeholders — dus de beleidsmakers, Kamerleden, et cetera — in toenemende mate het overleg wel aangaan, nadrukkelijk ook met NOGA, om tot die veilige online kansspelmarkt te komen.

Er moet een kabinet gevormd gaan worden. Bepaalde Kamerleden zijn niet teruggekeerd en andere mensen, misschien met iets andere invalshoeken, zijn wel in de Kamer gekomen. Gaat dit nog invloed hebben in de periode tot 1 oktober?

Het dossier kansspelen is controversieel verklaard, maar dat laat onverlet dat het Kamerleden natuurlijk vrij staat om vragen te stellen, moties in te dienen, et cetera. Zolang er geen nieuw regeerakkoord ligt, geldt het oude regeerakkoord. In het dossier kansspelen zie ik politiek gezien geen onderwerpen die nu snel geregeld moeten worden, behalve de duidelijkheid over de melding van mogelijke matchfixing.

Ik verwacht wel dat de coronacrisis en het feit dat de overheid grootschalig de economie heeft ondersteund, gevolgen gaat hebben voor het budget. Ik denk dat de overheid ook naar kansspelen zal kijken als mogelijke additionele bron van inkomsten. Daar verwacht ik dus nog wel het één en ander van. Hier is oplettendheid geboden want nog meer belasting is slecht voor de kanalisatie. De kansspelbelasting, die tijdelijk op 31,1 procent was gezet wegens het later in werking treden van Koa, zou weer naar beneden gaan na het opengaan van de markt. Het zou me niet verbazen als daar nog over gedebatteerd gaat worden.

Een beetje zoals het Kwartje van Kok.

Ik heb toen al gezegd dat een tijdelijke verhoging van belasting niet bestaat. Ik heb dat niet zelf bedacht al weet ik niet wie ik daarmee quote, maar het is waar.

Peter-Paul de Goeij NOGA
Peter-Paul de Goeij bij Gaming in Holland in 2019

NOGA heeft de Online Kansspel Barometer gelanceerd. Waar kwam het idee vandaan om deze te lanceren?

De afgelopen acht, negen jaar zag je verschillende kansspelmarkten in Europa, steeds dat er een maatregel werd aangekondigd die de aanbieders verraste. Dat zorgde voor frustratie. De aanbieders rennen dan steevast naar een economisch onderzoeksbureau en vragen die om binnen vier weken een rapport af te leveren waarin de effecten van deze maatregel doorgerekend worden. Daarna rennen die aanbieders met dat rapport weer naar de beleidsmakers.

Je komt dan als industrie met een rapport aanzetten, betaald door de industrie, waarin waarschijnlijk staat dat de maatregel averechts zal werken, of slecht zal uitwerken, of tegen de kanalisatie werkt, et cetera. Ik begrijp wel dat die stakeholders die met zo’n rapport worden geconfronteerd, zeggen: ‘Daar heb je weer zo’n industrie-rapportje.’

Als we dat nou eens zouden kunnen omdraaien; het paard weer voor de wagen spannen. Gewoon eerst eens onderzoek doen naar de hoofdthema’s op de kansspelmarkt: de kanalisatie, de invulling van de zorgplicht, hoe consumenten zich wel of niet beschermd voelen door het aanbod van de aanbieders, en de effecten van reclame voor online kansspelen op jeugd en kwetsbare groepen. En dat zo onafhankelijk mogelijk. Als we die hoofdthema’s onderzoeken en dat ieder jaar herhalen, dan krijgen we een levend rapport, een dashboard. Op die manier kunnen we zien of er ergens groei of juist een afname zit. Zo kunnen we ook zien of bepaald beleid effect heeft.

“We hebben aan Ipsos gevraagd of zij het wilden doen en we hebben ze daarbij volledige vrijheid gegeven. We hebben ons er verder niet in gemengd.”

Peter-Paul de Goeij, NOGA

We beginnen bij het begin: een nulmeting in het jaar van de inwerkingtreding van de wet. Want laten we wel zijn: het percentage gekanaliseerde spelers is vandaag de dag natuurlijk nog niet zo hoog. Dan heb je ook een mooi startpunt om het volgend jaar in maart of april, nadat dat de markt sinds 1 oktober geopend is, mee te vergelijken. Dan kun je ook trends gaan ontdekken. Ik denk dat twee jaar net te weinig is voor trends, maar drie tot vijf jaar moet wel echt waardevolle inzichten geven op dat vlak. En laat dat nou mooi synchroon lopen met de voorgenomen evaluatie van de wet Koa en de kanalisatiegraad na drie jaar.

Maar het blijft een rapport dat gemaakt wordt op initiatief van de aanbieders, van de industrie.

Daar ontkom je niet aan. Wij hebben gemeend dit initiatief te nemen en nodigen een ieder die dat wil hieraan actief bij te dragen. Wij hebben ons volledig in de handen van Ipsos gelegd. We hebben aan Ipsos gevraagd of zij het wilden doen en we hebben ze daarbij volledige vrijheid gegeven. We hebben ons er verder niet in gemengd.

Ipsos heeft interviews gedaan met experts op allerlei vlakken binnen het kansspeldossier; van de landgebonden aanbieders tot toezichthouder en medewerkers van het ministerie. Zo is die vragenlijst die ten grondslag ligt aan de barometer tot stand gekomen. We hebben de barometer overigens ook integraal gepubliceerd. Dat was nog best spannend want van tevoren wisten wij natuurlijk ook niet wat de uitkomsten zouden zijn.

Zat er iets in wat je verbaasde? Of iets waar je van baalde.

Je hoopt natuurlijk dat een zo groot mogelijk percentage spelers aangeeft bij het vergunde aanbod te zullen gaan spelen.

“Sommige mensen hebben de instelling dat die kleine groep van doorgewinterde spelers voor de kanalisatie verloren zijn. Daar leg ik me niet bij neer.”

Peter-Paul de Goeij, NOGA

Maar dat was niet zo, want de barometer gaf aan dat maar 59 procent dat voornemens is.

Het verbaast me niet, maar dat geeft wel aan dat we echt werk aan de winkel hebben. Er ligt echt een uitdaging om met name die groep hardcore gokkers die behoorlijk tech-savvy zijn voor het legale aanbod te winnen. Het maakt voor die groep niet uit hoe hoog de drempel is, ze vinden wel een weg.

Sommige mensen hebben de instelling dat die kleine groep van doorgewinterde spelers voor de kanalisatie verloren zijn. Daar leg ik me niet bij neer. Ik weet dat honderd procent geen haalbaar percentage is, maar het moet altijd het streven zijn om honderd procent kanalisatie te bereiken.

Maarten Haijer van de EGBA vond die kanalisatiedoelstelling van tachtig procent überhaupt al te laag.

Dat ben ik met hem eens. Maar ter vergelijk: kijk naar de oosterburen; in Duitsland hebben ze niet eens een kanalisatiedoelstelling! Kennelijk is dat in Duitsland geen thema.

Ik vind tachtig procent net aan. Van mij mag de lat wel een stuk hoger liggen. Wij zullen ons in ieder geval maximaal inzetten om zo’n hoog mogelijke kanalisatiegraad te bereiken – en vast te houden, want met het bereiken van een percentage ben je er nog niet. De echte uitdaging zit hem in het vasthouden van spelers op het vergunde aanbod.

In bijvoorbeeld Zweden zie je dat aanvankelijk de kanalisatie hoog was; boven de negentig procent, geloof ik. Dat was dan wel inclusief het landgebonden aanbod, maar toch. Ik geloof dat het daar is teruggelopen tot onder de tachtig procent in de laatste meting. Dat is natuurlijk wel echt iets om je zorgen over te maken. Dat zou ik in Nederland willen voorkomen.

lees verder onder de foto

Peter-Paul de Goeij, NOGA 6
Peter-Paul de Goeij bij Gaming in Holland 2019

Toch nog even terug naar de barometer zelf. Jullie hebben de regie uit handen gegeven en volledig aan Ipsos gelaten. Dat heeft wel tot gevolg dat in de barometer de groep jongvolwassenen wordt aangemerkt als 18 tot 34 terwijl de wettelijke definitie van jongvolwassenen 18 tot 24 is. Het lijkt me dat dat ervoor zorgt dat zaken wel lastig te vergelijken zijn.

Ja, dat klopt. Tijdens het webinar werd daar ook al naar gevraagd, en ik heb dat toen ook door Ipsos laten beantwoorden omdat ik niet betrokken ben geweest bij die de vraagstelling of de indeling van het onderzoek. Ik heb het vermoeden dat die indeling vanuit de hoek van de verslavingszorg en verslavingspreventie komt, maar zeker weten doe ik dat niet.

Wat er naar mijn mening moet gebeuren, is dat dit soort oneffenheden er in de versie van volgend jaar uit worden gehaald. Bijvoorbeeld bij die leeftijd; dat je in eerste instantie focust op die leeftijdsgroep van 18 tot 35 jaar zodat je wel je vergelijking kan houden, maar dat je daarbinnen een verdieping maakt naar de groep 18 tot 25 jaar oud om aan te sluiten bij de wet- en regelgeving.

“tussen Speel Verantwoord in 2019 en NOGA van vandaag [zit] echt een wereld van verschil.”

Peter-Paul de Goeij, NOGA

De lancering van de barometer viel samen met de officiële lancering van NOGA. Maar NOGA is niet nieuw. In het artikel over de lancering schreef ik dat NOGA gezien mag worden als de spiritueel opvolger van Speel Verantwoord. Vanwaar die nieuwe naam en vorm?

Aanvankelijk was het idee om iets meer slingers en vuurwerk bij de lancering te hebben, maar we zijn denk ik allemaal een beetje ingehaald door de corona-werkelijkheid.

Uiteindelijk heeft het wat langer geduurd allemaal. Voor het omzetten van een stichting naar een vereniging heb je bijvoorbeeld goedkeuring van de rechtbank nodig maar die kwam op een gegeven moment niet meer bij elkaar door corona. Daarna was het zoeken naar het juiste moment om naar buiten te treden en dat vonden we uiteindelijk in de lancering van de barometer.

Iemand zei tegen mij: ‘Dit is toch gewoon oude wijn in nieuwe zakken?’ Ik kan me de reactie op zich voorstellen, maar de werkelijkheid is dat er tussen Speel Verantwoord in 2019, en NOGA van vandaag, echt een wereld van verschil zit.

Op welke vlakken?

Misschien is het goed om even in te zoomen op wat nou de aanleiding was voor die verandering.

Toen op 9 februari 2019 de wet Koa door de Eerste Kamer was aangenomen heeft de bestuurder van de stichting gezegd: ‘Oké, de belangrijkste doelstelling van Speel Verantwoord is behaald; wat gaan we nu doen?’. Men wilde het aannemen van de wet aangrijpen om Speel Verantwoord om te zetten naar een echte branchevereniging. Een heel open branchevereniging om nadrukkelijk ook de lokale aanbieders tegemoet te treden en gezamenlijk te werken naar een succesvolle online-marktopening.

De vorige directeur, Rutger-Jan Hebben, vond dat ook een mooi moment om iets nieuws te gaan doen en andere werkzaamheden op te pakken. Toen is het bestuur op zoek gegaan naar een ander gezicht en toen zijn ze bij mij terechtgekomen. De manier waarop Lottovate en Raffld (organisatie waar De Goeij voorheen managing director van was, red.) zich gemanifesteerd hadden in Nederland sprak het bestuur aan.

Ik heb toen een plan neergelegd en dat is uiteindelijk NOGA geworden. Daar zit een veel breder pakket aan doelstellingen en verantwoordelijkheden aan vast dan destijds aan Speel Verantwoord. Daarnaast breiden we ook het aantal leden uit en gaan we samenwerkingsverbanden met zusterorganisaties en nationale- en internationale instellingen aan.

Naast de belangenbehartiging, en het zijn van een branchevereniging, heeft NOGA ook een informatierol naar het publiek toe. En ook als branchevereniging wil ik de zorgplicht op ons nemen. Strikt genomen heeft NOGA geen vergunning, dus wettelijk gezien rust er geen zorgplicht op NOGA, maar ethisch gezien wel. Wij willen ons ontwikkelen tot een kenniscentrum op het gebied van veilig en verantwoord online gokken in Nederland, en het informatiegebrek zo veel mogelijk inlopen en oplossen. De vragen die gesteld zijn aan consumenten om te komen tot de barometer zijn daar een voorbeeld van. We zijn nu veel meer gericht op de belangen van de consument, en dat komt overeen met mijn persoonlijke overtuigingen hierover.

“als je als aanbieder van kansspelen het consumentenbelang niet echt op één hebt staan, heb je niets te zoeken op de legale online gokmarkt.”

Peter-Paul de Goeij, NOGA

Sommige mensen zullen zeggen: ‘Yeah, right!’, maar ik meen dit echt uit de grond van mijn hart: als je als aanbieder van kansspelen het consumentenbelang niet echt op één hebt staan, heb je niets te zoeken op de legale online gokmarkt. Op de legale online gokmarkt is het ontzettend belangrijk dat je die consumentenbescherming ter harte neemt en dat je weet wat er speelt en wat je verantwoordelijkheden als aanbieder zijn.

Ik zag ook dat je eerder een mooi interview had gedaan met Feite Hofman. Wat ik bijvoorbeeld een heel goed idee vind, is dat bestuurders van gokbedrijven af en toe een opfriscursus krijgen; dat ze praten met ervaringsdeskundigen. Ervaringsdeskundigen weten als geen ander waar gokbedrijven de mist ingaan; hoe ze om de tuin geleid kunnen worden.

Hebben die bedrijven echt zo’n reality check nodig? Zouden ze echt niet weten waar de dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen?

Tegen die bedrijven die dat laten gebeuren zeg ik: ‘Ga wat anders doen.’ Als jij in de boardroom zit en bewust zaken negeert en denkt zo in de gokbranche te kunnen opereren — ga wat anders doen. Ga broodjes bakken, maar ga niet in de gokbranche.

Ik zat oorspronkelijk in de telecomindustrie. Van daaruit weet ik ook wel dat in sommige boardrooms niet verder vooruit wordt gekeken dan het volgende kwartaal. In sommige boardrooms kijken ze zelfs maar een maand vooruit. Maar gokbedrijven bij uitstek moeten toch een veel bredere blik hebben en veel meer aandacht hebben voor de nadelige effecten en neveneffecten van de producten die ze in de markt zetten.

“uiteindelijk heeft ook een kansspelbedrijf er helemaal niks aan als je klanten in de goot of in de vernieling helpt — dat is geen langetermijnstrategie; geen enkel bedrijf kan zo overleven.”

Peter-Paul de Goeij, NOGA

NOGA is momenteel de vertegenwoordiger van de online partijen die nog niet op de markt zitten. Daar tegenover staan de partijen die al een landgebonden casino hebben en zich ook op de online markt gaan richten. Als 1 oktober is gekomen, of een paar maanden later misschien, en de online markt is een feit dan verdwijnt dat verschil op een gegeven moment. Kunnen de landgebonden aanbieders zich ook bij NOGA aansluiten om zo één brancheorganisatie te vormen?

De wens is de vader van de gedachte, dus ik zal me vanuit NOGA maximaal inzetten om bruggen te bouwen, verbinding te zoeken; samen te werken met diegenen die daarvoor openstaan. Ik merk ook dat er bij de landgebonden aanbieders, maar ook bij de branchevereniging daarvan, echt wel oprechte interesse is om te kijken of we elkaar op onderwerpen kunnen versterken. Daar zal ik dus maximaal op inzetten, en dat geldt voor iedereen, of dat nou Holland Casino is, NLO (Nederlandse Loterij: Staatsloterij, Lotto, TOTO, etc, red.), VAN Kansspelen, Jack’s, of FairPlay – ik geloof in de samenwerking.

lees verder onder de foto

Peter-Paul de Goeij NOGA
Peter-Paul de Goeij bij Gaming in Holland 2020

Laten we wel zijn; het is niet zo dat de leden van NOGA elkaar allemaal ontzettend lief en aardig vinden en geen onderling verschillende belangen hebben. Die belangen staan soms diametraal tegenover elkaar, net zoals dat het geval is tussen bijvoorbeeld Holland Casino en de VAN, of Holland Casino en NOGA. Maar ik zeg daarover altijd: parkeer nou al die zaken waar je het niet over eens bent bij voorbaat op die grote parkeerplaats, en laten we kijken naar de onderwerpen waar we elkaar wel kunnen vinden en in kunnen versterken. Dat is echt mijn hartenkreet naar de hele sector toe: laten we elkaar nou versterken, want uiteindelijk is dat in het belang van kansspelsector, in het belang van de consument, in het belang van de spelers in die sector. Laten we dus ophouden met elkaar vliegen af te vangen. Laten we vooral focussen op de zaken waar we elkaar kunnen versterken en kunnen ondersteunen.

“Laten we wel zijn; het is niet zo dat de leden van NOGA elkaar allemaal ontzettend lief en aardig vinden en geen onderling verschillende belangen hebben.”

Peter-Paul de Goeij, NOGA

Sommige dingen hebben eigenlijk alleen maar slagingskans als je echt de grote meerderheid, alle grote partijen bij elkaar hebt. Eén van de partijen die de markt ook gaat betreden, is de Nederlandse Loterij. Daar hebben jullie wel een geschiedenis mee. Is dat een afgesloten thema?

Wat mij betreft is het een afgesloten thema. Ik heb Niels Onkenhout (CEO Nederlandse Loterij, red.) ook gefeliciteerd met de uitkomst van de twee rechtszaken — oprecht. Nu het stof is neergedaald pleit ik ervoor om ons gezamenlijk te richten op de toekomst en als doel stellen om de meest succesvol gereguleerde online kansspelmarkt in Europa te worden, met de hoogste beschermingsgraad en de hoogste kanalisatie. We hebben voldoende uitdagingen dus laten we ons daar vooral op richten, en minder op wat ons in het verleden heeft verdeeld.

Ik heb begrepen dat NLO bezig is met het bij elkaar krijgen van een alliantie, een soort tegenhanger van NOGA waar de bestaande spelers op de Nederlandse markt zich bij kunnen aansluiten.

Imitatie is de hoogste vorm van vleierij. Maar serieus, het is goed dat ook NLO verbinding lijkt te zoeken met andere actoren op het speelveld, hoewel ik ze daarbij dan zou willen aanmoedigen om niet hun eigen Super League op te richten maar om zich gewoon als gelijke bij de bestaande overleggen aan te sluiten. Een alternatieve branchevereniging van online kansspelaanbieders is overbodig, zonde van het geld en de moeite, en de vraag is wie er verder nog op zit te wachten. NLO en anderen zijn in elk geval van harte welkom om zich aan te melden als aspirant lid van NOGA.

Is er een rol voor NOGA in de discussie rondom marketing en reclame? Er is al veel gezegd en gesproken over de mogelijk negatieve gevolgen van een té overheersende aanwezigheid van veel gokreclames na het openstellen van de markt.

“ik [zou de Nederlandse Loterij] willen aanmoedigen om niet hun eigen Super League op te richten maar om zich gewoon als gelijke bij de bestaande overleggen aan te sluiten.”

Peter-Paul de Goeij, NOGA

Absoluut. Niettemin zijn wij tot nu toe helaas van de overlegtafel om tot de nieuwe reclamecode online kansspelen te komen, geweerd – met name door de incumbent staatsaanbieders. Dat is een kwalijke zaak omdat de code zo niet onder de meest voorspoedige omstandigheden tot stand komt. De internationale expertise en de ervaringen uit andere Europese markten met reclamecodes kan nu niet voldoende worden ingebracht. Nadat de code is vastgesteld mag NOGA dan nog commentaar leveren in een soort consultatie. Maar met permissie, dat is mosterd na de maaltijd. De kans dat de leden van NOGA fundamentele kritieken hebben bij de consultatie van de code, is niet onaannemelijk.

Daarnaast hebben wij sinds juli 2019 gesteld dat de Nederlandse kansspelbranche – en daar is NOGA een vast onderdeel van – zou moeten komen tot zelfregulering op het gebied van de totale reclame hoeveelheid. Het liefst komen we tot een systeem van wat ik ’reclame volumebeheersing‘ genoemd heb. Een stelsel dat ervoor zorgt dat de groei van reclame-uitingen niet de spuigaten uitloopt. Dat betekent dat de leden van NOGA zich moeten beheersen, maar ook dat de bestaande aanbieders zich moeten beheersen. Die zullen dus ook wat moeten inschikken om ruimte te laten zodat de nieuwe toetreders ook reclame kunnen maken.

lees verder onder de foto

Peter-Paul de Goeij NOGA
Peter-Paul de Goeij bij Gaming in Holland 2019

Dat lijkt me een lastige vraag aan de partijen die nu al reclame kunnen maken.

Dat is een heel lastige vraag. Maar iedereen die er integer inzit zal het met me eens zijn dat de hele markt hier een stap moet zetten. Het kan niet zo zijn dat de nieuwe toetreders geen of heel beperkt reclame kunnen maken omdat alle slots al door de bestaande aanbieders zoals NLO, Novamedia (Postcode Loterij, BankGiro Loterij, VriendenLoterij, red.), en Holland Casino zijn ingevuld. Dat lijkt me vanuit het oogpunt van vrije mededinging ook niet in de haak.

En toch lijkt me dat moeilijk te verkroppen voor de zogenaamde incumbents, ondanks dat als je het zo stelt, het wel logisch klinkt.

Je moet niet denken dat we in Nederland allemaal zo bijzonder zijn en dat wij hier het wiel aan het uitvinden zijn. Er zijn voldoende andere voorbeelden in de Europese markten waar men wel tot in ieder geval een gedeelde, algemene reclamecode voor online kansspelreclame is gekomen. Ik zie niet in waarom wij daar in Nederland niet in zouden slagen. Uiteindelijk, dat is mijn uitgangspunt, is er meer dat ons bindt dan dat ons verdeelt. En dat geldt ook op dit thema.

Je moet zelfregulering niet verwarren met concurrentie; die twee dingen moet je echt los zien van elkaar. Zelfregulering is goed en nastrevenswaardig maar het mag niet de vrije mededinging beperken.

Foto’s Peter-Paul de Goeij met dank aan Gaming in Holland en NOGA.

Laat een reactie achter