Marcel van Kleij is voorzitter van de Stichting Raad voor de Kansspel Spelers (RvKS) en een ervaren gesprekspartner op het gebied van gokbeleid en verslavingspreventie voor beleidsmakers, toezichthouders en onderzoekers. Vanuit zijn achtergrond als ervaringsdeskundige combineert hij praktijkkennis met een analytische benadering, waarbij hij zich richt op een evenwichtige en datagedreven aanpak binnen de kansspelsector.
CasinoNieuws.nl was vorig jaar uitgenodigd bij de première van de documentaire Gokkers van de EO. Daar, bij SolutionS' verslavingskliniek in Voorthuizen, liepen we Marcel van Kleij tegen het lijf, de voorzitter van de Raad voor de Kansspel Spelers. Een interessant gesprek volgde, waarin Van Kleij zijn visie op de Nederlandse kansspelmarkt deelde. In dit interview doen we dat gesprek nog eens over en deelt Marcel van Kleij zijn visie op de effectiviteit van de huidige regelgeving, de noodzaak van preventie, en de uitdagingen binnen de sector.
Kan je uitleggen wat de Stichting Raad voor de Kansspel Spelers is?
De Raad voor de Kansspel Spelers (RvKS, red.) positioneert zich als een expertisecentrum dat stevig verankerd is in deskundigheid op basis van ervaringsdeskundigheid. Onze focus ligt op het behartigen van de belangen van kansspelspelers, waarbij we de gehele gokbranche en alles daaromheen kritisch beschouwen. We opereren niet vanuit de marge, maar streven ernaar om op hoger beleidsniveau een constructieve bijdrage te leveren die de sector structureel versterkt.
De afgelopen jaren hebben we ons ontwikkeld tot een vaste en gewaardeerde gesprekspartner van onder andere de Kansspelautoriteit, het Ministerie van Justitie en Veiligheid, en Holland Casino. Als kenniscentrum worden we regelmatig geraadpleegd vanwege onze unieke combinatie van ervaringsdeskundigheid en professionele expertise. Hoewel we onszelf niet snel als ‘specialisten' bestempelen, worden we wel gevraagd om op beleidsniveau mee te denken en richting te geven aan het kansspelbeleid in Nederland.
“Onze aanpak is niet anti-gokken; wij geloven in een evenwichtige benadering die recht doet aan de belangen van alle betrokken partijen.”
Marcel van Kleij,
Raad voor de Kansspel Spelers
Onze aanpak is niet anti-gokken; wij geloven in een evenwichtige benadering die recht doet aan de belangen van alle betrokken partijen. Binnen de RvKS werken professionals uit onder andere de verslavingszorg, elk met een gedegen achtergrond en diepgaande kennis van de complexiteit binnen de kansspelsector. Deze combinatie stelt ons in staat om beleidsmakers en stakeholders te ondersteunen bij het vormgeven van verantwoorde en toekomstbestendige beleidsmaatregelen.
We streven ernaar zaken helder en transparant te maken, ook wanneer dit voor sommige partijen ongemakkelijk is. Juist door openheid te bieden en duidelijke standpunten in te nemen, willen we bijdragen aan een sector die eerlijk, verantwoord, en duurzaam is. Onze missie is om niet alleen mee te denken, maar daadwerkelijk impact te maken op een manier die het verschil betekent voor kansspelspelers én de maatschappij als geheel.
Zowel beleidsniveau bij een bedrijf als Holland Casino, als beleidsniveau op het gebied van wet- en regelgeving in Nederland dus.
Inderdaad.
Onafhankelijkheid is voor de Raad voor de Kansspel Spelers een fundamenteel principe. We laten ons niet betalen door de gokbranche en werken uitsluitend als vrijwilligers. Dit waarborgt onze integriteit en garandeert dat we onze stem onbelemmerd kunnen laten horen. Indien een partij onze inbreng wil beperken, is samenwerking voor ons niet mogelijk. Tegelijkertijd geloven we sterk in het belang van een constructieve dialoog waarbij alle perspectieven worden beluisterd – zowel op bedrijfsniveau, zoals bij Holland Casino, als op het gebied van wet- en regelgeving.
Als vaste gesprekspartner van onder meer de Kansspelautoriteit leveren wij al jarenlang een bijdrage aan beleid en regelgeving. Zo hebben we enkele jaren geleden input geleverd voor de nieuwe gokwet en nemen we deel aan Ksa-gespreksgroepen om nieuw beleid richting te geven en uit te voeren. Daarnaast werken we samen met diverse onderzoekers van gerenommeerde instellingen om wetenschappelijke inzichten te benutten.
Marcel van Kleij,
“In Nederland handelen we vaak reactief in plaats van proactief. Pas als een probleem volledig is geëscaleerd, ondernemen we actie.”
Raad voor de Kansspel Spelers
Ons werk richt zich op preventie en verbetering van het goklandschap. Via projecten zoals subsidieaanvragen bij ZonMw dragen we bij aan een beter ingericht zorg- en preventiesysteem. Onze focus ligt op oplossingen aan de voorkant, zodat escalaties aan de achterkant worden voorkomen. Met onze onafhankelijke en kritische aanpak streven we naar een verantwoord en duurzaam gokbeleid dat recht doet aan spelers én de maatschappij.
Hoe vind je dat het gaat?
In Nederland handelen we vaak reactief in plaats van proactief. Pas als een probleem volledig is geëscaleerd, ondernemen we actie. Het spreekwoord “De put dempen als het kalf verdronken is,” lijkt onze standaardbenadering. Dit geldt ook voor de zorgketen rondom gokverslaving. Preventie wordt nauwelijks ingezet, en als het gebeurt, is het vaak ongericht en inefficiënt. Een aanpak met hagel schieten in de hoop dat het ergens raakt.
Gokverslaving wordt in Nederland nog steeds gebagatelliseerd, zelfs binnen de traditionele verslavingszorg. Veel instellingen richten zich primair op middelen zoals alcohol en drugs en negeren procesverslavingen, waaronder gokverslaving. Dit ondanks groeiende wetenschappelijke inzichten die laten zien dat gokverslaving een van de meest ingrijpende verslavingen is. Het ontbreken van zichtbare fysieke symptomen, zoals bij middelenverslaving, leidt tot onderschatting. Maar de impact op iemands leven – financieel, sociaal, en psychologisch – is vaak verwoestend.
Gemiddeld duurt het tien jaar voordat een gokverslaafde in de land-based sector als zodanig wordt herkend. Tien jaar van escalatie, chaos, en schade voordat er hulp wordt gezocht of geboden. Dit had voorkomen kunnen worden als we eerder zouden investeren in bewustwording, destigmatisering, en effectieve preventieprogramma’s. Helaas blijft gokverslaving voor velen een onbegrepen probleem. Er heerst nog steeds de misvatting dat het een kwestie van keuze is: “Dan speel je toch gewoon wat minder?” Beleidsmakers onderschatten hoe complex en ernstig gokverslaving werkelijk is.
Een veelgehoord argument is dat het merendeel van de gokkers geen verslaving ontwikkelt. Maar deze bewering rust op aannames en onderzoeksgroepen die niet specifiek genoeg zijn. Betrouwbare cijfers over de omvang van gokverslaving, zeker in de online gokwereld, ontbreken wereldwijd. Dat maakt het des te belangrijker dat we gebruikmaken van de data die nu beschikbaar komen, bijvoorbeeld via het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen en de controledatabank (CDB, red.). Met de juiste algoritmes kunnen we beter inzicht krijgen in hoe snel mensen van recreatief naar problematisch gokken overgaan.
Bij de RvKS willen we bijdragen aan structurele verbeteringen in alle schakels van de keten: preventie, bewustwording, behandeling, en beleid. We pleiten voor een proactieve aanpak die gokverslaving serieus neemt en het stigma doorbreekt. Het is tijd om niet alleen reactief problemen te bestrijden, maar ook preventief te investeren in een gezonde gokcultuur waarin problemen tijdig worden gesignaleerd en aangepakt. Alleen zo kunnen we de schade minimaliseren en bijdragen aan een sector die eerlijk, verantwoord, en duurzaam is.
“Gokverslaving wordt in Nederland nog steeds gebagatelliseerd, zelfs binnen de traditionele verslavingszorg.”
Marcel van Kleij, Raad voor de Kansspel Spelers
Maar die data uit de CDB kan niet aangewend worden voor onderzoek, toch? Die data mag toch alleen maar voor toezicht gebruikt worden?
Ja, dat klopt. Daarmee zitten we nog steeds allemaal om elkaar heen te draaien. De branche, de Kansspelautoriteit, wetenschap, en de verslavingszorg hebben allemaal hun eigen visie en belang op hoe het probleem moet worden opgelost. Het gaat altijd over oplossen, terwijl het uiteindelijk om het voorkomen en vroeg signaleren moet gaan.
Bij de Raad voor de Kansspel Spelers streven we naar een feiten- en datagedreven aanpak in de discussie over gokverslaving. Iedere gokverslaafde die wij spreken, inclusief ikzelf, bevestigt dat zij tijdens hun verslaving zagen dat veel spelers, met name in de land-based sector, niet recreatief speelden. Toch blijven discussies in de branche vaak hangen in gissen en speculeren. Wij pleiten ervoor dat we objectieve cijfers laten spreken, zeker nu in de online gokwereld steeds meer data beschikbaar komt.
“Helaas is deze data nu alleen beschikbaar voor toezicht en niet voor onderzoek. Dit houdt ons als sector gevangen in welles-nietes discussies.”
Marcel van Kleij,
Raad voor de Kansspel Spelers
Het verzamelen van data vanuit de online controledatabank biedt een unieke kans om de realiteit van gokverslaving beter te begrijpen. Helaas is deze data nu alleen beschikbaar voor toezicht en niet voor onderzoek. Dit houdt ons als sector gevangen in welles-nietes discussies, waarbij verschillende partijen – de gokbranche, de Kansspelautoriteit, en de verslavingszorg – elk hun eigen interpretaties hanteren. Om een probleem effectief te adresseren, moeten we echter eerst weten hoe groot het probleem écht is.
Het uitgangspunt moet zijn dat data ons helpt een gezamenlijke taal te spreken. Zonder objectieve cijfers blijven definities verschillen en blijft het moeilijk te bepalen welke maatregelen effectief zijn.
Zo horen we bijvoorbeeld vaak dat “slechts 5% van de omzet afkomstig is van probleemspelers.” Vanuit onze ervaring geloven we niet dat dit klopt. Als het grote geld binnen de gokbranche voornamelijk van recreatieve spelers zou komen, zoals wordt beweerd, dan zouden we niet zien dat zoveel mensen ernstige problemen ontwikkelen. Het is simpelweg niet consistent met wat we in de praktijk zien.
Als een miljoen mensen dat elke dag doen wel, toch?
De gokbranche is een miljardenindustrie. Zelfs als een grote groep recreatieve spelers kleine bedragen inzet, is dat onvoldoende om dergelijke winsten te verklaren. Het is duidelijk dat een substantieel deel van de omzet afkomstig is van intensieve spelers, van wie sommigen mogelijk in de gevarenzone zitten. Dit versterkt de noodzaak om met harde cijfers inzicht te krijgen in de schaal en impact van gokverslaving.
Zoals?
Preventie en vroegtijdige signalering moeten centraal staan in het beleid rondom gokverslaving. Hiervoor is data essentieel. In plaats van te wijzen naar privacywetgeving en AVG als obstakels, moeten we samen zoeken naar manieren om deze data veilig en verantwoord te gebruiken. Het gaat niet om het aanwijzen van individuen, maar om het identificeren van patronen die helpen vroeg in te grijpen.
Drie simpele vragen kunnen bijvoorbeeld helpen bepalen of iemand van recreatief naar problematisch speelgedrag gaat:
- Speelduur: Is de tijd die iemand aan gokken besteedt significant toegenomen?
- Inzet: Is het bedrag dat iemand gemiddeld uitgeeft aanzienlijk gestegen?
- Frequentie: Wordt er vaker gespeeld dan voorheen?
Deze indicatoren kunnen met de juiste algoritmes inzicht bieden in de risicogroepen, zonder individuele spelers direct te benaderen. Zo kunnen we beleidsmaatregelen effectiever richten en problemen voorkomen in plaats van te reageren als het al te laat is.
“Wat vaak als recreatief spel wordt gezien, kan snel omslaan in obsessief gedrag, met grote financiële en persoonlijke schade als gevolg.”
Marcel van Kleij, Raad voor de Kansspel Spelers
Als kansspelverslaving rond de 4% zou liggen – of een indicatief percentage dat maatschappelijk als relatief laag kan worden beschouwd – moet kritisch worden gekeken naar de proportionaliteit van investeringen. Als dit percentage ondanks alle inspanningen niet verder terug te dringen is, rijst de vraag of het logisch is om miljoenen te blijven investeren in preventieprogramma’s. In zo’n geval zou de focus moeten verschuiven naar gerichte en efficiënte maatregelen, waarbij effectiviteit en impact centraal staan.
Toch is het belangrijk te bedenken dat dit percentage waarschijnlijk niet overeenkomt met de werkelijkheid. Wat vaak als recreatief spel wordt gezien, kan snel omslaan in obsessief gedrag, met grote financiële en persoonlijke schade als gevolg. Dit maakt het des te noodzakelijker om verder te kijken dan oppervlakkige cijfers en de risico’s van gokgedrag serieus te nemen.
De hele sector, inclusief wetenschap, beleid en zorg, moet streven naar consensus op basis van betrouwbare data. Alleen zo kunnen we begrijpen hoe snel iemand van recreatief spelen naar probleemspelen gaat en in welke leeftijdscategorieën de risico’s het grootst zijn. De RvKS pleit voor een gezamenlijke inspanning om gokverslaving beter te begrijpen, het stigma te doorbreken en gericht beleid te ontwikkelen dat echt werkt. Feiten, niet aannames, moeten de basis vormen van onze aanpak.
Eén van de kritiekpunten in de evaluatie van de Wet Kansspelen op afstand, was eigenlijk dat het te vaag was, dat bijvoorbeeld niet exact genoeg omschreven is wat zorgplicht is. Jij pleit, net als de onderzoekers die de evaluatie hebben opgesteld, om exact vast te stellen wat problematisch speelgedrag is en wat niet?
Een van de grootste kritiekpunten in de evaluatie van de Wet kansspelen op afstand is het gebrek aan duidelijke richtlijnen, bijvoorbeeld rondom de zorgplicht. Zoals ook door de onderzoekers is geconcludeerd, pleit ik voor een eenduidige en nauwkeurige definitie van wat problematisch speelgedrag precies inhoudt. Zonder consensus over deze norm is het onmogelijk om aanbieders effectief aan te spreken op hun verantwoordelijkheid.
Momenteel ontbreekt het aan betrouwbare data en wordt de beschikbare informatie vaak verschillend geïnterpreteerd, afhankelijk van ieders belangen. Er is geen vaste definitie van een probleemspeler. Voor sommige partijen in de industrie is dat iemand die fysiek agressief wordt, terwijl de verslavingszorg kijkt naar patronen van gedrag waarin tijd en middelen stelselmatig verkeerd worden besteed, met negatieve gevolgen voor andere levensgebieden. Zolang we geen uniforme definitie hanteren, blijven de verwachtingen en eisen richting aanbieders vaag en onwerkbaar.
“Zolang we geen uniforme definitie hanteren, blijven de verwachtingen en eisen richting aanbieders vaag en onwerkbaar.”
Marcel van Kleij,
Raad voor de Kansspel Spelers
Ik hoor van vertegenwoordigers uit de branche dat ze vaak wel willen bijdragen aan betere zorg, maar worden beperkt door concurrentiedruk. Wanneer één partij strikter handelt dan een ander, brengt dat hun omzet en marktpositie in gevaar. Dit creëert een systeem waarin individuele inspanningen vaak niet duurzaam zijn. Hoewel we blijven praten over kanalisatie en zorgplicht, zien we zonder uniforme normen en duidelijke handhaving weinig vooruitgang.
Om echt impact te maken, moet er een gezamenlijke aanpak komen waarin alle partijen dezelfde taal spreken. Alleen dan kunnen we zorgen voor een evenwichtig beleid dat recht doet aan zowel de verantwoordelijkheid van aanbieders als de bescherming van spelers.
Maar stap één is dus duidelijke definities voor alle elementen die meegenomen moeten worden in de bepaling van de zorgplicht?
Zeker, duidelijke definities zijn essentieel, maar deze moeten ook uitvoerbaar zijn. Zonder heldere kaders blijft de zorgplicht een abstract begrip, waardoor het lastig is voor aanbieders om effectief en consistent te handelen.
Helaas zien we nu dat het beleid vaak reactief is. Zoals het gezegde gaat: “Als het kalf verdronken is, dempt men de put.” Dit blijft de gang van zaken, men reageert op problemen in plaats van ze te voorkomen. Maar het moment waarop je moet reageren, ben je eigenlijk al te laat. Effectief beleid moet gericht zijn op preventie en vroegtijdige signalering, niet op symptoombestrijding.
Wat we echter zien, is een opeenstapeling van lapmiddelen en aanbevelingen om het legale aanbod enigszins werkbaar te houden. Dit leidt tot complexiteit en frustratie. Aanbieders verlaten inmiddels de legale markt omdat de regels niet alleen steeds strenger worden, maar ook onuitvoerbaar. Ze voelen dat, hoe goed ze hun best ook doen, het nooit voldoende is. Dit ondermijnt niet alleen het vertrouwen in het systeem, maar ook de effectiviteit van de kanalisatie.
“Wat we echter zien, is een opeenstapeling van lapmiddelen en aanbevelingen om het legale aanbod enigszins werkbaar te houden. Dit leidt tot complexiteit en frustratie.”
Marcel van Kleij, Raad voor de Kansspel Spelers
Heldere, haalbare definities van de zorgplicht en bijbehorende verantwoordelijkheden zijn daarom niet alleen een eerste stap, maar een noodzakelijke basis om zowel spelers te beschermen als aanbieders een uitvoerbaar kader te bieden. Zonder dit blijft de balans tussen bescherming en bedrijfsvoering zoek.
Er wordt vaak verwezen naar – het gevaar van – het illegale aanbod en de kanalisatie.
Weet je, met de term illegaal en legaal zitten we eigenlijk al op een verkeerd spoor. Want daarmee suggereren we dat er een groot verschil bestaat. De meeste legale aanbieders die we nu op onze markt hebben, waren daarvoor ook illegaal in Nederland, toch? Zijn ze nu opeens heel veel anders? Daar geloof ik geen bal van. Natuurlijk zullen ze ergens aan die Nederlandse wet conformeren maar uiteindelijk is het gewoon dezelfde aanbieder met dezelfde intentie. En of je dat nou in Nederland uitvoert of in Las Vegas, dat maakt dan niet zo veel uit. Er zit een businessmodel achter. Ze komen niet op deze markt omdat ze het beste met de mensen voor hebben.
“Met de term illegaal en legaal zitten we eigenlijk al op een verkeerd spoor.”
Marcel van Kleij,
Raad voor de Kansspel Spelers
Maar – en ik wil niet continu ‘maar’ zeggen, maar ik doe het nu toch – er is toch een verschil tussen de grote internationale gokbedrijven die nu op de Nederlandse markt zitten en soms ervoor al in Nederland actief waren aan de ene kant, en de grote illegale goksites die nu nog actief zijn in Nederland? Unibet die in 2020 zonder vergunning in Nederland opereerde kun je toch niet vergelijken met Lalabet die dat vandaag de dag doet?
Natuurlijk zie je een landschap waar inderdaad legaal aanbod is en waar illegaal aanbod is. Bij sigaretten is dat niet anders geweest. En toch komen nog steeds mensen uit Turkije terug met daar gekochte sigaretten. Ik denk dat je dat niet op die manier dicht kan krijgen. Daarmee is het per definitie heel ingewikkeld.
Als we het blijven houden over termen van illegaal en legaal, dan zal je ergens ook een handvat moeten hebben om die illegale markt ook echt te sluiten. Die mogelijkheid heeft de Ksa gewoon niet. Voorlopig in ieder geval nog niet. Ze zouden het kunnen en willen, maar dan zul je bepaalde technologie erachter moeten gaan zetten om dat een beetje in de hand te kunnen houden. Maar daar wordt niet in geïnvesteerd. En waarom niet? Omdat het dan toch relatief een ondergeschoven kindje is als het gaat over de problemen die het oplevert in onze maatschappij.
Het mag ook gewoon niet, toch? In de wet hebben ze niet dat instrument gekregen om websites te blokkeren.
Het klopt dat de wet de mogelijkheid om websites te blokkeren niet biedt. Zolang dit zo blijft, moet er óf iets aan de wetgeving worden aangepast óf moeten we binnen de bestaande regels zorgen dat handhaving veel effectiever wordt. De huidige aanpak – af en toe een boete opleggen aan een van de honderdduizenden illegale goksites wereldwijd – is vergelijkbaar met dweilen met de kraan open.
“De huidige aanpak – af en toe een boete opleggen aan een van de honderdduizenden illegale goksites wereldwijd – is vergelijkbaar met dweilen met de kraan open.”
Marcel van Kleij, Raad voor de Kansspel Spelers
Dit soort acties voelt meer als een publiciteitsstunt dan als een structurele oplossing. Ten eerste vechten deze websites de boetes vaak aan, wat veel tijd en middelen kost. Ten tweede betalen ze de boetes in de praktijk meestal niet. Dit ondermijnt niet alleen de effectiviteit van het beleid, maar ook het gezag van de Kansspelautoriteit.
Een fundamentele herziening is nodig om illegale aanbieders écht aan te pakken. Zonder de juiste instrumenten blijft het een strijd die moeilijk te winnen is.
Waarom is het dan toch volgens jou problematisch om te spreken over legaal en illegaal?
Het onderscheid tussen legaal en illegaal is voor de gemiddelde speler nauwelijks zichtbaar. Veel spelers realiseren zich niet of ze spelen bij een aanbieder zoals Holland Casino of Unibet, of bij een niet-gelicentieerde site. De ervaring verschilt voor hen nauwelijks, en de bescherming die legale aanbieders zouden moeten bieden wordt vaak niet als zodanig herkend of gevoeld.
Wat moet er dan veranderen?
Een belangrijke stap ligt bij de overheid: maak duidelijk wat de unieke voordelen van het legale stelsel zijn. Benoem waarom we specifiek voor dit model hebben gekozen en communiceer wat het legaal aanbod écht beter maakt. Dat vraagt meer dan alleen beleidsmatige termen; het vereist heldere en overtuigende argumenten die spelers laten zien waarom het legale stelsel hen significant beter beschermt en wat de toegevoegde waarde is ten opzichte van illegale alternatieven.
“We zeggen dus dat spelers bij een legaal casino moeten gokken, maar bieden tegelijkertijd een slechter aanbod.”
Marcel van Kleij,
Raad voor de Kansspel Spelers
Dit wordt echter een uitdaging. Zo lees ik bijvoorbeeld dat de kansspelbelasting onlangs is verhoogd, wat direct invloed heeft op de Return to Player. Met andere woorden: spelers krijgen minder waar voor hun geld bij legale aanbieders. We zeggen dus dat spelers bij een legaal casino moeten gokken, maar bieden tegelijkertijd een slechter aanbod. Dit soort tegenstrijdigheden ondermijnt de aantrekkelijkheid van het legale stelsel en maakt het des te belangrijker om helder te communiceren waar de werkelijke voordelen liggen. Zonder een overtuigend verhaal zal het moeilijk worden om spelers blijvend aan het legale aanbod te binden.
Lagere RTP en geen cashback, maar wel speellimieten. Zaken die het legale aanbod minder aantrekkelijk maken.
Lagere RTP’s, het ontbreken van cashback, en verplichte speellimieten maken het legale aanbod minder aantrekkelijk voor spelers. Hoewel ik geen waterdichte oplossing heb, wordt het problematisch als beleid wordt ontwikkeld door beleidsmakers die vaak onvoldoende inzicht hebben in de praktijk. Hierdoor ontstaat een stelsel dat op papier goed lijkt, maar in de realiteit niet werkt.
“Het hele concept van kanalisatie binnen de gokbranche is een illusie.”
Marcel van Kleij, Raad voor de Kansspel Spelers
Het hele concept van kanalisatie binnen de gokbranche is een illusie. Het idee dat spelers vanzelf hun weg zouden vinden naar het legale aanbod, getuigt van naïviteit. Bovendien worden cruciale aspecten, zoals het borgen van ervaringsdeskundigheid, slechts summier genoemd in de wet en niet verplicht gesteld. Dit soort halfslachtige benaderingen laat zien dat er onvoldoende doordacht is hoe het beleid effectief zou kunnen worden geïmplementeerd.
Als we spelers serieus willen beschermen en hen willen aantrekken tot het legale aanbod, moet het beleid niet alleen realistisch en uitvoerbaar zijn, maar ook gebaseerd op praktijkervaring en diepgaand begrip van de goksector. Zonder deze basis blijft het legale aanbod structureel in het nadeel.
De wet is minimaal twaalf jaar in de maak geweest. Ze zijn niet over één nacht ijs gegaan. Maar in de basis zit het niet goed naar jouw idee?
Hoewel de wet ruim twaalf jaar in ontwikkeling is geweest, schiet de basis op cruciale punten tekort. Zowel het Ministerie van Justitie en Veiligheid als de Kansspelautoriteit weet dit. De Ksa heeft grote moeite met de uitvoering, omdat de wet niet duidelijk omschrijft wat er van aanbieders verwacht mag worden. Tegelijk worstelt Justitie en Veiligheid met de vraag of de legalisering niet juist heeft bijgedragen aan de normalisering van een potentieel verslavend product.
“Door gokken neer te zetten als een normaal en gereguleerd product, wekt men de indruk dat het veilig is omdat de overheid het goedkeurt. Maar gokken is niet normaal.”
Marcel van Kleij,
Raad voor de Kansspel Spelers
Dat roept een bredere vraag op: wat communiceert de overheid met deze legalisering? Door gokken neer te zetten als een normaal en gereguleerd product, wekt men de indruk dat het veilig is omdat de overheid het goedkeurt. Maar gokken is niet normaal. Het is geen levensbehoefte, en vanuit de verslavingszorg zien we de schadelijke gevolgen maar al te vaak.
Hoewel gokken nooit volledig zal verdwijnen – het zit in de menselijke aard om spanning op te zoeken – betekent dit niet dat we het actief moeten faciliteren. Toch is dat precies wat de legalisering heeft gedaan: het biedt een infrastructuur die het normaliseert in plaats van problematisch speelgedrag te ontmoedigen. Dit fundamentele spanningsveld vraagt om een heroverweging van hoe we gokken benaderen als samenleving.
Er is uiteindelijk overgegaan tot reguleren en legaliseren in Nederland omdat er becijferd werd dat er al 1,6 tot 1,9 miljoen mensen online gokten. En toen was er geen toezicht mogelijk, maar door reguleren wel.
Maar waar zijn we per saldo?
Dus jij bent tegen reguleren?
Nee, ik ben niet tegen reguleren. Begrijp me goed: ik geloof absoluut in de waarde van een legaal gereguleerd aanbod. Maar de manier waarop dit is vormgegeven, laat veel te wensen over. Er had veel beter nagedacht moeten worden over de implementatie en de langetermijneffecten.
Nu zitten we in een situatie waarin het beoogde doel niet wordt bereikt. De aanpak mist de nodige doordachtheid, en uiteindelijk zijn we er per saldo nauwelijks iets mee opgeschoten. Regulering kan werken, maar alleen als het gebaseerd is op een solide en realistisch fundament. Dat ontbreekt nu.
Interview vervolgt onder de foto.

Nederland was een van de laatste Europese landen die overging tot reguleren.
Ik vergelijk deze situatie vaak met de tabaksindustrie in de jaren '50. Destijds werd enorm ingezet op het normaliseren van een verslavend product, terwijl de industrie al wist hoe schadelijk het was. Ze voegden bewust stoffen toe om het verslavender te maken, en letterlijk iedereen werkte eraan mee om roken als normaal te presenteren. In zekere zin zien we nu iets vergelijkbaars gebeuren met gokken. Door de snelheid van het internet is de impact alleen vele malen groter en moeilijker te beheersen.
Wat we wél kunnen doen, is zorgen dat gokken niet wordt gezien als iets vanzelfsprekends of normaals. Net zoals het nu niet meer normaal is om overal een sigaret op te steken, moeten we gokken positioneren als iets dat risico's met zich meebrengt. Dit vraagt om een fundamentele verschuiving in hoe we erover denken en praten.
We kunnen praten over speellimieten, kanalisatie, en andere maatregelen – en we dragen daar graag constructief aan bij. Begrijp me niet verkeerd: we ondersteunen maatregelen zoals speellimieten, maar ze moeten uitvoerbaar zijn. Het heeft geen zin om beleid te maken dat het voor legale aanbieders onmogelijk maakt om te opereren. Als dat gebeurt, verliezen we elke grip op de markt en zijn we verder van huis.
Daarom pleit ik voor een grotere focus op preventie en bewustwording. Het probleem is niet alleen wat er gebeurt tijdens het gokken, maar vooral hoe we gokken als samenleving benaderen. We moeten duidelijk maken dat gokken geen onschuldig spelletje is. Zolang mensen blijven denken dat gokken zonder gevolgen kan, blijven we alles op één hoop vegen en lossen we niets op. De kern moet zijn: de strijd tegen de normalisering van een verslavend product.
De Kansspelautoriteit heeft zelf de handschoen opgepakt om voorlichtingscampagnes te lanceren. Ze hebben een Cruks-campagne gehad en tijdens het EK hebben ze een campagne gehad om te benadrukken dat er gevaren kleven aan het wedden op sport. Tegelijkertijd is het Trimbos-instituut tegen voorlichting voor jongeren, want dat zou bijdragen aan de normalisatie ervan. Hoe sta jij daarin?
Ik deel het standpunt van de Kansspelautoriteit dat je niet blind een “geen voorlichting-beleid” kunt volgen. Het gevaar met wetenschap is dat deze soms doorslaat naar één kant, terwijl de werkelijkheid vaak genuanceerder is. Preventie en bewustwording zijn geen zwart-wit kwesties; ze vereisen een evenwichtige benadering.
Een voorbeeld uit het verleden illustreert dit goed. Als tijdens maatschappijleer een voormalig verslaafde op school zijn verhaal vertelde, was de reactie van leerlingen verdeeld. Voor de ene helft van de klas was het een waarschuwing: “Dit ga ik zeker nooit doen.” Maar de andere helft raakte juist nieuwsgierig: “Hoe werkt dat eigenlijk?” Dit laat zien dat preventie altijd persoonsafhankelijk is en dat er geen one-size-fits-all-oplossing bestaat.
Het is daarom essentieel dat voorlichtingscampagnes zorgvuldig worden afgestemd op de doelgroep en context. Zowel de risico’s als de gevolgen moeten helder worden gecommuniceerd, zonder dat het leidt tot onbedoelde normalisering. Balans en nuance zijn hierbij de sleutelwoorden.
Maar je moet toch wel beleid hebben in Nederland?
Beleid is essentieel, maar het moet niet beperkt blijven tot een keuze tussen wel of geen actie. Het vraagt om een gecombineerde aanpak: preventie én bewustwording. De vraag is niet óf we iets doen, maar hóe we het doen, met focus op de groep die het meeste risico loopt om in de toekomst problemen te ontwikkelen.
De grootste impact maak je door je te richten op mensen die nog aan het begin van hun kennismaking met gokken staan – bijvoorbeeld jongeren die op de sportclub voor het eerst horen over het plaatsen van een sportweddenschap. Dat is de doelgroep waar preventieve inspanningen zich op moeten richten. Door hen tijdig bewust te maken van de risico’s, voorkom je dat kleine stappen naar recreatief gokken uitmonden in problematisch gedrag. Beleid moet daarom niet alleen reageren, maar vooral anticiperen op waar de risico’s beginnen.
“Het is tijd voor vernieuwende, toegankelijke, en moderne communicatiestrategieën die wél resoneren met de realiteit van deze doelgroepen.”
Marcel van Kleij,
Raad voor de Kansspel Spelers
Jongvolwassenen.
Het probleem begint zelfs eerder dan bij jongvolwassenen. Kinderen van 12 horen al over sportweddenschappen en plaatsen soms zelfs weddenschappen via accounts van oudere broers of anderen in hun omgeving. Dit benadrukt dat preventie zich niet alleen op de jongeren zelf moet richten, maar ook op hun omgeving. Het is cruciaal om ouders, opvoeders, en andere betrokkenen bewust te maken dat dit gedrag niet normaal is en aanzienlijke risico’s met zich meebrengt.
Maar preventiecampagnes moeten wél aansluiten bij de doelgroep. Een traditionele aanpak, zoals we die vaak van ministeries zien, mist vaak aansluiting en effectiviteit bij jongeren en hun sociale omgeving. Het is tijd voor vernieuwende, toegankelijke, en moderne communicatiestrategieën die wél resoneren met de realiteit van deze doelgroepen. Alleen op die manier kan er écht impact worden gemaakt.
De Ksa had influencers voor haar campagne en was actief op TikTok en Insta.
De keuze van de Kansspelautoriteit om influencers in te zetten en actief te zijn op platforms zoals TikTok en Instagram was een goede stap. Het hielp om een stukje bewustwording te creëren, maar het is niet voldoende. Als je echt impact wilt maken, moet je aanzienlijk meer investeren in preventie.
Er is een schrijnend onevenwicht tussen de middelen die de gokbranche in marketing steekt en wat de overheid uitgeeft aan preventie. Uit onderzoek naar alcoholreclames bleek dat de alcoholindustrie maar liefst 1400% meer uitgeeft aan marketing dan de overheid aan preventie. En zelfs daarbij is de preventiecampagne voor alcohol relatief groot. In de goksector is de kloof nog veel groter: daar geeft de industrie mogelijk wel 2000% tot 3000% meer uit. Zonder voldoende tegenwicht blijft de overweldigende invloed van de gokbranche bestaan.
“In de goksector is de kloof nog veel groter: daar geeft de industrie mogelijk wel 2000% tot 3000% meer uit.”
Marcel van Kleij, Raad voor de Kansspel Spelers
Preventie gaat bovendien verder dan alleen reclamecampagnes of folders. Het vereist een gerichte aanpak die ook de omgeving van jongeren betrekt, zoals ouders. Veel ouders hebben geen idee dat hun kinderen gokken. In omgevingsgroepen vragen we vaak wie denkt dat hun kind nog nooit heeft gegokt. Vrijwel alle handen gaan dan omhoog. Maar als ouders thuis met hun kinderen praten, blijkt dat 90% wél eens heeft gegokt. Dit gebrek aan inzicht laat zien waar preventie moet beginnen: bij het vergroten van bewustwording en open communicatie binnen gezinnen.
Preventie vraagt om meer dan losse acties of oppervlakkige campagnes. Het vergt een brede, langdurige, en goed gefinancierde aanpak die niet alleen jongeren bereikt, maar ook hun sociale omgeving, zodat het probleem bij de bron kan worden aangepakt. Alleen zo kunnen we de balans herstellen en écht impact maken.
In ons voorgesprek sprak je je bedenkingen uit om mee te werken aan een interview voor een website zoals CasinoNieuws.nl die gokken promoot. Maar kritische gedachten en inzichten zoals je die nu deelt, kunnen toch juist mensen aan het denken zetten? Waarom zou je niet aanwezig willen zijn waar de gokkers zijn zoals op een website als CasinoNieuws.nl?
Aan de ene kant is er de mogelijkheid om voorlichting te geven en kritische inzichten te delen, wat mensen aan het denken kan zetten. Maar aan de andere kant draagt een website als deze onmiskenbaar bij aan de promotie van gokken, met een impliciete boodschap van “Ga daar gokken.” Tegenover mijn negatieve boodschap staan op zo'n platform talloze positieve boodschappen over gokken, en dat maakt de balans scheef.
Maar dan hangt er toch in ieder geval iets tegenover? Iets is meer dan niets.
Je kunt inderdaad stellen dat iets beter is dan niets, en vanuit die gedachte zijn we nu in gesprek. Maar tegelijkertijd blijft het een lastige positie. Een platform als CasinoNieuws.nl fungeert – oneerbiedig gezegd – als een modern Paard van Troje. Het presenteert zich met objectieve informatie, maar uiteindelijk is het doel dat mensen op die knop drukken en een goksite bezoeken.
“Een platform als CasinoNieuws.nl fungeert – oneerbiedig gezegd – als een modern Paard van Troje.”
Marcel van Kleij,
Raad voor de Kansspel Spelers
Ik maak vaak de vergelijking met alcohol, en dat geldt hier ook. De normalisatie van alcoholgebruik is enorm. Stel je een website voor met objectieve informatie over de risico’s van alcohol, die tegelijkertijd reclame maakt voor “een heerlijk helder biertje.” Dat wringt. Psychologisch gezien is het lastig om een boodschap van bewustwording te combineren met een boodschap die consumptie stimuleert. Die spanning maakt dat ik kritisch blijf over deelname aan dergelijke platforms, hoe waardevol de kans om inzichten te delen ook kan zijn.
Als ik die analogie doortrek, dan zou het toch mooi zijn als je in een Belgisch biercafé ook spreekt over de gevaren van alcohol. Als je waarschuwt dat er gevaren zijn bij het drinken van bier. Je bent al in het café binnen om te drinken, maar krijgt een waarschuwing erbij. Dat kan toch niet negatief zijn?
Ja, maar jij bent geen casino. Dus ze komen niet bij jou om te gokken. Waar we wellicht van mening verschillen, is de aard van de bezoekers. Ik denk dat niet iedereen die jouw website bezoekt al de intentie heeft om te gokken. Veel bezoekers komen omdat jouw platform objectieve informatie biedt, en dat is zeker waardevol. Maar tegelijkertijd wordt er, direct of indirect, wel gokken gepromoot. Dat spanningsveld maakt het complex.
Het is belangrijk om kritisch te blijven op hoe die balans wordt bewaakt. Objectieve informatie gecombineerd met bewustwording kan bijdragen aan preventie, maar het risico bestaat dat de boodschap van waarschuwen wordt overschaduwd door de impliciete uitnodiging om te gokken. Die spanning vraagt om zorgvuldigheid en reflectie bij hoe je deze twee doelen naast elkaar plaatst.
Dus je bent er wel blij mee dat alle websites in Nederland een optie moeten hebben om gokreclames uit te kunnen zetten, zoals het schuifje op CasinoNieuws?
Ja, het is zeker positief dat websites in Nederland een optie moeten bieden om gokreclames uit te zetten, zoals het schuifje op CasinoNieuws.
Transparantie over de intenties achter promotie is cruciaal, maar de realiteit blijft ingewikkeld. Als mens zijn we fundamenteel eenvoudige wezens, gedreven door primaire impulsen. Dat weten ze niet alleen in de gokindustrie, maar in elke industrie die op gedragsbeïnvloeding is gericht. We volgen het pad dat voor ons wordt uitgestippeld, vaak zonder erbij stil te staan. Dat is de kracht van marketing, en precies dat mechanisme kan ik als behandelaar moeilijk accepteren.
Dit raakt aan de kern van een breder probleem: de discussie over eigen wil en eigen verantwoordelijkheid. Filosofisch gezien is het begrip ‘vrije wil’ uiterst discutabel, zeker in een systeem dat zo ontworpen is om ons te sturen. Of het nu gaat om de supermarkt of een gokplatform, we worden dagelijks beïnvloed, vaak zonder het zelf te beseffen. En toch blijft de reactie bij verlies of problemen vaak hetzelfde: “Dan had je maar beter moeten opletten.” Dat vind ik niet fair.
Ik weet hoe geraffineerd de psychologische mechanismen achter deze beïnvloeding zijn, en ook ik ben er niet immuun voor. Het erkennen van deze realiteit is essentieel. Het schuifje om reclames uit te zetten is een stap in de goede richting, maar we moeten ons blijven afvragen of het genoeg is om die diepgewortelde beïnvloeding echt tegen te gaan. Want zolang we blijven doen alsof iedereen volledige controle heeft over zijn keuzes, houden we een systeem in stand dat niet eerlijk is.
“Zolang we blijven doen alsof iedereen volledige controle heeft over zijn keuzes, houden we een systeem in stand dat niet eerlijk is.”
Marcel van Kleij,
Raad voor de Kansspel Spelers
Ik begeef me in deze wereld en word de hele dag blootgesteld aan alle promoties, maar ik gok nauwelijks en ben absoluut niet gokverslaafd. Het is dus niet dat iedereen machteloos is tegen de verleidingen en uiteindelijk gokverslaafd raakt.
Dan zit je nog in een situatie waarin je rationeel kunt blijven nadenken. Zelf geloof ik niet in een gen dat gevoelig maakt voor gokverslaving, maar ik weet hoe omstandigheden dat kunnen veranderen. Op een moment in mijn leven vond ik in gokken iets wat ik nergens anders vond, iets dat voor mijn gevoel nodig was om te overleven. Misschien heb ik een neiging tot mateloosheid, maar iedereen kan op een slecht moment terechtkomen waarin wat onschuldig leek, ineens een ernstig probleem wordt. Dat maakt bewustwording en preventie des te belangrijker.
Zouden die mensen dan – als gokken niet had bestaan – zich niet in iets anders verloren hebben?
Honderd procent, mensen die gevoelig zijn voor verslaving zouden zich mogelijk in iets anders verloren hebben als gokken niet bestond. Maar als we dat argument gebruiken, komen we nergens. De gokbranche werpt het ook vaak op, en dat kan ik niet anders dan kwalijk nemen. Het is vergelijkbaar met zeggen: “Als ik deze fiets niet steel, doet iemand anders het wel.” Daarmee rechtvaardig je in feite de diefstal. Dat is een onhoudbaar standpunt.
Het klopt dat mensen kwetsbare periodes in hun leven hebben en dat niemand volledig beschermd kan worden. Kwetsbaarheid is een onderdeel van onze menselijke natuur. Maar het probleem ontstaat wanneer we mensen bewust in systemen laten lopen die ontworpen zijn om hen vast te houden – waarbij de kans op verslaving onacceptabel groot is. Dat is een falen van onze maatschappij. En dit geldt niet alleen voor gokken, maar ook voor alcohol, roken, en andere verslavende producten. Het is onze verantwoordelijkheid om te voorkomen dat winstbejag boven bescherming wordt geplaatst.
Ik speel af en toe een beetje advocaat van de duivel, maar vooral omdat ik het een interessante discussie vind. Maar als we die analogie van fietsen stelen doortrekken, zeggen we toch niet dat fietsen stelen normaal is. De analogie zou dan toch zijn – omdat we willen voorkomen dat fietsen gestolen worden wat toch wel gebeurt – we alle fietsen gaan verbieden?
Je analogie raakt een kernpunt: het gaat niet om alles verbieden, zoals een volledig fietsverbod om diefstal tegen te gaan. Maar zonder duidelijke structuur en verantwoordelijkheid plakken we nu overal lapmiddelen en pleisters, zonder het echte probleem aan te pakken. Dat creëert een markt waarin de focus te vaak ligt op symptoombestrijding in plaats van duurzame oplossingen.
“Ik sta ook niet achter een totale ban op gokken, zoals sommige politici voorstellen. Dat zou vergelijkbaar zijn met de drooglegging in Amerika of de war on drugs, met alle negatieve neveneffecten van dien.”
Marcel van Kleij, Raad voor de Kansspel Spelers
Ik sta ook niet achter een totale ban op gokken, zoals sommige politici voorstellen. Dat zou vergelijkbaar zijn met de drooglegging in Amerika of de war on drugs, met alle negatieve neveneffecten van dien. Verbieden werkt averechts. Maar als we serieus werk willen maken van zaken zoals zorgplicht, moeten we beginnen met heldere definities en kaders. Zonder die basis blijft het beleid vaag en ongericht.
Een andere vraag is of de gokindustrie zelf voldoende bewust is van de impact van haar producten. Ik ken mensen uit de sector die, zodra ze zich realiseren wat hun product met mensen kan doen, in een morele crisis belanden. Sommigen verlaten de industrie om die reden. Dat laat zien dat er binnen de sector een groeiende behoefte is aan reflectie en verantwoordelijkheid. Dit bewustzijn moet worden aangewakkerd, want zonder een gezamenlijke ethische basis blijven we op halve maatregelen vertrouwen.
Bikker wil verbieden, maar Van Nispen wil volgens mij terug naar een staatsaanbieder als monopolist, ook online. Voel je voor zo’n situatie meer dan het huidige open stelsel?
Dat is ingewikkeld, omdat ik staatsdeelnemingen in potentieel verslavende producten per definitie niet vind kunnen.
Waarom?
Omdat je daar per definitie de zorgplicht mee ondermijnt. We zouden het ook raar vinden dat alle kroegen van de staat zouden zijn, toch? Dus, nee, ik geloof daar niet in.
Hoe zou het wel moeten volgens jou?
Ik heb hier natuurlijk vaker over nagedacht en dit ook weleens geopperd. In plaats van de huidige situatie, waarin we verschillende aanbieders hebben met elk hun eigen spellen en systemen, zou je kunnen overwegen om één centraal platform in te richten, beheerd door de staat. Dit platform zou fungeren als een uniforme toegangspoort voor alle legale casino’s.
“Je zou kunnen overwegen om één centraal platform in te richten, beheerd door de staat. Dit platform zou fungeren als een uniforme toegangspoort voor alle legale casino’s.”
Marcel van Kleij,
Raad voor de Kansspel Spelers
Zo’n model biedt verschillende voordelen. Het maakt preventie en doorverwijzing naar zorg veel beter beheersbaar en zorgt voor een consistente aanpak. Spelers komen altijd via dezelfde ingang binnen, waardoor je toezicht kunt houden en risico’s beter kunt signaleren. Het zou ook mogelijk maken om duidelijke, uniforme richtlijnen op te leggen aan alle aanbieders, terwijl spelers tegelijkertijd beschermd blijven in een gecontroleerde omgeving. Zo creëer je niet alleen meer balans, maar versterk je ook de effectiviteit van de zorgplicht.
Eén portal met één login, één url, en één wallet.
Precies. Met één portal, één login, één URL, en één wallet creëer je een gestroomlijnde toegang voor alle legale casino’s. Vanuit dat platform kan een speler vervolgens kiezen naar welke aanbieder hij of zij wil gaan. Maar het gaat verder dan alleen gemak: binnen hetzelfde portal moeten ook directe verwijzingen naar ondersteuning en zorg worden opgenomen. Denk aan toegang tot AGOG-meetings, contactinformatie voor verslavingszorg, en een goed ingerichte zorgplicht.
Met alles op één plek houd je de infrastructuur overzichtelijk en kun je tegelijkertijd de regelgeving versterken. Je weet exact wie er via dat portal binnenkomt en hebt daardoor betere mogelijkheden om toezicht te houden, preventie te bieden, en risico’s vroegtijdig te signaleren. Zo combineer je gebruiksvriendelijkheid met een sterke focus op bescherming en verantwoordelijkheid
Overkoepelende limieten zou dan ook een stuk simpeler zijn.
Precies. Een centraal platform biedt niet alleen overzicht, maar ook talloze mogelijkheden om zaken beter te monitoren en te reguleren. Zo’n platform moet alles omvatten: alle spellen, aanbieders, en functionaliteiten. Daarmee wordt het ook eenvoudiger om samen te werken met banken en om documenten centraal te uploaden. Bovendien biedt het veel betere inzichten door een grotere dataset, wat een sterkere basis creëert voor effectief beleid.
En op individueel niveau zou het een stuk makkelijker worden om te zien hoeveel iemand werkelijk vergokt. Momenteel kan iemand bij tien verschillende websites telkens € 300 tot € 700 uitgeven – bij elkaar opgeteld kan dat zomaar € 7.000 zijn. Dat blijft nu vaak onzichtbaar. Met één centraal systeem zou je dit direct kunnen monitoren en beheren.
“Hoewel overkoepelende limieten voordelen hebben, geloof ik niet dat ze de oplossing zijn. Voor nieuwe spelers kunnen ze een nuttige drempel vormen […] maar voor ervaren spelers werkt het vaak averechts. ”
Marcel van Kleij,
Raad voor de Kansspel Spelers
Hoewel overkoepelende limieten voordelen hebben, geloof ik niet dat ze de oplossing zijn. Voor nieuwe spelers kunnen ze een nuttige drempel vormen, zodat ze niet meteen diep in de problemen raken. Maar voor ervaren spelers werkt het vaak averechts. Zij voelen zich beperkt en zoeken hun toevlucht in illegale fysieke gokgelegenheden, waar deze limieten niet bestaan. Dit probleem wordt steeds zichtbaarder; ik hoor zelfs dat illegale goklocaties weer in opkomst zijn omdat sommige spelers door Cruks worden geweerd of elders niet meer tevreden zijn.
Dit illustreert een fundamenteel probleem: als we de ene deur sluiten, gaat de andere vanzelf weer open. Beleid dat dit niet onderkent, blijft steken in symptoombestrijding. En eerlijk gezegd, daar schieten we niets mee op. Ik heb de afgelopen maanden talloze vergaderingen gehad over deze onderwerpen, en telkens eindigt het met dezelfde conclusie: “We hebben meer data nodig,” of “We moeten eerst meer onderzoek doen.” Gaan we echt nog jaren wachten tot onderzoekers klaar zijn? Dat is geen daadkracht; dat is stilstand.
“Gaan we echt nog jaren wachten tot onderzoekers klaar zijn? Dat is geen daadkracht; dat is stilstand.”
Marcel van Kleij,
Raad voor de Kansspel Spelers
Wetenschappers stellen vaak dat onderzoek essentieel is, en dat klopt tot op zekere hoogte. Maar onderzoek alleen is niet de oplossing. Het kan inzichten bieden en bestaande strategieën ondersteunen, maar het mag geen excuus zijn om nu geen actie te ondernemen. Als we blijven wachten op perfecte gegevens of eindeloos discussiëren, laten we de problemen alleen maar verder escaleren. Actie en onderzoek moeten hand in hand gaan, zodat we voorkomen dat we blijven praten zonder daadwerkelijk iets te bereiken.
Je moet toch wel borgen dat wat je gaat doen, het beoogde effect heeft? Mevrouw Bikker wil ook niet wachten en het liefste morgen gokken verbieden, maar dan zien we over tien jaar toch ook de negatieve effecten daarvan en een totaal uit de klauwen gelopen situatie?
Zeker, grote beslissingen moeten zorgvuldig worden overwogen om de lange-termijn effecten te waarborgen. Maar het probleem is dat we vaak alleen over die grote beslissingen nadenken, terwijl er veel tussenliggende stappen zijn die wél direct kunnen worden gezet. We hoeven niet stil te staan totdat alles perfect is uitgewerkt.
Neem bijvoorbeeld de vraag of onderzoek nodig is om de definitie van een probleemspeler vast te stellen. Volgens mij is dat vooral een kwestie van consensus. Kijk naar alcoholverslaving: de wetenschap stelt dat je alcoholverslaafd bent als je meer dan drie eenheden per dag drinkt. Als verslavingsdeskundige zeg ik: dat slaat nergens op. Met drie glazen per dag ben je geen alcoholverslaafde. Als dat de maatstaf zou zijn, zouden we in iedere stad honderden klinieken nodig hebben, want volgens die definitie heeft bijna iedereen een probleem. Verslaving is veel complexer. Het gaat om de impact op je leven – wanneer iets obsessiefs wordt en de leefomgeving onder druk zet, is er een probleem.
“Met drie glazen per dag ben je geen alcoholverslaafde. Als dat de maatstaf zou zijn, zouden we in iedere stad honderden klinieken nodig hebben.”
Marcel van Kleij, Raad voor de Kansspel Spelers
Wat vaak wordt vergeten, is dat gokken uiteindelijk niet om geld draait, hoe vreemd dat ook klinkt. Geld is slechts een middel. Waar het werkelijk om gaat, is de roes die iemand ervaart, de ontsnapping aan de werkelijkheid. Die onderliggende behoefte is wat we moeten begrijpen en aanpakken.
Preventie en beleid moeten zich richten op deze kern, niet alleen op de zichtbare symptomen zoals financiële verliezen. Door dit inzicht te integreren, kunnen we veel effectiever handelen, zonder te wachten op grootse beleidswijzigingen die jaren op zich laten wachten.
Maar het is vooral problematisch als je geld opgaat, toch?
Hoewel financiële druk vaak het meest zichtbare aspect van gokverslaving is, gaat de impact veel verder. Een gokverslaving wordt problematisch zodra een of meerdere leefgebieden onder druk komen te staan. Dit kan gaan om relaties, werk, gezondheid, of persoonlijke ontwikkeling.
“De echte schade van een gokverslaving zit in hoe het iemands hele leefomgeving kan ontwrichten, niet alleen in de verliezen die in cijfers zijn uit te drukken.”
Marcel van Kleij,
Raad voor de Kansspel Spelers
Naast het financiële verlies verwaarlozen mensen vaak andere belangrijke aspecten van hun leven. Sociale contacten raken op de achtergrond, verantwoordelijkheden worden genegeerd, en het obsessieve gedrag neemt steeds meer ruimte in. De echte schade van een gokverslaving zit in hoe het iemands hele leefomgeving kan ontwrichten, niet alleen in de verliezen die in cijfers zijn uit te drukken. Dat maakt het cruciaal om gokverslaving holistisch te benaderen en niet alleen als een financieel probleem.
Was dat bij jou zelf ook het probleem?
Ik heb zelf dertig jaar vastgezeten in een gok- en alcoholverslaving.
Wat heeft jou geholpen om uiteindelijk die omslag te maken waardoor je er nu op deze manier over kunt praten?
Na jarenlang vast te hebben gezeten in mijn verslaving en meerdere keren de bodem te hebben bereikt, kwam ik uiteindelijk in een proces van herstel terecht. Dat was een keerpunt, maar niet zonder lange voorafgaande worstelingen.
“Ik heb zelf dertig jaar vastgezeten in een gok- en alcoholverslaving.”
Marcel van Kleij, Raad voor de Kansspel Spelers
Zelfs tijdens mijn verslaving was er een diep besef van hoe ziek ik op dat moment was en hoe machteloos ik tegenover die verslaving stond. In de laatste vijf jaar van die periode was dat bewustzijn bijna constant aanwezig. Maar dat besef alleen was niet genoeg om eruit te komen. Ik kon het niet alleen. Sterker nog, ik moest bewust mijn eigen brein manipuleren om fouten te maken, zodat de omvang van de schade zichtbaar werd voor mijn omgeving. Pas toen werd de ernst van de situatie ook voor mijn naasten duidelijk en kon ik de stappen zetten die nodig waren om echt te veranderen.
Die combinatie van zelfbewustzijn en de confrontatie met de realiteit heeft me geholpen om nu op een andere manier naar mijn verleden te kijken en er openlijk over te spreken. Het herinnert me eraan hoe belangrijk het is om eerlijk naar jezelf en je situatie te kijken, ook als dat pijnlijke keuzes vereist.
“Ik moest bewust mijn eigen brein manipuleren om fouten te maken, zodat de omvang van de schade zichtbaar werd voor mijn omgeving.”
Marcel van Kleij,
Raad voor de Kansspel Spelers
Je saboteerde jezelf expres zodat iemand anders hulp zou inschakelen?
Ja, ik saboteerde mezelf bewust, omdat ik zelf niet in staat was om die cruciale stap naar hulp te zetten. Ik wist dat mijn acties consequenties zouden hebben, en dat had ik geaccepteerd. Maar op dat moment kon ik niet anders. Ik was op – fysiek, mentaal, emotioneel. Ik was ziek en totaal uitgeput. Verdergaan zoals ik deed was geen optie meer, maar ik had de kracht niet om zelfstandig te veranderen. Die sabotage was mijn noodkreet, een manier om mijn omgeving te laten zien hoe diep ik zat, in de hoop dat zij de hulp zouden inschakelen die ik zelf niet kon vragen.
Je vond je weg uiteindelijk naar de verslavingszorg.
Ja, ik heb uiteindelijk een klinische opname gehad, en dat was een keerpunt. Ik heb die kans met beide handen aangegrepen, omdat ik oprecht opgelucht was dat mijn probleem eindelijk zichtbaar werd en bespreekbaar was. Dat betekende echter niet dat het vanaf dat moment makkelijk ging.
Na tientallen jaren van verslaving waren mijn patronen diepgeworteld. Mijn brein bleef me steeds in dezelfde richting duwen. Het proces was daardoor lang en uitdagend. Maar die opname heeft me geholpen een cruciale stap te zetten. Het leerde me begrijpen wat een verslaving werkelijk is en hoe die werkt. Dat bewustzijn was enorm belangrijk.
Een essentieel inzicht dat ik heb opgedaan, is dat verslaving altijd een symptoom is, nooit de oorzaak. Dat wordt vaak over het hoofd gezien, zelfs in de verslavingszorg. Te vaak wordt alleen de verslaving behandeld, terwijl de onderliggende problematiek onaangeroerd blijft. Zonder die kern aan te pakken, blijft de kans op terugval groot.
Ik heb ook psychotherapie gevolgd om te ontdekken wat er bij mij onder lag. En nee, dat hoeft niet altijd om grote trauma’s te gaan. In mijn geval is er genoeg gebeurd, maar ik zie ook mensen in behandeling bij wie een vorm van natuurlijke onzekerheid al voldoende is om verslaafd te raken. Veel alcoholverslaafden vinden bijvoorbeeld in alcohol een gevoel van zekerheid, iets wat ze missen in hun eigen identiteit. Ze blijven daaraan vasthouden, omdat het hen geeft wat ze elders niet vinden. Het is essentieel om die mechanismen te begrijpen als je duurzaam wilt herstellen.
Heb je het gokken niet meer onder controle? Dan kan je jezelf inschrijven in Cruks (Centraal Register Uitsluiting Kansspelen) via CruksRegister.nl. Eenmaal aangemeld voor die gokstop, kan je niet meer bij landgebonden en online casino’s spelen. Cruks is een middel, niet de ultieme oplossing. Lees onze pagina over bewust spelen en zoek hulp als je er niet alleen uitkomt.

