Voor de zomer moet duidelijk worden welke wegen minister Franc Weerwind gaat bewandelen om overkoepelende speellimieten te realiseren. De minister kreeg tijdens het commissiedebat Kansspelen de vraag of hij een indicatie kon geven hoe lang het gaat duren om overkoepelende speellimieten te realiseren. In een brief zal hij met de Tweede Kamer een tijdlijn voor de overkoepelende speellimieten delen, zo luidde zijn antwoord.
Commissiedebat Kansspelen
| Franc Weerwind | |
| Michiel van Nispen | |
| Derk Boswijk | |
| Lilian Helder | |
| Nicolien van Vroonhoven | |
| Mikal Tseggai | |
| Mirjam Bikker | |
| Hester Veltman | |
| Anne Vondeling | |
| Joost Eerdmans |
In diezelfde brief gaat de minister ook in op de rol van de banken bij het beperken van problematisch gokgedrag. Hij verwees naar het Britse voorbeeld waarbij klanten bij hun bank een limiet in kunnen stellen voor het bedrag dat zij maximaal kunnen storten bij goksites. Dit is een van de onderwerpen waarover de minister momenteel spreekt met de bancaire sector.
Michiel van Nispen (
) vroeg de minister om online gokbedrijven een BKR-controle uit te laten voeren. Er zou volgens de minister onderzoek naar gedaan kunnen worden of het te ontwikkelen overkoepelende systeem gekoppeld kan worden aan het BKR-register. Hier zal de minister eveneens dieper op in gaan in de brief aan de Kamer die hij beloofde voor de zomer te sturen.
“Bikker-limieten”
Een van de onderwerpen waar veel aandacht naar uitging tijdens het commissiedebat waren de overkoepelende speellimieten, die op enig moment de “Bikker-limieten” genoemd werden door Van Nispen. Mirjam Bikker (
) diende in februari een motie in om nog voor de zomer overkoepelende speellimieten in te voeren en vond daarvoor steun bij een meerderheid in de Kamer.
De invoering voor de zomer werd door Weerwind eerder “niet realistisch en onhaalbaar” genoemd. Tijdens het commissiedebat legde Weerwind uit waarom dit proces langer de tijd nodig heeft. Niet alleen moeten er mogelijk wetten voor worden gewijzigd, er moet ook een compleet nieuw technisch systeem worden ontwikkeld.
De complexiteit van dit proces zou al duidelijk zijn geworden in België. Daar werden overkoepelende speellimieten vastgelegd in de wet maar na onderzoek bleken die (technisch) niet haalbaar. De ondernemer in de minister, zoals hij zichzelf met een glimlach typeerde, ziet dan ook kansen om het systeem te kunnen delen met andere landen als het Nederland wel lukt om overkoepelende speellimieten technisch werkend te krijgen.
Indiener van de motie Mirjam Bikker had haar bedenkingen bij de lange tijdlijn voor speellimieten waarover gesproken werd. Volgens haar was zo'n limiet er “gisteren al geweest” als de gokbedrijven meer hadden verdiend door een dergelijke systeem.
Minister wil overkoepelend systeem delen met andere landen als Nederland deze weet te ontwikkelen.
Tijdelijke oplossing zoeken met VNLOK en NOGA
Een oproep van Nicolien van Vroonhoven () om nu alvast overkoepelende speellimieten in te voeren bij de twee staatsdeelnemingen TOTO en Holland Casino kon geen steun vinden bij de minister. Volgens Weerwind zijn overkoepelende limieten niet effectief als deze bij slechts twee van de beschikbare aanbieders bestaan. Daarnaast hebben de staatsdeelnemingen een vergunning gekregen onder dezelfde voorwaarden als de andere aanbieders, zo antwoordde hij.
Weerwind beloofde wel in gesprek te gaan met brancheverenigingen VNLOK en NOGA om al met de gokbedrijven tot een tijdelijke oplossing te komen. Hij liet daarbij wel weten dat ook dit een complexe situatie is, omdat een kwart van de sites waar je online kan gokken niet is aangesloten bij een van de brancheverenigingen.
Minister in gesprek met NOGA en VNLOK over tijdelijke oplossing speellimieten.
Dit struikelblok kwam al eens naar voren bij de zelfregulerende maatregelen die in april 2022 werden ingevoerd door de leden van de brancheverenigingen: de aangesloten gokbedrijven stopten toen met het maken van buitenreclame. Er bleef alsnog veel buitenreclame zichtbaar, omdat de niet aangesloten gokbedrijven wel op die manier reclame bleven maken.


Aanbieders zonder zorgplicht niet wenselijk
In de regeling speellimieten zoals deze nu ter consultatie is aangeboden, bestaat de optie om de kansspellimieten te kunnen verhogen. Hiervoor is een gesprek nodig met de aanbieder. Tijdens het commissiedebat werden vraagtekens geplaatst bij deze werkwijze. Volgens Van Vroonhoven is dit te vergelijken met “een slager die zijn eigen vlees keurt.” Zij vroeg zich af of de kansspelaanbieders wel de juiste partij zijn om deze zorgplicht bij neer te leggen.
Zorgplicht bij aanbieders is als “een slager die zijn eigen vlees keurt.”
Minister Weerwind liet weten het geen prettig idee te vinden als een kansspelaanbieder helemaal geen zorgplicht zou hebben. Als de bedrijven die plicht wel hebben, kunnen de bedrijven aangesproken worden op hun tekortkomingen en moet het een integraal onderdeel zijn van hun bedrijfsvoering, aldus de minister.
Er zou wel gehandhaafd moeten worden op het goed omgaan met de nieuwe richtlijnen, een taak die ligt bij de Kansspelautoriteit. Tijdens het debat kwam de vraag opnieuw op of de toezichthouder hier valse identiteitsbewijzen voor moet krijgen. In een wetgevingsbrief vroeg de Kansspelautoriteit om gebruik te mogen maken van valse identiteitsbewijzen. Kort na de jaarwisseling deelde de minister dat dit geen optie was.
In het debat benadrukte hij opnieuw dat het een vergaande bevoegdheid is waar niet lichtzinnig mee omgegaan moet worden. Wel gaf hij aan persoonlijk het voordeel te zien van het gebruik van valse identiteitsbewijzen. Weerwind liet weten daar reeds over in gesprek te zijn om te kijken hoe dit toch te realiseren is. Hierover hoopt hij voor de zomer meer duidelijkheid te kunnen geven.
Bindende richtlijn zorgplicht
Om er in de tussentijd toch voor te zorgen dat er beter toezicht gehouden kan worden op de zorgplicht, opperden meerdere Kamerleden voor een bindende richtlijn voor de zorgplicht. Van Nispen wilde graag zien dat er strengere kaders komen voor de invulling hiervan.
In zijn antwoord hierop verwees de minister naar de regeling en de beleidsregels die ter consultatie zijn aangeboden. Een onderdeel hiervan is dat aanbieders verplicht worden om contact op te nemen met een speler zodra deze probeert meer dan € 700 netto in een maand te storten. Hiermee zou ook de vraag van Bikker zijn beantwoord. Het ChristenUnie-Kamerlid vroeg om de definitie van ‘onmatig gokgedrag' concreter te maken in de wet- en regelgeving.
Voor eventuele andere stappen wil de minister, zoals vaker aangegeven, wachten tot de geplande evaluatie van de Wet kansspelen op afstand. Hierbij zullen de adviezen die werden uitgebracht door onder andere de Nationaal Rapporteur Verslavingen en de Consumentenbond meegenomen, zo verzekerde de minister. De evaluatie van de Wet Kansspelen op afstand is gepland voor oktober 2024. De voorbereidingen voor deze evaluatie zijn al begonnen.